Luister en huiver.
Zo toog ik recentelijk op een zaterdag naar
Arthur thuis om op zolder naar muziek te gaan
luisteren en te gaan meten. Bij voorkeur eerst
luisteren en dan pas meten. Een meting kan wel
een luistersessie kleuren, maar een luistersessie
kan nooit een meting kleuren.....
Het komt eerlijk gezegd niet zo heel vaak voor
dat ik getrakteerd wordt op een muziekbelevenis
die waarlijk compleet is en waar je voor
thuisblijft. Arthur's hardware is het bewijs dat
er geen astronomische bedragen hoeven te worden
neergeteld om grootse resultaten te behalen,
alhoewel 1000 werkuren voor ruimte en speakers
natuurlijk ook niet niks is.
De ruimtelijke afbeelding die wordt neergezet is
prachtig scherp en ademt in drie dimensies. Breed,
maar niet plat; diep, maar niet smal. En ook in
de hoogte klopt de schaal. In het afgelopen jaar
kon ik reeds een aantal ruimtes waarin
ruimschoots diffusie is toegepast beluisteren en
steeds valt dezelfde ruimtelijke grootsheid op.
Er is de
schijnbare afwezigheid van de fysieke
muren.
Dat is voor mijn gevoel
een van de "final
frontiers" van
thuisaudio - eentje die zelden doorbroken wordt
bovendien, omdat de prijsklasse van de hardware
hier slechts relatief weinig invloed op uitoefent
en de akoestiek des te meer.
Het klankbeeld is simpelweg evenwichtig en dringt
nergens op. Kritische stemmen blijven mooi schoon
en dat is weer wel een even groot compliment voor
de hardware als voor de juistheid van de
nagalmtijd zelf. De ruimte verwerkt moeiteloos de
erin opgewekte akoestische energie en laat zich
niet verzadigen, ook niet op hoog volume.
Als ik eenmaal zit bemerk in dat ik al heel snel
niet meer met een analyse van het geluid bezig
ben, maar met muziek beluisteren. Ik weet al snel
wat ik tegen Arthur ga zeggen straks, zelfs nog
voordat ik ga meten. Ik wil graag naar andere "probleemopnames"
luisteren, maar weet
feitelijk al genoeg en kan het probleem reeds
benoemen. Daar veranderen andere 'probleemopnames'
niets meer aan.....
Daar waar de zwakheden van een set verdwijnen in
diens sterke punten, daar is aandacht voor de
muziek. Daar waar de zwakheden van een set
afsteken, daar is aandacht voor geluid. Ik laat
me trakteren op meer muziek en merk dat ik nog
niet wil gaan meten....
"En doe ook maar een
mooie meerkanaals sacd, Arthur",
vraag ik op een gegeven moment. Pink Floyd, Dark
Side of the Moon. De meerkanaals-remix van het
nummer Money maakt dat je datgene zou horen wat
de drummer, gezeten achter zijn drumstel hoort
temidden van de andere muzikanten. Dat gevoel van
volkomen eenheid van voor-, achter- en zij-ambiance
is iets dat zowel bij meerkanaals- als bij
tweekanaalsopnames voor een grote mate van
realisme zorgt.
De impact van
akoestische optimalisatie is in
audiofiele kringen anno 2005 zodanig
zeldzaam, dat veel luisteraars wellicht
niet precies weten wat ze missen (en wat
ik hier bedoel te duiden) totdat ze het
eens hebben gehoord.
Die zaterdagmiddag bij
Arthur heb ik in elk geval geleerd dat een
tamelijk bescheiden hardware ontzettend
realistisch en betrokken kan klinken, simpelweg
door de afwezigheid van een aantal zaken die
blijkbaar halfbewust dat realisme verstoren. De
schijnbare ruimte uit de muziek is, afhankelijk
van de opname, groter of kleiner dan de fysieke
ruimte zelf. Als Arthur een meter of anderhalf
meer lengte had gehad om de luidsprekers verder
van de luisterplaats weg te zetten, zou het
helemaal de hemel op aarde zijn.