Evaluatie van audio-apparatuur door middel van het oor is essentieel de huidige technische metingen zijn simpelweg niet geavanceerd genoeg om de muzikale prestaties van audioproducten te karakteriseren. Het mechanisme van het menselijk oor is veruit gevoeliger en complexer dan zelfs de meest geavanceerde testapparatuur die momenteel beschikbaar is. Hoewel de technische prestaties een waardevolle overweging vormen bij de keuze van de apparatuur zou toch het oor de uiteindelijke scheidsrechter moeten zijn voor het vaststellen van goed geluid. Bovendien kan de muzikale betekenis van de onderlinge verschillen in weergave tussen audiocomponenten alleen subjectief worden vastgesteld. Dit wordt goed uitgedrukt door Michael Polanyi in zijn boek, Personal Knowledge.
Aangezien
verfijnde vakkennis wordt toegepast bij de evaluatie van
audioproducten is het proces meer een esthetische
onderneming dan een zuiver technische. Goede technische
prestaties kunnen bijdragen aan kwalitatief hoge muzikale
prestaties, maar ze vertellen u niet wat u werkelijk wilt
weten: hoe goed het product de muzikale boodschap weet
over te brengen. Om dat uit te vinden moet u luisteren.
Ik heb al veel audioproducten ter beoordeling kunnen
beluisteren en de technische prestaties ervan zijn
opgesomd in de bladen met specificaties. Veel
nieuwkomers in kwaliteitsweergave en zelfs een kleine
splintergroep van ervaren audiofielen trekken het nut van
luisteren ten einde producten te evalueren en te
beoordelen in twijfel. Het antwoord hierop is dat de tegenwoordig gehanteerde gebruikelijke metingen tientallen jaren geleden werden ingesteld als gereedschappen bij het ontwerpen; niet als de aanduiders van feitelijke geluidskwaliteit! De testgegevens die door een typische mix van audiometingen worden voortgebracht waren nooit bedoeld om een voorstelling van de muzikale werkelijkheid te bieden, alleen maar om als leidraad te dienen tijdens de ontwerpfase. Een versterkercircuit dat 1% harmonische vervorming had was waarschijnlijk beter dan een circuit met 10% harmonische vervorming. Daaruit volgt natuurlijk niet dat de mate van harmonische vervorming de geluidskwaliteit van die versterker omschrijft. Een tweede probleem is het gegeven dat metingen voor audio-apparatuur trachten om een veelheid aan tweedimensionale verschijnselen in kaart te brengen: hoeveel vervorming het product inbrengt, ruisniveau, uitgangsvermogen of -spanning en nog veel meer. Maar luisteren naar muziek is een driedimensionale ervaring, die beduidend complexer is dan wat enige verzameling van getallen ooit kan presenteren. Hoe kan men het vermogen van de ene eindversterker om kippenvel op te roepen verklaren, terwijl de andere eindversterker dat niet kan? Hoe kan men deze kwaliteit ooit reduceren tot een verzameling van cijfers en mathematische symbolen? Of het gevoel dat een zanger rechtstreeks staat te zingen tegen u? Ongeacht hoeveel gegevens er ook worden verzameld over de technische prestaties van een product, ze vertellen u nog steeds niet hoe goed dit product de muzikale boodschap weet over te brengen. Als ik zou moeten kiezen tussen twee onbekende CD-spelers als mijn belangrijkste bron van muziek, dan wil ik liever met elk apparaat tien minuten in de luisterruimte vertoeven dan tien uur met elke speler in het testlab. De huidige metingen zijn ruwe gereedschappen, die volkomen inferieur lijken aan het krachtigste testinstrument dat ooit werd gemaakt: de menselijke hersenen. Eén bepaald type van buizenversterkers de "single-ended triode" illustreert duidelijk de beperkingen van metingen voor het vaststellen van de muzikale aspecten van audiocomponenten. Alle single-ended triodeversterkers onthullen bij metingen technische prestaties die, afgemeten aan alle huidige standaards, lachwekkend slecht zijn. Ze hebben een hoge graad van vervorming, een absurd laag uitgangsvermogen (meestal minder dan 10 Watt per kanaal) en deze triodes kunnen slechts weinig luidsprekers fatsoenlijk aansturen. Niettemin kunnen single-ended triodeversterkers over een directheid van muzikale communicatie beschikken die men moet horen om te geloven. Richard Heyser, een van de grootste conceptuele denkers in de audio, creëerde een verbluffend eenvoudig apparaat dat in staat was om de drogreden van het louter afgaan op meetgegevens teneinde de kwaliteit van audio-apparatuur vast te stellen, feilloos onthulde. Het apparaat bestond uit een kleine behuizing, met een ingangsconnector aan de ene kant en een uitgangsconnector aan de andere kant. Wanneer het apparaat werd aangesloten op testapparatuur, bleek het volmaakt te meten; het apparaat produceerde geen enkele vervorming, bezat een recht frequentieverloop, en genereerde geen enkele ruis. Inderdaad, de metingen duidden erop dat alles wat de behuizing bevatte een stukje draad was, dat de ingang met de uitgang verbond. Als je het echter waagde om via het apparaat naar muziek te luisteren, bleek dit nauwelijks te volgen. Het geheim van de Heyser-doos is simpel: wanneer het apparaat een zuivere sinusgolf van één enkele frequentie waarnam, zoals deze worden toegepast bij audiometingen, verbond een relais in het apparaat de ingang simpelweg met de uitgang. Maar als er een muzieksignaal werd aangeboden, met zijn complexe samengestelde golven, opende en sloot het relais razendsnel, zodat het signaal aan de uitgang ernstig stond te 'klapperen'. De doos van Heyser toont op briljante wijze het gevaar aan van het louter afgaan op metingen i.p.v. luisteren, teneinde de prestaties van audio-apparatuur te evalueren. Ik moet er ook op wijzen dat sommige vooruitstrevende audio-ontwerpers testen en meetmethoden hebben ontwikkeld, die veel geavanceerder zijn dan de tientallen jaren oude parameters die routinematig in de audio-industrie worden gehanteerd. Deze geavanceerde metingen kunnen in sommige gevallen betrouwbaar bepaalde aspecten van de weergave voorspellen. Maar deze ontwerpers zijn zelf de eersten om toe te geven dat hun metingen niet de algehele muzikale prestaties kunnen kwantificeren, noch dat zij een vervanging kunnen zijn voor kritisch luisteren. In plaats daarvan zijn deze metingen gereedschappen, die de ontwerper op betrouwbaardere wijze behulpzaam zijn bij het verwezenlijken van specifieke geluidskenmerken in een product (minder treble-hardheid bijvoorbeeld). Ongelukkigerwijs beschouwen de ontwerpers deze technieken als bedrijfsgeheim, waardoor deze kennis niet wordt gedeeld binnen de audiogemeenschap als geheel. Gegeven een ontzaglijk groot research budget zal het wellicht op een dag mogelijk zijn om met meer zekerheid de geluidskwaliteit van een apparaat vast te stellen door middel van gemeten prestaties. Maar die dag is nog ver weg en tot die tijd zullen we moeten luisteren. Het niet eenvoudig is om te weten wat goed klinkt en wat niet; de meeste mensen kunnen wel de verschillen tussen uitstekend en slecht geluid waarnemen. Maar vaststellen waarom een product muzikaal bevredigend is of niet, alsmede het vermogen om subtiele verschillen in geluidskwaliteit te onderscheiden en te omschrijven, zijn aangeleerde vaardigheden. En gelijk alle vaardigheid zal ook die van kritisch luisteren als gevolg van veel oefening verbeteren. Naarmate u meer luistert zult u ook een beter luisteraar worden. En naarmate uw gehoor verbetert, zult u ook in staat zijn om steeds kleiner wordende, subtiele verschillen waar te nemen in de vergelijkende weergave en tevens om te omschrijven hoe deze verschillen tot uiting komen en waarom de ene weergave beter is dan de andere. We moeten
daarom nu ingaan op het taalgebruik -- het vocabulaire --
en het begrippenkader van kritisch luisteren, en tevens
op hetgeen waarop men bij het luisteren dan moet letten. |
| Audiofiele Waarden Een algemene beschouwing van audiofiele waarden is van belang voor een goed begrip van de rest van dit artikel. Hierna volgen enige brede, algemene omschrijvingen over datgene wat uitstekende geluidskwaliteit onderscheidt van middelmatige. Een goed geluid is alleen maar een middel tot het doel van muzikale bevrediging; het is niet een doel op zichzelf. Wanneer een collega of buurman u uitnodigt voor een luistersessie met zijn nieuwe apparatuur, kunt u onmiddellijk vaststellen of hij een muziekliefhebber is of een "hifi-freak", die meer in geluid dan muziek geïnteresseerd is. Als hij de muziek zeer luid afspeelt en vervolgens het geluid na 30 seconden wegdraait teneinde naar uw mening (goedkeuring) te informeren, dan is hij naar alle waarschijnlijkheid geen muziekliefhebber. Als hij u daarentegen laat plaatsnemen en u vervolgens vraagt welke muziek uw voorkeur heeft; als hij of zij deze dan op een realistisch geluidsniveau afspeelt, om vervolgens in stilte samen met u de komende twintig minuten te gaan zitten luisteren, dan is het waarschijnlijk dat deze persoon er audiofiele waarden op na houdt, of simpelweg veel van muziek houdt. In het eerste voorbeeld
trachtte de buurman/collega om het geluid
indruk op u te laten maken. In het tweede geval wilde uw
vriend eveneens indruk op u maken met zijn systeem,
echter door middel van het vermogen om de muziek
tot uitdrukking te brengen en niet om de muren in
resonantie te krijgen. Dit is het fundamentele verschil
tussen hifi-liefhebbers en muziekliefhebbers. Na het maken van een afspraak kunt u meestal ook terecht bij een speciaalzaak voor audio-apparatuur. U neemt plaats op de zgn. "sweet spot" de luisterplaats die het beste geluid oplevert in de ruimte en gaat luisteren naar muziek die u zelf heeft meegenomen. Zowel bij de audiofiele buurman als in de betere speciaalzaak hoeft u niet meteen na 30 seconden met een mening of oordeel over het geluid te komen. De buurman luistert in stilte mee; de hifi-adviseur sluit de deur van de luisterruimte en laat u een tijdje alleen. Als u die tijd gebruikt om ontspannen te gaan zitten, dan kan de muziek en niet het geluid (liefst met gesloten ogen) u vertellen hoe goed het systeem is. Wanneer u luistert in groepsverband hoeft u zich niet te laten overhalen om andermans opinie te delen. Indien het om bekwame luisteraars gaat is het beter om te proberen begrijpen waar ze het over hebben. Luister bijvoorbeeld naar hun omschrijvingen en vergelijk hun indrukken met de uwe. In feite is dit de beste manier om de specifieke aspecten van het geluidsbeeld, waarover later meer, te leren herkennen. Maar neem niet zomaar over wat anderen zeggen. Als u geen verschil waarneemt tussen bijvoorbeeld twee digitale signaalkabels hoeft u niet te schromen om dat mee te delen. Veel van de luisterwaarneming
berust op herkenning
van aspecten, Het is mogelijk dat men u kan wijzen op minder uitgesproken, maar specifieke verschillen tussen de vergeleken signaalkabels, die u nog niet als zodanig heeft herkend. Na zo'n moment zult u dat specifieke aspect later steeds opnieuw kunnen herkennen, indien het zich in de muzikale presentatie voordoet. Eigenlijk is het de bedoeling dat u volkomen naar waarheid antwoord, indien men u naar uw mening vraagt. Als het geluid slecht is, zeg dat dan gewoon desgevraagd. Alle audiocomponenten beïnvloeden het signaal dat zij doorlaten. Sommige producten voegen hoorbaar kunstmatige 'elementen' toe (diverse soorten van vervorming), zoals een korrelig hoog of een onbeheerst laag. Andere producten nemen juist delen van het signaal weg bijvoorbeeld, een luidspreker die niet zo erg laag kan weergeven omdat ie erg klein van stuk is. (Verderop gaan we uitgebreid in op het specifieke vocabulaire voor het omschrijven van muziekweergave). Een fundamentele audiofiele norm stelt dat 'zonden van toevoeging' (iets aan de muziek toevoegen) veel erger zijn dan 'zonden van weglating' (iets uit de muziek weglaten). Wanneer delen van de muziek ontbreken zal het gehoor/brein systeem onbewust 'invullen' wat er niet is; u kunt beslist nog erg van de muziek genieten. Maar wanneer het weergeefsysteem een kunstmatig karakter meegeeft aan het geluid, dan wordt u er voortdurend aan herinnerd dat u naar een reproductie zit te luisteren en niet naar het origineel naar de werkelijkheid. Aan de hand van twee stel luidsprekers kan het verschil tussen de twee 'zonden' worden verduidelijkt. De eerste luidspreker een driewegsysteem met een 30cm basluidspreker in een forse kast verkoopt tegen een aantrekkelijke consumentenprijs in een audiosupermarkt. Hij gaat hard en laat heel wat bas horen. De tweede luidspreker kost ongeveer hetzelfde, maar het is een kleine tweewegweergever met een 15cm basluidspreker. Deze luidspreker kan niet zo hard spelen en produceert uiteraard veel minder bas. Het grootste van de twee luidsprekerparen is behept met wat problemen: De basweergave dreunt, klinkt dik en traag en is overweldigend. Zowat alle basnoten lijken dezelfde toonhoogte te hebben. De prominente hoogweergave is grof en korrelig, terwijl het middengebied getuigt van een enorme piek met overtollige energie, die maakt dat zangers altijd klinken alsof ze kou hebben gevat. De kleine luidspreker heeft dergelijke problemen niet. Het hoog is glad en helder en het middengebied is zuiver en open. Er komt echter in vergelijking met de andere weergever maar heel weinig bas uit het kleintje en hij kan ook niet de fysieke sensatie opwekken van geluid (met name bas) dat tegen uw lichaam 'botst'. De eerste (grote) luidspreker begaat de zonde van toevoeging, door het introduceren van kunstmatige elementen in de weergave. De pieken in de bas zorgen voor het dreunen en verdoezelen (overstemmen) de muzikale bas-boodschap grotendeels door deze zogenoemde 'ééntoonsbas'. Ook de korrelstructuur die over het hoog wordt gedrapeerd en de ernstige kleuring van het middengebied zijn beide toegevoegde veranderingen vervormingen eigenlijk. De tekortkomingen van de andere luidspreker bevinden zich echter op het vlak van weglating. Er worden zekere elementen verwijderd of weggelaten uit de muziek een verminderde basweergave die niet zo laag kan komen, alsmede de mogelijkheid om erg luid te spelen maar de kleinere luidspreker laat de overblijvende muziek verder intact. Hij voegt geen korrel toe aan het hoog, zwaarte aan de bas, of kleuring aan het middengebied. Er bestaat geen twijfel over dat de tweede luidspreker de kleine muzikaal bevredigender zal zijn. Niet alleen zijn de toegevoegde vervormingen van de grote luidspreker muzikaal gezien bezwaarlijker, ze herinneren u er tevens voortdurend aan dat u zit te luisteren naar kunstmatig weergegeven muziek. De tekortkomingen van de kleine luidspreker zijn van dusdanige aard dat zij u nog steeds toestaan te vergeten dat u naar luidsprekers luistert. Bij muziekweergave is toevoeging in alle gevallen veel kwalijker dan weglating. Een andere audiofiele norm stelt dat zelfs kleine verschillen in de muzikale presentatie van groot belang kunnen zijn. Aangezien muziek belangrijk voor ons is zullen we prettig gestimuleerd raken door elke verbetering in de geluidskwaliteit. Bovendien is er geen lineaire verwantschap tussen de omvang van een sonisch verschil en de muzikale betekenis daarvan. Een kwaliteitsverbetering kan sonisch miniem zijn, maar muzikaal gezien groot.
Daarom zijn kleine veranderingen in de muzikale presentatie belangrijk tenminste als u diep genoeg begaan bent met muziek en hoe goed deze wordt weergegeven. "Kleine" veranderingen kunnen grote subjectieve gevolgen hebben. Voorgaand voorbeeld belicht tevens de ontoereikendheid van metingen als enige beoordeling van muzikale prestaties. Metingen aan de digitale processor in kwestie wezen niet op technische kenmerken die de luisterwaarneming konden ondersteunen. En meer op fundamenteel niveau: hoe zou een nummer, dat het een of andere aspect van de technische prestaties van de processor aangeeft, ooit de muzikale betekenis moeten omschrijven van hetgeen de schrijver hoorde? Veel van de expressie en bedoeling van de muziek kan worden gevonden in zulke rijkdom aan detail, subtiliteit en nuance. Wanneer een dergelijke subtiliteit wordt gereproduceerd door een weergeefsysteem, zult u een veel dieper reikende communicatie met de muzikanten gewaarworden. Hun bedoelingen en expressie zijn levendiger, waardoor u hun artistieke kwaliteiten beter kunt waarderen. Als u bijvoorbeeld twee opvoeringen van Max Reger's Sonata in D-majeur voor soloviool zou vergelijken de ene superieur, de andere competent maar gemiddeld dan zou je, objectief gezien, kunnen stellen dat beide opvoeringen praktisch identiek waren. Beide violisten speelden dezelfde noten in praktisch hetzelfde tempo. Het verschil in expressie is afkomstig uit de nuances de (al of niet) geïnspireerde subtiliteiten van aanzet, tempo, nadruk, lengte van de noten en volume brengen de voorstelling tot leven en dragen de betekenis en bedoeling over van het muziekstuk. Dit voorbeeld is analoog aan het verschil tussen middelmatige en superieure weergavesystemen en waarom kleine verschillen in de geluidskwaliteit zoveel kunnen uitmaken. High-end audio tracht deze nuances te reproduceren, zodat u een stapje dichter bij de muzikale expresie kunt komen. De trieste maar universele
waarheid omtrent audiocomponenten is dat, wanneer u een
signaal invoert in het apparaat, het er nooit
beter uit zal komen aan de andere kant. Daarom wilt u de
signaalweg zo simpel en kort mogelijk houden en alle
onnodige elektronica verwijderen die tussen u en de
muziek in staat. Daarom is het inzetten van equalizers en
meer van dergelijke geluidsprocessors in de signaalweg
meestal een slecht idee hoe minder er met het
signaal gedaan wordt, hoe beter het is. De komst van
digitale techniek heeft echter mogelijk gemaakt dat
bescheiden vormen van signaalbewerking een positief
resultaat hebben. Een voorbeeld hiervan is digitale
akoestiek aanpassing, hoewel dit prijstechnisch nog niet
aantrekkelijk is voor de gemiddelde consument. |
| Valkuilen voor de
Kritische Luisteraar Er kleven bepaalde risicos aan het ontwikkelen van kritische luistervaardigheden. Het eerste en nogal belangrijke risico is het groeiend onvermogen om onderscheid te maken tussen kritisch luisteren en luisteren voor plezier en ontspanning. Als eenmaal de eerste schreden zijn gezet op het pad van kritische evaluatie van geluidskwaliteit, is het maar al te gemakkelijk om te vergeten dat de enige reden om met audio-apparatuur bezig te zijn gelegen is in het feit dat u muziekliefhebber bent. Het is ook verleidelijk om te denken dat u, telkens als u nu ergens muziek hoort, een mening dient te hebben over wat er goed en wat er fout is met het aangeboden geluid. Dit is de meest rechtstreekse weg naar een conditie die humoristisch wordt aangeduid met de omschrijving "Audiophilia Nervosa". Deze toestand kenmerkt zich door voortdurende wisselingen van apparatuur en door het afspelen van slechts één nummer van een CD of LP in plaats van een belangrijk gedeelte van die CD of LP. Verder kenmerkt de conditie zich doordat men kabels gaat wisselen voor het afspelen van bepaalde soorten muziek en doordat men, in algemene zin, meer naar apparatuur luistert dan naar muziek. Maar high-end audio houdt zich nu juist bezig met het laten verdwijnen van de apparatuur. Tijdens luistersessies die voor uw plezier en ontspanning worden gehouden en dat zou in de meerderheid van de gevallen zo dienen te zijn is het uiteraard het beste om het systeem maar helemaal te vergeten. En laat dan ook het kritisch luisteren zelf achterwege, om er alleen maar uw toevlucht toe te nemen wanneer het noodzakelijk is om een waardeoordeel te vellen, of als u zich wilt bekwamen in deze discipline teneinde een beter luisteraar te worden. Trek duidelijk de grens tussen kritisch luisteren en ontspannen luisteren en weet ook duidelijk wanneer u deze moet overschrijden en wanneer niet. Er bestaat eveneens het aan het voorgaande verschijnsel gerelateerde risico van dermate hoog gestelde eisen ten aanzien van de geluidskwaliteit, dat u niet meer van muziek kunt genieten tenzij deze "volmaakt" wordt weergegeven met andere woorden: tot aan het punt waarop u niet meer van muziek kunt genieten; punt.
Maar er is hoop.......
Want hoewel de kwaliteit ervan niet zo geweldig hoog ligt,
heb ik bijvoorbeeld erg veel plezier van de
geluidsinstallatie in mijn auto laat uw audiofiel-zijn
daarom geen blokkade opwerpen voor uw
plezier in muziek, nergens niet en nooit niet. Als u de
geluidskwaliteit niet in de hand hebt, stel dan uw
verwachtingen lager in en dan krijg je net zo goed
kippenvel. |
| Omschrijvingen van
Geluid en hun Betekenis Het grootste probleem bij kritisch luisteren is het vinden van de juiste woorden om de waarneming en ervaring mee uit te drukken. In gereproduceerde muziek horen we soms zaken die moeilijk te identificeren (= als autonome entiteit waar te nemen) en in woorden te vangen zijn. Een vocabulaire voor de luisterwaarneming is derhalve niet alleen van essentieel belang om uw waarneming met anderen te kunnen delen, maar ook om voor uzelf uw waarnemingen te kunnen duiden, herkennen en begrijpen. Wanneer een begrip kan worden gekoppeld aan de een of andere typische waarneming, dan kunt u dit fenomeen gemakkelijker herkennen als u er later weer mee wordt geconfronteerd. Een perfect voorbeeld van de hechte band tussen woorden en perceptie wordt opnieuw aangetroffen in Michael Polanyis "Personal Knowledge". Zijn beschrijving van de student in radiologie is identiek aan die van de audiofiel, die tracht een geschoold luisteraar te worden:
Zoals de student leert om longfoto's te begrijpen vanaf het moment dat hij het begrippenkader van longradiologie onder de knie begint te krijgen, zo leert de audiofiele luisteraar om specifieke aspecten van het geluidsaanbod te identificeren, naarmate hij het begrippenkader rond kritisch luisteren leert kennen. Het verband tussen de woorden en de denkbeelden is onlosmakelijk. Zodoende is luisteren samen met meer ervaren luisteraars de beste manier om datgene wat u zelf hoort te leren duiden en om de aspecten te leren identificeren. Door in detail de specifieke geluidsaspecten te beschrijven van de wijze waarop audiocomponenten de klank van de muziek die zij doorlaten veranderen kunt u diezelfde karakteristieken wellicht ook horen als u zelf luistert. Na dit gedeelte te hebben gelezen zou u naar twee producten kunnen luisteren ten einde te trachten zelf te horen wat ik beschrijf. Dat kunnen twee willekeurige producten zijn als u een draagbare CD-speler bezit kunt u deze aansluiten op het systeem en vergelijken met de stationaire CD-speler. Het vergelijken van een cassette- of minidisc opname en het origineel (de CD of de LP) brengt u ook een eind op weg. Van belang is simpelweg dat u een begin maakt met analytisch luisteren. Als u de geluidsverschillen niet meteen hoort, tracht dan toch te blijven luisteren. Hoe meer u luistert, des te gevoeliger u wordt voor deze verschillen. Elke luisteraar
hoort/luistert waarschijnlijk enigszins anders. Datgene
waar ik zelf op let gedurende een kritische sessie kan
afwijken van de checklist van een andere luisteraar.
Bovendien zijn de waardeoordelen die ik of anderen aan de
diverse aspecten van de geluidspresentatie meegeven
altijd ook een kwestie van voorkeur en smaak. Enkele luisteraars zullen bijvoorbeeld de juiste weergave van het timbre of tonale karakter boven alles belangrijk vinden. Een product kan fenomenale baskwaliteiten bezitten, een spectaculair ruimtelijk beeld neerzetten en een schoon hoog daarin naadloos integreren, maar als het timbre enigszins kunstmatig of hard aandoet, zullen die andere kwaliteiten weinig uitmaken deze luisteraar zou het apparaat nooit zelf kopen. Een andere luisteraar vindt het ruimtelijk beeld en de correcte podium- of zaalafbeelding van doorslaggevend belang. Tenslotte kan een korrelig laagje over de hoogweergave door de ene luisteraar nauwelijks opgemerkt worden, terwijl het voor weer een andere luisteraar volkomen onacceptabel is. We horen niet alleen allemaal verschillend en waarderen andere aspecten in muziekweergave, maar de muzikale waarneming en scherpte van één enkele luisteraar zal al variëren met het tijdstip van de dag, de stemming en de mate van ontspanning. Er zijn ook sterke aanwijzingen dat mensen de ruimtelijke afbeelding in de muziek (de indruk van muziek die daadwerkelijk fysieke ruimte inneemt) op twee manieren waarnemen. Wanneer u tussen twee luidsprekers in zit die beide hetzelfde signaal weergeven, sturen uw beide oren een gelijk signaal naar de hersenen. Zodoende interpreteert u het geluid als komende van precies midden tussen de luidsprekers. Als het geluid van de linker luidspreker plotseling sterker wordt trekt het brein de conclusie dat het geluid enigszins links van het centrum komt. Deze methode van lokaliseren wordt "intensiteitsstereo" genoemd: de informatie die u hoofd gebruikt om het geluid te lokaliseren is verschil in geluidssterkte tussen uw linker- en rechteroor. De tweede methode voor het lokaliseren van geluiden in de ruimte en het vormen van een ruimte-afbeelding in uw hoofd gebruikt de fase-informatie (tijdsinformatie) die in een opname besloten ligt. Als we uitgaan van de twee luidsprekers die elk hetzelfde signaal weergeven, horen we het geluid schijnbaar midden tussen de luidsprekers 'staan'. Als het signaal van het linkerkanaal nu een heel klein beetje later (enkele duizendsten van seconden) wordt weergegeven dan dat van het rechterkanaal, dan hoort u dat het geluidsbeeld opschuift naar rechts. Hoewel beide luidsprekers het signaal met hetzelfde volume weergeven lijkt het geluid te komen vanaf de kant van de luidspreker die het geluid een fractie eerder weergeeft. Van de twee signalen (links en rechts) wordt nu gezegd dat zij een verschillende fase (looptijd) hebben ten opzichte van elkaar. Sommige luisteraars zijn veel gevoeliger voor fase-informatie dan anderen. De fase-informatie van opnames die zijn gemaakt in akoestische ruimtes (in tegenstelling tot opnamestudio's) is enorm complex. Aangezien geluiden tegen de muren van de akoestische ruimte reflecteren scheppen ze een bijna oneindig patroon van zeer minimale tijdsvertragingen. Maar juist deze tijdsinformatie onthult aan het brein hoe diep de ruimtelijke afbeelding is, of de afbeelding scherp afgetekend is of niet en de algehele omvang van de (concert)ruimte. Wanneer een hifi-systeem er niet in slaagt om op correcte wijze met deze tijdsinformatie om te gaan, zal de ruimte-informatie inkrimpen en de afbeelding van de instrumenten vaag zijn althans voor sommige luisteraars. Zoals gezegd, niet alle luisteraars zullen het verschil waarnemen tussen een systeem dat correct omgaat met ruimtelijke informatie en een systeem dat hierin niet slaagt. Dat wil niet zeggen dat de ene manier van luisteren beter is dan de andere; alleen maar dat er twee aparte mechanismen voor lokalisatie van geluiden bestaan. De opname die, naar mijn ervaring, het meest onthullend is waar het een systeem betreft dat op correcte wijze de fase-informatie weet over te brengen is John Rutter's Requiem, uitgebracht op het Reference Recordings Label. Wanneer deze CD wordt afgespeeld via een eersteklas systeem, dan is het vermogen om de plaatsing van afzonderlijke beelden te horen, alsmede het besef van de grootte en karakteristiek van de ruimte ronduit verbluffend. Zelfs een kleine aantasting van de fase-informatie op deze opname zal de hoorbaarheid van die kwaliteiten sterk doen teruglopen. De beschrijvende termen en het begrippenkader dat hierna wordt gepresenteerd wordt alom gehanteerd bij de talrijke luistertesten in de audiobladen. Er bestaat een algemene overeenstemming over wat deze begrippen inhouden, maar kleine verschillen in interpretatie van die inhoud zijn natuurlijk onvermijdelijk bij zovele verschillende luisteraars. Het is ook goed om te weten dat opnames, die met behulp van audiofiele technieken tot stand zijn gekomen, bepaalde of zelfs alle aspecten van het weergegeven geluid beter kunnen onthullen dan de meeste opnames die voor massaconsumptie werden gemaakt. Ter illustratie hiervan: een opname van klassieke muziek, gemaakt met twee, of tenminste met zeer weinig microfoons, met behoud van een uiterst eenvoudige signaalweg en middels eersteklas opnameapparatuur, zal naar alle waarschijnlijkheid meer onthullen over de ruimtelijke prestaties van een audiocomponent dan een populaire opname die werd gemaakt in een kleine opnameruimte van een studio. De meeste opnames die op het grote publiek zijn gericht hebben bijna geen dynamiekomvang en zijn zodanig gemixt dat ze "goed" klinken via een gemiddelde 12cm autoluidspreker. Enkele van de termen en begrippen die worden uitgelegd hebben dan ook meer betrekking op audiofiele opnames dan op opname voor de grote massa consumenten. Ze hebben in elk geval betrekking op audiocomponenten in het algemeen. Een kleine verzameling van eersteklas opnames al of niet van een audiofiel platenlabel kan goed worden gebruikt voor het vergelijken van de prestaties van componenten. Voorwaarde voor zo'n verzameling is allereerst dat u de muziek zeer goed kent, of althans die passages, die voor kritische luistertests worden gebruikt. Een ander belangrijk gegeven om rekening mee te houden is de inhoud van die verzameling, en dan met name in relatie tot de diverse aspecten van het geluidsbeeld. In die collectie testmuziek moeten opnames zitten, die tezamen een compleet beeld kunnen geven van de capaciteiten van de component dat getest wordt. U selecteert opnames voor het beoordelen van dynamiek, klankkleur (akoestische instrumenten en de menselijke stem), detail, ruimtelijk beeld, afbeeldingsscherpte (focus) en het is niet altijd mogelijk dat al die aspecten uitblinken in één en dezelfde opname. Nogmaals, we hebben het hier over opnames die u speciaal selecteert voor die momenten, waarop het nodig is om kritisch te luisteren. Daaraan moeten hoge (opname-)technische eisen gesteld worden, aangezien zij uw referentie vormen voor de werkelijkheid. Merk tevens op dat verschillen tussen audiocomponenten dikwijls worden aangeduid in termen van frequentiebereik (bijv. teveel hoog). Het apparaat kan niettemin een vlakke (juiste) frequentiekarakteristiek hebben, maar de vervormingen die de component genereert wekken de indruk van teveel hoog. Het is
allereerst nuttig om de algemene termen te kennen waarmee
het spectrum van audiofrequenties wordt onderverdeeld.
Het bereik van het menselijk gehoor, dat ongeveer tien
octaven omvat vanaf ca. 16Hz (trillingen per seconde) tot
20.000Hz of 20 kiloherz (20kHz), kan worden onderverdeeld
in de speciefieke gebieden die hieronder worden
beschreven. Merk op dat de scheidslijnen tussen de
gebieden enigszins willekeurig zijn; je kunt niet stellen
dat het lage middengebied begint bij precies 250Hz en
niet bij 300Hz, bijvoorbeeld. De tabel voorziet niettemin
in een ruwe leidraad voor het begrijpen van de onderlinge
verhoudingen tussen de frequentiegebieden en de namen
ervan. |
Frequentiegebied
|
naar boven ![]() Deze leidraad en de grafiek van de frequentiemeting kunnen behulpzaam zijn om de volgende termen en definities beter te interpreteren: |
| Aspecten van
Muziekweergave Een volledig karakterproefiel van het geluid van een product zal omschrijvingen van elk van de nu volgende aspecten van muziekweergave omvatten:
Klankbalans Tonale Balans Timbre Het eerste aspect van de muzikale presentatie waarnaar de aandacht kan uitgaan is het algehele tonale evenwicht van het product. In welke mate zijn bas, middengebied en treble met elkaar in evenwicht. Wanneer het klinkt alsof er teveel treble is noemen we de presentatie helder. De indruk van te weinig treble levert een saai of afgetopt geluid op. Wanneer de bas de rest van de muziek overstemt, heet het dat de presentatie zwaar of gewichtig is. Is er te weinig bas te horen, dan noemt men de presentatie dun, licht of slank. Akoestische instrumentengroepen (koperblazers, houtblazers, snaarinstrumenten etc.) en de menselijke stem zijn erg gevoelig voor een afwijkende klankbalans. De nadruk die door een component in een beperkt frequentiegebied zoals bijvoorbeeld het lage middengebied wordt gelegd, kan de klank van al deze instrumentgroepen kleuren, wanneer hun tonale bereik zich tenminste tot dit frequentiegebied uitstrekt. De tonale
balans is een prominent en soms overweldigend
aspect van de muzikale signatuur van een product.
In de foto hierboven wordt duidelijk een "koele"
klankkleur gesuggereerd. Een overmatig warme klankkleur
is uiteraard ook een mogelijkheid. De term perspectief
beschrijft de schijnbare afstand tussen de luisteraar en
de muziek. Perspectief is in belangrijke mate een gevolg
van de opname (vooral de afstand tussen de microfoons en
de artiesten), maar de componenten van het
weergeefsysteem oefenen eveneens hun invloed er op uit.
Sommige producten duwen de presentatie als het ware voorwaarts,
naar de luisteraar toe. Andere klinken meer veraf
of terughoudend.
'Voorwaarts' zet de muziek vòòr de luidsprekers neer; 'terughoudend'
maakt dat de muziek een klein eindje achter de
luidsprekers wordt neergezet. Anders gezegd, het product
met het voorwaartse geluidsperspectief klinkt alsof de
spelers enkele stappen in uw richting zijn gekomen. Het
terughoudende product doet vermoeden dat de muzikanten
een stap achteruit zijn gaan staan t.o.v. de luidsprekers. Goede treble is
essentieel voor een eersteklas muziekweergave. Vaak
slagen op alle fronten uitstekende audioproducten er niet
in om muzikaal te bevredigen als gevolg van ondermaatse
treble prestaties. Korreligheid in
de treble kan in diverse gradaties van fijnmazigheid
voorkomen van dunne sluier tot zwaar overgordijn.
U kunt ook in termen van schuurpapier denken,
bijvoorbeeld van de fijne 400-korrel tot de groffe 80-korrel.
Hoe groffer de korrel van het schuurpapier of de mazen
van het weefsel, des te bezwaarlijker het wordt. De
voorgaande discussie over korreligheid is van nog groter
belang bij de weergave van het middengebied, waarover
verderop meer.
Tot dusverre
zijn alleen problemen besproken waarbij de treble werd
benadrukt. Sommige producten neigen er juist toe om
diezelfde treble zachter en minder prominent (dan bij
levende muziek het geval is) weer te geven. Zo'n
karaktereigenschap is vaak bewust in het ontwerp
ingebracht, ofwel om tekortkomingen van de trebleweergave
van het component in kwestie, of van andere componenten
uit het systeem te compenseren, dan wel om de klank van
het apparaat aangenamer te doen lijken. Het welbewust
verzachten van treble is voor een ontwerper de weg van de
minste weerstand; als hij de treble niet goed in balans
of geïntegreerd krijgt, dan maakt hij deze gewoon wat
minder opvallend door verzachtende maatregelen. |
| Het Middengebied J.Gordon Holt, oprichter van het blad Stereophile
en de man die aan de wieg heeft gestaan van subjectieve
evaluatie van audio-apparatuur, heeft eens geschreven dat
"als het middengebied niet in
orde is, al het andere er niet toe doet." Basweergave is het meest
verkeerd begrepen aspect van weergegeven geluid, zowel
onder het gewone publiek als onder hifi-liefhebbers.
Algemeen wordt aangenomen dat hoe meer bas er te horen is,
des te beter het zal zijn. Dit wordt bijvoorbeeld
weerspiegeld in advertenties voor subwoofers, die "aardverschuivende
basweergave" in het vooruitzicht stellen, alsmede de
mogelijkheid om "broekspijpen te laten klapperen en
kleine dieren te shockeren of te verdoven". De
ultieme uitdrukking van deze perversiteit is de zgn.
"boom-car" auto's die absurde
hoeveelheden slechte en smalbandige basweergave ten
gehore brengen zowel binnenin als aan de
buitenkant.
Een pijp kan zijn afgestemd op
16Hz de lengte van die pijp komt dan ook overeen
met de kwart golflengte van een toon van 16Hz, hetgeen 5,3m
is (geluidssnelheid in de lucht / frequentie = 344/16).
Luidsprekers die werkelijk in staat zijn om dit onderste
octaaf correct weer te geven kunnen (momenteel) niet
anders dan kolossaal zijn. Ruimtes waarin frequenties van
16Hz tot 40Hz correct
moeten worden weergegeven moeten behoorlijk groot zijn.
Die kolossale luidsprekers moeten correct
worden opgesteld in die luisterruimte, hetgeen in elk
geval inhoudt dat ruime afstanden tot de wanden moeten
worden gerespecteerd. Aantasting van de leefbaarheid van
de ruimte door dit alles, doet al snel de wens voor een
speciale luisterruimte ontstaan, die, uiteraard, groot
genoeg moet zijn. De vermogens die vereist zijn om
dergelijke grote luidsprekers ook weer correct aan te
drijven zijn navenant: grote eindversterkers, liefst
één per kanaal, stellen grote eisen aan het budget
vermogen is niet meer zo duur, maar stabiel
vermogen tot aan de laagste frequenties is dat wèl. De
luisterruimte, die geschikt moet zijn voor correcte
weergave van de onderste twee octaven (tot aan 65Hz), zal
naar alle waarschijnlijkheid diverse akoestische
aanpassingen hebben ondergaan, al dan niet onlosmakelijk
verbonden met de ruimte (feitelijke verbouwing). Ook deze
aanpassingen zijn kostbaar, aangezien gespecialiseerde
technici de ruimte allereerst moeten diagnosticeren met
behulp van professionele meetapparatuur, en daarna met
oplossingen moeten komen voor de vastgestelde problemen.
Ook de hulpmiddelen voor het absorberen of reflecteren
van lage frequenties zijn vele malen dan dezelfde
hulpmiddelen, maar nu ontwikkeld om te worden ingezet in
het middengebied of de treble. |
| Het Geluidsbeeld Het Ruimtelijk Beeld Het geluidsbeeld of
ruimtelijk beeld (in het Engels: 'soundstage')
omvat de schijnbare fysieke afmetingen van de muzikale
presentatie. Als u de ogen sluit terwijl u naar een goed
systeem luistert "ziet" u de muzikanten en
zangers vòòr u, vaak in een akoestische ruimte zoals
een concertzaal. Het geluidsbeeld heeft de fysieke
eigenschappen van breedte, diepte en
hoogte, waardoor een indruk van
grote ruimtelijke afmetingen in de luisterruimte kan
ontstaan. Bekend is het schokeffect van veel luisteraars
(ook geoefende), die zich na enige tijd met
gesloten ogen naar de muziek te hebben geluisterd
bij het openen van de ogen enigszins verrast de
werkelijke grenzen van de luisterruimte herinneren. De
term geluidsbeeld overlapt met de term plaatsing
(in het Nederlands nogal eens met de term stereobeeld
omschreven), ofwel de wijze waarop de instrumenten in het
geluidsbeeld verschijnen als objecten, die in een
driedimensionale ruimte hangen binnen de opgenomen
akoestiek. Zoals eerder in deze verhandeling werd
opgemerkt, is een ruim en goed gedefinieerd geluidsbeeld
meestal voorbehouden aan opnames die middels audiofiele
standaards werden vervaardigd in echte akoestische
ruimtes, zoals een auditorium, concertzaal, kerk of
dedicated muziekruimte in huis. Teneinde het geluidsbeeld en de hiervoor beschreven kenmerken ervan te horen is het noodzakelijk om opnames te gebruiken die deze ruimtelijke aanwijzingen ook daadwerkelijk bevatten. Studio-opnames, gemaakt met talloze microfoons en overdubs, laten zelden de ruimtelijke aspecten horen waarom het hier gaat. Opnames die werden gemaakt in echte akoestische ruimtes met stereomicrofoon technieken en een zuivere signaalweg zijn essentieel voor het horen van alle aspecten van het ruimtelijk beeld. Zowel de kwaliteit van het weergeefsysteem als die van de opname zijn bepalend voor de mogelijkheid ruimtelijke informatie correct over te brengen. Als deze aspecten niet in de opname zijn vertegenwoordigt is het onmogelijk om het product dat wordt geëvalueerd op die verdiensten te beoordelen. De meeste audiofiele opnames zijn tot stand gekomen dankzij zo zuiver mogelijk toegepaste technieken (meestal twee microfoons) die op natuurlijke wijze de ruimtelijke informatie oppikken die tijdens de muzikale presentatie aanwezig is. Een klacht die weleens over audiofiele opnames geuit wordt is dat zij niet altijd muzikaal interessant zouden zijn. Ze zijn, met andere woorden, alleen vanuit audiofiele motieven vervaardigd teneinde een technisch op alle fronten goed geluid vast te leggen, waarbij de muzikale inhoud vergeten of geofferd wordt in dat streven. Net als bij de populaire muziekopnames en de uitvoeringen van de klassieke componisten is er ook binnen het audiofiele genre sprake van verschillen in interpretatie en inhoud van de muziek. Er bestaan beslist audiofiele opnames die ook muzikaal de moeite waard blijven na langere tijd. Bij het samenstellen van uw persoonlijke collectie audiofiele muziek is het daarom van belang om niet alleen af te gaan op het feit dat de opname langs audiofiele weg tot stand is gekomen, maar ook te beoordelen of de muziek u inhoudelijk voldoende aanspreekt. Anders kunt u net zo goed treinen, vliegtuigen en onweer afspelen voor het beoordelen van de weergave. Tenslotte is
een uitmuntend geluids- en ruimtebeeld relatief fragiel.
U moet midden tussen de luidsprekers gaan zitten, met
niets tussen u en die luidsprekers in. Verder moeten alle
componenten in de afspeelketen afzonderlijk van hoge
kwaliteit zijn en tezamen goed bij elkaar passen. Een
goede ruimtelijke afbeelding en dito plaatsing zijn vaak
de kroon op het werk van de audiofiel, die na heel veel 'arbeid'
eindigt met een geïntegreerd
weergeefsysteem. Zo'n beeld wordt snel teniet gedaan door
één of meer componenten van slechte kwaliteit, een
gebrekkige akoestiek van de luisterruimte of een
gebrekkige opstelling van de luidsprekers in die ruimte.
Daarmee is niet gezegd dat u een fortuin moet spenderen
voor een goed geluidsbeeld; veel betaalbare componenten
hebben deze eigenschap in potentie in zich, maar het is
een grotere uitdaging om een compleet
hoogwaardig systeem samen te stellen op basis van
dergelijke betaalbare 'koopjes'. |
| De Dynamiek Het dynamisch
bereik van een audiosysteem of
individueel component is het bereik dat loopt van de
allerzachtste tot de hardste geluiden die dat systeem of
component kan weergeven. Het wordt vaak in technische zin
gespecificeerd als het verschil in sterkte tussen de
ruisdrempel van het component en het maximale
uitgangsnivo. Detail
verwijst naar de kleine, zgn. 'low-level' componenten van
de muzikale presentatie. De fijne innerlijke structuur
van het timbre van een of ander instrument is een vorm
van detaillering die hoorbaar kan zijn. De term wordt ook
in verband gebracht met transientgeluiden in het algemeen.
Een weergeefsysteem met een goed oplossend vermogen van
details zal de muziek 'doordrenken' met het gevoel dat er
in de muziek erg veel gaande is. De Britse audiorescensent Martin Colloms verdient de eer als eerste de belangrijke muzikale aspecten van de muziekweergave te hebben geïdentificeerd en gedefinieerd die hij "pace, rhythm and timing" noemde. Het is niet zo makkelijk om een Nederlandstalig equivalent voor het woord 'pace' te vinden, dat de lading dekt zoals in de engelse taal. Het woordenboek geeft 'tempo', 'gang' en 'vaart' als betekenissen van het woord 'pace' op, maar zoals zal blijken uit de navolgende beschrijving, zijn alle drie de betekenissen eigenlijk vervat in het 'pace' dat verband houdt met muziekweergave. "Tempo, ritme en timing" duiden in elk geval op de prestaties van het systeem om de luisteraar op een fysieke manier te betrekken bij de voorwaartse 'stroom en drive' van de muziek. Tempo is de kwaliteit die maakt dat het lichaam zich op de een of andere manier wil bewegen op de maat van de muziek, bijvoorbeeld door met de vingers mee te roffelen, met de voeten op de grond te 'tappen' of met het hoofd mee te bewegen kortom, het gevoel te worden voortgedreven door het ritme van de muziek. De klank van goed tempo en ritme van een muzieksysteem kan zorgen voor een gevoel van lichamelijke opwinding. Hoewel het tempo van de muziek, die via een weergeefsysteem wordt weergegeven, natuurlijk niet objectief (werkelijk) verandert wanneer het via een ander systeem wordt weergegeven, kan de subjectieve indruk dat er wel degelijk verschil is in timing niettemin diepgaand zijn. Sommige systemen of componenten zetten als het ware een rem op het ritme, zodat het tempo langzaam of traag lijkt te worden een drummer spreekt erover dat dan het ritme enigszins 'trekt'. De subjectieve indruk is dat het tempo van de muziek dan net iets later aan de luisteraar wordt gepresenteerd dan het ritme. Andere systemen of componenten zitten meer òp het ritme (upbeat) en brengen de ritmische spanning en drive van de muziek prima over. De subjectieve indruk is nu dat het tempo van de muziek voor de luisteraar al duidelijk is gemaakt, wanneer het ritme zelf nog moet volgen. Naast het schijnbaar vertragen van het tempo, wekken componenten met een slechte "pace, rhythm en timing" de indruk dat de band of het orkest minder als een eenheid speelt en minder opheeft met de muziek die zij speelt. Ook de muziek lijkt aan vitaliteit en energie te hebben ingeboet. Martin Colloms schreef in het eerste artikel over dit onopgemerkt aspect van muziekweergave, gepubliceerd in november 1992 in Stereophile het volgende:
Elke vorm van onbedoeld of zijdelings opgewekte en willekeurige energie (trilling), zoals bijvoorbeeld die in de voeding van een eindversterker of in een luidsprekerbehuizing zelfs enigszins losgelopen bevestigingsboutjes, waarmee individuele luidsprekerunits op het frontpaneel worden verankerd kunnen tempo, ritme en timing aantasten. Een luidspreker die van de grond of van zijn standaard wordt ontkoppeld d.m.v. spikes, kegels (cones) of dempers kan, indien dit onzorgvuldig werd uitgevoerd, eveneens bijdragen aan gebrekkige prestaties m.b.t. het ruimtelijk beeld, de plaatsing en tempo, ritme en timing. In een andere verhandeling, elders op de pagina waar deze zich bevindt, wordt dieper ingegaan op de feitelijke (fysieke) opbouw en opstelling van een geluidsinstallatie en de bijbehorende hardware, èn op de daarmee verband houdende aandachtspunten dus ook op het aspect van ontkoppeling van luidsprekers en apparatuur t.o.v. de vloer, een standaard of een rack. Ontkoppeling van audiocomponenten komt in essentie neer op het zo stabiel mogelijk verbinden van een rechtopstaand object met de ondergrond waarop het staat. Het wiebelen van de luidsprekers als gevolg van bijvoorbeeld een ongelijke of zachte ondergrond en met name voor- of achterwaartse beweging is fataal voor de plaatsing van muziekinstrumenten in het ruimtelijk beeld, terwijl de algehele ruimtelijke indruk erdoor versmeerd (uitgesmeerd) wordt. Ook een negatieve invloed op het aspect van tempo, ritme en timing is onder die omstandigheden onvermijdelijk. Gelukkig is de oplossing hiervoor in alle gevallen slechts gelegen in het respecteren en correct uitvoeren van een aantal concrete 'opbouwvoorschriften', hetgeen het nodige werk met zich mee kan brengen, maar slechts weinig financiële onkosten. Waarschijnlijk hebben alle luisteraars vaak genoeg voorbeelden kunnen horen van goede tempo, ritme en timing in de weergave, alsmede van het tegendeel, zonder het echter als zodanig te herkennen en identificeren. In plaats daarvan kan men wel het gevoel hebben gehad van een ondefinieerbare betrokkenheid tot de muziek, indien het systeem een goede timing bezat, dan wel een algehele apathie of verveling te ervaren wanneer het systeem niet in staat was de boodschap van tempo, ritme en timing goed over te brengen. Hoe luistert u
dan naar tempo en ritme? Door het gewoon maar te vergeten.
Als u wilt gaan dansen zal het component 'het'
wel hebben. |
| Coherentie
Integratie Coherentie (samenhang, integratie)
beschrijft de indruk dat de muziek geïntegreerd is /
wordt tot een bevredigend geheel en niet als een
verzameling bas, midden en hoog. Het muzikale harmonische
tapijt is integraal geweven, niet als een lappendeken of
een kilt. Eindelijk komen
we toe aan het allerbelangrijkste aspect van de
prestaties van een audiosysteem: de muzikaliteit
ervan. In tegenstelling tot de meeste andere hiervoor
besproken aspecten is muzikaliteit niet iets waarvoor u
gaat zitten teneinde het specifiek te beluisteren. Het is
de totale muzikale bevrediging die het systeem kan
schenken. Het gevoel voor de muzikaliteit van een
presentatie wordt weggedrukt zodra u zich op bepaalde
aspecten van de presentatie positief of negatief,
dat maakt niet uit gaat richten, zoals bij
kritisch luisteren het geval is. In plaats daarvan is
muzikaliteit de gestalt,
het geheel van uw reacties op het gereproduceerde geluid. |