A
Neem een in alle opzichten verantwoord en
succesvol gematchte set en stel deze zo audiofiel
mogelijk op in een hele grote badkamer of kale
ruimte.
Ga zitten, luister en beoordeel......
B
Stel vervolgens deze zelfde set op in een
akoestisch succesvol geoptimaliseerde
luisterruimte van gelijke inhoud als de badkamer
en desgewenst met dezelfde afmetingen als de
badkamer.
Ga zitten, luister en beoordeel......
Het lijkt op het eerste
gezicht misschien absurd om een grote badkamer als
voorbeeld te nemen voor dit experiment, maar in feite
bieden moderne woonkamers op grond van hun
constructie en aankleding niet veel meer natuurlijke
absorptie als een badkamer met vergelijkbare
afmetingen. Er zijn dan ook meer overeenkomsten dan
verschillen.....
In beide ruimtes zijn alle wanden, vloer en plafond
akoestisch hard en bieden slechts enkele procenten
absorptie over de gehele frequentieband. Het maakt
nog maar weinig uit of de wanden nu 4% van het
opvallende geluid absorberen (badkamer) of 6% (betonnen,
gepleisterde, stenen of gipswanden en parketvloeren).
In beide gevallen is dat te weinig breedbandige
absorptie, omdat 4, resp. 6% absorptie automatisch
ook impliceert dat 96, resp. 94% van het opvallende
geluid gereflecteerd zal
worden en dus een bepaalde tijd in de ruimte blijft 'hangen'
-- inderdaad, de nagalmtijd.
Een lange nagalmtijd kan, afhankelijk van de inhoud
van de ruimte, zomaar 1,5 seconde of meer bedragen,
waar 0,4 seconde een correcte waarde zou zijn. De
nagalmtijd wordt in een gemiddelde woonkamer nog wel
enigszins bekort omdat er meestal een kleed of kleden
liggen en meubels en andere objecten staan - allemaal
zaken die je in een badkamer niet aantreft, maar
evenmin in de dedicated luisterruimte die onder B is
genoemd!
In bovenstaande A-B
vergelijking is slechts één component in de
keten gewijzigd: de ruimte zelf. Hieruit volgt
dat er ook slechts één component bepalend is
geweest voor het enorme verschil in de
uiteindelijke kwaliteit van de weergave: de
akoestiek van de ruimte. De hardware was immers
onberispelijk en in beide gevallen identiek!
Op zichzelf is hiermee bewezen dat akoestiek een
component is dat een zeer grote invloed uitoefent
op de uiteindelijke geluidskwaliteit. Het zal
niet mogelijk zijn om zelfs aan de fraaiste
hardware ook maar bij benadering het volledige
weergavepotentieel te onttrekken, als niet ook de
akoestiek enigszins gelijke tred houdt met de
overige componenten.
De badkamer of de niet
aangeklede (dedicated luister)ruimte zal meer dan 90%
van het geluid dat daarin opgewekt wordt terugkaatsen
en dus minder dan 10% absorberen. Het geluidsbeeld
slaat snel dicht door overmatige reflecties naarmate
het volume hoger wordt. Versmering van de ruimtelijke
presentatie is een logisch gevolg: meer dan 90% van
het in de ruimte door de geluidsinstallatie opgewekte
geluid sterft niet tijdig uit en mengt zich zogezegd
met het geluid van de volgende muziekmaat.
Anders gezegd: de ruimte raakt letterlijk verzadigd
met indirecte ofwel
gereflecteerde geluidsenergie, die in een akoestisch
correcte ruimte van gelijke inhoud al zou zijn
uitgestorven om plaats te maken voor de bij de huidige
maat behorende boventonen en
vroege reflecties. In de badkamer of de onbehandelde
luisterruimte hoor je bij de huidige muziekmaat nog
de naweeën van één, twee of drie eerdere maten.....
Dit is het probleem
van nagalmtijd in een notendop en de
belangrijkste oorzaak voor de helft van de
akoestische problemen in een gemiddelde
onbehandelde luisteromgeving!
Het direct door de
luidsprekers afgestraalde geluidsaandeel is sterk
bepalend voor de afbeeldingsscherpte,
overtuigingskracht en stabiliteit van het stereobeeld.
In een correcte akoestische luisteromgeving is het
één van de fundamentele doelstellingen om welbewust
een goede balans te creëren tussen het directe en
het indirecte (= weerkaatste) geluidsaandeel.
In een editruimte is
een zo krachtig mogelijk direct geluidsaandeel een
ontwerpcriterium, hetgeen in de praktijk een lage
breedbandige nagalmtijd vereist (0,25-0,45s) en
doorgaans een kleine luisterdriehoek en speciaal voor
dit doel ontworpen luidsprekers (nearfield monitors).
In een tweekanaals luisterruimte
is een krachtiger indirect
geluidsaandeel nodig om een goede indruk van
ruimtelijkheid te herscheppen, zoveel mogelijk
overeenkomstig die welke in de opname zelf is
verwerkt. Een algehele nagalmtijd van 0,35-0,6s is
hier het streven.
In een thuisbioscoop is
een kortere nagalmtijd nodig als in een tweekanaals
luisterruimte, maar vanwege het grotere aantal
geluidsbronnen (luidsprekers) is speciale aandacht
voor het indirecte geluidsveld (in de vorm van
diffusie en een meer doordachte verdeling van
absorberende oppervlakken) een must om met enige
realiteitszin een meerkanaalsopname af te kunnen
spelen. Zo is de na te streven balans tussen indirect
en direct geluid voor een deel afhankelijk van het
gebruiksdoel van de ruimte. Een binnenhuisarchitect
gaat er van uit dat een breedbandige nagalmtijd van 0,5-0,6
seconden een prettige ambiance oplevert om in te
wonen of te werken, maar dit streven wordt tijdens de
bouw van een huis zelden actief in overweging genomen.
Het correct
uitsterven van geluiden, van laag tot hoog, is
niet een toevallig gevolg van de inrichting maar
het resultaat van een welbewuste en doordachte
aankleding van die ruimte. Zelfs bij hoge
luistervolumes zal het indirecte geluidsaandeel
niet de overhand kunnen krijgen, omdat de ruimte
in staat is om de akoestische energie die erin
opgewekt wordt voldoende snel 'af te voeren' (om
te zetten).
Het in audiofiele kringen
bekende verschijnsel van "versmering
van het geluidsbeeld" is
in veel gevallen recht evenredig aan de nagalmtijd
van de ruimte. Het komt overigens ook voor dat de
kwaliteit van de hardware zelf een rol van betekenis
speelt bij dit fenomeen, waardoor een overtuigende
ruimtelijkheid doorgaans ver achterblijft bij de
klankkwaliteiten van het systeem. Een lange
nagalmtijd ( > 0,7 sec.) zal maken dat het
indirecte geluidsaandeel - de reflecties - snel de
overhand krijgt. Rust in de weergave zal simpelweg
een utopie worden, zelfs bij toepassing van de beste
of meest compromisloze hardware. Zowel de dynamiek
als de micro-detaillering gaan ten onder in de
restverschijnselen die twee maten geleden nog actueel
waren. Het geluid klinkt niet "schoon" en
veel opnamen krijgen daardoor volkomen onterecht het
predikaat "ondraaibaar" of "slecht"
mee. De kwaliteit van de weergave in de kale
reflectieve ruimte van het experiment is
vanzelfsprekend droevig; diezelfde geluidsinstallatie
in een ruimte met een correcte nagalmtijd is wellicht
hemels, zeer zeker waar het een goed gematchte set
betreft. De kwaliteit van de apparatuur kan hieraan
evenwel niets veranderen omdat het probleem in dit
geval helemaal niet door de hardware wordt
veroorzaakt, maar voor rekening van het vergeten
component 'akoestiek' komt.