Twee manifestaties van
geluid, één luisterervaring
De akoestiek van een gegeven ruimte kan in
principe alleen akoestisch gecompenseerd of
aangepast worden. Elektronische gadgets, zelfs de
erg kostbare, veranderen niets aan de akoestiek
van de ruimte. Ze veranderen weliswaar het
oorspronkelijk signaal van de geluidsopname en/of
het signaal dat de luidsprekers voedt, maar niet
de akoestiek! Hiermee insinueer ik geenszins de
nutteloosheid van elektronische correctiemiddelen,
integendeel! Voor ongeveer 10% van de mensen
waarmee ik te maken krijg is elektronische
correctie zonder twijfel het enige middel dat
succesvol ingezet kan worden, en als zodanig kan
het heel wat beter zijn dan nietsdoen. Maar het
heeft niets met akoestiek te maken.
Er spelen twee fundamentele componenten of
aspecten van geluid een rol in iedere
luistersituatie:
- het geluid dat
uit de luidsprekers/geluidsbron komt
(het produkt van hardware);
- het geluid dat
van de ruimte zelf afkomstig is (de
akoestische infrastructuur).
Onze audiofiele
aandacht is doorgaans volledig gefixeerd op één
kant van deze medaille - op het geluid zoals dat
door de hardware wordt afgegeven, terwijl de
aandacht voor de akoestiek afwezig of
ontoereikend is. Hoewel de audiofiele mond soms
vol is van "holisme" laat deze
oneerlijke verdeling van aandacht over het
dualisme in geluid zien dat woorden en daden
vooralsnog ver uiteen liggen. Holisme
vooronderstelt immers per definitie de integratie
van alle delen in een succesvol geheel en daar
hoort akoestiek zeker bij.
Het ligt voor de hand dat de bovenstaande twee
aspecten afzonderlijk moeten worden aangepakt.
Aan de ins en outs van hardware in al zijn
facetten worden complete forums gewijd en
individuele websites opgezet. De
audiotijdschriftenbranche is thans zo innig met
de fabrikanten van de apparatuur waarvoor zij
beoordelen verweven, dat er tegenwoordig
blijkbaar geen slechte hardware meer wordt
gemaakt. Er bestaat een complete schijnwereld
waarin deskundige en ondeskundige mensen dingen
schrijven over gehoormatige zaken, en waarin
lezers blind varen op die waarnemingen en ik kan
me niet aan de indruk onttrekken dat velen er
belang bij hebben om dit te laten voortbestaan.
Hoe dan ook, iedereen begrijpt dat een probleem
met de klok in een cd-speler niet op te lossen is
met een andere voorversterker en evenmin door
bijvoorbeeld meer akoestische demping toe te
passen. Het probleem wordt slechts opgelost door
de klok te vervangen door een beter exemplaar.
Met akoestische problemen is het niet anders.
Akoestische problemen vereisen simpelweg een
akoestische oplossing en niet een elektronische
en zeker ook geen vervangend lapmiddel zoals een
componentenupgrade.
Akoestiek
dus
Er zijn twee fundamentele elementen aanwezig in
het geluid dat thuis op de luisterplaats wordt
gehoord: het geluid dat uit de luidsprekers komt
en een direct gevolg is van de kwaliteit en match
van de componenten, en het geluid dat vanuit de
omgeving weerklinkt (letterlijk op te vatten!)
waarin het systeem is opgesteld en wat door de
akoestische infrastructuur ter plaatse wordt
gedicteerd.
In principe valt de akoestische aanpak van
overtollige of onjuiste geluidsenergie ook uiteen
in twee fundamentele invalshoeken. Het betreft
echter een door de praktijk aangebrachte
scheiding en geen feitelijke dualiteit. Er is
enerzijds het lagetonenbereik, het laag, de
bassen, dat van 20 tot 200Hz loopt en anderzijds
is er 'de rest'
van het frequentiebereik. Deze tweedeling is
praktisch gezien zinvol, omdat akoestische aanpak
van het onderste register heel andere specifieke
maatregelen vereist als de rest van het
frequentiegebied erboven. Hoewel zeer
verschillend in aanpak gaat het in alle gevallen
om 'beheersing van nagalmtijd over een zo
compleet mogelijk frequentiegebied'.
Meer lezen over nagalmbeheersing? Klik HIER.
Dualisme,
ten voeten uit!
Bij een bespreking van de akoestiek in de
luisteromgeving thuis is
uw hardware van ondergeschikt belang. In genoemde
luisteromgeving zou u voor hetzelfde geld een
piano kunnen opstellen, waarvoor dan zo ongeveer
dezelfde akoestische eisen en grondvoorwaarden
gelden als voor uw audioset met luidsprekers.
Het dualisme van geluidsweergave komt nergens
beter tot uitdrukking dan in het meest
elementaire onderdeel van de akoestiek: de
fysieke opstelling van de luisterdriehoek.
Ervaren luisteraars weten ongetwijfeld dat zelfs
de fraaiste componenten zodanig kunnen worden
neergezet dat men zich vertwijfeld afvraagt of er
iets niet heel erg mis is met de spullen. Strikt
genomen hoeft er natuurlijk niets mis te zijn met
de hardware en zelfs niet met het geluid dat uit
de luidsprekers zelf afkomstig is. Het is niet
ondenkbaar dat een foute opstelling van de
luisterdriehoek het potentieel van zelfs de
prachtigste apparatuur 'monddood' maakt.
Akoestiek
vooronderstelt aan de basis een correcte
fysieke opstelling van hardware en
luisterstoel. Elke ambitie tot
akoestiekverbetering zal worden gesmoord
in de ontoereikendheid van een slechte
opstelling, maar ook rijkelijk worden
beloond in geval de opstelling
compromisloos is, of in elk geval zo min
mogelijk compromissen toestaat.
naar boven
Akoestisch
Fundamentalisme
Totaal glamourloos; volkomen
saai en bovendien heel erg niet-leuk om te doen.
Dat zijn aanduidingen die van toepassing zouden
kunnen zijn op experimenten die verfijning van
een opstelling tot doel hebben.
Echt leuk werk is het inderdaad niet, maar het is
een feit dat aandacht voor dit saaie en
glamourloze aspect u dwars door alle akoestische
en hardwarematige upgrades heen blijft belonen
met een aantal kwaliteiten die achteraf op geen
enkele andere manier meer volledig te realiseren
zijn.
Omgekeerd is er ook niets dat u achteraf kunt
doen om de gevolgen van een verkeerde opstelling
mee te neutraliseren. U kunt weliswaar enigszins
compenseren, maar u kunt niet meer neutraliseren.
Het klinkt wellicht enigszins naar
audiofundamentalisme om te stellen dat goede
weergave begint met de opstelling, verder gaat
met opstelling en altijd weer eindigt met een
opstelling, maar wat mij betreft is het niet zo
verkeerd om doordrongen te zijn van het nut van
een gezonde basis. U verspilt vast niet graag uw
tijd aan het investeren van relatief grote sommen
geld in ruil voor kleine verbeteringen in de
prestaties van uw hardware-componenten, voordat u
uiteindelijk zult concluderen dat de maximale
potentie van die hardware sowieso niet kan worden
gerealiseerd voor zolang als akoestiek - de
andere kant van de dualistische geluidsmedaille -
in zijn verschillende aspecten wordt genegeerd.
Het geluidsaandeel waarvoor de ruimte zelf
verantwoordelijk is kan de oorzaak zijn dat de
hoorbare verbetering die het gevolg is van betere
componenten in het geheel niet uit de verf komt.
Wanneer u ditzelfde component zou mogen
beoordelen in een akoestisch en hardwarematig
geoptimaliseerd systeem, kan een subtiele
verbetering niettemin een belangrijke stap
voorwaarts zijn op het punt van realisme,
natuurgetrouwheid en voldoening. Sommige
componenten klinken inderdaad beter dan andere,
maar de praktijk is dat veel systemen, ook die
waarbij de eigenaar de lat van zijn ambities hoog
heeft gelegd, zo slecht opgesteld zijn dat de
subtiele verschillen ertussen niet hoorbaar
kunnen worden gemaakt. Het is niet ondenkbaar dat
zo in feite een inferieur component wordt
aangeschaft omdat dit zo prettig compenseert voor
een tekortkoming elders in de keten.
Eerst maar
eens relativeren
Bij een flink aantal van mijn huisbezoeken tref
ik ruimtes aan waarin meer dan uitstekende
componenten zijn opgesteld die botweg gesteld een
verschrikkelijk geluid produceren dat eigenaren
terecht wanhopig heeft gemaakt of gefrustreerd.
In een aantal gevallen is er sprake van wat je op
een of andere manier 'een slechte opstelling'
kunt noemen. Vaak, maar niet altijd betreft het
een woonkamer. Dit is dan een onvermijdelijke
consequentie van het luisteren in een situatie
waarin ook nog moet worden geleefd! In zulke
gevallen moet altijd dezelfde, onbevredigende
eindconclusie getrokken worden: tenzij een
fundamentele verandering in de opstelling
mogelijk is, zal elke upgrade van hardware of
akoestiek relatief onbetekenend zijn.
Hier staat tegenover dat ik in kleine slaapkamers
of op kleine zolderkamers heb geluisterd die tot
luisterruimte waren omgetoverd, en tot de
conclusie kwam dat grootsheid, schaal en
kippenvel niet altijd gelijke tred hoeven te
houden met de grootte van de ruimte of van de
geluidsinstallatie.

Als aan een aantal fundamentele
opstellingsvoorwaarden van luidsprekers kan
worden voldaan, zal de kleine slaap- of
zolderkamer zonder meer te prefereren zijn boven
de grote woonkamer waar aan die voorwaarden niet
kan worden voldaan.
Fabrikanten en tijdschriften willen u graag ervan
overtuigen dat audiocomponenten ofwel geweldig
zijn, ofwel rommel. Als u voor de geweldige
componenten kiest zult u gegarandeerd een
geweldig geluid krijgen. De meeste audiofielen
die langer dan vijf jaar bezig zijn weten dat het
bovenstaande zelden het geval is. Indien u de
eigenaar wilt zijn van een geluidsinstallatie
waar u zelf ook gelukkig mee bent zult u boven
alles zelf moeten leren om componenten te
selecteren en deze op te stellen op een manier
die ze verdienen. Er hoeft helemaal geen studie
van elektronica of akoestiek aan te pas te komen
om dit alles te kunnen doen. Al doende leert elke
luisteraar de hoorbare effecten interpreteren van
experimenten en aanpassingen aan of met hardware.
Aan de basis van al dit zelfwerk, zoals ik het
graag noem, ligt de opstelling - daar is het
fundamentalisme weer.
Er is geen binnendoortje naar het audio-nirvana
en er bestaan helaas (nog) geen wondercomponenten.
Er bestaan ook weinig echt slechte componenten,
maar er bestaat wel veel opgeblazen poeha,
culminerend in zoiets als bijvoorbeeld bekabeling
die een veelvoud kost van een op zichzelf
complete en uitstekende geluidsinstallatie. Er is
een groep audiofielen die voor de gek gehouden
wil worden en zich dit kan veroorloven,
financieel gezien, maar de meeste mensen die dit
lezen bevinden zich niet in zo'n positie en
willen eigenlijk zo snel mogelijk hun audiofiele
plafond realiseren. Op het gevaar af beschuldigd
te worden van professionele belangen zou ik toch
stellen dat eenieder die zijn hobby zou aanvangen
vanuit een akoestisch correcte luisteromgeving,
veel eerder uitgekocht zal zijn qua componenten
en veel minder behoefte voelt om apparatuur te
upgraden om problemen op te lossen die hun
oorsprong op een heel ander gebied hebben dan
hardware.
In de korte en lange artikelen op deze site wordt
dieper ingegaan op ervaringen met akoestiek.
Daarbij moet u denken aan de opstelling, aan
planmatige nagalmbeheersing en bass-management,
aan ruimtelijke afmetingsverhoudingen, aan
reflectiebeheersing en aan de bij die aspecten
behorende hulpmiddelen zoals absorptiemiddelen,
basstraps, plaatabsorbers en diffusers. Ook huis-tuin-en-keukenmiddelen
kunnen soms goede diensten bewijzen. Daarnaast
zal duidelijk worden hoe de akoestische
optimalisatietrajecten doorgaans verlopen. Op dat
punt gebeuren er namelijk niet zulke verrassende
dingen; de meeste trajecten hebben een
voorspelbaar verloop dat geheel en al aan de
eigenaar van zo'n ruimte overgelaten kan worden.
Het is niet nodig om de lat heel hoog te leggen,
maar enige bezieling in de hobby zou erg
behulpzaam kunnen zijn, niet in het minst omdat
daarmee door eigen experimenten een hoop ervaring
kan worden opgedaan die niemand anders kan
vervangen.
30 oktober 2005.
Toine Dingemans.
naar boven