Leesvoer





Het Venster op de Opname

Verslag van een persoonlijke zoektocht naar audiofiele rust.

mei 2002 <----> nov. 2006

Een ogenschijnlijk eenvoudig zinnetje uit de handleiding van een zojuist aangeschafte luidspreker: "plaats de luidsprekers op 90-140cm voor de achterwand......".

De eenvoud van deze instructie kan bedrieglijk zijn. Dit verslag bewijst dit, aangezien het zich voor een belangrijk deel concentreert op de nasleep van de aankoop van een set Apogee Duetta Signature luidsprekers in augustus 2004 - een aankoop die in veel opzichten heel wat meer voeten in de aarde heeft gehad dan op voorhand kon worden voorzien.

De in dit verslag gebruikte illustraties stellen diverse akoestische en sonische verschijnselen voor. Deze zijn op grafische wijze zichtbaar gemaakt met behulp van een soort "akoestische vertaalcomputer".
De afbeeldingen zijn afkomstig van "Image Savant", een fine-art studio (
http://www.imagesavant.com)
Met andere woorden:
zo zou geluid er wellicht uitzien als we het met de ogen konden zien en ik geloof dat ik me weleens zulke dingen heb verbeeld te zien in die twee jaar.

De illustraties kunnen bijna allemaal aangeklikt worden voor een vergroting.
November 2006, Toine Dingemans.







In een recensie over een audioset komt vaak de weerslag van een momentopname tot uitdrukking. Het betreft dan andermans apparatuur, opgesteld en spelend in een andere ruimte dan die waarin normaal gesproken wordt geluisterd. Een configuratie die het samenspel tussen hardware, opstelling en ruimte laat horen. Afhankelijk van zowel de observerende als de beeldende schrijverskwaliteiten van de recensent is zoiets dan in meerdere of mindere mate een lezenswaardig verslag van een ervaring - de beschrijving van een momentopname.

Er is daarnaast uiteraard ook de recensie die tot stand komt na langdurig luisteren naar een audioset, hetgeen doorgaans juist in de eigen luisteromgeving zal plaatsvinden. Het verslag van zo'n langdurige kennismaking is waarschijnlijk meer diepgravend dan de eenmalige korte kennismaking middels een luistersessie op de middag of in de avond en laat meer zien over de ware aard van de set in kwestie.

De enige manier om een set echt te leren kennen is door 'm te bezitten en te beluisteren in een bekende ruimte en om gedurende een zekere tijd via trial, error en experiment te trachten het hoogst haalbare aan weergave te onttrekken aan die set in die ruimte.



Als ik zelf een recensie zou moeten schrijven over de eigen audioset dan voelt een beetje dat als mezelf een sigaar uit eigen doos geven. Indien objectiviteit gegarandeerd zou zijn - wat het natuurlijk niet is - zou het met afstand de meest intieme en diepgravende recensie moeten opleveren die maar mogelijk is. Immers, niemand anders kent set en ruimte en het samenspel daartussen zo goed als de eigenaar zelf. Dat mag je althans verwachten. Dit is dus niet een recensie over de eigen audioset of over de kwaliteit van de weergave die in de luisterruimte wordt neergezet, al komt dat zijdelings af en toe wel een keer aan de orde.

Wat dit wel is: het is een verslag over hoe het zover gekomen is dat ik, als eigenaar van de set, de drang naar verbetering en upgrade eerst voor geen goud en later heel gemakkelijk kon loslaten, om uiteindelijk voor mezelf het ultieme doel van deze hobby waar te kunnen maken, namelijk audiofiele rust. Het is het verslag van een persoonlijke zoektocht die in feite vier jaar, maar toch zeker ruim twee jaar heeft geduurd. Als zodanig is het meer een inkijk in de praktijk van audiofiel streven dan een recensie en - naar ik hoop - een lezenswaardige inkijk bovendien. Dit is dan meteen ook het enige doel van dit verslag.







"Equilibrium Audiophiliae",
vrijwillig verstoort.

Dit verhaal begint feitelijk in het voorjaar van 2002, toen de zolderruimte geheel werd ingericht en aangepast als een dedicated luisterruimte voor stereoweergave. Enkele jaren van experimenteren met een kleine slaapkamer als luisterruimte brachten reeds het inzicht dat aandacht voor akoestiek bijzonder lonend kan zijn, maar tevens doordacht moet worden opgezet.

Aan de aankleding van de zolderruimte ligt een correcte breedbandige nagalmtijd ten grondslag. Die was op zichzelf niet eens zo moeilijk te realiseren, maar is wel de grondvoorwaarde voor kwaliteitsweergave in deze ruimte.

De audioset die tot aan het voorjaar 2002 in gebruik was had na 1991 geen ingrijpende veranderingen meer ondergaan.

Want als het erop aankomt is het allesoverheersende streven voor mij het realiseren van audiofiele rust, samen met muzikale activiteit.

De set alleen maar inschakelen om muziek te kunnen gaan luisteren en dan weer uitzetten als het klaar is. Geen getweak, niet meer schuiven met speakers, geen upgrades of kabelgepiel, geen begeerte naar blingblingnieuwe apparatuur. Uitsluitend muziek.


Naar zo'n audioset is 10 jaar lang geluisterd zonder enige wens of neiging er iets aan te veranderen. Die set is niet uit de lucht komen vallen, maar tot stand gekomen na heel wat hardware thuis te hebben uitgeprobeerd. Ik werkte destijds in een winkel en dat maakte het zorgvuldig samenstellen een stuk makkelijker. Het resultaat was een goede match van apparatuur binnen een bepaald budget. Zo'n set vertegenwoordigt als het ware een "audiofiel equilibrium" waar je niet zomaar iets aan kunt veranderen zonder het risico te lopen om de boel helemaal op zijn kop te zetten. Verbetering is in het geval van een goed gematchte set niet alleen een kostbare zaak, het kan soms ook heel veel werk met zich meebrengen om opnieuw een match te vinden die boeit. En een waarbij de wens om nog verder te veranderen of te verbeteren zich bovendien overbodig heeft gemaakt. Daarbij is de rol van een correcte opstelling van het luidsprekersysteem vanzelfsprekend cruciaal, want zelfs een kleine verandering van die opstelling kan de eventueel aanwezige magie in één klap wegnemen, indien er sprake is van een nukkige luidspreker en/of luisterruimte.

Voordat er daarom sprake van kan zijn dat ik mijn eigen set helemaal los kan laten om er enkel nog maar naar te luisteren, moet het wel eerst heel zeker zijn dat er niks fundamenteel beters meer uit te halen valt. Tegelijkertijd moet er dan wel zoveel muziek uitkomen, dat het heel duidelijk het gevoel van
"being there" oproept. Voor een gewoon klanktapijt kan ik in principe overal terecht, ook in mijn eigen huiskamer. Realisme is "being there" en voor minder dan dat besloot ik het niet te doen. "Nou, voordat je op dat punt aanbeland bent, ben je wel een paar maanden verder" zo bedacht ik me nog toen ik in 2002 de zolder betrok en daar zowel een volkomen nieuwe ruimte als een nieuwe en fundamenteel andere luidspreker (dipool) ging beluisteren.

Tegelijk met de keuze voor de zolder als nieuwe luisterruimte besloot ik dat de toenmalige kleine monitorluidsprekers - de Acoustic Energy AE-1 - maar eens vervangen moesten worden door een wat grotere, beter aan de zolderruimte aangepaste speaker: de keuze viel uiteindelijk op de kleinste fullrange ribbonluidspreker van Apogee, het model "Stage". Die luidspreker heeft eigenlijk van meet af aan de sterren van de hemel gespeeld op zolder. Dat kwam allereerst omdat het gewoon een meer dan voortreffelijke luidspreker is. Verder is deze weinig gevoelig voor de nabijheid van zijwanden en lijkt weinig nadeel te ondervinden van plafond- en vloerreflecties. Bij een dynamische luidspreker zou waarschijnlijk het tegenovergestelde het geval zijn op deze toch wel vrij kleine zolderverdieping. Een maand of drie van experiment met de opstelling en het maximum leek wel bereikt. Ik heb er daarna nog anderhalf jaar met plezier naar geluisterd - inderdaad, anderhalf jaar van audiofiele rust met een bijna perfecte match. Alleen het onderste oktaaf ontbrak en dat zou er nog best bij mogen. De Stage gaat tot 35Hz door in het laag en dan is het over. Maar vervanging van de luidspreker stond toen helemaal niet boven aan het lijstje met audiofiele prioriteiten; sterker nog: het kwam er niet eens in voor. De bovenste plaats op dat lijstje was ingeruimd voor de versterker.

De geïntegreerde versterker die me 12 jaar lang had geboeid (een Scylla 80S) werd vervangen door de Krell KSA50 eindversterker waar ik een Audio Research LS-7 buizen voorversterker bij vond - een fraaie combinatie met warmte, echtheid en een zeer realistische weergave van ruimtelijkheid in alle dimensies. De LS-7 is bijzonder klankneutraal en staat de dynamiek nauwelijks in de weg.
De eigenaar van de LS-7 bleek ook een set Apogee Duetta Signature luidsprekers te willen verkopen - dat is in feite een tweemaal zo grote versie van de Stage. Deze luidspreker had ik niet lang daarvoor bij twee verschillende gelegenheden gehoord en beide keren kwam er hele sterke, acute bezitsdrang naar boven. Voor een prettige prijs kon ik nu zelf eigenaar worden van een in goed en originele staat verkerend paartje D-sig, dat ik met mijn eigen versterkercombi hoorde spelen en dat zonder meer tot 25Hz zou moeten kunnen weergeven. Ik hoefde er niet lang over na te denken en kocht de Duetta in de wetenschap dat er nog altijd een Stage was om op terug te vallen, voor het geval de luidspreker te groot zou zijn voor mijn ruimte.

Een tijdlang kon ik dus kiezen uit twee sets luidsprekers om mee verder te gaan...


naar boven





De "Euforie van het Nieuwe"
heeft veel gezichten.

De nieuwe luidspreker kwam in augustus 2004 en ik had geen enkel idee dat het nog 2 jaar en 2 maanden zou gaan duren voordat de begeerde audiofiele rust pas echt teruggekeerd zou zijn. Zo gemakkelijk als de Stage eerder op zolder tot klinken kon worden gebracht, zo moeilijk werd dat met de Duetta. Niet dat ze ooit ook maar voor een moment "fout" of slecht hebben geklonken, dat is het niet. Dan zouden ze snel weer weggeweest zijn. Ze klinken juist altijd meer dan mooi genoeg om me eraan te herinneren waarom ze ook weer gekocht werden. Maar ze geven daarnaast ook altijd de indruk nog veel beter te kunnen klinken en veel meer in hun mars te hebben, als je maar op de juiste knopjes drukt.

Na elke wijziging in de opstelling wisten ze in het begin telkens weer een gevoel van euforie op te roepen. De euforie van het nieuwe, die wel heel leuk en boeiend kan zijn, maar nooit duurzaam. Op die manier kan het wel even duren voordat de kennismaking met een veelkleurige luidspreker voorbij is.

Altijd weer magie, hand in hand met een stukje gewoonheid en soms zelfs ook wel met ondermaatsheid. Er moest simpelweg meer in zitten. Wat Martin Colloms blijkbaar in volle glorie had gehoord hoorde ik in flarden, maar nooit ineens:

"This speaker sounded genuinely aperiodic at low and mid frequencies, free from significant bumps or group-delay effects. Acoustic guitar and harp were strikingly natural, yet wood-block had the correct clack and associated short ting. Belts sounded almost too real to be true, while orchestral brass had a most authentic character. Small bells, triangles and tambourines all sounded lively, 'airy', and tonally correct. Piano was exceptional, cellos and bowed double-bass had excellent texture and sang without apparent restraint, free from the usual boxy emphases. One danger with the Duetta Signatures is that the more you listen, the more you like them. They were certainly seductive and habit-forming!"

"Hoe meer je er naar luistert, hoe meer je ervan gaat houden", aldus Colloms. Dat klopt heel erg, maar het moet er uiteindelijk ook wel uitgehaald kunnen worden of anders moet de kleine Stage maar weer terugkomen. Die komt ook een heel eind in de richting. Die gedachte had een hele tijd lang een geruststellende uitwerking totdat de Stages op een gegeven moment werden doorverkocht. De Duetta werd zodoende een blijver, maar audiofiele rust bepaald nog niet.

Na een maand of zes schuiven met de opstelling, het uitproberen van allerlei locaties en het experimenten met achterwanddiffusie, ontstaat een wat verdiepter beeld van het veelzijdige karakter van deze luidspreker. Dat was althans waarvoor ik het aanzag op dat moment: het karakter van de Duetta zelf. Het ligt immers ook in de normale lijn der verwachting dat je na een half jaar wel weet wat voor vlees je in de kuip hebt met een nieuwe luidspreker. Tegen die tijd ken je niet alleen het karakter, maar ook de manieren om het enigszins te beïnvloeden. Maar niet bij deze speaker dus. Bij de Duetta was er na een half jaar nog steeds het gevoel dat weliswaar enkele van de bekendste gezichten van de speaker zichtbaar zijn geworden, maar nooit diens hele verschijning in één keer! En ook begint het dan te dagen dat de redenen hiervoor niet primair bij de speaker gezocht moeten worden,
maar bij de gebruiker die nog niet op de juiste knopjes heeft gedrukt. Ze misschien nog niet eens heeft gevonden, zoals in mijn geval achteraf ook wel is gebleken.

Om Martin Colloms er nog eens over te citeren:

"As is the wont with good speakers, this design did not impose itself on first hearing; rather it sounded smooth, unexaggerated and apparently unassuming. If you are looking for superficial excitement, head-banging dynamics, or an exaggerated clarity and attack, the Duetta may well disappoint. It has inner qualities whose strengths can only be realized with the help of the finest sources. It would be easy to misjudge the Signatures, ascribing fault where the blame really lies with the cable, power amplifier, or earlier source components. Despite some minor flaws, this speaker's behaviour shows most clearly that the major aspects of its performance are relatively unbounded, given the present state of the art. By this I mean that the music-making and the information-retrieving aspects of the Duetta Signature are superior to the best of present-day sources and electronics, and thus barely impose any limit upon them."

Overigens is Martin Colloms' complete luisterverslag van deze luidspreker HIER te vinden.

Achteraf bekeken is het bovenstaande ook een reden dat dit op een gegeven moment voor mij de verschrikkelijkste luidsprekers waren die er maar bestonden! Het is niet alleen maar een kwestie geweest van het zoeken en vinden van de perfecte opstelling, hoewel die gedachte het eerste jaar wel heeft overheerst. Ik dacht dat ik het met de bestaande apparatuur zou redden; twijfelde nog niet aan de Krell, maar wel aan de toenmalige CD-80 van Marantz, die als geluidsbron fungeerde. Die twijfel begon pas echt goed toe te slaan na het langdurig kunnen beluisteren van een zeer goede cd-speler op de zolder. Het verhaal hierachter vormt een apart stukje leesvoer dat
HIER te vinden is.

De speaker zelf blijkt veelbelovend in alle opzichten, maar tegelijk volkomen ongrijpbaar bij het pogen om dit alles dan ook eens echt manifest te maken in één allesomvattende opstelling. Meestentijds is dat zeer boeiend en leerzaam, maar als het te lang gaat duren voordat er een voorwaartse beweging in zit ontstaat ook gemakkelijk frustratie. Dat komt vooral omdat rust, het eigenlijke doel, helemaal niet dichterbij lijkt te komen ondanks al het experimenteren! Altijd klonk het voor een groot deel helemaal geweldig, terwijl een ander, kleiner deel een respectabel eind daarbij achterliep. Enerzijds was er steeds die inkijk in een enorm potentieel dat nooit in zijn geheel werd neergezet, maar anderzijds was er ook het persoonlijk gevoelde onvermogen om het daadwerkelijk nu eens in zijn volheid hoorbaar te krijgen. En dat gaat op een gegeven moment natuurlijk wringen. Dat duidelijk hoorbare potentieel is overigens wel de belangrijkste reden geweest om toch ermee door te kunnen en willen gaan. Ik begon het gevoel te krijgen dat het weleens teveel zou kunnen zijn voor me om op te lossen, met name met Colloms' citaat van hierboven in gedachten dat zinspeelde op het belang van de hardware. Teveel zaken in de luisterruimte stonden tegelijkertijd op de helling: vervanging van de cd-speler omdat die duidelijk niet in staat was om nog gelijke tred te houden met de rest van de set, elkaar tegenwerkende tweaks waarvan op dat moment niet duidelijk was dat ze elkaar tegenwerkten en dan ook nog experimenten met diffusers, die op zichzelf op waarde geschat moesten worden.

Duidelijk was wel dat deze speakers totaal niet lineair of voorspelbaar reageren op een opstelling, zoals dynamische speakers dat doorgaans wel doen:

  • verder naar achteren en naar de hoek toe = meer bas en minder ruimtelijkheid;
  • verder uit de hoek en van de achterwand = minder bas en meer ruimtelijkheid.

't Is simpel gesteld, maar doorgaans in essentie wel waar. Beetje indraaien of juist niet en klaar ben je al gauw met de opstelling.

Zo werkt het niet bij de Duetta.

Daar krijg je gewoon elke decimeter een volkomen andere klankbalans onder 1000Hz voorgeschoteld. Een nachtmerrie: dan weer meer (teveel) bas, dan weer minder (te weinig); het voorgaande in combinatie met teveel laagmidden, of juist met te weinig! En is eindelijk de plek geïdentificeerd waar het laag als geheel optimaal is, gaat het tonaal ergens in het middengebied weer niet helemaal goed (kleuring via de achterwand bijvoorbeeld), maar heb je weer wel een fenomenale ruimtelijke presentatie. Of het komt op die plek qua ruimtelijkheid niet goed genoeg uit de verf terwijl het tonaal wel helemaal geweldig is, ook in het laag. Steeds is het voor het grootste deel heel mooi - magisch zelfs - maar ook net niet compleet; net niet alles! Frustrerend en leerzaam tegelijk, maar in feite zijn die twee jaar voornamelijk gevuld met het uitvinden van de wetmatigheden die achter het correct opstellen van deze specifieke luidspreker zitten.

Hoe meer parameters er bij de opstelling betrokken zijn, hoe meer rekening je ook met elk van die parameters moet gaan houden. Dat komt vooral omdat elk van die parameters op zichzelf in staat kan zijn om het verschil te maken tussen net niet en net wel - soms ook tussen helemaal niet en helemaal wel! Er zijn nogal wat opstelparameters voor dipolaire luidsprekers in het algemeen en voor de Duetta in het kwadraat.
Een overzicht:

  • Afstand luidsprekers tot achterwand
    goede resultaten zijn mogelijk tussen 80 en 120cm, maar evengoed ook op grotere afstand voor de wand;

  • Hoek luidsprekers met achterwand, ofwel het indraaien
    een halve graad wijziging in het indraaien geeft een significante verandering in de gehele of gedeeltelijke weergave, tonaal, ruimtelijk, dynamisch, focus en micro-detail;

  • Hellingshoek achterover van de luidspreker
    van loodrecht tot -7°; een halve graad aanpassing geeft al een duidelijk waarneembare verandering in de weergave, vergelijkbaar met die van het indraaien;

  • Volkomen identieke links-/rechtsopstelling
    de linker en de rechter luidspreker moeten echt volkomen identiek worden opgesteld in alle drie de dimensies, wil het ruimtelijk beeld dat in aanleg neergezet kan worden ook echt uit de verf komen;

  • Ontkoppeling
    het gevaar van elkaar tegenwerkende tweaks is op dit gebied reëel aanwezig en kan voor moeilijk traceerbare ellende zorgen; verderop een praktijkvoorbeeldje hiervan;

  • Afstand luisteraar tot luidsprekers
    die afstand kan gelukkig relatief groot of klein zijn en alles er tussenin en elke nadelige invloed ervan kan middels indraaien en hellingshoek worden aangepast;

  • Afstand luisteraar tot de wand achter de luisterplaats
    dit is een kritische maat voor het realisme van de achter-ambiance die kan worden neergezet en aankleding van de achterwand is een aspect waar nog nadere aandacht aan zal worden geschonken in de toekomst;

  • Luisterhoogte
    bij Apogee is dit een kritische factor waar je bijvoorbeeld bij verandering van luisterstoel mee te maken krijgt, maar ook wanneer de luidsprekers op een verhoging worden geplaatst. Een grotere hellingshoek achterover maakt het mogelijk om hoger en/of verder weg te gaan zitten. Een kleine hellingshoek staat een lagere luisterhoogte of kortere afstand toe. Maar omdat hellingshoek daarnaast ook sterk inwerkt op de tonale balans, kan die hoek natuurlijk niet zomaar worden veranderd!;

  • Onderlinge afstand tussen de luidsprekers
    pas in de laatste maanden van de zoektocht is gebleken dat het lonend kan zijn om ze dichter bij elkaar te zetten dan de audiofiele conditionering ingeeft; ook hierover verderop meer.

Het samenspel tussen al deze parameters is wat je "de opstelling" kunt noemen en elke parameter is in staat om het effect van een andere te beïnvloeden. Ten goede of niet, dat is afwachten en uitproberen. Omdat er hier meer parameters tegelijkertijd spelen dan bij de meeste dynamische systemen het geval is, is het vinden van de juiste opstelling lange tijd meer een zoektocht in het donker dan een gericht ondernemen.

Eén van de zaken waarvan het belang pas vrij laat in deze zoektocht goed duidelijk werd is de invloed van het correct indraaien van de luidspreker. Met het indraaien valt de klankbalans van het laagste laag tot het hoogste hoog te beïnvloeden en dit op een manier die vaak niet eens bij opstellingsverschillen van een halve meter zal optreden bij dynamische systemen! Voeg alle bovengenoemde parameters samen in een niet al te grote ruimte met een fundamentele resonantie die globaal overeenkomt met de resonantiefrequentie van het basmembraan zelf (32 tot 40Hz) en de meeste ervaren muziekliefhebbers snappen wel dat er dan een paar momenten gaan komen waarop je de hobby ook best in één keer zou kunnen stoppen als het nog even langer duurt met tegenzitten. De een noemt dat uitdagingen; de ander problemen, maar het behelst uiteindelijk hetzelfde proces.


naar boven





Het grotere plaatje.

In genoemde periode van 2 jaar en 2 maanden hebben de luidsprekers tenminste op een vijftal verschillende locaties gestaan gedurende meer dan 3 maanden en op heel wat meer andere plaatsen gedurende een kortere tijd, variërend van 2 weken tot 2 maanden.

Op een bepaald moment wordt uit de veelheid van indrukken vanzelf duidelijk waar de echte magie ongeveer gezocht en gevonden moet worden in de opstelling en waar deze ontbreekt.

Het is een feit dat als ze echt goed staan,
het ook echt goed klinkt.!

Maar ik heb in 30 jaar nog nooit een luidspreker meegemaakt die zo gevoelig is voor (volkomen identieke links/rechts) opstelling in drie dimensies en die zoveel verschillende gezichten kan laten zien als deze. En dan gaat het tot nu toe alleen nog maar over de opstelling...


Er zijn ook diverse apparatuur-upgrades voortgekomen uit die ene beslissing om in 2002 een gematchte audioset op de helling te zetten door de luidsprekers te vervangen. De Krell eindversterker bleek toch niet opgewassen tegen de taak (leeftijd en ontoereikend vermogen) om de Duetta werkelijk tot leven te wekken. Een aardig voorbeeld is het gegeven dat iedere upgrade van de hardware de luidsprekeropstelling van dat moment aardig overhoop kan halen. De Krell zette van nature en met veel gemak een meer dan kamerbreed en -hoog ruimtebeeld neer. Pas bij een echt verfijnde luidsprekeropstelling bleek ook de diepte erbij te kunnen komen. Op die eigenschap wordt vanzelfsprekend de opstelling mede afgestemd. De nieuwe Usher eindversterker doet het precies omgekeerd: die zet van nature een bijzonder diep ruimtebeeld neer waar je echt in kunt kijken. Hij blijkt echter ook een geoptimaliseerde speakeropstelling nodig te hebben om navenant evenveel breedte te kunnen neerzetten. Ben je dus net klaar met een opstelling, hop, begin maar opnieuw omdat er een andere eindversterker komt te staan die een fundamenteel andere presentatie heeft en de bestaande opstelling ineens ontoereikend maakt. Dat is tweemaal voorgevallen. In deze twee jaar zijn zowel de eindversterker als de CD-speler vervangen. Ook die laatste zette de toenmalige situatie aardig op zijn kop en de toegevoegde waarde ervan vereiste dat een nieuwe opstelling daar recht aan moest doen.

Dwars door alle opstellingsexperimenten en hardwarematige aanpassingen heen zijn er ook steeds experimenten met zelfbouwdiffusers ondernomen. Die vonden met name op de wand achter de Duetta's plaats en op de vloer voor de luidsprekers. Voor een dipolaire luidspreker is de achterwand de belangrijkste wand en daarop zijn allerlei combinaties en soorten van diffusie uitgeprobeerd. In het voorjaar van 2006 is de meest geschikte diffuser voor dit doel permanent op de achterwand geïnstalleerd, mede om de ruimte meer definitief af te kunnen werken voor het zicht. Tevens zijn er regelmatig experimenten met diffusers op de vloer. Dat is in deze ruimte nuttig om ervoor te zorgen dat het geluidsbeeld voldoende hoog boven de grond komt te staan en een zangeres niet op de knieën zit te zingen.

Ondanks alle experimenten blijft dit aspect een heikel punt, waarschijnlijk direct te wijten aan de driehoekige vorm van de lengterichting van de ruimte die de neiging heeft om het geluidsbeeld naar beneden te drukken.

De conclusie die voor het gebruik van diffusers pleit is vrij simpel: op de wand achter de luidsprekers zorgen ze ervoor dat die wand lijkt te verdwijnen uit het geluidsbeeld. Zo wordt een diepte neergezet die geheel en al afhankelijk is van de in de opname besloten diepte van ruimte en geluidsveld. Veel last van zijreflecties is er niet, dus daarvoor hoeven geen specifieke maatregelen te worden genomen, behalve de reeds aanwezige absorptie.
Diffusie maakt daarnaast ook mogelijk dat het geluidsbeeld onafhankelijk van de stand van de volumeregelaar overeind blijft staan en niet dichtloopt. Voor wat betreft vloerdiffusie: die kan gemist worden, eventueel uit praktisch oogpunt hoewel dit op deze zolder niet zo relevant is. Als het goed wordt toegepast zorgt het ervoor dat het geluidsbeeld hoger boven de grond komt te staan en de overtuigingskracht van de ruimtelijke afbeelding neemt nog verder toe.

In de oude audioset - die welke 10 jaar onveranderd is gebleven - werd gebruik gemaakt van Siltech bekabeling, zowel als interlink en luidsprekerkabel. Al tijdens het gebruik van de Stage luidspreker bleek die bekabeling niet echt meer op zijn plek te zijn; het klonk niet zo goed.

Voor €150,- kocht ik blind een set Nordost Flatline gold bi-wire luidsprekerkabel plus 3 sets interlinks Nordost Black Knight. Je verwacht het niet direct, maar dit setje was zo'n verbetering van de algehele weergavekwaliteit, dat de Siltechs nooit meer terug zijn gekomen. Van andere Apogee-liefhebbers wist ik al wel dat Nordost en Apogee goed samen konden gaan en dat bleek zelfs bij de goedkoopste kabels van dit merk op te gaan. Opgeschoond, strakker, opener en minder terughoudend. Ogenschijnlijk pittiger en dynamischer, maar ook echter; minder artificieel.


naar boven





Meestal is de hemel
net niet aan te raken.

De komst van de Duetta was heel dat eerste jaar na aanschaf op geen enkele manier het verwachte en vanzelfsprekende verlengstuk van de kleine Stage. Hoewel ze in veel deelopzichten beter zijn dan de Stage was de uiteindelijke kwaliteit van de totale weergave minder sterk: een minder homogene presentatie en een tonaal niet zo uitgewogen klankbeeld.

De periode van audiofiele rust die met de Stage werd gerealiseerd was weliswaar kort, maar ook heel krachtig en de herinnering eraan vormde een soort referentie van wat in elk geval mogelijk zou zijn op deze zolder. Intussen zou ik allang blij zijn om met de Duetta eenzelfde overtuigende weergave te kunnen neerzetten en daarop richtte het streven zich in de praktijk.


Tijdens een periode van verfijning van de opstelling en van andere audiofiele randvoorwaarden is muziek luisteren altijd op zijn best een tijdelijke aangelegenheid. Het lukt best om een aantal dagen tot twee weken te luisteren naar allerlei stukken muziek, maar voor zolang als het niet echt "af" is komt de drang naar verfijning toch altijd weer vanzelf terug. Dit komt voort uit het "net-niet gevoel"; uit het besef dat de audiofiele hemel eigenlijk heel dichtbij is gekomen, maar zich net niet laat aanraken. Er staat niet veel meer tussen de opname en de luisteraar in, maar wat er staat is groot en belangrijk genoeg om het echte gevoel van "being there" vooralsnog onmogelijk te maken. Allerlei voorlopige eindsituaties zijn voorbij gekomen. Eentje waarbij het tonaal en ruimtelijk heel fraai klinkt, maar waarbij het laag in een andere setting toch echt beter was. Tonaal en ruimtelijk is het dan zo mooi dat het wel een maand of drie kan boeien, ondanks het ontoereikende laagmidden of laag. Maar ook het omgekeerde is voorgevallen: het laag en laagmidden gaat zo lekker! Kon het middengebied hier maar gelijke tred mee houden, of de ruimtelijkheid. Net niet!
Net niet, maar het moet wel bestaan! Ergens in deze luisterruimte bestaat die ene plek waar alles kan samenvallen. De basisplaats waar het allemaal klopt, in combinatie met de juiste hellingshoek (of juist niet) en het juiste indraaien (of juist niet). Waar ook de goede luisterhoogte en luisterafstand tot zowel de luidsprekers als de achterwand gekozen is. Waar de juiste setup van hardware is gevonden en het effect van elkaar opheffende of zelfs tegenwerkende tweaks is geneutraliseerd.
Dan en op die plek gebeurt het!



Op dat ogenblik is de luisterruimte even de opnameruimte geworden, of wordt die indruk in elk geval zeer overtuigend gewekt bij de juiste muziekkeuze. Dan weet je zonder twijfel hoe het is als je de audiofiele hemel een keer wel echt kunt aanraken. Het podium is een kamerbrede en -hoge driedimensionale aangelegenheid geworden waar je in kunt kijken. Als het druk is op dat podium kun je het vanaf de luisterplaats helemaal afpellen en elk onderdeel ervan apart of in het samenspel volgen. Dan is het gevoel van aanwezigheid en echtheid zo groot, dat het in het donker of met de ogen dicht heel weinig aan de fantasie overlaat. Wanneer het er is klinkt elke opname uniek en zelfs de echtheid van lelijkheid kan dan sonische vormen aannemen die de moeite waard zijn om te bekijken. Een niet zo fraaie opname bevat nog altijd heel veel informatie en een boodschap. De echt mooie opnames worden een belevenis op zich waarin soms zoveel gebeurt dat het in één keer luisteren lang niet allemaal doordringt.
Dat zal er gebeuren als alles samenvalt en dat zou dan
zonder twijfel voor mij het moment zijn waarop audiofiele rust gaat intreden. Geheel vanzelf, omdat duidelijk is geworden dat er niet meer in zit en alles is geprobeerd. Verschillende keren is dat punt gevonden, op één aspect of eigenschap na. Net niet, maar toch heel overtuigend bijna. Dat zijn de momenten waarop je bijna overstag wilt gaan om, tegen beter weten in, de boel los te laten. Tegen beter weten in, omdat vroeg of laat het ontbreken of de incorrectheid van dat ene aspect parten gaat spelen en toch weer maakt dat de opstelling wordt aangepast. De oplossing voor het dilemma van dit soort momenten is voor mij dan het inroepen van goede hulp van buitenaf.


naar boven





Second Opinions.

Het is op dit soort van cruciale momenten niet altijd mogelijk om geheel objectief te zijn over het eigen geluid. Toch komt het daar juist wel op aan -- juist dan!

Steeds wanneer een veelbelovende opstelling behoorlijk leek te zijn uitgekristalliseerd werden een aantal kritische luisteraars uitgenodigd om eens te komen luisteren. Luisteraars die zouden vertellen wat ze hoorden. Die feedback bracht dan altijd wel aan het licht dat een of ander aandachtspunt of -punten over het hoofd gezien waren in het voordeel van aspecten die juist op dat moment belangrijker schenen, om wat voor reden ook.
Vaak ook is de nuchtere mening van de audiofiele buitenstaander gewenst vanwege het ontbreken van de emotionele betrokkenheid bij de set en alles er omheen.

Audiofiele liefde maakt ook makkelijk blind.

Zo is de ontoereikende hoogweergave van de Krell door de opmerkzaamheid van een andere luisteraar voor het eerst verwoord. Eenmaal verwoord kan het postvatten in het bewustzijn, dat vervolgens gaat verifiëren of het echt wel waar is wat de buitenstaander zegt. In aansluiting daarop wordt het verworpen of aanvaard. Als dat laatste het geval is vormt dat doorgaans de aanleiding voor een doorbraak of cruciale verandering ten goede.


Bij de Krell bleek de hoge leeftijd een grondige revisie te rechtvaardigen om deze op zichzelf fraaie versterker terug te brengen op het originele niveau. Vervanging van de Krell door de Usher eindversterker is een van de cruciale doorbraken geweest die maakte dat de Duetta's zich van hun beste kant konden laten zien, los van alle opstellingsperikelen. De Krell haalde simpelweg niet het beste uit de Duetta naar boven. Daarnaast bleek het uitgangsvermogen toch tekort te schieten. Zo kan een luistersessie met een buitenstaander leiden tot een onvoorziene en niet geplande versterkerupgrade die uiteindelijk een hele grote vooruitgang markeert - meer een doorbraak eigenlijk. Zoals een geslaagde akoestisch ruimtebehandeling een grote vooruitgang markeert, zo markeert een hardware-match soms een even grote en belangrijke vooruitgang in de totale audioset. Mijn audiofiele zoektocht omvat zeker meer dan alleen akoestiek; ik geloof onvoorwaardelijk dat hardware en akoestiek even waardevol en belangrijk zijn en dat daarnaast een echt goede en zorgvuldig gekozen opstelling doorslaggevend is om het er allemaal ook werkelijk uit te krijgen.

Een ander interessant voorbeeld waar de rol van een buitenstaander doorslaggevend is geweest betreft dat van de elkaar tegenwerkende tweaks. De spikes onder de Duetta zijn een essentieel hulpmiddel om de luidspreker allereerst waterpas te zetten en exact de juiste hellingshoek achterover te geven en verder om dit voor beide luidsprekers identiek te doen. Tijdens de fase waarin schuiven met de luidsprekers centraal staat zijn uiteraard nog geen spikes aanwezig; dat schuift niet echt lekker. Als een plek eenmaal een blijver is gaan er al snel vier plaatjes masterbase onder de speaker. Dat werkt goed uit op het laag, althans wanneer de speaker op de grond staat. Pas als de opstelling helemaal uitgekristalliseerd is gaan de spikes ook eronder voor het verfijnen van de hellingshoek. Tijdens dat verfijnen is de aandacht eigenlijk uitsluitend gericht op de kwaliteiten van de ruimtelijke aspecten en op het verbeteren van de low-level informatie in het geluidsbeeld - bijna letterlijk alsof er een soort aurale blinde vlek optreedt voor de andere aspecten van de weergave. Als de instelling van de hellingshoek en het indraaien dan na een week of wat klaar is klinkt het uiteindelijk heel lekker. Totdat er een kritische luisteraar langskomt die opmerkt dat dit inderdaad het geval is, maar dat het lage middengebied niet goed uit de verf komt. Het loopt snel vol en bevat weinig definitie, terwijl al het andere er omheen juist heel schoon en in orde is. Ook het laagste laag lijkt wel ongecontroleerd te zijn bij muziek die veel laaginformatie bevat.
Hij blijkt gelijk te hebben; het lage middengebied is inderdaad niet goed. Zeker is wel dat het vlak na de experimenten waarbij er nog geschoven werd met de luidsprekers
wel goed was, anders zouden de luidsprekers daar nooit zijn blijven staan en op spikes zijn gezet! Ergens tussen het laatste schuiven en het voltooien van de hellingshoek en het indraaien is er iets misgegaan met het laag en midlaag. In de periode van twee jaar heeft dit verschijnsel zich, achteraf bezien, zeker driemaal voorgedaan zonder dat duidelijk werd waardoor het precies ontstond. Ook onduidelijk was op welk moment het precies geïntroduceerd werd.

Zoiets moet verklaard worden; het is niet geruststellend om er steeds achter te komen dat ergens in het opstellingsexperiment iets misgaat zonder ooit te weten wat dat precies is. Na enige tijd valt de verdenking op de ontkoppelingsmethode voor de luidsprekers. Masterbase onder de speaker is goed; geen twijfel over mogelijk. Vaak geprobeerd met steeds dezelfde verbetering. Spikes zijn op zichzelf ook goed, zeker bij een betonnen vloer en ze zijn essentieel voor de opstelling. Maar als je in deze situatie Masterbase onder een spike plaatst (met een schoteltje ertussen), klopt het laag niet meer. Een deel van de energie die normaal afgevoerd kan worden lijkt nu de weergave in een beperkt frequentiegebied nadelig te beïnvloeden. Daar lijkt het nog het meest op. Een vorm van ongewenste resonantie die bij opstelling met of zonder de spikes afgevoerd zou worden. Zonder er echt bij stil te staan en me serieus af te vragen of twee op zich prima tweaks elkaar bij gelijktijdig gebruik wel zo goed verdragen, combineerde ik de spikes met Masterbase. Terwijl de aandacht op de momenten van indraaien en hellingshoek vooral uitgaat naar de ruimtelijke aspecten en de midden- en hoogweergave, ontsnapt de teruggang in het laag blijkbaar aan de aandacht.
Sinds de combinatie van Masterbase met spikes is afgeschaft zijn er geen problemen van betekenis meer met de laag- en midlaagweergave. Voor het identiek opstellen van de luidsprekers dienen nu Callas soundboards. Masterbase is uiteindelijk geheel verdwenen, behalve onder de voorversterker. Die vaart er nog altijd wel bij - omdat het een buizenapparaat is hoeft dat niet eens zo gek te zijn...
Dit was een goed voorbeeld van een luisteraar die een avondje of middagje langskomt en een belangrijk punt benoemt dat uiteindelijk een heel onverwacht staartje heeft dat bovendien vrij grote gevolgen heeft. Een second opinion, net op het moment dat je denkt of hoopt dat je klaar te zijn kan ontnuchterend werken, maar achteraf bezien van groot nut blijken te zijn.


naar boven





Final Frontier.

De nieuwe Usher R1.5 eindversterker, aangeschaft in de zomer van 2006, vormde de aanzet tot een eindsprint die in november 2006 de finish bereikte. De invloed van deze upgrade bestrijkt zo ongeveer alle gebieden die samen de muziekweergave bepalen en neerzetten. Uiteindelijk verbaas ik me elke keer nog over de prijs/kwaliteit verhouding van dit apparaat, waarvoor het wel eerst nodig was om het "Made-in-Taiwan-vooroordeel" opzij te zetten voordat aanschaf kon worden overwogen. Voor een goede zaak maak ik graag reclame en W&W-audio in Enschede is een zaak waar men graag gebruikte apparatuur inruilt en hiervoor een goede prijs teruggeeft.


Omdat W&W zelf Usher apparatuur importeert kwam er een aantrekkelijk aanbod met inruil van de Krell op een nieuwe Usher. Met teruggeefgarantie, voor het geval het niet zou aanslaan! Dat kon ik me maar moeilijk voorstellen, want de Usher had ik al eens horen spelen op een grote Apogee Fullrange luidspreker.

De versterker zorgde op zolder van meet af aan voor een metamorfose van de totale muzikale presentatie. Dat deed ie met name door een enorme hoeveelheid low-level en ambiënte muziekinformatie heel overtuigend hoorbaar te maken die voordien ergens in de Krell moest zijn blijven steken. De versterker beschikt verder over bijzonder fraaie en subtiele tonale kwaliteiten zonder ergens in door te slaan. De controle die over de luidsprekers wordt uitgeoefend en het beschikbare vermogen zijn ruim voldoende om de Duetta mee tot leven te wekken, hoewel die best nog meer wel vermogen zou willen krijgen.

In laatste instantie is er natuurlijk geen enkel aspect van muziekweergave wezenlijk belangrijker dan het andere, maar er is wel een zekere hiërarchie of volgorde van "voorrang onder gelijken".
Dynamiek is bijvoorbeeld heel essentieel, maar zonder dynamiek valt er nog altijd prima te luisteren naar een set waarvan de overige kwaliteiten dik in orde zijn. Niet bovenaan in de hiërarchie dus, hoewel toch een essentieel aspect van realisme en "being there".
Micro-detail voegt zoveel toe aan verreweg de meeste muziekopnames, dat het als het ware een voorstelling-binnen-een-voorstelling kan zijn, zo detailrijk is het soms. Toch komt ook zonder veel micro-detaillering de muzikale boodschap nog prima over en is er ook heel goed van de muziek te genieten. Essentieel, maar niet bovenaan in de hiërarchie.



De tonale balans staat zonder twijfel wel heel hoog in de hiërarchie, net als de ruimtelijke afbeelding in drie dimensies. Als één van die twee aspecten niet in orde zou zijn is audiofiele rust een utopie. Tonaal bleek het met name moeilijk te zijn om laag en midlaag goed te krijgen
en tegelijkertijd het ruimtelijke beeld op hetzelfde niveau te brengen of te houden. Voor de komst van de Usher eindversterker leek een opstelling die beide aspecten overtuigend genoeg kon verenigen niet mogelijk te zijn en daar had ik me toen al bijna bij neergelegd. Na aanschaf van de Usher leek dit op de een of andere manier niet meer zo onmogelijk te zijn.

Ik besloot tijdens de opstellingsexperimenten die volgden op de aanschaf van de eindversterker om voor de grap de luidsprekers eens dichter naar elkaar toe te zetten dan gevoelsmatig juist leek te zijn. Ogenschijnlijk te dicht bij elkaar dus. Dat was een goede keuze - eerder nog een onverwacht schot in de roos! Alle aspecten van muziekweergave leken dan eindelijk op de plaats te gaan vallen waar ze horen en in betere verhoudingen tot elkaar dan tot nu toe mogelijk was geweest. De breedte-illusie groeide sterk, ondanks dat de speakers zeker 40cm dichter naar elkaar toe waren komen te staan. De diepte illusie, niet alleen in het midden tussen de speakers maar ook aan de buitenzijden van het podium, groeide mee. Het laagste laag, dat door kan lopen tot 25Hz, was uitstekend. Het ruimtelijke beeld, dat zo groot kan zijn dat het in feite buiten de ruimte treedt of dat de luisteraar juist middenin een bel van elektronisch geluid plaatst, kwamen beter uit de verf dan tot dan toe mogelijk was geweest. Het midlaag was wel een beetje dun - dit in tegenstelling tot bijna alle eerdere settings!
Voor het eerst ontstaat voorzichtig maar echt optimisme en gedachten over een mogelijk einde aan een zoektocht die al veel te lang heeft geduurd...



Verdere verfijning van deze ogenschijnlijk
te smalle opstelling wijst uit dat een loodrechte plaatsing (dus geen hellingshoek) nogal veel laagmidden oplevert, alsmede kleuring in het middengebied en grofheid in het hoge middengebied. Uiteindelijk lijkt 5° achterover het beste te zijn; dit is ongeveer de natuurlijke hoek die van fabriekswege is ingebouwd. Niet indraaien geeft daarentegen weer te weinig laagmidden. Ongeveer 5° indraaien brengt ook dat vrij goed in balans. Het vormt tevens het punt waarop de focus in het stereobeeld en het scheidend vermogen tussen instrumenten in breedte en diepte maximaal is en bij de meeste opnames griezelige vormen aanneemt. Helaas is het hogere middengebied dan nog steeds niet helemaal goed en op dit punt in het verhaal komt de laatste schakel in beeld - het is dan september 2006.


naar boven





Anti-Cable.

Het klonk eigenlijk al behoorlijk 'schoon', letterlijk en figuurlijk, met een goed gebalanceerde laagweergave die eerder naar de zware dan naar de lichte kant neigde en waarbij er onder 35Hz nog duidelijk herkenbaar leven was.

En dan komt "de Anti-Cable binnen, begin oktober 2006.

Het is een bi-wire luidsprekerkabelset van 7 tientjes, afgemonteerd met high-tension crimped spades.

"Te goedkoop - kan niks zijn" of "ziet er niet uit" zijn twee veelgehoorde 'klachten' over deze massieve koperkabel met enkel een dunne coating als isolatie.


Toch kun je op je 45e nog een audiofiele schok krijgen die je een keer of vier, misschien vijf keer zult krijgen in de totale audiofiele loopbaan. Hoe kan dat nou... Wat is er dan mis geweest met al die andere kabels (ik heb ze gehad die een factor 35 duurder waren). Welnu, wat daarmee mis was maakt allemaal niks uit, want het gaat om hoe het nu klinkt en dat liet me een week lang al het andere vergeten. Je komt er toch niet achter wat het is, en bovendien hoeft het niet bij iedereen zo succesvol uit te pakken. Maar het geeft wel te denken dat dit de enige kabel is die ik in 20 jaar gehad heb die het zonder isolatie doet, of althans met minimale isolatie -- een micron-dun laagje coating. Alle andere kabels hadden exotische of minder exotische isolatiemantels die onder meer verantwoordelijk werden geacht voor de kwaliteit. De Anti-Cable heeft dat niet.

Dus of het nu een enorm succesvolle elektronische match is tussen deze eindversterker en luidsprekers, of dat het komt omdat de afwezigheid van isolatie rond deze kabel ook afrekent met tijdsversmering van het muzieksignaal weet ik niet, maar feit is dat een kabel van 7 tientjes de kroon is op het experimenteerwerk. De kabel klinkt simpelweg zo schoon, dat het is alsof ie er helemaal niet is. Sinds ik me bewust werd van het belang van kabels (dat zal 1986 geweest zijn) heb ik niet zoiets meegemaakt bij het aansluiten van een nieuwe luidsprekerkabel. Ik blijk in elk geval niet de enige Apogee-eigenaar te zijn die deze ervaring heeft met de Anti-Cable.

Er was naar aanleiding van die 7-tientjes upgrade in elk geval ineens de
zekerheid dat ik nu echt met de laatste loodjes bezig was. In het kader van de second-opinion kwestie wilde ik nog enkele mensen uitnodigen om te luisteren naar verschillende opstellingen, om te weten of mijn waarnemingen inderdaad objectief genoeg zijn om zoveel euforie en vreugde te rechtvaardigen. Wat ik zelf hoorde klopte op alle mogelijke manieren en eindelijk ook op dat punt van de "final frontier" van het gevoel erbij te zijn; het realisme; het ademen van de ruimte zelf die als geheel meedoet met het neerzetten van een geluidsbeeld.
Een aantal luisteraars is begin november 2006 langsgekomen -- sommigen kregen de opstelling te horen waarin het laag aan de te zware kant was; anderen die waarin het juist weer als dun werd beoordeeld en een aantal hoorden dat wat ik als de juiste eindopstelling zie. Het beste compromis dus; volmaaktheid blijft immers een utopie.
En meer zit er denk ik niet in; de speakers hebben werkelijk overal gestaan in de ruimte en als er ergens meer magie te halen zou zijn had ik het zeker gevonden. Er ligt immers voortdurend het risico op de loer dat alle magie weer verdwijnt als er eenmaal weer geschoven wordt met de luidsprekers.
"Never change a winning team".



De hardware kan wellicht beter - je zou verwachten dat een mooie Plinius eindbak of een Lamm de Usher kan wegspelen -- maar "Made in Taiwan" is ook wel stoer en als je dan hoort wat er uit dat apparaat aan muziek kan komen ben ik allang veel blijer dan met de bejaarde Krell die "het" niet meer had. De LS-7 voorversterker heeft eind september 4 nieuwe buisjes en een servicebeurt bij de importeur gekregen en kan er ook even tegen.
De SA-1 speler is zonder twijfel een erg goede speler en de speakers, ja, die zijn nu precies wat ik zoek en wil horen.

Een venster op de opname.
Dus:
klaar!
Audiofiele rust...

Toch?


naar boven





Nog een Anti-Cable
en een Restauratie.


De ervaring met de Anti-Cable luidsprekerkabel maakt nieuwsgierig naar de gelijknamige interlink. Terwijl dit verhaal wordt geschreven zijn twee Anti-interlinks net aangekomen en in de set aangesloten. Een oordeel is nog niet mogelijk, maar wanneer ze blijken beter zijn dan de huidige zelfbouw interlinks (gemaakt door van Hans van Liempd) mogen ze blijven.
Een update over deze interlinks volgt later nog op deze plaats in het verslag.

Na alle omzwervingen met de speaker op twee vierkante meter is er in feite zoveel vertrouwen in ontstaan dat ruim een half jaar geleden een nieuwe set membranen werd aangeschaft. De luidsprekers moeten namelijk vroeg of laat gerestaureerd worden. Niet dringend, maar toch...
Het schuim dat van oorsprong tussen het basmembraan en het frame zit waar het opgespannen zit, is geleidelijk vergaan, verpulvert en uiteindelijk verdwenen. Dat veroorzaakt bij bepaalde muziek een hoorbare buzz. Het membraan zelf is feitelijk
niet kapot - het bijgeluid is puur mechanisch van aard en tast het muzieksignaal zelf niet aan; klinkt er hooguit doorheen. Het kan echter niet verwijderd worden om vervolgens nieuw schuim aan te brengen. Het kan alleen verwijderd worden door het kapot te snijden en het nieuwe schuim en de nieuwe membranen aan te brengen.

Er is geen haast bij; het voornemen is weliswaar om de restauratie deze winter te doen, maar waarschijnlijk wordt het gewoon luisteren en genieten tot ver in het nieuwe jaar. Bij de restauratie zullen de covers ook opnieuw gespoten worden in een iets spannendere kleurstelling en dan zijn ze feitelijk weer als nieuw, alleen zonder het schuim dat binnen 10 jaar vergaat.




Sinds een maand is de felbegeerde audiofiele rust dus wel een feit.
Hoe die klinkt leest u in Patrick van den Bergh's
recensie op hifi.nl

In vergelijking met twee jaar geleden is het venster op de opname thans een schuifpui geworden. Een behoorlijk schoon venster bovendien, met daarachter een boeiend en driedimensionaal sonisch landschap dat er met het wisselen van elk plaatje zo radicaal anders uit kan zien, dat ik vermoed dat ik nu pas de echte gezichten te zien krijg die de Duetta kan aannemen. Gezichten die de opname weerspiegelen en zodoende oneindig gevarieerd kunnen zijn zonder dat de speaker er ooit voor van zijn plaats hoeft te komen. Na alle omzwervingen ken ik de simpele waarheid dat deze luidspreker feitelijk geen eigen gezicht heeft, maar elk gezicht kan aannemen dat er maar bestaat.
Als zodanig is het een openstaand venster op de opname.




30 november 2006.
Toine Dingemans.



naar boven