Leesvoer



Akoestiek is een Component

Toine Dingemans -- juni 2005

 

Akoestiek gaat over de gedragingen van geluidsgolven en hoe deze te manipuleren en naar de hand te zetten.
In de praktijk van de muziekliefhebber thuis gaat akoestiek over geluidsgolven in een begrensde en relatief kleine ruimte - d.w.z. in een ruimte die in zijn simpelste vorm de van huis uit aanwezige vloer, muren en plafond als fysieke grenzen heeft.
Het gedrag van geluidsgolven in een begrensde ruimte is bekend en op bepaalde punten zeer voorspelbaar, waardoor doelgericht ingrijpen in dat gedrag prima mogelijk is. Als zodanig is akoestiek dus één van de componenten die samen met heel wat andere een geluidsinstallatie vormen.
Dit artikel wil inzicht bieden aan de basis: wie begrijpt wat akoestiek inhoudt begrijpt doorgaans ook de noodzaak om dit component met evenveel respect en verstand te benaderen als elk van de andere schakels.

Dit artikel is een uitgebreide samenvatting van de presentatie over Akoestiek Thuis die door SoundScapeS werd gegeven ten overstaan van de Audiovereniging Midden Nederland. In de rechterkolom vindt u een aantal foto's van de proefopstelling met tubes, die ter plaatse was neergezet om de luistersessies kracht bij te zetten. Deze foto's kunt u aanklikken voor een vergroting.



Componten, Schakels en Ketens
Een uitgekauwd en overbekend cliché blijkt bij nader inzien passend om in één keer terug te gaan naar de basis van geluidsweergave in de praktijk. Dat cliché luidt:

"Een ketting is slechts zo sterk als diens zwakste schakel".

Het is een waarheid als een koe.

Er is geen zichzelf respecterende muziekliefhebber die de geluidskwaliteit van zijn audioset enkel zal gaan toeschrijven aan de een of andere "sterkste schakel", zoals bijvoorbeeld aan de compromisloos gebouwde voeding in zijn eindversterker of aan de fraai ontworpen analoge uitgangstrap van zijn cd-speler. Het kenmerk van een uitgewogen en goed presterende geluidsinstallatie is zonder uitzondering het hoge kwaliteitsniveau van alle aspecten die samen een goede weergave definiëren, van timbre tot dynamiek; van sublaagdefinitie tot ruimtelijke gelaagdheid.
Daar waar bepaalde aspecten per ongeluk of opzettelijk bevoordeeld worden, zullen andere per definitie ook benadeeld worden. Hoewel smaakverschillen tot uitdrukking komen in de een of andere voorkeur voor een bepaald geluidskarakter, betekent dat nog niet dat dit karakter ook direct moet opvallen of uitsteken boven het 'geluidsmaaiveld'. Dat is zelden een strevenswaardig doel. Het is veeleer een subtiele signatuur die heel goed
op een muzikale manier kan worden 'ingebouwd' in een goed gematchte set, zonder het grote streven naar neutraliteit te verlaten.

Aan de andere kant is het natuurlijk wel zo dat een eindversterker met een gebrekkige voeding bijzonder nadelig kan uitwerken op de weergave van bepaalde luisprekers. En slechte elektronica in het analoge deel van de cd-speler levert eveneens problemen op die de weergave van de set als geheel naar beneden halen, ondanks de mogelijk onberispelijke kwaliteit van de overige componenten.
Een audioset is in de basis een keten van interactieve, maar fundamenteel verschillende componenten die allen een gemeenschappelijk einddoel dienen: een zo realistisch mogelijke reproductie van muziek.

De voornaamste componenten zijn wel bekend:
1. Netspanning
2. Broncomponent
3. Versterker
4. Luidsprekers
5. Signaalverbindingen
6. Muziekopname

Aan deze keten zou dus nog component nø7 moeten worden toegevoegd: de akoestiek zelf. Een experiment toont aan hoe ver de macht van dat component wel reikt en wat er allemaal onder akoestiek kan worden verstaan.


naar boven








proefopstelling met budget tubes
in een vrij grote ruimte



Experiment met twee Ruimtes:
Een akoestische A-B vergelijking.

A
Neem een in alle opzichten verantwoord en succesvol gematchte set en stel deze zo audiofiel mogelijk op in een hele grote badkamer of kale ruimte.
Ga zitten, luister en beoordeel......

B
Stel vervolgens deze zelfde set op in een akoestisch succesvol geoptimaliseerde luisterruimte van gelijke inhoud als de badkamer en desgewenst met dezelfde afmetingen als de badkamer.
Ga zitten, luister en beoordeel......

Het lijkt op het eerste gezicht misschien absurd om een grote badkamer als voorbeeld te nemen voor dit experiment, maar in feite bieden moderne woonkamers op grond van hun constructie en aankleding niet veel meer natuurlijke absorptie als een badkamer met vergelijkbare afmetingen. Er zijn dan ook meer overeenkomsten dan verschillen.....
In beide ruimtes zijn alle wanden, vloer en plafond akoestisch hard en bieden slechts enkele procenten absorptie over de gehele frequentieband. Het maakt nog maar weinig uit of de wanden nu 4% van het opvallende geluid absorberen (badkamer) of 6% (betonnen, gepleisterde, stenen of gipswanden en parketvloeren). In beide gevallen is dat te weinig breedbandige absorptie, omdat 4, resp. 6% absorptie automatisch ook impliceert dat 96, resp. 94% van het opvallende geluid
gereflecteerd zal worden en dus een bepaalde tijd in de ruimte blijft 'hangen' -- inderdaad, de nagalmtijd.
Een lange nagalmtijd kan, afhankelijk van de inhoud van de ruimte, zomaar 1,5 seconde of meer bedragen, waar 0,4 seconde een correcte waarde zou zijn. De nagalmtijd wordt in een gemiddelde woonkamer nog wel enigszins bekort omdat er meestal een kleed of kleden liggen en meubels en andere objecten staan - allemaal zaken die je in een badkamer niet aantreft, maar evenmin in de dedicated luisterruimte die onder B is genoemd!

In bovenstaande A-B vergelijking is slechts één component in de keten gewijzigd: de ruimte zelf. Hieruit volgt dat er ook slechts één component bepalend is geweest voor het enorme verschil in de uiteindelijke kwaliteit van de weergave: de akoestiek van de ruimte. De hardware was immers onberispelijk en in beide gevallen identiek!

Op zichzelf is hiermee bewezen dat akoestiek een component is dat een zeer grote invloed uitoefent op de uiteindelijke geluidskwaliteit. Het zal niet mogelijk zijn om zelfs aan de fraaiste hardware ook maar bij benadering het volledige weergavepotentieel te onttrekken, als niet ook de akoestiek enigszins gelijke tred houdt met de overige componenten.

De badkamer of de niet aangeklede (dedicated luister)ruimte zal meer dan 90% van het geluid dat daarin opgewekt wordt terugkaatsen en dus minder dan 10% absorberen. Het geluidsbeeld slaat snel dicht door overmatige reflecties naarmate het volume hoger wordt. Versmering van de ruimtelijke presentatie is een logisch gevolg: meer dan 90% van het in de ruimte door de geluidsinstallatie opgewekte geluid sterft niet tijdig uit en mengt zich zogezegd met het geluid van de volgende muziekmaat.
Anders gezegd: de ruimte raakt letterlijk verzadigd met
indirecte ofwel gereflecteerde geluidsenergie, die in een akoestisch correcte ruimte van gelijke inhoud al zou zijn uitgestorven om plaats te maken voor de bij de huidige maat behorende boventonen en vroege reflecties. In de badkamer of de onbehandelde luisterruimte hoor je bij de huidige muziekmaat nog de naweeën van één, twee of drie eerdere maten.....

Dit is het probleem van nagalmtijd in een notendop en de belangrijkste oorzaak voor de helft van de akoestische problemen in een gemiddelde onbehandelde luisteromgeving!

Het direct door de luidsprekers afgestraalde geluidsaandeel is sterk bepalend voor de afbeeldingsscherpte, overtuigingskracht en stabiliteit van het stereobeeld. In een correcte akoestische luisteromgeving is het één van de fundamentele doelstellingen om welbewust een goede balans te creëren tussen het directe en het indirecte (= weerkaatste) geluidsaandeel.
In een
editruimte is een zo krachtig mogelijk direct geluidsaandeel een ontwerpcriterium, hetgeen in de praktijk een lage breedbandige nagalmtijd vereist (0,25-0,45s) en doorgaans een kleine luisterdriehoek en speciaal voor dit doel ontworpen luidsprekers (nearfield monitors).
In een
tweekanaals luisterruimte is een krachtiger indirect geluidsaandeel nodig om een goede indruk van ruimtelijkheid te herscheppen, zoveel mogelijk overeenkomstig die welke in de opname zelf is verwerkt. Een algehele nagalmtijd van 0,35-0,6s is hier het streven.
In een
thuisbioscoop is een kortere nagalmtijd nodig als in een tweekanaals luisterruimte, maar vanwege het grotere aantal geluidsbronnen (luidsprekers) is speciale aandacht voor het indirecte geluidsveld (in de vorm van diffusie en een meer doordachte verdeling van absorberende oppervlakken) een must om met enige realiteitszin een meerkanaalsopname af te kunnen spelen. Zo is de na te streven balans tussen indirect en direct geluid voor een deel afhankelijk van het gebruiksdoel van de ruimte. Een binnenhuisarchitect gaat er van uit dat een breedbandige nagalmtijd van 0,5-0,6 seconden een prettige ambiance oplevert om in te wonen of te werken, maar dit streven wordt tijdens de bouw van een huis zelden actief in overweging genomen.

Het correct uitsterven van geluiden, van laag tot hoog, is niet een toevallig gevolg van de inrichting maar het resultaat van een welbewuste en doordachte aankleding van die ruimte. Zelfs bij hoge luistervolumes zal het indirecte geluidsaandeel niet de overhand kunnen krijgen, omdat de ruimte in staat is om de akoestische energie die erin opgewekt wordt voldoende snel 'af te voeren' (om te zetten).

Het in audiofiele kringen bekende verschijnsel van "versmering van het geluidsbeeld" is in veel gevallen recht evenredig aan de nagalmtijd van de ruimte. Het komt overigens ook voor dat de kwaliteit van de hardware zelf een rol van betekenis speelt bij dit fenomeen, waardoor een overtuigende ruimtelijkheid doorgaans ver achterblijft bij de klankkwaliteiten van het systeem. Een lange nagalmtijd ( > 0,7 sec.) zal maken dat het indirecte geluidsaandeel - de reflecties - snel de overhand krijgt. Rust in de weergave zal simpelweg een utopie worden, zelfs bij toepassing van de beste of meest compromisloze hardware. Zowel de dynamiek als de micro-detaillering gaan ten onder in de restverschijnselen die twee maten geleden nog actueel waren. Het geluid klinkt niet "schoon" en veel opnamen krijgen daardoor volkomen onterecht het predikaat "ondraaibaar" of "slecht" mee. De kwaliteit van de weergave in de kale reflectieve ruimte van het experiment is vanzelfsprekend droevig; diezelfde geluidsinstallatie in een ruimte met een correcte nagalmtijd is wellicht hemels, zeer zeker waar het een goed gematchte set betreft. De kwaliteit van de apparatuur kan hieraan evenwel niets veranderen omdat het probleem in dit geval helemaal niet door de hardware wordt veroorzaakt, maar voor rekening van het vergeten component 'akoestiek' komt.








budget tubes in een vrij grote ruimte;
getracht werd om een "ruimte-in-een-ruimte"
te creëren door tubes rondom



Componenten zijn "Tweakbaar"

De componenten en randvoorwaaden van een geluidsinstallatie anno nu blijken allemaal in meerdere of mindere mate tweakbaar te zijn. Over het proportionele nut van tweaks valt niet te twisten, maar feit is dat een audioset op heel wat manieren verder kan worden verbeterd door kleine of grote externe en interne ingrepen. Echt spectaculaire upgrades zijn in het leven van de gemiddelde audiofiel redelijk zeldzaam, maar de subtiele verbeteringen die door het tweaken en matchen teweeggebracht kunnen worden maken het leven van diezelfde audiofiel, eeuwig op zoek naar de "perfecte match", beslist aangenamer.

Ik heb de tijd nog meegemaakt dat ik hartelijk werd uitgelachen, enkel vanwege het ter sprake brengen van tweaks die vandaag de dag meer dan gemeengoed zijn. Het is niet eens zo lang geleden dat er van spikes, cones of dempers gezegd werd dat ze "onmogelijk invloed kunnen uitoefenen op de geluidskwaliteit". Wat je niet kunt meten kun je ook niet horen......

Audioracks bestonden nog uit wiebelige kastjes met spaanplaat planken en een glazen deurtje ervoor -- in feite net zo erg als moderne designracks met glasplaten! Het geheel stond bovendien op handige zwenkwieltjes. Interlinks, luidsprekerkabels en netkabels liepen, voor het gemak parallel samengebonden, een eindje op. Over Siltech kabels deden heel geheimzinnige verhalen de ronde en Monster Cable was in Nederland of België het enige dat je kon kopen als je geen standaard roodzwarte luidsprekersnoertjes wilde. Zuurstofvrij koper was net op de markt gekomen. Vergulde pluggen en zilversoldeer waren op speciale bestelling hier en daar al wel te koop......
Inmiddels weet iedere muziekliefhebber wel hoezeer de zaken in audioland in 20 jaar tijd zijn veranderd op dit punt. Een audiofiel staat niet te kijken van een netsnoer of een interlink met een prijskaartje van vier cijfers -- of ie het ervoor over heeft is punt 2 natuurlijk. Idem dito van audioracks waar, als het moet, zelfs vijfcijferige bedragen voor neergeteld kunnen worden! De tijd heeft hoe dan ook geleerd dat audiocomponenten en randvoorwaarden (netspanning, bekabeling, fysieke opstelling) voor verbetering vatbaar zijn, los van het gegeven dat niet iedereen die zich ermee bezighoudt hierover ook meteen een gezond gevoel voor verhoudingen aan de dag weet te leggen. Modificaties aan audio-apparatuur zijn in elk geval aan de orde van de dag en apparaten (cd-spelers met name) worden soms nieuw-uit-de-doos al stevig gemodificeerd.


naar boven








grote ruimte met tubes rondom



Akoestiek is ook Tweakbaar

Mijn bewering dat ook de akoestiek daadwerkelijk een component is komt me nu niet meer op gelach te staan. Wat dat betreft zijn de tijden aan het veranderen, al lopen we hier in Nederland en België nogal achter op het gebied van integratie van akoestische hulpmiddelen ten opzichte van bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Een voorsprong van 15 jaar moet je ze op dat punt nageven. Bijna elke muziekliefhebber die een tijdje meedraait onderkent wel het belang van akoestiek in het totaalplaatje, al is de drempel naar een doelgerichte aanpak blijkbaar nogal hoog.
Omdat akoestiek prima tweakbaar is gedraagt het zich ook op dit punt als een echt component. Uit de A-B vergelijking tussen de twee ruimtes werd al duidelijk dat akoestiek, onafhankelijk van de hardware zelf, heel bepalend is voor de uiteindelijke kwaliteit van de weergave in een ruimte, waardoor het per definitie al een component is geworden. Een component tegen wil en dank, ondanks dat het zonder enige twijfel een van de meest 'tweakbare' componenten van de weergeefketen is! Onbekend maakt onbemind...

Na in 1969 te zijn begonnen met bewust muziek te luisteren neig ik uiteindelijk ertoe om
de opstelling als het meest tweakbare component van een geluidsinstallatie te bestempelen, hand in hand met de nagalmtijd van de ruimte.

Het lijkt misschien wat nutteloos om in procenten te denken over de fundamentele aspecten van muziekweergave in huis, maar je zou met grote nauwkeurigheid mogen stellen dat de uiteindelijke kwaliteit van de muziekweergave in een begrensde ruimte door drie factoren van gelijk gewicht wordt gedefinieerd. En voor een zo correct mogelijk eindresultaat dienen ze alle drie de juiste vorm van aandacht te hebben ontvangen:

1. De fysieke opstelling van luidsprekers, luisterstoel en geluidsapparatuur / 33%;
2. De akoestische infrastructuur van de ruimte (ratio's, nagalmtijd en reflectiegedrag) / 33%;
3. De hardware zelf, incl. de bekabeling en stroomvoorziening / 33%.

Mijn werk speelt zich geheel of gedeeltelijk bij mensen thuis af. In 95% van de huisbezoeken of adviezen op afstand is de hardware van werkelijk onberispelijke kwaliteit. De fysieke opstelling ervan, niet te verwarren met de luidsprekeropstelling hieronder, is wat minder vaak in orde (glasracks zijn nog altijd aan de orde van de dag).
In 50% van de gevallen is de opstelling van de luisterdriehoek min of meer ernstig gecompromitteerd en is een duidelijke verbetering, althans in theorie, mogelijk. Enkel in een dedicated ruimte lijkt het mogelijk te zijn om volledige voorrang aan de opstelling te geven; in een woonsituatie is een compromis soms onvermijdelijk, maar het is wel belangrijk dat dit ook gerealiseerd wordt zodat niet achteraf de hardware de schuld gaat krijgen van opstellingsgerelateerde problemen met het geluid.
Tenslotte is in 75% van de gevallen de akoestische infrastructuur niet in staat om recht te doen aan de fraaie hardware waarin financieel is geïnvesteerd, zelfs indien een correcte opstelling kon worden gerealiseerd.

Terug naar het begin van het artikel: "een keten is zo sterk als de zwakste schakel"....
Los van de wens tot verbetering is het wel zo prettig om te beseffen WAT nu precies de zwakste schakel is in een gegeven situatie. Zelfs al kan die schakel alleen maar in één van de drie bovengenoemde groepen ingedeeld worden, dan is er toch al heel wat gewonnen! Het komt namelijk veel te vaak voor dat de hardware onterecht de schuld krijgt van akoestiek- of opstellingsgerelateerde problemen.

De meeste muziekliefhebbers en audiofielen hebben een lange weg afgelegd of zijn hier nog mee bezig - een weg waarop men de hardware op een zo hoog mogelijk plan brengt en waarbij het budget doorgaans de limiet stelt. Desondanks is ontevredenheid vaker regel dan uitzondering. Het probleem, dat al of niet met veel moeite erkend of onderkend moet worden, is de invloed van de akoestiek en -- meestal in mindere mate -- de opstelling van de luidsprekers en de luisterplaats. Het is dan wel geen badkamer waarin geluisterd wordt, maar de nadelige invloed van de ruimte is niettemin zo groot, dat aan de weergave een signatuur wordt opgelegd die je het beste maar kwijt kunt zijn wil het pad van neutraliteit het doel kunnen blijven. Het begrip 'akoestische signatuur' is in feite volkomen tegengesteld aan de neutraliteit die terecht hoog gewaardeerd wordt.

De vervorming die door allerlei akoestische anomaliteiten wordt geïntroduceerd is vele malen groter dan die waarmee zelfs de slechtste hardware de eigenaar opzadelt. Akoestische vervorming komt tot uiting in een hoor- en meetbare klankkleuring en aantasting van het timbre van instrumenten. Of in dynamiekvervlakking en luistermoeheid door onrust. Vaak ook in een weinig stabiel geplaatst geluidsbeeld en een overdaad aan vroege en late reflecties.

Verbetering van de akoestiek is als de aanschaf van een nieuw en hoogwaardig component. Voor een bedrag waarvoor nauwelijks nog een set zgn. "high-end bekabeling" binnen bereik komt kan de akoestiek van de luisterruimte worden geoptimaliseerd. Anders gezegd: de kosten van het component 'akoestiek' kunnen in de orde van grootte van 1000-2000 euro liggen; een hele luxe aankleding zal uiteraard een stuk kostbaarder zijn, maar is daarmee niet automatisch ook beter dan een budget-oplossing. In verhouding tot de totale aanschafprijs van de gemiddelde geluidsinstallatie van een echte liefhebber is zo'n bedrag voor een essentieel component prima te verantwoorden.



 

Akoestiek is Meer van Hetzelfde

Het is een feit dat elke ruimte waarin muziek geluisterd moet worden akoestisch gezien uniek is. Er bestaan zomaar geen twee identieke ruimtes, omdat akoestiek meer omvat dan enkel de verhouding tussen lengte, breedte en hoogte.
De materialen waaruit de ruimte is opgebouwd bepalen in hoge mate de aan- of afwezigheid van een akoestische signatuur.

Ondanks dat gegeven - iedere ruimte is uniek - is elke ruimte tegelijkertijd ook akoestisch gezien "meer van hetzelfde" . Er zijn uiteindelijk slechts vier akoestische parameters die in ELKE ruimte samen bepalend zijn voor een akoestische signatuur:

1. Ratios of afmetingsverhoudingen van de ruimte;
2. Breedbandige nagalmtijd van de ruimte;
3. Reflectiegedrag bij gekozen opstelling;
4. Opstelling luisterdriehoek.

Het is dus niet zo dat verschillende ruimtes steeds weer nieuwe of
onbekende akoestische problemen introduceren. De akoestiek ter plaatse is altijd een mengvorm van de invloeden van de vier bovengenoemde parameters. Echter, alle combinaties zijn mogelijk en lang niet altijd werken ze alle vier ook in het nadeel uit. Een slechte akoestiek kan bijvoorbeeld heel goed alleen maar veroorzaakt worden door een nagalmprobleem, terwijl er op de andere drie punten helemaal niks aan te merken hoeft te zijn. Een slechte akoestiek kan ook het resultaat zijn van problemen op het gebied van elk van de genoemde vier parameters.

Aan de basis van een goed plan voor akoestische optimalisatie zal logischerwijs eerst een inschatting van de hoedanigheid van elk van de vier parameters moeten liggen.
Elke parameter kan
in theorie prima worden verbeterd. Bij sommige gaat dat natuurlijk makkelijker dan bij andere. Het spreekt vanzelf dat het verbeteren van de ratios van een ruimte het meest ingrijpt in de ruimte: er zal fundamenteel verbouwd moeten worden, dat wil zeggen, er zal tenminste 1 muur moeten worden veranderd. De opstelling is daarentegen in principe de gemakkelijkst te tweaken parameter. De praktijk zal soms een ideale opstelling onmogelijk maken, omdat er bijvoorbeeld ook gewoond of gewerkt moet worden in diezelfde ruimte.


naar boven








nadrukkelijke aanwezigheid van tubes achter
de luidsprekers is niet toevallig:
het betreft hier dipolaire luidsprekers
(Genesis 501)



Infrastructuren

Beheersing van nagalmtijd en reflecties (de punten 2 & 3 hierboven genoemd) zijn vaak grote onbekenden voor de alleszins wel degelijk gepassioneerde muziekliefhebber. Toch is de invloed ervan volkomen bepalend voor het eindresultaat. Het zijn tegelijkertijd ook de meest verwaarloosde factoren in de weergeefketen.

Wanneer iemand die in een ontwikkelingsland woont en fraaie snelle auto's als hobby heeft, ontstaat er zeker een probleem voor deze hobbyist. Het land in kwestie ontbeert immers de voor die auto benodigde infrastructuur. Het wegennet ontbreekt!
Met de auto zelf is niks mis. Die wordt onberispelijk onderhouden en is zonder enige twijfel in staat tot grootse prestaties. Maar niet op een zandweg. Okee, met iets andere bandjes eronder gaat het net wat beter, maar het luchtfilter en inlaatsysteem van dit voertuig zijn niet echt berekend op zandhappen en lekker doorrijden is er ook niet bij.
De infrastructuur is essentieel voor het presteren van de auto. Zonder een afgestemd wegennet is het slecht toeven in dat land, zeker als doorrijden je hobby is. De akoestiek is voor de geluidsinstallatie wat het wegennet is voor de snelle auto. Hoewel het in beide gevallen een externe factor betreft, is ie in beide gevallen ook onontbeerlijk voor de prestaties. Zonder wegennet geen autopret. Zonder infrastructuur voor geluid geen muziekgenot, althans niet wat het zou kunnen zijn.

Het ontwerpen van infrastructuren is weliswaar werk voor specialisten, maar het is tegelijkertij ook altijd meer van hetzelfde. Opritten, afritten, knooppunten, fly-overs, stil asfalt, vangrails, geluidswallen. Het ontwerpen van een akoestische infrastructuur is werk voor specialisten en ook meer van hetzelfde. Absorptie, resonanties, basstraps, diffusers, afmetingen..... Elke situatie vraagt zijn eigen, unieke combinatie van oplossingen die steeds dezelfde basisprincipes verenigen in een bepaalde onderlinge verhouding. De infrastructuur voor geluidsgolven heet "akoestiek" en is een grondvoorwaarde voor goede muzikale prestaties van de audioset, zoals een fatsoenlijk wegennet grondvoorwaarde voor goede prestaties van een auto is.



 

De audiofiel rommelt in de marge

Een beginnende audiofiel maakt vaak grote vorderingen door zijn budget te vergroten - doorgaans een logisch gevolg van de groei in een hobby als deze. Maar dan nadert het plafond: op een gegeven moment is het wel klaar met het kopen van steeds hoogwaardiger hardware. We weten allemaal dat verhoudingsgewijs veel duurdere componenten vaak nog slechts marginale verbeteringen leveren, die soms zelfs met de nodige poeha en mystiek opgeblazen worden tot proporties die ze eigenlijk niet verdienen. Maar een beetje audiofiel wil toch steeds verder en neemt noodgedwongen dan maar genoegen met marginale verbeteringen en soms zelfs met ingebeelde verbeteringen...

Op den duur daagt dan hopelijk het zelfbesef dat iemand zich voor de gek aan het houden is en zich bijvoorbeeld realiseert dat een 5x duurdere audioset soms duidelijk beter klinkt, soms slechts een beetje beter en soms ook ronduit slechter dan wat er eerst stond. Maar tegen die tijd zit men zo diep in de hobby en de investeringen, dat het ook ondenkbaar is om ermee te stoppen. Upgraden lijkt een koorts; audiofiele rust een onmogelijkheid. Men zoekt de oplossing soms in verkeerde hoeken en gaten...

Frustratie loert op een gegeven moment letterlijk om de hoek en komt die hoek ook vaak zat om. Bijvoorbeeld bij de buurman op een feestje. Buurman heeft een aardig setje, maar niks audiofiels of zo. Hij heeft het toevallig hartstikke leuk opgesteld en heeft bovendien ook nog het geluk een zodanige inrichting te hebben dat het hartstikke leuk klinkt! Zo leuk, dat de dure audioset van thuis niet eens zo overtuigend veel beter is, ondanks de nieuwe interlinks van 500 euro of de vorige maand gekochte hele dikke eindversterker met een netsnoer met viercijferig prijskaartje. Sterker nog, als je heel eerlijk bent klinkt de frutset van de buurman op punten gewoon beter. Neem het laag! Lekker los, diep en zonder de hoekige basresonanties van thuis. Bijvoorbeeld......
Of de audiovriend die pas vorig jaar is warmgelopen voor de hobby en je uitnodigt om eens te komen luisteren naar zijn nieuwe set.
"Tuurlijk, 't is niet wat jij hebt staan, maar kom eens een keer luisteren". Zo gezegd zo gedaan en het onmogelijke lijkt mogelijk: dat setje dat net de helft kost van de eigen set speelt gewoon de sterren van de hemel. Okee, de luidsprekers komen niet zo laag en de cd-speler heeft geen buisjes in de uitgangstrap, maar kippenvel wekt het spul wel op!

Op dat punt aangekomen kan deze hobby een mens ronduit ongelukkig of gefrustreerd maken. Het inzicht dat het niet slechts een kwestie is van de portemonnee trekken wordt nergens pijnlijker duidelijk dan in de doodlopende steeg van de dozenschuivers, die elk probleem met nieuwe hardware hopen te kunnen tackelen. De confrontatie met het gegeven dat er geluidsproblemen kunnen bestaan die zich
onafhankelijk van de hardware ontwikkelen is pijnlijk, want "de gemakshalve vergeten schakel" houdt gewoon geen rekening met de prijs die voor de hardware moest worden betaald.....



naar boven








all set for the demo
er waren zo'n 40 bezoekers gekomen



De gemakshalve vergeten schakel

Akoestiek - iedere audiofiel weet dat het belangrijk is, maar weinigen kunnen er chocola van maken.
Eierdozen, kleedjes, kussens, noppenschuimpjes.
En tegenstrijdige adviezen...

Benadering van de akoestiek is in laatste instantie een exacte en tamelijk rekenkundige aangelegenheid. Beheersing van de nagalmtijd is eveneens een kwestie van een berekende combinatie van materialen, om daarmee het uitsterven van frequenties - laag, midden en hoog - gelijkmatig en gelijktijdig te maken.
Klik
HIER voor een uitgebreid artikel over nagalmtijd en hoe ermee om te gaan: nagalmbeheersing

Beheersing van reflecties is een kwestie van het berekenen van de juiste oppervlakken (diffusers), om daarmee het weerkaatste geluid
dat in de ruimte mag blijven zowel in tijd als in ruimte te verstrooien.
Het vinden van betere ratios vraagt om het toepassen van heel veel op zichzelf simpele formules en het plaatsen van 1 harde of massieve voorzetwand kan slechte ratios zomaar veranderen in goede. Uiteraard gaat dit wel ten koste van enige bruto inhoud, maar ideale ratios in een wat kleinere ruimte zijn veruit te verkiezen boven slechte ratios in een grotere ruimte.
Opstelling van luidsprekers en luisterstoel is ZO belangrijk, dat het wat mij betreft niet vaak genoeg herhaald kan worden. Omdat het doorgaans niets kost behalve veel tijd is het met recht een vergeten schakel:
WAT er staat lijkt wel belangrijker te zijn dan HOE het er staat.....

De winst die verkregen wordt door aandacht te schenken aan het component akoestiek is vergelijkbaar met die van het realiseren van een perfecte hardwarematch in een audioset. Niet altijd is de prijs van dit soort upgrades doorslaggevend voor goed resultaat, maar een gevolg van het succesvol identificeren van de problemen en het zoeken van gerichte oplossingen. Die kunnen duur zijn, maar dat hoeft helemaal niet. Die kunnen kant-en-klaar zijn, maar ook dat is geen noodzaak; alles kan desgewenst ook zelf gebouwd worden.

Akoestiek verwaarlozen en tegelijkertijd audiofiele of high-end ambities koesteren is zoiets als het eerder genoemde aanschaffen van een fraai getunede sportwagen in een land waar geen verharde wegen bestaan. Iedereen begrijpt dat dit absurd is en zelfs een beetje 'dom', omdat je beter een tractor kunt kopen in zo'n situatie. Toch vinden doorgewinterde audiofielen met heel veel kennis van zaken en hele goede oren het vaak volkomen aanvaardbaar om een kostbare audioset op te stellen in een ruimte die ronduit vijandig is ten opzichte van het daarin opgewekte geluid. Men lijkt daarmee haast te accepteren dat akoestiek een soort toevallig èn vaststaand gegeven is waarmee de audiofiel maar heeft te leven. Soms, als ie verhuisd, heeft ie geluk en krijgt toevallig een hele aardige akoestiek terug. Maar meestal - en zeker met de moderne nieuwbouw - is het wachten op gelukkige akoestische omstandigheden net zoiets als wachten op het winnende staatslot.








tubes achter de dipolaire luidsprekers
op de eerste reflectiepunten en
in het fysieke midden



Het Vooroordeel

Rondom akoestiek bestaan veel vooroordelen.
In de jaren 70 meenden velen hier in Nederland oprecht dat het opknappen van de akoestiek niet meer inhield dan het beplakken van muren met eierdozen en tapijt.
In de jaren 80 verbeterde de kwaliteit van de hardware zodanig, dat 'high-end' ambities ook door mensen met bescheidener budgetten konden worden gerealiseerd en akoestiek verdween naar de achtergrond als gevolg van de hardware-euforie die in golven over de consument uitgestort werd als gevolg van de opkomst van digitale technieken.
In de jaren 90, toen de euforie wat afzwakte en de prijzen stegen ging men akoestiek weer wat aandacht schenken, onder andere door de inspanning van Amerikaanse bedrijven als ASC (tube traps) en RPG (diffusers). Dit ging echter grotendeels voorbij aan West-Europa; importprijzen van commerciële produkten voor akoestiek zijn onredelijk hoog, hetgeen weliswaar goed verklaarbaar is, maar geen goed doet aan integratie van akoestische optimalisatie alhier.

Het vooroordeel dat momenteel zijn laatste stuiptrekkingen beleeft is:
"akoestiek is lelijk". Dit beeld wordt kracht bijgezet door voorbeelden aan te dragen van dedicated ruimtes die met behulp van modulaire, verplaatsbare middelen zijn geoptimaliseerd, waarna men opmerkt dat "je zoiets toch niet in je woonkamer wilt."

Een totale akoestische optimalisatie van een woonkamer kan onzichtbaar geschieden, als dat het doel is van de eigenaar van die ruimte.

Zo simpel is het. Er zijn meerdere manieren waarop integratie van akoestische hulpmiddelen naadloos plaats kan vinden met de ruimte. Er is geen enkele reden waarom men zich zou moeten verschuilen achter het lelijkheidsargument om maar niet aan akoestiek te hoeven beginnen.....



Conclusie

Als dit artikel de rol van akoestiek enigszins uit de nevelige sfeer heeft kunnen halen is dat al heel wat. Op deze website zijn zoveel mogelijk aspecten van akoestiek uitgewerkt op een begrijpbare en, waar mogelijk, theorieloze wijze. Er zijn er ook de nodige foto's beschikbaar gekomen, o.a. van klanten die het resultaat van hun thuisproject hebben vastgelegd en zo vriendelijk waren dit op te sturen. Dit alles is gebundeld in een aantal fotogalleries op deze site.

De kern van dit artikel,
"akoestiek is een component", zou niet langer een aardige hypothese moeten zijn, maar een uitgangspunt dat een nieuw terrein van verbeteringen in geluidskwaliteit opent.


naar boven