In tegenstelling tot
een kale, moderne
ruimte (harde wanden, onbedekte tegel- of
laminaatvloer, hard plafond, veel glasoppervlak)
is onze woonkamer van zichzelf al behoorlijk
absorberend, met name in het laag en in het
midlaag, vanwege de holle ruimtes in de
constructie. Vanwege de rijkelijk gestoffeerde
inrichting is de kamer bovendien ook in het
middengebied en in het hoog al redelijk
absorberend.
De belangrijkste aspecten die op het moment van
de metingen voor absorptie in deze ruimte
verantwoordelijk zijn:
- zwaar en groot
wollen kleed in
de zithoek (3cm
dik), verantwoordelijk voor
behoorlijk wat midden- en
hoogabsorptie
- zware
gestoffeerde sofa,
fauteuiltje plus een poef,
eveneens in de zithoek
verantwoordelijk voor midden- en
hoogabsorptie
- Fluwelen gordijnen,
zowel in de zithoek als in het
luistergedeelte; deze absorberen
vooral midden en hoog
- Gespoten gipsplatenplafond,
met daarachter vloerbalken en een
houten verdiepingsvloer -- deze
constructie absorbeert, mogelijk
selectief, veel midlaag en laag
vanwege de holle ruimte achter de
gipsplaat en vanwege de laagfrequent
absorberende eigenschappen van een
zwevende vloer
- Boven een
kruipruimte zwevende planken vloer
op balken --
ook deze is op grond van de holle
ruimtes onder de vloer en het
absorberend vermogen van het zwevende
houtoppervlak zelf verantwoordelijk
voor midlaag- en laagabsorptie,
eventueel heel selectief (=
smalbandig en ongewenst).
Op grond van deze
constructie- en inrichtingsaspecten valt te
verwachten dat de nagalmtijd in
het voorste zitgedeelte van
de ruimte voor midden en hoog in orde is.
De nagalmtijd voor midden en hoog in
het luistergedeelte zal te
wensen overlaten, ook omdat de wanden op het
moment van meten nog kaal zijn en er nog geen
vloerbedekking is -- enkel de houten vloer. Dit
is ook hoorbaar bij luidere afluistervolumes.
De nagalmtijd voor midlaag en laag kan door de
gehele ruimte heen behoorlijk in orde zijn (al
luisterend naar muziek lijkt dat het geval te
zijn), maar er kan sprake zijn van selectieve
absorptie.
Het doel van nagalmbeheersing is in eerste
instantie om breedbandige absorptie tot stand te
brengen -- niet-selectief dus. Een redelijk
willekeurige constructie met veel identieke
holle ruimtes (zoals een
zwevende vloer en/of plafond) kan evenwel voor
heel veel van dezelfde (= selectieve) absorptie
zorgen. Dat fenomeen kan een zgn. suckout
teweegbrengen in het laag en/of het midlaag en
zoiets is achteraf heel moeilijk in orde te
krijgen zonder de vloer en/of het plafond te gaan
verzwaren.
De nagalmtijd van een gegeven ruimte is nooit een
statisch gegeven. De nagalmtijd is o.a.
afhankelijk van de in de ruimte opgewekte
geluidsdruk. In de praktijk herkent iedere
muziekliefhebber dit verschijnsel wel. Bij laag
volume weet de ruimte nog wel weg met de
opgewekte geluidsenergie. Maar zodra er wat
harder moet worden gedraaid kan de ruimte de
daarin opgewekte akoestische energie niet meer
snel genoeg 'afvoeren' of neutraliseren.
Kortom:
hoe hoger het volume waarop geluisterd
wordt, des te meer moeite de ruimte kan
hebben om de geluidsenergie kwijt te
raken en des te langer de nagalmtijd zal
zijn.
De ruimte loopt vol met
geluid; het zal op hoog volume klinken
als een onoverzichtelijke brij, terwijl
het dan op laag volume best in orde kan
zijn.
Het meten van de
nagalmtijd dient dus bij een
realistisch volume te
geschieden.
Een realistisch volume is enerzijds een volume
waarop door de gebruiker graag wordt geluisterd.
Je moet geen nagalmtijd gaan meten met een
ruisniveau van 87dB als er doorgaans een
gemiddelde geluidsdruk van 95dB gemeten wordt bij
het luisteren naar muziek. Dan hou je jezelf voor
de gek.
Anderzijds is een realistisch volume een volume
dat door de hardware kan worden neergezet zonder
vervorming of schade.
Het lijkt simpel en niet zo heel luid te zijn,
maar 92dB roze ruis neerzetten laat conussen
behoorlijk wapperen! Dat komt omdat ook al
het laag op 92dB eruit moet
komen, anders was het geen roze ruis...
De maximale onvervormde geluidsdruk van de
Apogees is 108dB.
Het komt in de praktijk echter hoogst zelden voor
dat ik pieken van meer dan 104dB beluister, laat
staan een continue weergave van die sterkte... In
principe komt een gemiddelde geluidsdruk van 99dB
roze ruis overeen met een bijzonder luide
weergave -- een waarop ik weleens wil luisteren
tegen het einde van een goede luistersessie, zeg
maar.
Onderstaande
meting is gedaan met roze ruis op 99dB.
Alle gordijnen zijn geopend.

In deze grafiek wordt het uitsterven van geluiden
per tertsband horizontaal uitgezet tegen de tijd,
die verticaal is aangegeven.
Wanneer er sprake is van een nagalmtijd van 0,7
seconden op 315Hz, zoals in bovenstaande meting
het geval is, dan betekent dit in principe dat
een toon van 315Hz er na het uitschakelen van het
ruissignaal 0,7 seconde over doet om 60dB in
sterkte te verminderen ten opzichte van het
oorspronkelijke geluidsniveau.
Hoewel het in theorie mogelijk is om per
frequentie de nagalmtijd te meten is dat voor
mijn doel in deze ruimte niet nodig. De verdeling
van de frequentieband in tertsbanden levert een
voldoende ruime resolutie op. In de praktijk
betekent 0,7 seconden op 315Hz dus dat geluiden
met frequenties tussen 275 en 325Hz (315Hz is de
centrale frequentie in de tertsband) er ongeveer
0,7 seconden over doen om niet meer storend
aanwezig te zijn.
Een ideale nagalmtijd van een ruimte is behalve
van de gewenste geluidsdruk ook afhankelijk van
de inhoud. Voor grote ruimtes geldt een langere
nagalmtijd van bijvoorbeeld 0,8 seconden voor
midden en hoog nog steeds als ideaal. Voor een
kleine ruimte, zoals deze woonkamer, is 0,4 tot 0,5
seconden ideaal voor middenfrequenties en hoge
tonen.
In de grafieken van de nagalmtijd zijn steeds
twee rode lijnen te zien.
Daar tussenin behoort de nagalmtijd voor het
volledige spectrum in het ideale geval te liggen.
Er is dus enige speling mogelijk; de ideale
nagalmtijd is geen krampachtig gefixeerde waarde
en bovendien ook nog eens van het gebruiksdoel
van de ruimte in kwestie afhankelijk. Ik streef
er in principe naar om in deze ruimte rond de
bovenste targetlijn te blijven. Eerder iets te
levendig dan te gedempt.
Bij een geluidsdruk van 99dB (dat is behoorlijk
hard, denk ik) en geopende gordijnen sterven alle
frequenties van 1500Hz en hoger binnen een
correct tijdsraam uit, aldus de meting.
Ongetwijfeld is hiervoor de redelijk rijk
gestoffeerde inrichting verantwoordelijk. Het
hoge middengebied en het hoog zijn dus in orde,
ware het niet dat een verschijnsel zoals flutter-echo
(waarover verderop meer) niet in deze meting
zichtbaar is omdat het veel te smalbandig is om
zo gemeten te worden.
Tussen 800 en 1500Hz -- ook het middengebied --
is de nagalmtijd wat aan de lange kant, aangezien
ze net boven de bovenste rode lijn uitkomt. Dit
zou ik zelf op geen enkele manier problematisch
willen noemen.
Onder 800Hz en vanaf 250Hz -- midlaag en midden
-- is de nagalmtijd ongeveer 0,1 sec. te lang --
ook geen drama, temeer omdat de meting op gemiddeld
99dB is gedaan -- zo hard als ik in een gekke bui
maximaal durf te luisteren. De werkelijkheid van
een normaal luisterniveau ligt lager en zonder
twijfel binnen de target.
Het echte midlaag -- 100 tot 200Hz -- is lekker
kort en heeft een correcte waarde. Dit is bijna
zeker te wijten aan de constructies met holle
ruimtes in de kamer (vloer en plafond), die juist
in dat gebied sterk absorberen. Een kadootje dus,
aangezien er geen speciale maatregelen voor dit
gebied hoeven te worden getroffen.
Het echte laag onder 100Hz is weer wat aan de
lange kant. Om en nabij de seconde. Dat zou
strikt genomen behandeld moeten worden met behulp
van basstraps of andere kunstgrepen die al of
niet onzichtbaar in het interieur een plek kunnen
vinden.
Voor een akoestisch onbehandelde ruimte is dit
meetresultaat bepaald niet slecht. Met name in
het midlaag is het een kadootje als er geen
aparte maatregelen hoeven te worden getroffen om
dat gebied in orde te krijgen. Daar moeten
doorgaans paneelabsorbers voor worden gebouwd.
Dat de galmtijd in het echte laag niet boven de
seconde uitkomt is ook een kadootje. Moderne
betonnen kamers van deze zelfde inhoud zouden
zonder meer een nagalmtijd in het laag opleveren
die 1,5 tot 2 x zo hoog is door het ontbreken van
natuurlijke absorptie. Inzet van basstraps is
daarom wellicht een optie, maar dat is ofwel
kostbaar, ofwel het vereist veel ruimte. De vloer-
en plafondconstructie is nu zijdelings een
basstrap. Ongetwijfeld zou de nagalmtijd van het
laag ook 1,5 tot 2 seconden zijn geweest als het
hier om een volledig betonnen of stenen kamer
ging.
De
specifieke invloed van gesloten gordijnen op de
nagalmtijd is zichtbaar in onderstaande meting.
Zelfde geluidsdruk, zelfde meetmoment en
meetplaats, maar nu met gesloten gordijnen.

Zoals te verwachten was maakt het sluiten van de
gordijnen niets uit voor de nagalmtijd van het
laagste laag, nauwelijks iets voor het midlaag,
behoorlijk veel voor het middengebied en ook
behoorlijk wat voor het midhoog en het hoog.
In feite ontstaat er, ook gehoormatig, iets meer
rust in het geluidsbeeld, maar ik zou deze
waarden willen gaan realiseren door aankleding
van de wanden, opdat bij een volgende meting deze
waarden zullen verschijnen bij geopende
gordijnen. Nog altijd is er immers de situatie
waarbij de zijwanden kaal en onbehandeld zijn.
Dat levert een ietwat onrustig geluidsbeeld op,
met name op hogere geluidssterktes.
Ik
heb nog een derde nagalmmeting gedaan bij 108dB
geluidsdruk.
Gordijnen zijn open, gehoorbescherming opgezet...

Het is interessant om te zien dat de ruimte nu
inderdaad een behoorlijk andere nagalmtijd lijkt
te krijgen, aangezien ze nu veel meer moeite
heeft om de veel hogere hoeveelheid daarin
opgewekte geluidsenergie snel af te voeren of te
neutraliseren. Het volledige laag, midlaag,
midden en een deel van het midhoog krijgt nu een
behoorlijk wat langer dan prettige nagalmtijd en
dat is goed hoorbaar.
De ruimte loopt vol met geluid; muziek van de
vorige maat is nog aanwezig terwijl de volgende
maat al gespeeld wordt, zogezegd...
Vooralsnog is de nagalmtijd van de woonruimte in
deze half-voltooide staat op geen enkele manier
een zorgenkind en kan de inrichting verder gezet
worden. De kamerhoge gordijnen staan voor en
achter op de nominatie om vervangen te worden
door gordijnen die op de vensterbank zullen
hangen -- een fractie minder absorptie dus. De
scheidingswand moet ten tijde van de meting nog
aan de luisterzijde worden gestoffeerd, maar als
het goed is zal dat weinig of geen verschil
moeten uitmaken voor de nagalmtijd, hoogstens in
het hoog boven 3 of 4 kHz. Er zal een grote, vrij
dunne kelim in het luisterdeel komen te liggen
die nagenoeg het gehele vloeroppervlak zal
bedekken. Er zullen aan de wanden van het
luisterdeel nog enkele losse absorptiepanelen en/of
wandkleden komen te hangen, eventueel vermomd als
kunstwerk. De zichtafwerking is afkomstig uit de
collectie van J., want die heeft nogal wat
wanddecoratie achter de hand.
Op dit punt is de akoestiek dus nog niet helemaal
klaar, maar het streven blijft toch dat deze in
orde moet gaan komen zonder zichtbare akoestische
maatregelen.
naar boven