De Euforie van het
Nieuwe
Het is een bekend
verschijnsel, deze 'euforie
van het nieuwe'. Het doet
zich voor bij iedere audiofiel die een upgrade
van betekenis meemaakt. Het is de hele menselijke
eigenschap om allereerst alle goede, mooie en
verbeterde kanten van de upgrade te horen, omdat
die gewoon als eerste echt opvallen. Wanneer het
een upgrade van formaat is, is het de eerste tijd
echt rozengeur en maneschijn; keerzijdes worden
nog niet gehoord of wellicht zelfs genegeerd waar
mogelijk. Eventuele minpunten ontsnappen geheel
en al de aandacht, omdat diezelfde aandacht zich
terecht richt op al dat moois dat eerst maar eens
aangehoord en verwerkt moet worden.
De euforie van het nieuwe is altijd een hele
leuke ervaring. Ik mag het graag meemaken, ook
als het om een tijdelijke upgrade gaat of --
zoals hier -- om een logé. De eerste indruk die
de BAT-speler op mij maakte wekte beslist de
nodige euforie op.
Dat wat me
het eerste opviel is dat wat aan het eind
nog steeds als een mijlpaal overeind
stond: een zeer fraaie tonale balans. Dit
was werkelijk de eerste keer in mijn
audiofiele loopbaan dat ik bij mij thuis
naar een set kon luisteren die een
rijkdom aan detail, macro èn micro, wist
te paren aan rust.
Het is immers maar al te vaak of het een,
of het ander en zelden gaan en/en hand in
hand - rust en analyse staan vaker
lijnrecht tegenover elkaar dan dat ze
hand in hand gaan, ook bij apparatuur
waarbij dat gezien de prijsstelling
eigenlijk geen issue meer moest zijn.
Detail en analyse zijn
eigenschappen die in high-end kringen terecht
gekoesterd en hogelijk gewaardeerd worden, maar
ze gaan al te vaak ten koste van timbre, textuur
en tonale rijkdom. Het is een zeldzaamheid
wanneer een set 'inkijkbaar
detail' kan bieden zonder
een spoor van felheid of - erger - hardheid. Ik
besef dit, omdat ik beroepsmatig heel veel
verschillende sets hoor in heel veel
verschillende woon- en luisterruimtes. 'Inkijkbaar
detail' is zo zeldzaam, dat ik diep in mijn
herinnering moet om na te gaan waar en wanneer ik
het ooit eerder hoorde.
Een psycholoog zal nu misschien zeggen dat ik
geconditioneerd was in het luisteren naar een wat
fel en soms ook hard midhoog en dat ik daarom
meteen zo aangenaam getroffen werd door de
afwezigheid ervan bij de BAT-speler. Ik heb dat
hierboven immers zelf ook toegegeven in "de
blinde vlek". Ik zou het met de psycholoog
eens zijn dat dit gedurende de eerste 30 minuten
zeker het geval is geweest; toen bestond er
inderdaad niets anders dan aandacht voor dat
aspect. In de resterende vier weken dat de speler
bij mij heeft gestaan hebben zeven verschillende
mensen ernaar geluisterd, sommige geschoold in
luisteren en anderen niet. Al die meningen,
inclusief die van mijzelf, waren vrij unaniem; de
een vond het fijnzinnige hoog opvallend; een
ander prees het middengebied, maar allemaal
roemden ze de rijkdom aan
detaillering zonder enige scherpte of neiging
daartoe. Ook niet bij oude opnames die volgens
velen ondraaibaar zouden zijn op een hoogwaardige
audioset.
Audiomisverstand numero uno was weer eens door de
mand gevallen......
Bij die eerste indruk was ook de coherentie
van het geluidsbeeld
opgevallen, zo noteerde ik destijds. Instrumenten
treden ver buiten de grenzen van het platte vlak
tussen de luidsprekers en lijken dan
daadwerkelijk fysiek ruimte in te nemen.
Tegelijkertijd is rondom die fysieke locatie ook
de uitstraling van geluid vanuit dat punt
waarneembaar.
In het engels, waarin het veel makkelijker
schrijven is over dit soort subjectieve beleving,
zou men zeggen: "the
sound blooms around the source that emanated it".
Ofwel: een instrument of stem neemt niet alleen
fysieke ruimte in op de plaats waar het wordt
afgebeeld, maar dijt vanuit die plek ook
bolvormig uit en loopt dan fraai over in de
andere "bolvormen" die door andere
instrumenten of stemmen elders in het beeld
worden neergezet. Zoals het scheidend vermogen in
horizontale en verticale lijnen de prestaties van
een beeldscherm definiëren, zo draagt het
scheidend vermogen van het geluidsbeeld van deze
speler eraan bij dat "dichtlopen" een
eigenschap is die zelfs bij complexe
muziekstukken niet aan de orde is. Ik heb me er
regelmatig over verbaasd hoe het apparaat zich
daarin onderscheidde van de Marantz, waarvoor
datzelfde dichtlopen van het geluidsbeeld wel
degelijk een issue is bij complexe passages.
Dat wat ik
hierboven nu omschreef als coherentie is
niet alleen een verdienste van deze cd-speler.
Het manifesteerde zich, in mindere mate,
ook al met de oude CD-80 en is een van de
aanwijzingen dat de ruimte zelf een
ondersteunende rol speelt als actief
audiocomponent.
Een ruimte die
akoestisch ongunstig is kan bijvoorbeeld nog best
een mooi klankbeeld mogelijk maken, maar
tegelijkertijd het ontstaan van ruimtelijke
coherentie verhinderen, met name door een
overmaat aan ongecontroleerde reflecties.
Akoestiek omvat diverse parameters, waarmee het
niet allemaal even goed of slecht gesteld hoeft
te zijn. Echter, de grootsheid waarmee de BAT-speler
de opnameruimte tot leven brengt werd ook door
alle luisteraars als heel overtuigend ervaren.
Het derde aspect dat mij direct opviel was de verminderde
dynamiek tov de Marantz cd-speler.
Hoewel het laag van de BAT-speler zowel dieper
als gecontroleerder werd neergezet, was de kracht
en punch opvallend afgeslankt
in vergelijking met de
Marantz. Experimenten met netsnoeren maakten
duidelijk dat het een inherente eigenschap is van
de speler; een eveneens geleend NBS-netsnoer gaf
het krachtigste klankbeeld voor wat betreft het
laag, maar leek aan de andere kant iets weg te
nemen van de fijnzinnigheid van het hoog die met
het Kondo-netsnoer zo aangenaam werd neergezet.
Subtiele verschillen, dat wel, maar toch de
slagroom op de taart. Mijn voorkeur gaat zonder
twijfel uit naar het Kondo netsnoer in combinatie
met deze speler.
Naschrift,
ongeveer drie weken na de test genoteerd:
Nadat Ron zijn BAT-speler weer had
opgehaald is de Marantz weer aangesloten
als stand-alone. Het allereerste wat dan
opvalt is een overtuigender en krachtiger
laag en het ritme (pace & rhythm);
men zei destijds al dat de CD-80 hierin
zo uitblonk; ik kan dat wel begrijpen.
Alhoewel de CD-80 niet de diepe
laagdefinitie haalt van de BAT-speler,
geef ik er -- na 2 weken luisteren naar
mijn eigen aparaat -- toch de voorkeur
aan boven het laag van de BAT. Niettemin
zou ik geen seconde twijfelen als ik
mocht kiezen......
naar
boven