Leesvoer





Voor of Anti-Cable

Verslag van een persoonlijke zoektocht naar een kabelmatch.

nov. 2006 <----> febr. 2007

Dit verslag vormt het vervolg op het artikel "Een Venster op de Opname", dat de persoonlijke zoektocht naar audiofiele rust beschrijft die tussen voorjaar 2002 en eind 2006 heeft plaatsgevonden. Dat verslag is HIER te vinden.
Hoewel daarin van een afgeronde zoektocht sprake is, liep er nog één experiment op dat moment, namelijk dat van het zoeken en vinden van een set interlinks die de match helemaal "af" zou kunnen maken. Intussen zijn er zes maanden verstreken waarin met deze interlinks werd geëxperimenteerd en dat vindt zijn weerslag in dit artikel.

Een aantal in dit verslag gebruikte illustraties stellen diverse akoestische en sonische verschijnselen voor. Deze zijn op grafische wijze zichtbaar gemaakt met behulp van een soort "akoestische vertaalcomputer".
De afbeeldingen zijn afkomstig van "Image Savant", een fine-art studio (
http://www.imagesavant.com)

Met andere woorden:
zo zou geluid er wellicht uitzien als we het met de ogen konden zien.

De meeste afbeeldingen kunnen aangeklikt worden voor een vergroting.
Februari 2007, Toine Dingemans.











Context

Beoordeling van luidsprekerkabels en interlinks is in mijn 30-en-meerjarige herinnering altijd het onderwerp geweest van controverse en dat is eigenlijk wel begrijjpelijk. Een kabel wordt, als het goed is, getest binnen de context van een complete geluidsinstallatie. Binnen die context is de kwaliteit van de muzikale presentatie afhankelijk van de wisselwerking tussen componenten. Op zichzelf bezien “klinkt” een kabel of interlink daarom niet. Alleen in een ééndimensionale wereld zonder muzikale ambities jaagt een bepaald menstype aan de ene kant stroom door een kabel heen en gaat dan datgene wat er aan de andere kant uitkomt meettechnisch vergelijken met wat er in gaat. Hieraan worden vervolgens "belangwekkende" conclusies verbonden, met als belangrijkste van die conclusies dat de meettechnische verschillen dermate klein zijn, dat ze gehoormatig niet kunnen worden waargenomen. Voor wat betreft de gemeten waarden zal dat ongetwijfeld waar zijn, maar die zeggen verder weinig tot niets over de interactieve verstandhouding van betreffende kabel in een of andere set.

Indien de kabel of interlink in een geluidsinstallatie wordt opgenomen kan een subjectieve A-B (of beter nog: een A-B-A) vergelijking worden gemaakt van de uitwerking van de kabel in kwestie op de muzikale presentatie.
De term
“muzikale presentatie” omvat in feite alle aspecten die bijdragen aan de muzikale beleving, maar zou in principe de subjectieve aspecten zoveel mogelijk moeten buitensluiten. Het gaat dan uitsluitend om de klankmatige en ruimtelijke aspecten die gebruikt worden om de kwaliteiten van de muzikale weergave mee te beschrijven en te duiden. Daarbij valt te denken aan hoedanigheden als timbre, klankbalans, dynamiek, focus, ambianceweergave, wijze van detaillering, integratie van low-level informatie en ruimtelijke schaalafbeelding – allemaal kwaliteiten die aan de muziekweergave toegeschreven kunnen worden, maar die niet allemaal meteen duidelijk hoeven te worden in 5, 15 of 50 minuten -- eerder in 5, 15 of 50 dagen!
In dit geval is de A-B-A vergelijking uitgesmeerd over ruim 6 maanden. Een kabeltest die gehouden wordt via een willekeurige set in een eenmalige of spontane luistersituatie levert daarom hoe dan ook onbetrouwbare resultaten op omtrent het al of niet bruikbaar zijn van een als goed geteste kabel in de eigen audioset. Om deze reden geloof ik niet dat het mogelijk of verstandig is om de invloed of kwaliteit van een kabel of interlink te beoordelen binnen een andere context dan de eigen audioset in de eigen luisteromgeving. Het is binnen deze context dat zich de som der delen vormt die elke set uniek maakt qua prestaties en vanzelfsprekend behoort ook het gedrag en de eventuele akoestische signatuur van de ruimte zelf tot deze context.

Voor een succesvolle test dient in elk geval de luistersituatie zodanig stabiel te zijn, dat het niveau van de muzikale presentatie genoegzaam bekend is. Je zou ook kunnen zeggen dat iemand goed “vergroeid” moet zijn met het geluid van de eigen set, teneinde op die manier de subtiele veranderingen in de muzikale presentatie te kunnen waarnemen die door het wisselen van een kabel kunnen optreden. Deze conditie sluit in principe een groot aantal subjectieve invloeden uit van deelname aan de test, maar er blijven nog altijd een aantal valkuilen aanwezig welke de testresultaten zouden kunnen verstoren. Gebrek aan luisterervaring is niet de minste daarvan. Eén andere valkuil kan bijvoorbeeld de prijs zijn. Het lijkt een voor de hand liggende misvatting te zijn, maar een duurdere kabel presteert vaak beter vanwege de prijs, terwijl daar natuurlijk geen enkele aanleiding voor hoeft te zijn. Een andere valkuil is al even fysiek: de ‘looks’. Een mooiere kabel presteert vaak beter dan een lelijke of onooglijke kabel, terwijl ook die twee zaken niets met elkaar te maken hoeven te hebben. In het onderstaande verslag van een succesvolle zoektocht naar een goede match van kabels in een bestaande audioset, hebben beide kandidaten zowel een relatief onaanzienlijke prijs alsook onaanzienlijke looks…

















Schoon: Anti-Luidsprekerkabels.

De set klinkt open; de klank is schoon, d.w.z. zonder verkleuring of noemenswaardige korreligheid. Klankmatig neutraal bovendien. Zo zou ik in het kort het belangrijkste kenmerk van het klankkarakter van de audioset willen omschrijven. Het is dan november 2006. Het open en schone karakter is voor een belangrijk deel tot stand gekomen nadat de vorige Nordost luidsprekerkabel werd vervangen door de spotgoedkope, maar vooralsnog in mijn setting ongeëvenaarde Anti-Cable solid-core (massieve) luidsprekerkabel.

Via de
Apogee users group wordt van tijd tot tijd melding gemaakt van een succesvolle match van deze Anti-Cable met Apogee luidsprekers. De eerste berichten hierover dateren zelfs al van 2001. Vooral omdat de prijs zeer laag is hadden deze luidsprekerkabels al een tijdje mijn aandacht. De eindversterker staat precies midden tussen de luidsprekers; luidsprekerkabels kunnen dan zeer kort zijn (120cm is voldoende). De prijs van een bi-wire set Anti-Cable van 120cm (4feet) lang is €70,- Dat risico durfde ik wel te nemen… Intussen had ik de Anti-Cable ook al eens gehoord op een Apogee Scintilla en geloofde er wel in.

De Anti-Cable is dus een massieve koperkabel met een diameter van ruim 3mm. De isolatie bestaat uit een micron-dunne coating (rood laklaagje). De (bijna) afwezigheid van isolatiemateriaal zou de reden zijn dat de Anti-Cable zo neutraal klinkt – de naam slaat behalve op de prijs ook op het feit dat het is alsof ie er niet is als je ‘m aansluit. Standaard wordt de kabel afgemonteerd met vrij dunne spades die echter prima voldoen. Deze spades worden niet gesoldeerd, maar middels een hogedruk crimpverbinding aangebracht (high-tension crimped spade). Het is ook mogelijk om de kabel los te kopen, zonder terminals. De prijs per meter is dan, omgerekend, nog net geen €3,-
Wie zich nu laat misleiden door het uiterlijk of het feit dat het “alleen maar trafodraad” is mist een kans. Elke getwiste of litze koperdraad is immers ook "alleen maar koperdraad". En de afwezigheid van zichtbare isolatie staat onverwacht goede prestaties echt niet in de weg. Paul Speltz, de man achter de
Anti-Cable, heeft rond 2000 naam gemaakt met zijn impedantie transformatoren en een daarvan afgeleide luidsprekerkabel op de markt gebracht. Volgens eigen zeggen heeft hij een flink aantal koperkabels uitgeprobeerd voordat de diameter en materiaalkeuze definitief bepaald werd. Voor 7 tientjes bespaar ik me die moeite en laat een bi-wire setje komen. Het blijkt een match -- een winning team! De Nordost kan naar het Walhalla terug!


naar boven






Schoner: Interlinks van Hans van Liempd.

Ergens in de zomer van 2006 leverde Hans van Liempd bij mij thuis twee zelfbouw interlinks af. Hoewel ik Hans pas op dat moment persoonlijk heb leren kennen, wist ik via een andere audiovriend dat hij al sinds jaar en dag met succes signaal-, net- en luidsprekerkabels vlecht. In de daaropvolgende weken heb ik uitgebreid geluisterd naar met name de interlinks, die op mij zeer veel indruk maakten. Ze gaven de set meer pit, frisheid, kracht en vooral "echtheid".
Eigenschappen die op zichzelf al wel aanwezig waren wonnen met de stukjes huisvlijt van Hans aan overtuigingskracht. De laagweergave was ook duidelijk beter dan met de oude Nordost Black Knight interlinks; korter en meer gecontroleerd, maar nog altijd behoorlijk stevig en vol. Na enig aandringen was Hans bereid een setje interlinks voor me te maken.

Opvallende eigenschap van de nieuwe interlinks was dat ze niet of nauwelijks inspeeltijd leken nodig te hebben. De kabel klonk van meet af aan in alle opzichten zoals het hoort. Geen dynamische beperking; geen overdreven dun of dik laag; geen met de dag veranderend klank- of ruimtebeeld gedurende de eerste weken… Het is wel zo dat de hoogweergave een tijdje nodig heeft gehad om verfijning te kunnen neerzetten, maar afgezien daarvan zijn de bekende tekenen van inspelen afwezig geweest.
De interlinks van Hans maken binnen de context van mijn set met name indruk vanwege het gevoel van realisme / "being there" dat ze op weten te roepen. Het geluidsbeeld komt niet alleen los van de luidsprekers (dat doet het al zo lang), maar lijkt ook fysiek ruimte in te nemen (die barrière had ik nog niet eerder kunnen nemen). Dit was met name het geval nadat in de loop van november 2006 de opstelling van de Apogee luidsprekers echt voltooid was en ik eindelijk het gevoel had dat ze waarmaakten wat Martin Colloms destijds ook al beschreef, namelijk, de mate van echtheid waarmee om het even welke muziek van goede kwaliteit kon worden neergezet. Geen spectaculaire uitschieters in de vorm van afgronddiep laag, holtemasserende dynamiek of fase-onzuivere ruimtelijkheid, maar gewoon, realisme en integratie. Ik had sterk het gevoel dat de interlinks van Hans die hoedanigheid bijzonder goed ondersteunden -- in elk geval beter dan tot dan toe het geval was -- en dat de Anti-Cable luidsprekerkabel daarin ook een cruciale rol speelde. Het toonde voor mij aan dat een goede match in bekabeling de kroon op het audiofiele zoekwerk kan zijn dat in mijn geval al enkele jaren gaande was.






Schoonst: Interlinks van Anti-Cable?

Met de gedachte aan de fenomenale match van de Anti-luidsprekerkabels in het achterhoofd bestelde ik blind een set Interlinks van dit merk. Hoewel de prijs niet zo spotgoedkoop is als de luidsprekerkabel, durfde ik de gok toch wel aan en hoopte -- nee, ging er eigenlijk van uit -- dat deze interlinks hetzelfde niveau zouden hebben en daarom waarschijnlijk beter zouden zijn dan de eigen maaksels van Hans. Zo gezegd zo gedaan; na een week of twee viel de bestelling in de bus en moesten de interlinks van Hans het veld ruimen.

Ik was reeds voorbereid op een lange inspeeltijd, alhoewel ik daar enigszins sceptisch tegenover stond. De herinnering aan inspelen was bij mij al bijna geheel vervaagd en vervangen voor gezapige scepsis over deze onhebbelijkheid die bepaalde kabels toch echt kunnen bezitten. Ergens in 1990 kocht ik een vroege Siltech 4/56 en die klonk werkelijk nergens naar. Pas na drie maanden was dat een heel ander verhaal geworden.
Sindsdien had ik enkele kabelwisselingen gehad, maar geen van die nieuwelingen hoefde echt in te spelen. Toen ik de Anti-Cable interlink aansloot was ik evenwel volledig terug in het Stenen
Tijdperk...
Alle magie van de dag ervoor was compleet verdwenen. Enkel het laag klonk verhoudingsgewijs erg netjes, maar overigens wenste ik maar dat ik 300 uur spelen verder was. Dit klonk meer dan verschrikkelijk, maar goed, wie mooi wil zijn moet pijn lijden! En de aanhouder wint, als het goed is. Maar duidelijk was dat ik alles kwijt was wat me de dag ervoor met de interlinks van Hans nog zo boeide. En die herinnering zou ik nog lang moeten proberen vast te houden, want ik ga doorgaans niet over één nacht ijs als het upgrades aan de eigen set betreft. Herinneren is overigens minder moeilijk als audiobeten je willen doen geloven, wanneer je je set tenminste van binnen en van buiten kent natuurlijk.....


naar boven



Inspelen: Enkele notities uit het dagboek.

Ik besloot om goed bij te houden hoeveel uren de kabel speelde; na 300 uur zou het zo moeten zijn dat de kabel op niveau speelde.

Ik luisterde enkele malen per week een uurtje of anderhalf terwijl de rest van de tijd de set gewoon doorspeelde. Ook op het punt van stroomverbruik moet je er wat voor over hebben...

Daarnaast maakte ik notities van het inspeelproces.







Na omstreeks 50 uren spelen noteerde ik het volgende:
"De basweergave lijkt vooralsnog te stabiliseren met een weelderig, contourrijk en gedefinieerd karakter. Het gewicht is eerder licht dan zwaar en in principe lichter dan wat het was met de bekabeling van Hans, maar ook duidelijk transparanter. De weergave van in de ruimte geplaatste details is sterk toegenomen maar wordt tot nog toe niet zo sprekend als wat ik gewend was: soms was het alsof er dan een deurtje open ging waar een instrument uit leek te komen (electronische muziek), zo strak geplaatst kon het zijn! Tegelijkertijd neemt de luchtigheid van de ruimte ook toe, maar is bepaald nog niet waar het zijn moet. Het hoog lijkt nu ook eindelijk in beweging te komen; er komen meer wat je noemt 'ragfijne' details naar voren, maar het is toch nogal behelpen op dit gebied. Het middengebied lijkt wel onontwikkeld en blijft veel te terughoudend. Geleidelijk aan ben ik dit rustige, maar tegelijkertijd detailrijke hoog wel gaan waarderen, hoewel ik hoop dat het nog completer en krachtiger kan worden. De luistersessie van vanavond heeft niet eenmaal een gevoel van scherpte, rafeligheid of korreligheid in het hoge middengebied en het hoog opgeroepen -- het Stenen Tijdperk lijkt dan ook voorbij te zijn. Het gehele beeld lijkt heel voorzichtig aan dynamiek en pit te winnen. Het middengebied opent zich, maar is nog niet vloeibaar. Op dit moment is duidelijk dat de kabel als geheel de interlinks van Hans niet voorbij streeft. Op het punt van focus en tastbaarheid van de instrumenten waren die werkelijk onovertroffen."

Ik herinner me nog dat ik zo graag
WILDE dat deze Anti-interlinks beter zouden worden dan de kabels van Hans. Deels omdat ze me toch 250 euro hebben gekost, maar ook omdat de laagweergave ontegenzeglijk bijna van meet af aan beter (strakker, contourrijker) was. Dat is meteen ook het enige minpunt van enig gewicht dat ik heb in een direct vergelijk tussen de kabels van Hans en de Anti-IC, alhoewel de toestand van de membranen van mijn Apogees daar ook voor een deel debet aan is, zo weet ik intussen. Waarschijnlijk zal het grotere gewicht in het laag na de restauratie beter verwerkt kunnen worden en zo kan een minpunt uiteindelijk weer een pluspunt worden.

Na omstreeks 100 uur inspelen noteerde ik het volgende:
"'t Is dat ik het zelf meemaak, anders zou ik het niet geloven, maar de hele ruimtelijkheid van de kabel lijkt te zijn opengegaan, met medeneming van focus en plaatsing. Welhaast een ommezwaai van 180°. Daar staat tegenover dat het laag en laagmidden ineens een beetje uitgeblust lijkt te zijn en gaten heeft. Als dit allemaal zo doorzet....."

Kortom: alle tekenen van het klassieke inspelen, waarbij bepaalde aspecten de ene keer goed uit de bus komen en de andere keer ineens weer ondermaats presteren ten faveure van andere. Op dit punt (± 105 speeluren) heb ik de kabels aan een zgn.
"cable-cooker" gehangen die ik kon lenen -- had ik dat maar
niet gedaan.... Foute boel.

Uit het dagboek:
"Nadat de kabels volgens voorschrift ongeveer 47,5 uur aan de cable-cooker hebben gehangen worden ze direct op de set aangesloten. Als het goed is zijn ze nu dus volledig ingespeeld. Ofwel: dit is wat het is. Gezien de laatste ontwikkelingen na 105 uren spelen was de verwachting in elk geval zodanig dat met name de ruimtelijkheid zou zijn verbeterd. Dat was immers ook wat er al aan het gebeuren leek te zijn. De tegenvaller kon evenwel niet groter zijn; de kabels gaven een geluidsbeeld en de set zette een presentatie neer die toch vooral gekenmerkt wordt door opperste saaiheid, opvallende levenloosheid en futloosheid, een plat, tweedimensionaal en welhaast door een 16:9 lijst omkaderd geluidsbeeld, een overdreven en bonkig laag, een schreeuwerig hoog en een middenweergave die schittert door afwezigheid. Subjectief totaal oninteressant, smal, incompleet en incompetent. In feite was dit nog erger dan toen ze nieuw uit de doos kwamen! Een schok; er is niets meer over van het beeld dat er was voordat de kabels aan de cooker werden gehangen. Volgens de handleiding en de faq is het mogelijk dat de kabel "overcooked" is. Het gevolg is een saai, plat en futloos geluidsbeeld. Het goede nieuws is dat dit in de loop van een paar uur weer wegtrekt, wanneer de kabels worden aangesloten en gebruikt."

Mooi niet dus!
Dit laatste bleek echt niet het geval te zijn. Pas na nog eens 50 uren spelen -- dus op 150 uur in totaal -- werd het weer interessant en was ik min of meer
terug bij af; bij het punt van 100 uur spelen.

Volgens het dagboek:
"Het middengebied gaat nu snel vooruit en de totale presentatie krijgt meer overtuigingskracht en begint me zowaar weer te boeien! De ruimtelijkheid gaat echter niet zo snel vooruit, hoewel ook daar het proces verdergaat. Voor het eerst beginnen low-level details een rol te spelen met deze interlinks en vertonen instrumenten een embryonale tastbaarheid -- onmiskenbaar voor het eerst aanwezig, maar nog te zwak om de rol te spelen die er eigenlijk voor is weggelegd."

Nog eens 20 uur verder -- op 170 uren dus:
"Intussen is de ruimtelijkheid gelukkig weer goed aan het opengaan; de ruimte als geheel gaat nu daadwerkelijk meespelen en krijgt vulling. Ook is duidelijk hoogte, breedte en diepte hoorbaar, met een focussering die stilaan meer overtuigingskracht krijgt. De vulling van de ruimte wordt weer van zodanige aard dat je in de muziek getrokken wordt; de muziek komt los maar neemt helaas niet fysiek plaats in in de ruimte. Er was vanavond voor het eerst weer echte gelaagdheid hoorbaar sinds de kabels van Hans weggegaan zijn en ook zijn er scherp afgebakende details hoorbaar die op een podium staan dat veel breder is dan de afstand tussen de luidsprekers suggereert. De echte diepte is er nog niet, maar vanaf nu is het luisteren wel weer een prettige belevenis. Het midlaag heeft gewicht gekregen, maar klinkt niet alsof het ooit een zwaargewicht kan worden; veranderingen in de laatste dagen waren er nog, maar subtieler dan in de voorgaande periode. Het midlaag sluit nu goed aan op het laag, dat onveranderd heel sterk is qua doorzicht en contour. Het middengebied, zo langzamerhand het struikelblok van deze kabel, is nog niet helemaal wat je noemt zuiver en vloeiend; het is juist wel een heel sterk punt van de luidsprekers om dit heel fraai neer te kunnen zetten, maar zover is het dus (nog?) niet. Ook in het midhoog is het een en ander aan het gebeuren; er ontstaat wat meer luchtigheid, losheid en frisheid."

"Zo rond 200 uur is te merken dat de ruimtelijkheid verder toeneemt en diepte (gelaagdheid) wordt erg overtuigend. Het echte midhoog en hoog wil nog niet helemaal opengaan. Het is er allemaal wel, maar het zou luchtiger moeten kunnen. Details worden zeer gemakkelijk geplaatst en zelfs de meest complexe passages blijven overeind zonder tekenen van dichtlopen, ook niet in de hoge registers. Focus is geleidelijk nog wat toegenomen, maar haalt nog niet het tastbaarheidsgehalte dat vereist is en dat zo langzamerhand een mijlpaal blijkt te worden die enkel met de kabels van Hans mogelijk lijkt te zijn. Het is er allemaal wel, maar nogal afgemeten, correct en zonder opgewonden van te kunnen worden. Toch is luisteren momenteel een boeiende aangelegenheid, waarin geluid de ruimte volledig vult en geheel losstaat van de luidsprekers. De definitie en beheersing in het laag is als altijd erg fraai te noemen en verandert al geruime tijd niet meer wezenlijk; de detaillering in de muziek is subtiel maar compleet, al blijft het idee bestaan dat echte frisheid en luchtigheid nog moet gaan komen. Daar is een begin mee gemaakt vanaf 150 uur en sindsdien heel geleidelijk toegenomen."

Met deze eindconclusie moet ik het doen, want sindsdien is dit beeld niet wezenlijk meer verbeterd. Uiteindelijk is ruim 500 uur met de kabel gespeeld.


naar boven



Conclusie.

Na wat tot nog toe eigenlijk slechts een A-B vergelijking is die tweemaal drie maanden in beslag heeft genomen (3 maanden luisteren naar de kabels van Hans en vervolgens 3 maanden naar de Anti-IC's) kan ik concluderen dat de Anti-interlink een kabel is met uitzonderlijk neutrale en tonaal correcte eigenschappen.

De kabel neigt eerder naar lichtvoetigheid dan naar zwaarte en met name de laagweergave is beter dan alles wat ik in mijn eigen context ooit ben tegengekomen. Alle drie dimensies van het geluidsbeeld zijn in ruime mate aanwezig, maar overtuigen nooit op het punt van realisme en betrokkenheid zoals de interlinks van Hans van Liempd dat wel doen. Die laten muziek daadwerkelijk fysiek in de ruimte STAAN. De Anti-interlink is niettemin de meest "correcte" interlink die ik tot nog toe ben tegengekomen. Tegelijkertijd is het daardoor voor mij niet de meest boeiende match.
Na drie maanden intensief luisteren, waarvan de helft inspeeltijd, ontstaat weemoed naar het ietwat rauwe en minder gecontroleerde, maar tegelijk ook veel meer betrokkenheid oproepende karakter van de interlinks van Hans. Ik zou met beide kabels vrede kunnen hebben; sterker nog: ik zou de laagweergave van de Anti-interlink gecombineerd willen hebben met de tastbaarheid en overtuigingskracht van de ruimtelijke weergave van de interlink van Hans. Helaas is dat niet mogelijk...



A-B-A --- Terug bij Af!

En dus was het een weekje geleden tijd om de interlinks van Hans weer aan te sluiten. Het duurde niet meer dan een paar tracks voordat ik herkende waarom ik die zo waardeer: inderdaad is de betrokkenheid en het realisme dat ik er in mijn set mee kan oproepen duidelijk groter dan met de politiek enorm correcte Anti-interlinks.

Hoewel de kabels van Hans over het geheel genomen tonaal wat rauwer en meer onbehouwen klinken, zijn ze onovertroffen op het gebied van ruimtelijkheid en tastbaarheid. Geluiden vullen de verste uithoeken van de ruimte op een manier die enthousiast maakt en boeit. Ik heb het gevoel dat ik het ruwe randje wel kan accepteren in ruil voor het gevoel van "being there" dat de Anti-interlinks nimmer wisten op te roepen.

Ik kan er lang en kort over praten, maar na drie maanden Anti ben ik nu toch definitief pro-Hans qua interlinks....

En zo kan ik aan het eind dan toch wel concluderen dat de blinde aankoop van de Anti's niet zozeer een miskoop is geweest. Ik wilde uiteraard graag dat ze de uiteindelijke winnaar konden zijn, met name vanwege de investering van 250 euro, maar ik ben mans genoeg om voor mezelf te erkennen dat kwaliteit belangrijker is dan al het andere en als die kwaliteit gerealiseerd kan worden met een zelfbouw kabel van onbestemde kwaliteit, dan moet dat maar.

En daarmee gaat de eer wat mij betreft toch naar de kabels van Hans en het complementaire karakter daarvan in mijn specifieke set en niet naar de politiek correcte Anti's, waar niets op aan te merken is, maar waar ik verder ook niet warm of koud van kon worden.

De anti's zijn intussen verkocht en beide nieuwe eigenaren blijken zeer blij te zijn met hun nieuwe aanwinsten...

25-02-2007
Toine Dingemans.


naar boven