Leesvoer


Ongebalanceerde Balans

De Balanced Audio Technologies [BAT] VK-D5se cd-speler
uitgebreid beluisterd door SoundScapeS

Toine Dingemans -April 2005




De Gezapige Audiofiel

Het leven van een 'tot-rust-gekomen' audiofiel wordt niet langer overwegend gekenmerkt door herhaalde en ongewenste uitbraken van het upgradevirus. De typering, 'tot rust gekomen' suggereert natuurlijk wel dat de epidemie geruime tijd heeft geheerst of heeft mogen heersen. Voor zover ik het bij mezelf kan beoordelen is mijn huidige audiofiele streven vooral gericht op het scheppen en behouden van muziekweergave die meer is dan de som van een aantal audiocomponenten, dan op het onverminderd en soms ronduit koortsachtig zoeken naar deelverbeteringen.
In 1991 kwam ik audiofiel gezien tot rust, na eindelijk een fraai gematchte set te hebben gerealiseerd. Dat betekent in de praktijk dat ik tussen 1992 en 2003 tot volle tevredenheid luisterde naar één geluidsinstallatie, zonder tussentijds de behoefte te voelen tot een echte upgrade van de hardware. Wel is er in die tussenliggende jaren de nodige aandacht besteed aan de akoestische eigenschappen van de diverse ruimtes waarin genoemde set heeft gestaan. De set zelf bleef, op twee luidsprekerwissels na, 12 jaar dezelfde.
Wat ik hiermee enkel wil aangeven is dat ik heel goed weet wat het is om aangestoken te zijn door het upgradevirus, maar dat ik ook weet wat audiofiele rust en stabiliteit is, namelijk de wens om simpelweg muziek te luisteren als het mij uitkomt zonder de stille, maar o zo manifeste wens om alweer wat te gaan veranderen.

Twee jaar geleden, in het voorjaar van 2003, kwam die weldadige, maar ook enigszins ingedutte rust abrupt op de helling te staan vanwege de aanschaf van een paar dipolaire luidsprekers (Apogee Stage, foto rechts). De aankoop daarvan was weliswaar een hele juiste keuze, maar bracht aanvankelijk alleen maar audiofiele onrust. Het leidde tot een onafwendbare kettingreactie, waarbij uiteindelijk alle oorspronkelijke hardware, tussen 1991 en 1992 aangeschaft, stap voor stap werd vervangen in de zoektocht naar een nieuwe match.
Het één leidde tot het ander; de aanvankelijke synergie was ineens weg. De zilveren bekabeling 'klopte' niet meer en werd uiteindelijk vervangen door een beduidend goedkopere bekabeling. De kleine Apogees werden binnen het jaar vervangen door hun grotere zusters; een logische stap gezien de bespottelijk lage prijzen waarvoor deze luidsprekers soms te koop worden aangeboden. De geïntegreerde versterker, die 12 jaar lang trouwe dienst gedaan had, moest worden vervangen. Er moest een voorversterker gezocht worden die recht kon doen aan de eindversterker die was aangekocht (Krell KSA50). Daarbij komt dat de opstelling van dipolaire luidsprekers een ramp is voor wie eigenlijk zo snel mogelijk weer rust en stabiliteit wil: de opstelling maakt bij deze luidsprekers de magie mogelijk waar ze om bekend staan, maar kan deze ook geheel of gedeeltelijk verhinderen. De akoestische infrastructuur voor dipolaire luidsprekers vraagt deels om een andere aanpak dan die voor dynamische luidsprekers en ook dit is het resultaat van trial, error en experiment. Dit alles speelde zich af tussen het voorjaar van 2003 en 2005.



De Blinde Vlek

Na twee jaar van experimenten, wijzigingen en aanpassingen was er begin maart 2005 eindelijk weer sprake van een stabiele situatie waarin het prettig luisteren was en de begeerde audiofiele rust kwam weer in zicht.
Dwars door alle veranderingen van 12 jaar heen was er echter één apparaat dat bij mij de tand des tijds doorstond, namelijk de cd-speler. Zo omstreeks 1990 was de Marantz CD-80 een alom gewaardeerde speler met een gunstige prijs/kwaliteitverhouding. Het apparaat kostte nieuw 2000 gulden en speelde een aantal duurdere concurrenten weg. Met name ook het loopwerk werd terecht geroemd; het heeft in al die jaren intensief gebruik nog nooit een krimp gegeven. De fysieke bouw levert een 'tank' van 15 kilo op met een volledig koperen binnenwerk voor elektromagnetische afscherming. Op de bijgaande foto is echter niet de CD-80 te zien, maar de inmiddels hiervoor in de plaats gekomen Marantz SA-1.

Hoewel twee jaar geleden door mij ook een losse DAC in gebruik werd genomen dateert die uit hetzelfde tijdperk: 1990. Hoe dan ook, de CD-80 is 12 jaar lang als het ware mijn referentie geweest, terwijl toch al vrij snel voor mij vaststond dat het apparaat niet vrij was van de digitale kinderziektes van het eerste uur. In het hogere middengebied, waar vrouwenstemmen, blazers en violen regeren met hun boventonen, is zelfs bij goede opnamen duidelijk enige randscherpte te horen. Alle upgrades, veranderingen en akoestische aanpassingen hebben dit niet kunnen wegnemen. De ruimtelijke afbeelding, met name de diepte, is altijd wat onder de maat geweest, ongeacht de ruimte waarin de apparatuur speelde of de luidsprekers die eraan hebben gehangen. Ook het oplossend vermogen, tot uiting komend in micro-detaillering, ligt heel wat lager dan ik me in werkelijkheid zou wensen.

Een blinde vlek is pas een blinde vlek als ie ook als zodanig werkt.
Hoewel het voor mij allang duidelijk was geworden dat de CD-80 anno 2005 geen sterke partij meer was, had ik in mijn eigen luisteromgeving nooit een andere cd-speler van enige betekenis gehoord. Hoewel ik bij andere mensen kon waarnemen dat de betere cd-spelers heel wat verfijnder in het middengebied en het hoog konden klinken, had ik dit nooit zelf kunnen beluisteren in mijn eigen omgeving. Strikt genomen had ik begin april 2005 dus geen tastbaar idee wat een goede cd-speler anno 2005 aan verbetering zou kunnen opleveren
in mijn eigen audioset, terwijl ik me toch ook realiseerde dat hier waarschijnlijk de grootste winst te behalen viel. De zwakste schakel in het geheel, de cd-speler, was mogelijk zwakker dan ik zelf vermoedde, maar aan dat vermoeden zou snel een eind komen.....



Het Juiste Moment

Als adviseur voor 'akoestiek thuis' kwam ik tegen het eind van 2004 in contact met Ron Ploeger van Callas-Audio.

Ron importeert onder andere een aantal Amerikaanse audioproducten, waaronder BAT - Balanced Audio Technologies. In een gemoedelijke sfeer konden we elkaar van wederzijdse adviezen voorzien. Hij deed dat onder andere door me te wijzen op de heiligschennis die ik pleegde door soms gebruik te maken van een glazen designrackje voor de audio-apparatuur; ik op mijn beurt kon hem wijzen op het nut en de implementatie van gerichte akoestische aanpassingen.

Toen Ron mij in de loop van maart vroeg of ik interesse zou hebben om de nieuwe BAT VK-D5se cd-speler eens te beluisteren bij mij thuis aarzelde ik geen moment, temeer omdat de speler tenminste twee weken zou mogen blijven. Uiteindelijk werden het er bijna vier......
Op het juiste moment kwam er dan een echte cd-speler; een speler die hoge verwachtingen wekte vanwege zowel de prijs als de beloofde prestatie. Ik schreef Ron
"dat ik in alle gevallen voorbereid was op een openbaring". Het zou een openbaring zijn indien de speler mijn verwachtingen waarmaakte of overtrof, want dan zou ik bij me thuis iets gaan horen dat ik nog niet kende. Het zou ook een openbaring zijn als deze cd-speler niet, of niet erg veel beter bleek te presteren dan de oude CD-80. Natuurlijk hoopte ik op het eerste, ook al zou dat betekenen dat de CD-80 dan echt tot de vorige eeuw was gaan behoren....


naar boven


In Goed Gezelschap

De rest van de geluidsinstallatie bestaat uit een oude Krell KSA 50 (geen S!) eindversterker, in uitstekende conditie verkerend. Als voorversterker doet de AudioResearch LS-7 dienst, een lijnversterker die volledig is opgebouwd rond vier buisjes (6922) en bekend staat om een open en helder klankbeeld -- helemaal niet tube-alike -- dat bij mismatchen gemakkelijk kan doorslaan in overdreven analyse en een zekere hardheid.

De gebruikte luidspreker is de Apogee Duetta Signature, een fullrange ribbonluidspreker met een weergave die aan het ondereinde van het spectrum bruikbaar doorloopt tot 30Hz. De goedkoopste interlinks van Nordost - Black Knight - verbinden deze componenten en de luidsprekers worden middels een Nordost Flatline biwire kabel verbonden met de eindversterker.

De ruimte waarin dit alles is opgesteld is uitsluitend in gebruik voor muziekweergave en is tegelijk een proeftuin voor mijn akoestische experimenten. In zijn huidige vorm zijn ruimte en luidsprekers samen in staat om het in de opname besloten ruimtelijke geluidsaandeel integraal neer te zetten. De ruimte als geheel doet mee; de ruimte is daadwerkelijk een actief audiocomponent, dat erop is gericht zichzelf weg te cijferen in ruil voor het muzieksignaal. Daarin komt de huidige ruimte al een heel eind. Ook bij de oude Marantz CD-80 is het niveau van genieten en simpelweg luisteren erg bevredigend. De BAT cd-speler verkeert mijns inziens in goed gezelschap en mag zijn kunsten vertonen in een volkomen op muziek toegesneden omgeving.



BAT VK-D5se

"The VK-D5se demonstrates how lifelike and involving digital playback can be"

Dit meldde het informatieblad van Balanced Audio Technologies over deze speler. En dat is natuurlijk nogal wat, maar als u het zich echt gemakkelijk wilt maken kan de rest van deze review gewoon overgeslagen worden, omdat mijn eindconclusie zal zijn dat deze speler in staat is om een verschrikkelijk levensecht klank- en ruimtebeeld vol boeiende details neer te zetten, dat je ertoe aanzet om te blijven zitten en weer wat nieuws op te zetten. En dat niet alleen de eerste avond, maar ook nog op de avond voor het afscheid.......

De rest van deze review is zodoende eigenlijk
bijzaak; als het apparaat geen muziek had gemaakt maar gewoon geluid uit zou braken, dan had ik niet zoveel tijd gestoken in het opschrijven van mijn bevindingen.
De grote kracht van dit apparaat zit allereerst in het gegeven dat geen van de belangrijkste aspecten van muziekweergave zichzelf op de voorgrond dringt ten koste van een ander aspect. Omgekeerd is er ook geen aspect dat zichzelf drukt of op de vlakte houdt, met uitzondering wellicht van de dynamiek. Hierover later meer.
Het is boven alles een speler die boeit, omdat ie steeds in staat is om heel veel informatie uit een willekeurige opname te halen en dit weet neer te zetten op een manier die respect afdwingt vanwege het evenwicht en de voorname rust die geluid kenmerkt zonder een kwalificatie als saai of levenloos te verdienen. Integendeel zelfs; er is namelijk ook wat je noemt detail!

De techniek van het apparaat is verfijnd en doordacht, maar omdat ik weinig technische kennis op dit gebied in huis heb kan ik slechts herhalen wat men aan informatie vrijgeeft.

Het is uiteraard een
volledig gebalanceerd apparaat, alhoewel ik van die mogelijkheid geen gebruik heb kunnen maken met mijn eigen apparatuur. Er zitten twee stel analoge uitgangen op: 1 x gebalanceerd en 1 x single ended. Deze laatste set uitgangen werd door mij gebruikt.

Het transport wordt verzorgd door een Philips loopwerk dat zijn werk zonder haperen en op zijn dooie gemakje doet. Commando's via de knoppen op het frontpaneel of de afstandsbediening worden zonder mankeren verwerkt en uitgevoerd. De afstandsbediening is een vrij zwaar metalen exemplaar dat goed in de hand ligt en waarschijnlijk tegen een stootje kan.

Het door de 24/192 dac omgezette signaal wordt versterkt door een viertal specifiek door BAT toegepaste buisjes van russische makelij, de "6H30 SuperTubes". Aan de uitgang verschijnt een vriendelijke 1,2 volt die ervoor zorgt dat de volumeregelaar van de voorversterker een heel rustig opgebouwd verloop krijgt. De meeste cd-spelers hebben, voor zover ik weet, een uitgangsspanning van 2 volt of zelfs meer, waardoor de volumeregelaar veel eerder 'maximaal' bereikt.

Via frontpaneel èn afstandsbediening is de absolute fase van het uitgangssignaal omschakelbaar, maar volumeregeling is via de cd-speler niet mogelijk. De speler beschikt over een standby schakelaar op het frontpaneel, terwijl de echte aan/uit schakelaar achterop het apparaat zit. Het is dus de bedoeling om de speler niet uit te schakelen bij dagelijks gebruik, maar gewoon in standby te zetten. De vier buisjes blijven dan gloeien en produceren nog behoorlijk veel warmte. Uitschakelen is wel zinvol bij incidenteler gebruik.

Een uitspraak over het uiterlijk van een apparaat is eigenlijk een uitspraak over de eigen smaak. Van mij had BAT best iets meer fantasie mogen gebruiken dan het simpelweg bouwen van een rechthoekige zwarte doos. Tegelijkertijd laat het uiterlijk mij persoonlijk koud, wanneer de prestaties naar wens zijn. De kast van de speler bestaat uit een torsievrije metalen korf die volledig met sleuven is bewerkt. Ventilatie vindt van alle kanten behalve de voor- en achterzijde plaats en dat is ook wel nodig,
omdat de speler zowel in standby als in de normale actieve speelstand vrij veel warmte afgeeft. Het maximale verbruik is volgens de fabrikant 150W en dat is bepaald niet weinig voor een cd-speler, lijkt mij.
BAT zelf heeft uiteindelijk niets teveel gezegd over haar speler; die maakt gehoormatig en bouwtechnisch waar wat men zelf erover zegt: levensechte en betrokkenheid oproepende weergave.


naar boven


De Euforie van het Nieuwe

Het is een bekend verschijnsel, deze 'euforie van het nieuwe'. Het doet zich voor bij iedere audiofiel die een upgrade van betekenis meemaakt. Het is de hele menselijke eigenschap om allereerst alle goede, mooie en verbeterde kanten van de upgrade te horen, omdat die gewoon als eerste echt opvallen. Wanneer het een upgrade van formaat is, is het de eerste tijd echt rozengeur en maneschijn; keerzijdes worden nog niet gehoord of wellicht zelfs genegeerd waar mogelijk. Eventuele minpunten ontsnappen geheel en al de aandacht, omdat diezelfde aandacht zich terecht richt op al dat moois dat eerst maar eens aangehoord en verwerkt moet worden.

De euforie van het nieuwe is altijd een hele leuke ervaring. Ik mag het graag meemaken, ook als het om een tijdelijke upgrade gaat of -- zoals hier -- om een logé. De eerste indruk die de BAT-speler op mij maakte wekte beslist de nodige euforie op.

Dat wat me het eerste opviel is dat wat aan het eind nog steeds als een mijlpaal overeind stond: een zeer fraaie tonale balans. Dit was werkelijk de eerste keer in mijn audiofiele loopbaan dat ik bij mij thuis naar een set kon luisteren die een rijkdom aan detail, macro èn micro, wist te paren aan rust.
Het is immers maar al te vaak of het een, of het ander en zelden gaan en/en hand in hand - rust en analyse staan vaker lijnrecht tegenover elkaar dan dat ze hand in hand gaan, ook bij apparatuur waarbij dat gezien de prijsstelling eigenlijk geen issue meer moest zijn.

Detail en analyse zijn eigenschappen die in high-end kringen terecht gekoesterd en hogelijk gewaardeerd worden, maar ze gaan al te vaak ten koste van timbre, textuur en tonale rijkdom. Het is een zeldzaamheid wanneer een set 'inkijkbaar detail' kan bieden zonder een spoor van felheid of - erger - hardheid. Ik besef dit, omdat ik beroepsmatig heel veel verschillende sets hoor in heel veel verschillende woon- en luisterruimtes. 'Inkijkbaar detail' is zo zeldzaam, dat ik diep in mijn herinnering moet om na te gaan waar en wanneer ik het ooit eerder hoorde.

Een psycholoog zal nu misschien zeggen dat ik geconditioneerd was in het luisteren naar een wat fel en soms ook hard midhoog en dat ik daarom meteen zo aangenaam getroffen werd door de afwezigheid ervan bij de BAT-speler. Ik heb dat hierboven immers zelf ook toegegeven in "de blinde vlek". Ik zou het met de psycholoog eens zijn dat dit gedurende de eerste 30 minuten zeker het geval is geweest; toen bestond er inderdaad niets anders dan aandacht voor dat aspect. In de resterende vier weken dat de speler bij mij heeft gestaan hebben zeven verschillende mensen ernaar geluisterd, sommige geschoold in luisteren en anderen niet. Al die meningen, inclusief die van mijzelf, waren vrij unaniem; de een vond het fijnzinnige hoog opvallend; een ander prees het middengebied, maar
allemaal roemden ze de rijkdom aan detaillering zonder enige scherpte of neiging daartoe. Ook niet bij oude opnames die volgens velen ondraaibaar zouden zijn op een hoogwaardige audioset.
Audiomisverstand numero uno was weer eens door de mand gevallen......

Bij die eerste indruk was ook de
coherentie van het geluidsbeeld opgevallen, zo noteerde ik destijds. Instrumenten treden ver buiten de grenzen van het platte vlak tussen de luidsprekers en lijken dan daadwerkelijk fysiek ruimte in te nemen. Tegelijkertijd is rondom die fysieke locatie ook de uitstraling van geluid vanuit dat punt waarneembaar.
In het engels, waarin het veel makkelijker schrijven is over dit soort subjectieve beleving, zou men zeggen:
"the sound blooms around the source that emanated it". Ofwel: een instrument of stem neemt niet alleen fysieke ruimte in op de plaats waar het wordt afgebeeld, maar dijt vanuit die plek ook bolvormig uit en loopt dan fraai over in de andere "bolvormen" die door andere instrumenten of stemmen elders in het beeld worden neergezet. Zoals het scheidend vermogen in horizontale en verticale lijnen de prestaties van een beeldscherm definiëren, zo draagt het scheidend vermogen van het geluidsbeeld van deze speler eraan bij dat "dichtlopen" een eigenschap is die zelfs bij complexe muziekstukken niet aan de orde is. Ik heb me er regelmatig over verbaasd hoe het apparaat zich daarin onderscheidde van de Marantz, waarvoor datzelfde dichtlopen van het geluidsbeeld wel degelijk een issue is bij complexe passages.

Dat wat ik hierboven nu omschreef als coherentie is niet alleen een verdienste van deze cd-speler. Het manifesteerde zich, in mindere mate, ook al met de oude CD-80 en is een van de aanwijzingen dat de ruimte zelf een ondersteunende rol speelt als actief audiocomponent.

Een ruimte die akoestisch ongunstig is kan bijvoorbeeld nog best een mooi klankbeeld mogelijk maken, maar tegelijkertijd het ontstaan van ruimtelijke coherentie verhinderen, met name door een overmaat aan ongecontroleerde reflecties. Akoestiek omvat diverse parameters, waarmee het niet allemaal even goed of slecht gesteld hoeft te zijn. Echter, de grootsheid waarmee de BAT-speler de opnameruimte tot leven brengt werd ook door alle luisteraars als heel overtuigend ervaren.

Het derde aspect dat mij direct opviel was de
verminderde dynamiek tov de Marantz cd-speler. Hoewel het laag van de BAT-speler zowel dieper als gecontroleerder werd neergezet, was de kracht en punch opvallend afgeslankt in vergelijking met de Marantz. Experimenten met netsnoeren maakten duidelijk dat het een inherente eigenschap is van de speler; een eveneens geleend NBS-netsnoer gaf het krachtigste klankbeeld voor wat betreft het laag, maar leek aan de andere kant iets weg te nemen van de fijnzinnigheid van het hoog die met het Kondo-netsnoer zo aangenaam werd neergezet. Subtiele verschillen, dat wel, maar toch de slagroom op de taart. Mijn voorkeur gaat zonder twijfel uit naar het Kondo netsnoer in combinatie met deze speler.

Naschrift, ongeveer drie weken na de test genoteerd:

Nadat Ron zijn BAT-speler weer had opgehaald is de Marantz weer aangesloten als stand-alone. Het allereerste wat dan opvalt is een overtuigender en krachtiger laag en het ritme (pace & rhythm); men zei destijds al dat de CD-80 hierin zo uitblonk; ik kan dat wel begrijpen.
Alhoewel de CD-80 niet de diepe laagdefinitie haalt van de BAT-speler, geef ik er -- na 2 weken luisteren naar mijn eigen aparaat -- toch de voorkeur aan boven het laag van de BAT. Niettemin zou ik geen seconde twijfelen als ik mocht kiezen......



naar boven


Luisteren - Veel en Vaak

Dat wat er na het wegebben van de euforie van het nieuwe overblijft is de duurzame indruk die het apparaat achterlaat, goed, slecht, of iets er tussenin. Het verdwijnen van die euforie is net zoiets als het overgaan van verliefdheid: er komt als het goed is iets voor in de plaats dat maakt dat je altijd aan die euforie herinnert zult worden èn dat je duidelijk maakt waarom je voor het apparaat koos. In de weken die volgden heb ik behoorlijk wat uren in mijn domeintje doorgebracht en geluisterd naar uiteenlopende muziek uit eigen collectie.

Iets wat ik altijd al wel besefte, maar wat door deze speler ook daadwerkelijk bewezen wordt, is dat audiofiele opnames niet zozeer alleen uitblinken in het feit dat ze zo mooi
klinken. Mooi klinken doen heel veel opnames; ook opnames die verder geen enkele audiofiele ambitie hebben. Een goed voorbeeld is "Child in Time" van Deep Purple, waarvan de studioversie op "Deep Purple in Rock" te vinden is. Een van de luisteraars merkte op dat mijn gewone cd uit de winkel heel wat meer van dit nummer liet horen dan zijn speciale geremasterde editie thuis. Child in Time is echt zo'n nummer dat je als audiofiel geneigd bent af te zetten, of tenminste flink zacht te zetten, als het intro eenmaal voorbij is. Dat was al niet het geval voordat de BAT-speler langskwam, maar het was zeker verbazingwekkend wat die speler nog allemaal uit die meer dan 30 jaar oude opname weet te decoderen. En dat in elk geval zonder de digitale randscherpte die door zoveel mensen klakkeloos wordt toegeschreven aan het principe van digitaal an sich, alsof digitaal en scherpte synoniem zouden zijn.

Welnu, ik durf wel hardop te stellen dat het bezit van een cd-speler van het kaliber van deze BAT de hang naar vinyl overbodig maakt. Wie echter om meer gevoelsmatige redenen het handwerk en rituele geprul met de magische vinylparafernalia verkiest moet dat natuurlijk gewoon blijven doen.... Daar is helemaal niks mis mee.
Wellicht is de grootste verdienste van deze cd-speler het gegeven dat ie in één hoorbare klap kan afrekenen met het hardnekkige vooroordeel dat vinyl per definitie beter zou zijn dan digitaal.

Je kunt als audiofiel misschien wel tot in het diepst van je heilige huisje getroffen worden door zo'n uitspraak, maar dat is niet waar het hierboven om gaat; dat wil je er hooguit in lezen, maar het staat er niet.....

Als je er eerlijk naar kijkt is dit gewoon het equivalent van het even hardnekkige en onnodige vooroordeel dat digitale fotografie inferieur zou zijn aan analoge (chemische) fotografie. Dat is althans wat fotografen beweren die zich krampachtig verzetten tegen nieuwerwetse ontwikkelingen. Dat inferieure was ooit zeker aan de orde, zowel bij cd als bij fotografie, maar die tijd is nu wel voorbij. Het bewijs dat digitale kinderziektes overwonnen zijn en in plaats daarvan een vloeiende en tegelijk doortastende weergave mogelijk is met het glimmende schijfje wordt wat mij betreft wel geleverd door deze speler.
U zult wellicht opmerken dat ik nog nooit
UW draaitafel hoorde bij U thuis en dat is mogelijkerwijs waar. Daar staat tegenover dat ook U nog nooit de BAT-speler hoorde bij MIJ thuis en dus weet u wellicht ook niet waar ik nu eigenlijk van spreek......

Beide mediums staan in hun huidige staat van ontwikkeling wat mij betreft
naast elkaar op eenzame hoogte. Onwetendheid, al of niet in combinatie met de bekende audiofiele starheid, laat sommige mensen per definitie voor de draaitafel kiezen en andere per definitie voor de cd, maar elk ontzegt zich daarmee de ontdekking van een ander, even volwaardig medium.



Het Hoog

Als voorbeeld voor een omschrijving van de kwaliteit van zoiets als de hoogweergave neem ik Patricia Barber's "Café Blue" en Eric Clapton's "Live on Tour 2001" cd. De opnames liggen op allerlei punten mijlenver uit elkaar: de eerste is een schoolvoorbeeld van moderne studio-opnametechniek die mij de mond doet openvallen; de tweede een schoolvoorbeeld van hoe een live-registratie hetzelfde kan doen. Toch is in beide gevallen de hoogweergave in grote mate verantwoordelijk voor het verschil tussen mooie muziek en schitterende muziek. Beide opnames zijn op dat gebied onberispelijk (ook op andere gebieden hoor...).
Café Blue bevat zo ongeveer het
'rijkste' hoog dat ik tot nog toe hoorde; het is zo'n cd waarin alleen al datgene wat er in het hoog gebeurt een belevenis op zichzelf is. Nuance, samenklank, enorm felle dynamiek en zeer subtiel koperslagwerk toveren een zodanig fraai hoogtapijt te voorschijn, dat het een ontdekking op zichzelf kan zijn.
Clapton's live album is een strak geregisseerd, door-en-door gerepeteerd arrangement dat zeer zorgvuldig wordt uitgewerkt door de muzikanten; de opbouw van nummers naar een climax laat horen hoe elke muzikant na elke vier maten net een db'tje harder gaat spelen, allemaal tegelijk en samen in gelijke mate, en toewerken naar een brug of solo zonder dat de uithalen op de gitaar van Clapton zich verliezen in de uitbarstingen van het rijke scala aan koper dat de drummer tot zijn beschikking heeft en ook ten volle benut.
(Deze dubbel-cd is trouwens voor een spotprijs te koop bij hifidiscs.nl.)

Voor beide opnames geldt dat wat er ook gebeurt, hoeveel er ook tegelijkertijd neergezet moet worden, het behoudt zijn drie dimensies zonder tot één brij ineen te vloeien. Het onderscheid tussen de solisten blijft overeind en het is onwaarschijnlijk fraai om te horen hoe temidden van het geweld ook de microdetaillering gewoon door blijft gaan!
Er zijn natuurlijk wel meer van dit soort uitdagende opnames te bedenken. Een cd als "Ray of Light" van Madonna kan gemakkelijk terzijde geschoven worden als een donkere brij met opgefokt laag en onwezenlijk hoog. Zo klinkt het ook, wanneer het scheidend vermogen van hardware en/of ruimte roet in het eten gooien. "Sky fits Heaven" is een nummer van die cd dat drijft op kunstmatige ruimtelijke manipulaties, zo overtuigend, dat geluiden zelfs tot vlak voor, opzij en achter je vandaan komen. Probeer het maar; met name deze track omhult je met geluid als een soort warme deken, als je geluk hebt.
Kunstmatig gemaakt, maar o zo overtuigend en waarom zou dat geen kunstvorm op zich zijn? De mannen van Yello kunnen dit ook, net als Prodigy of Faithless. Allemaal studioruimte, maar heel wat minder verfoeilijk als het lijkt wanneer het via de BAT wordt neergezet. Er waren twee luisteraars die daadwerkelijk luidsprekers opzij en achter vermoedden bij de fraaiste voorbeelden van kunstmatige ruimtelijkheid.

Ik ga geen soortgelijke uitwijdingen over bijvoorbeeld het middengebied of het laag houden. Volgens Ron Ploeger van Callas-Audio, die uitgebreid heeft geluisterd voordat hij de speler mee terugnam, was hij het meest getroffen door de natuurlijke klank van het middengebied (de stemmen), de diepgang van het laag en de ruimtelijke integriteit van het geluidsbeeld. Dat zijn juist aspecten die van zichzelf al het karakter van de Apogee luidsprekers typeren, altijd al om hun fraaie middengebied, stemweergave en vloeibare ruimtelijkheid geprezen. Eén luisteraar, zelf ook bezitter van dipolaire paneelluidsprekers, roemde de kracht van de laagweergave, terwijl een andere bezoeker, liefhebber van krachtige dynamische systemen, het laag wat rustig en krachteloos vond.....
Het mooie is dat beide luisteraars gelijk hebben.....!

Terwijl men over deelgebieden, zoals laag, midden of hoog een eigen, veelal smaakgebonden mening had, was de overall indruk toch verrassend eenduidig de herkenning van heel veel meeslepende en natuurlijk klinkende muziek. Bespreking van deelgebieden is voor anderssoortige apparatuur misschien geschikt; het is hier mijns inziens niet op zijn plaats. Waar muziek besproken wordt dient geluid gemeden te worden.....


naar boven


Moraal?

Louter voor mezelf sprekend begrijp ik nu waarop men soms doelt, wanneer deze of gene met stelligheid beweert dat digitaal wel degelijk muzikaal, meeslepend en echt kan klinken. Ik heb het zelf gehoord.....
Ik heb gehoord wat 15 jaar digitale evolutie in de praktijk betekent -- de Marantz staat zijn mannetje beslist nog in 2005, maar laat ook horen uit een andere tijd te stammen.

Deze BAT-speler is een apparaat met een duidelijke statement:
"ik ben hier alleen om muziek te maken"; geen franje, geen fraaie termen met breedvoerige verhalen om het gebruik van een of ander type weerstand of condensator op te hemelen, alsof die het verschil tussen een goed en een slecht ontwerp zouden kunnen betekenen. Gewoon een degelijk apparaat dat je maar beter niet direct op grond van zijn 'looks' zou moeten beoordelen, maar door er een weekend of langer rustig naar te luisteren in een vertrouwde omgeving. Als dat niet leidt tot een bijzonder goed gevoel over het apparaat, dan bent u misschien wel een al te gelukkig mens, voor wie het niveau van muziekweergave dat ik de afgelopen maand beleefde heel gewoon is geworden.

Het lijkt me toch wel zinvol om een speler zoals deze op te nemen in een audioset die in staat is om de inherente rijkdom aan nuances die op een cd zijn opgeslagen, zowel op micro- als op macroniveau, daadwerkelijk neer te zetten in een ruimte die er weg mee weet. Ik kan me zomaar voorstellen dat deze zelfde speler, in een situatie waarin concessies zijn gedaan aan bijvoorbeeld de opstelling van de luidsprekers of de inrichting van de ruimte, in het geheel niet positief op hoeft te vallen en mogelijk zelfs slecht presteert in een rijtjesvergelijking van apparaten.
Het eerder slanke dan vette laagkarakter kan in sommige audiosets uitstekend matchen. Het zal ook kunnen voorkomen dat het juist niet goed past. Afgezien van de toch wat eigenzinnige laagweergave en de mogelijk wat tamme dynamiekweergave, zal deze speler beslist tot zijn recht komen in een goede set.

De VK15 ontstijgt wat mij betreft het reviewniveau dat tot doel heeft om een
waarde-oordeel te vellen over hoe ruimtelijk de weergave is, hoe strak en doorzichtig het laag blijft in complexe passages, hoe fijnzinnig de hoogweergave is. Aan al die kwalificaties voldoet dit apparaat gewoon; al die deelgebieden worden vanzelfsprekend en in de juiste verhoudingen weergegeven, anders zou het apparaat nooit het realiteitsgehalte kunnen oproepen waartoe het in staat is. Daarvoor is meer nodig. Het is, dat herhaal ik nog maar eens, verbazingwekkend wat ie weet te decoderen uit het digitale signaal. En dat is bijvoorbeeld geen kwestie van hoe ruimtelijk ie dat doet, maar meer op welke wijze hij die ruimte telkens invult, al naar gelang de in de opname besloten informatie.

Als deze speler een boekvertaler zou zijn, dan zou hij niet alleen de woorden van het boek vertalen, zoals een beginnend of matig getalenteerd vertaler zou doen, maar dan zou hij ook de intentie, de emotionele toonzetting en het taalgebruik van de oorspronkelijke maker van het te vertalen stuk in één en dezelfde poging meevertalen, en zo een verhaal neerzetten dat een even meesterlijke weergave is als het verhaal in de oorspronkelijke taal en bedoeling van de schrijver.
Zo'n vertaalvermogen overstijgt zelfs het vermogen tot subtiel woordgebruik en meesterlijke zinswendingen. Een kundig vertaler weet die natuurlijk te herkennen en er de juiste interpretatie aan te geven, maar hij zal ze nooit alleen maar gebruiken omdat het zo mooi is om ze te gebruiken!
Er kunnen complete boeken bestaan waarin hij het mogelijkerwijs in het geheel niet zal toepassen omdat het niet bij de intentie van de oorspronkelijke schrijver hoor.

Wellicht vraagt u zich nog af in welke prijsklasse deze speler ondergebracht moet worden. Het is een prijsklasse die voor mij in elk geval boven de grens van haalbaarheid uitgaat, alhoewel het gelukkig niet een van die producten is waarin de relatie tussen prijs en product volledig zoek is. Ik ken wel een aantal mensen die 8500 euro voor een broncomponent kunnen en willen uitgeven. Voor ieder van die mensen zou deze speler een serieuze kandidaat behoren te zijn, indien zij voornemens zijn om hun digitale front-end te gaan vervangen.

17 mei 2005.
Toine Dingemans.


naar boven