Altijd weer magie, hand
in hand met een stukje gewoonheid en soms zelfs
ook wel met ondermaatsheid. Er moest simpelweg
meer in zitten. Wat Martin Colloms blijkbaar in
volle glorie had gehoord hoorde ik in flarden,
maar nooit ineens:
"This
speaker sounded genuinely aperiodic at
low and mid frequencies, free from
significant bumps or group-delay effects.
Acoustic guitar and harp were strikingly
natural, yet wood-block had the correct
clack and associated short ting. Belts
sounded almost too real to be true, while
orchestral brass had a most authentic
character. Small bells, triangles and
tambourines all sounded lively, 'airy',
and tonally correct. Piano was
exceptional, cellos and bowed double-bass
had excellent texture and sang without
apparent restraint, free from the usual
boxy emphases. One danger with the Duetta
Signatures is that the more you listen,
the more you like them. They were
certainly seductive and habit-forming!"
"Hoe meer je
er naar luistert, hoe meer je ervan gaat houden",
aldus Colloms. Dat klopt heel erg, maar het moet
er uiteindelijk ook wel uitgehaald kunnen worden
of anders moet de kleine Stage maar weer
terugkomen. Die komt ook een heel eind in de
richting. Die gedachte had een hele tijd lang een
geruststellende uitwerking totdat de Stages op
een gegeven moment werden doorverkocht. De Duetta
werd zodoende een blijver, maar audiofiele rust
bepaald nog niet.
Na een maand of zes schuiven met de opstelling,
het uitproberen van allerlei locaties en het
experimenten met achterwanddiffusie, ontstaat een
wat verdiepter beeld van het veelzijdige karakter
van deze luidspreker. Dat was althans waarvoor ik
het aanzag op dat moment: het karakter van de
Duetta zelf. Het ligt immers ook in de normale
lijn der verwachting dat je na een half jaar wel
weet wat voor vlees je in de kuip hebt met een
nieuwe luidspreker. Tegen die tijd ken je niet
alleen het karakter, maar ook de manieren om het
enigszins te beïnvloeden. Maar niet bij deze
speaker dus. Bij de Duetta was er na een half
jaar nog steeds het gevoel dat weliswaar enkele
van de bekendste gezichten van de speaker
zichtbaar zijn geworden, maar nooit diens hele
verschijning in één keer! En ook begint het dan
te dagen dat de redenen hiervoor niet primair bij
de speaker gezocht moeten worden, maar
bij de gebruiker die nog niet op de juiste
knopjes heeft gedrukt. Ze
misschien nog niet eens heeft gevonden, zoals in
mijn geval achteraf ook wel is gebleken.
Om Martin Colloms er nog eens over te citeren:
"As
is the wont with good speakers, this
design did not impose itself on first
hearing; rather it sounded smooth,
unexaggerated and apparently unassuming.
If you are looking for superficial
excitement, head-banging dynamics, or an
exaggerated clarity and attack, the
Duetta may well disappoint. It has inner
qualities whose strengths can only be
realized with the help of the finest
sources. It would be easy to misjudge the
Signatures, ascribing fault where the
blame really lies with the cable, power
amplifier, or earlier source components.
Despite some minor flaws, this speaker's
behaviour shows most clearly that the
major aspects of its performance are
relatively unbounded, given the present
state of the art. By this I mean that the
music-making and the information-retrieving
aspects of the Duetta Signature are
superior to the best of present-day
sources and electronics, and thus barely
impose any limit upon them."
Overigens is Martin
Colloms' complete luisterverslag van deze
luidspreker HIER te vinden.
Achteraf bekeken is het bovenstaande ook een
reden dat dit op een gegeven moment voor mij de
verschrikkelijkste luidsprekers waren die er maar
bestonden! Het is niet alleen maar een kwestie
geweest van het zoeken en vinden van de perfecte
opstelling, hoewel die gedachte het eerste jaar
wel heeft overheerst. Ik dacht dat ik het met de
bestaande apparatuur zou redden; twijfelde nog
niet aan de Krell, maar wel aan de toenmalige CD-80
van Marantz, die als geluidsbron fungeerde. Die
twijfel begon pas echt goed toe te slaan na het
langdurig kunnen beluisteren van een zeer goede
cd-speler op de zolder. Het verhaal hierachter
vormt een apart stukje leesvoer dat HIER te vinden is.
De speaker zelf blijkt veelbelovend in alle
opzichten, maar tegelijk volkomen ongrijpbaar bij
het pogen om dit alles dan ook eens echt manifest
te maken in één allesomvattende opstelling.
Meestentijds is dat zeer boeiend en leerzaam,
maar als het te lang gaat duren voordat er een
voorwaartse beweging in zit ontstaat ook
gemakkelijk frustratie. Dat komt vooral omdat
rust, het eigenlijke doel, helemaal niet
dichterbij lijkt te komen ondanks al het
experimenteren! Altijd klonk het voor een groot
deel helemaal geweldig, terwijl een ander,
kleiner deel een respectabel eind daarbij
achterliep. Enerzijds was er steeds die inkijk in
een enorm potentieel dat nooit in zijn geheel
werd neergezet, maar anderzijds was er ook het
persoonlijk gevoelde onvermogen om het
daadwerkelijk nu eens in zijn volheid hoorbaar te
krijgen. En dat gaat op een gegeven moment
natuurlijk wringen. Dat duidelijk hoorbare
potentieel is overigens wel de belangrijkste
reden geweest om toch ermee door te kunnen en
willen gaan. Ik begon het gevoel te krijgen dat
het weleens teveel zou kunnen zijn voor me om op
te lossen, met name met Colloms' citaat van
hierboven in gedachten dat zinspeelde op het
belang van de hardware. Teveel zaken in de
luisterruimte stonden tegelijkertijd op de
helling: vervanging van de cd-speler omdat die
duidelijk niet in staat was om nog gelijke tred
te houden met de rest van de set, elkaar
tegenwerkende tweaks waarvan op dat moment niet
duidelijk was dat ze elkaar tegenwerkten en dan
ook nog experimenten met diffusers, die op
zichzelf op waarde geschat moesten worden.
Duidelijk was wel dat deze speakers totaal niet
lineair of voorspelbaar reageren op een
opstelling, zoals dynamische speakers dat
doorgaans wel doen:
- verder naar
achteren en naar de hoek toe = meer bas
en minder ruimtelijkheid;
- verder uit de hoek
en van de achterwand = minder bas en meer
ruimtelijkheid.
't Is simpel gesteld,
maar doorgaans in essentie wel waar. Beetje
indraaien of juist niet en klaar ben je al gauw
met de opstelling.
Zo werkt het niet bij de Duetta.
Daar krijg je gewoon elke decimeter een volkomen
andere klankbalans onder 1000Hz voorgeschoteld.
Een nachtmerrie: dan weer meer (teveel) bas, dan
weer minder (te weinig); het voorgaande in
combinatie met teveel laagmidden, of juist met te
weinig! En is eindelijk de plek geïdentificeerd
waar het laag als geheel optimaal is, gaat het
tonaal ergens in het middengebied weer niet
helemaal goed (kleuring via de achterwand
bijvoorbeeld), maar heb je weer wel een
fenomenale ruimtelijke presentatie. Of het komt
op die plek qua ruimtelijkheid niet goed genoeg
uit de verf terwijl het tonaal wel helemaal
geweldig is, ook in het laag. Steeds is het voor
het grootste deel heel mooi - magisch zelfs -
maar ook net niet compleet; net niet alles!
Frustrerend en leerzaam tegelijk, maar in feite
zijn die twee jaar voornamelijk gevuld met het
uitvinden van de wetmatigheden die achter het
correct opstellen van deze specifieke luidspreker
zitten.
Hoe meer parameters er bij de opstelling
betrokken zijn, hoe meer rekening je ook met elk
van die parameters moet gaan houden. Dat komt
vooral omdat elk van die parameters op zichzelf
in staat kan zijn om het verschil te maken tussen
net niet en net wel - soms ook tussen helemaal
niet en helemaal wel! Er zijn nogal wat
opstelparameters voor dipolaire luidsprekers in
het algemeen en voor de Duetta in het kwadraat.
Een overzicht:
- Afstand
luidsprekers tot achterwand
goede
resultaten zijn mogelijk tussen
80 en 120cm, maar evengoed ook op
grotere afstand voor de wand;
- Hoek
luidsprekers met achterwand,
ofwel het indraaien
een halve
graad wijziging in het indraaien
geeft een significante
verandering in de gehele of
gedeeltelijke weergave, tonaal,
ruimtelijk, dynamisch, focus en
micro-detail;
- Hellingshoek
achterover van de luidspreker
van
loodrecht tot -7°; een halve
graad aanpassing geeft al een
duidelijk waarneembare
verandering in de weergave,
vergelijkbaar met die van het
indraaien;
- Volkomen
identieke links-/rechtsopstelling
de
linker en de rechter luidspreker
moeten echt volkomen identiek
worden opgesteld in alle drie de
dimensies, wil het ruimtelijk
beeld dat in aanleg neergezet kan
worden ook echt uit de verf komen;
- Ontkoppeling
het
gevaar van elkaar tegenwerkende
tweaks is op dit gebied reëel
aanwezig en kan voor moeilijk
traceerbare ellende zorgen;
verderop een praktijkvoorbeeldje
hiervan;
- Afstand
luisteraar tot luidsprekers
die
afstand kan gelukkig relatief
groot of klein zijn en alles er
tussenin en elke nadelige invloed
ervan kan middels indraaien en
hellingshoek worden aangepast;
- Afstand
luisteraar tot de wand achter de
luisterplaats
dit
is een kritische maat voor het
realisme van de achter-ambiance
die kan worden neergezet en
aankleding van de achterwand is
een aspect waar nog nadere
aandacht aan zal worden
geschonken in de toekomst;
- Luisterhoogte
bij
Apogee is dit een kritische
factor waar je bijvoorbeeld bij
verandering van luisterstoel mee
te maken krijgt, maar ook wanneer
de luidsprekers op een verhoging
worden geplaatst. Een grotere
hellingshoek achterover maakt het
mogelijk om hoger en/of verder
weg te gaan zitten. Een kleine
hellingshoek staat een lagere
luisterhoogte of kortere afstand
toe. Maar omdat hellingshoek
daarnaast ook sterk inwerkt op de
tonale balans, kan die hoek
natuurlijk niet zomaar worden
veranderd!;
- Onderlinge
afstand tussen de luidsprekers
pas
in de laatste maanden van de
zoektocht is gebleken dat het
lonend kan zijn om ze dichter bij
elkaar te zetten dan de
audiofiele conditionering ingeeft;
ook hierover verderop meer.
Het samenspel tussen al
deze parameters is wat je "de
opstelling" kunt
noemen en elke parameter is in staat om het
effect van een andere te beïnvloeden. Ten goede
of niet, dat is afwachten en uitproberen. Omdat
er hier meer parameters tegelijkertijd spelen dan
bij de meeste dynamische systemen het geval is,
is het vinden van de juiste opstelling lange tijd
meer een zoektocht in het donker dan een gericht
ondernemen.
Eén van de zaken waarvan het belang pas vrij
laat in deze zoektocht goed duidelijk werd is de
invloed van het correct indraaien van de
luidspreker. Met het indraaien valt de
klankbalans van het laagste laag tot het hoogste
hoog te beïnvloeden en dit op een manier die
vaak niet eens bij opstellingsverschillen van een
halve meter zal optreden bij dynamische systemen!
Voeg alle bovengenoemde parameters samen in een
niet al te grote ruimte met een fundamentele
resonantie die globaal overeenkomt met de
resonantiefrequentie van het basmembraan zelf (32
tot 40Hz) en de meeste ervaren muziekliefhebbers
snappen wel dat er dan een paar momenten gaan
komen waarop je de hobby ook best in één keer
zou kunnen stoppen als het nog even langer duurt
met tegenzitten. De een noemt dat uitdagingen; de
ander problemen, maar het behelst uiteindelijk
hetzelfde proces.
naar boven
|