Subwoofer-Installatie
en -Opstelling
Het is betrekkelijk gemakkelijk om een subwoofer in
uw systeem op te nemen en meer bas te horen. Het is
betrekkelijk moeilijk om de bas van de subwoofer te integreren
met het geluid van de hoofdluidsprekers (ook weleens
'satellieten' genoemd). Lage bas die door een
subwoofer wordt gereproduceerd kan behoorlijk
verschillend klinken van de basweergave zoals deze
wordt weergegeven door de kleinere conussen in de
linker en rechter hoofdluidsprekers. Een correct
geïntegreerde subwoofer kenmerkt zich door een
naadloze overgang in het geluid, maar niet door een
boemerig gerommel dat onderin het frequentiegebied
aan de muziek wordt toegevoegd. De muziek behoort
niets van het natuurlijke karakter te verliezen als
gevolg van het inzetten van de subwoofer. Een slecht
geïntegreerde subwoofer zal dik, zwaar, boemerig en
onnatuurlijk klinken en u er voortdurend aan
herinneren dat u kleinere luidsprekers heeft die de
hogere bas, het midden en het hoog weergeven en een
grote subwoofer voor weergave van de lage bassen.
Het integreren van een subwoofer in uw systeem heeft
dus wel iets van een uitdaging, aangezien de
satellieten (over het algemeen) kleine en lichte
conussen hebben, terwijl die van de subwoofer groot
en zwaar is. Bovendien is de subwoofer ontworpen voor
het afstralen van grote hoeveelheden lage bas en niet
voor het weergeven van details. De hogere basweergave
van de satellieten zal snel, schoon en gearticuleerd
zijn. De bas van de subwoofer is vaak langzaam en
zwaar.
Het verwezenlijken van een goede integratie tussen de
kleine luidsprekers en de subwoofer is meestal
gemakkelijker te realiseren door het aanschaffen van
een compleet systeem dat door één fabrikant precies
voor dit doel werd ontworpen. Dergelijke systemen
zijn afgestemd op samenwerking en op het leveren van
een soepel verlopende overgang van subwoofer naar
satellieten. Het is vooral het scheidingsfilter dat
het basaandeel
verwijdert uit het audiosignaal dat aan de beide
satellieten wordt aangeboden, en dat tegelijk alle
lage, midden- en hoge frequenties uit het signaal
weglaat dat naar de subwoofer wordt gezonden. Als
deze ontwerpcriteria en de uitwerking ervan aan één
fabrikant wordt overgelaten is er een grotere kans op
een goed werkend systeem met een naadloos verlopende
overgang tussen subwoofer en hoofdluidsprekers, dan
wanneer de subwoofer een los component is van een
andere fabrikant en die in het systeem werd opgenomen
om "het laagste laag te verzorgen".
Als u dan toch een subwoofer wilt kopen van een
andere fabrikant als het hoofdsysteem, dan kunnen de
diverse regelaars op de meer geavanceerde modellen u
helpen om deze sub te integreren met de rest van de
weergeefketen.
Eén regelaar maakt het mogelijk om de scheidingsfrequentie
of kantelfrequentie in te
stellen. Deze instelling regelt de frequentie waarbij
de overgang tussen de subwoofer en de satellieten
plaatsvindt. Frequenties die lager zijn dan de
kantelfrequentie worden door de subwoofer
gereproduceerd; hogere frequenties worden door de
hoofdluidsprekers weergegeven. Als de satellieten erg
klein zijn en niet zo laag in het basgebied kunnen
weergeven zal er sprake kunnen zijn van een "gat"
in de frequentie-overdracht. Er zal een klein
frequentiegebied zijn dat noch door de subwoofer,
noch door de satellieten wordt weergegeven.
Een te hoge instelling van de kantelfrequentie heeft
eveneens een gebrekkige integratie tot gevolg, maar
om een andere reden. De grote conus van de subwoofer
is speciaal ontworpen voor het weergeven van lage
bassen. Wanneer hem wordt gevraagd om ook de hogere
bassen weer te geven (door de hoger ingestelde
scheidingsfrequentie) zullen deze frequenties minder
helder en omlijnd worden weergegeven als wanneer zij
werden gereproduceerd door de kleinere
hoofdluidsprekers. Het vinden van de juiste
kantelfrequentie is daarom de eerste stap op weg naar
een goede integratie van de subwoofer met de rest van
het systeem. De meeste gebruiksaanwijzingen die met
een subwoofer worden meegeleverd geven instructies
voor het instellen van de kantelfrequentie. Als
vuistregel geldt echter: Hoe lager de
scheidingsfrequentie, hoe beter.
Een andere regelaar is die welke meestal aangeduid
wordt met de term "Phase"
of "Phase-Control"
[Fase of Faseregeling]. Om de werking van
faseregeling bij een subwoofer te begrijpen kunt u
zich een geluidsgolf voorstellen die tegelijkertijd
door zowel de subwoofer als de hoofdluidsprekers
wordt afgestraald in fase dus. Dit zal in
beginsel alleen een geluidsgolf op de
kantelfrequentie of heel dicht daarbij kunnen zijn,
aangezien dit de enige frequenties zijn die in
de praktijk tegelijkertijd door
beide weergeefsystemen worden gereproduceerd. En
tenzij de hoofdluidsprekers en de subwoofer op
identieke afstand van uw oren zijn opgesteld, zullen
deze twee afzonderlijke geluidsgolven uw oren op iets
verschillende momenten bereiken, ofwel een
verschillende fase hebben ter plaatse van de
luisteraar, terwijl ze niettemin wel
in fase worden afgestraald door de beide systemen.
Tevens kan de elektronica in de subwoofer een
fasverschuiving in het signaal introduceren. De (traploze)
faseregeling maakt het mogelijk om de geluidsgolf die
door de subwoofer wordt afgestraald enigszins in de
tijd te vertragen, opdat deze correct in fase met de
golf van het hoofdsysteem bij de
luisteraar aankomt. Als deze
beide geluidsaandelen in correcte fase worden
gereproduceerd is er sprake van een meer samenhangend
en geïntegreerd geluid.
Eén manier voor het (eenmalig) afstellen van de
faseregelaar is om vanuit de luisterpositie te
luisteren naar een stuk muziek, terwijl iemand anders
de regelaar zodanig instelt dat de subwoofer de
gladste overgang en weergavekarakteristiek ten gehore
brengt.
Een betere, meer precieze methode voor het instellen
van de fase garandeert een perfecte fasezuiverheid
tussen subwoofer en satellieten. Sluit allereerst de
kabels achterop het hoofdsysteem omgekeerd
aan, zodat de zwarte luidsprekerkabel op de rode
terminal van de luidsprekers komt te zitten en de
rode kabel op de zwarte terminal. Doe dit met beide
luidsprekers. U moet verder een test-CD hebben met
daarop een zuivere testtoon van de kantelfrequentie
van het systeem, of een frequentiegenerator waarmee
de juiste frequentie kan worden opgewekt. Terwijl u
weer in de luisterstoel plaatsneemt laat u iemand
anders de faseregelaar instellen totdat u de
minste hoeveelheid bas hoort. Op
dat punt is de faseregelaar voor de subwoofer perfect
ingesteld. Keer de kabels achterop de
hoofdluidsprekers weer om in de originele
aansluitpositie: rood op rood en zwart op zwart.
Door deze procedure te volgen doet u eigenlijk het
volgende: Het omkeren van de absolute polariteit van
de hoofdluidsprekers maakt dat zij nu in tegenfase
met de subwoofer zijn aangesloten (die immers wel
correct is aangesloten middels rood op rood en zwart
op zwart). Bij het afspelen van het testsignaal met
dezelfde frequentie als de kantelfrequentie van de
subwoofer zal die toon door beide hoofdluidsprekers
plus de subwoofer tegelijk worden afgestraald. De
minste bas is hoorbaar wanneer de geluidsgolven van
de hoofdluidsprekers en de subwoofer maximaal uit
fase zijn dus wanneer de conus van de
hoofdluidspreker achterwaarts beweegt gaat die van de
subwoofer voortwaarts. De twee uit fase afgestraalde
geluidsgolven doven elkaar uit, waardoor er nog maar
heel weinig bas hoorbaar is. Als nu de absolute
polariteit van de hoofdluidsprekers weer correct
wordt aangesloten (dus weer in fase met de subwoofer),
zullen de conussen maximaal in
fase zijn met die van de
subwoofer en de meeste bas is nu op
de luisterplaats hoorbaar in
correcte fase. Dit is de meest zuivere methode voor
het instellen van de relatieve fase tussen subwoofer
en satellieten; een traploos instelbare faseregelaar
is hiervoor vereist!
Veel subwoofers zijn echter
uitgerust met een faseregelaar die in vier stappen
van elk 90°
instelbaar is. Aangezien de faseverschuiving tussen
subwoofer en hoofdluidsprekers geïntroduceerd kan
worden als direct uitvloeisel van hun ongelijke
luisterafstanden tot de luisteraar, kan die
verschuiving best weleens 58° of
233° zijn.
Geen van de vier fase-instellingen kan hier dan tot
een naadloos aansluitend fasegedrag leiden. U kunt
echter de luisterafstand tussen subwoofer en
luisteraar wijzigen, teneinde op die manier door de
fysieke luisterafstand de faseverschuiving zodanig te
laten verlopen dat deze precies samenvalt met één
van de vier regelstanden (0° /90° /180° /270° ).
Voor het overige is de methode dezelfde als die welke
werd beschreven voor het instellen van de traploze
faseregelaar.
De beste en meest complete integratie kan worden
gerealiseerd door het toevoegen van twee (of meer)
subwoofers aan het systeem. Twee subwoofers drijven
de lucht in de ruimte op een meer uniforme wijze aan
en zullen (indien correct gepositioneerd) minder
staande golven opwekken en ruimteresonanties
aanspreken voor het bereiken van een gegeven
geluidsdruk als met één subwoofer mogelijk is. Het
gevolg is een gladdere basweergave met meer
integratie tot de hoofdluidsprekers.
Het is mogelijk om meer dynamische impact en
helderderheid in de basweergave te krijgen door de
subwoofer in de buurt van de luisterpositie op te
stellen deze vrijheid heeft u absoluut met een
traploos regelbare faseregelaar. De korte afstand
maakt dat het geluidsaandeel van de subwoofer
enigszins directer wordt en wat minder vermengd met
reflecties arriveert op de luisterplaats. U hoort
en voelt meer van de 'bas-lancerende'
kwaliteiten van de geluidsgolven uit de subwoofer,
hetgeen de lichamelijke uitwerking en impact van de
muziek versterkt. De bas is bij correcte opstelling
indrukwekkender, krachtiger en dynamischer wanneer de
subwoofer zich dicht bij de luisterplaats bevindt.
De fysieke plaatsing van de subwoofer heeft ook een
enorme invloed op de hoeveelheid bas die hoorbaar is,
alsmede hoezeer deze met de hoofdluidsprekers
integreert. Correct geplaatst is het basaandeel van
een goede subwoofer schoon, strak, snel en krachtig.
Zo'n subwoofer voorziet ook in een naadloze en zo 'steil'
mogelijke geluidsovergang met de satellieten; u zult
de subwoofer nooit als afzonderlijke luidspreker
horen. Daarentegen zal een gebrekkige
subwooferopstelling u met een boemende, soms extreem
zware, trage en detailloze basweergave belonen,
waarin weinig van de oorspronkelijke dynamische
impact en tonale rijkdom over is gebleven
wellicht presteert het systeem muzikaal
heel wat beter zonder de 'foute' subwoofer; het
dreunende en trage onderste anderhalf octaaf kan
beter helemaal niet
als helemaal slecht worden weergegeven.