Leesvoer


Procedures
Rond Kritisch Luistersessies

ThingMan -- Robert Harley, 1998 - 2005



Er wordt van uitgegaan dat het lexicon dat rond kritisch luisteren
gehanteerd wordt reeds enigszins aan de lezer bekend is. Als dat niet het geval is, kunt u beter eerst het artikel, "Een Beter Luisteraar Worden" lezen.


Nu de terminologie voor het beschrijven va
n alle aspecten van de muzikale presentatie zijn bestudeerd dient ook enige aandacht te worden geschonken aan de procedures die gevolgd moeten worden om ervoor te zorgen dat de indrukken en ervaringen van de kritische luistersessie correct werden verkregen, geïnterpreteerd en gerelateerd.

Het is namelijk helemaal niet moeilijk om op veel punten misleid te worden, en de kansen daarop nemen zeer snel toe naarmate bepaalde, eenvoudige procedures niet in acht worden genomen.

Navolgende procedures zijn voor het grootste deel de weerslag van persoonlijke ervaringen, waarbij correcte beoordelingen ten behoeve van klanten erg belangrijk zijn — mensen doen of laten dingen op basis van die beoordeling. Een waarheidsgetrouwe evaluatie is natuurlijk om deze redenen al belangrijk en mag dus niet lichtvaardig worden gegeven, maar mag toch zeker niet ontstaan als gevolg van de een of andere inconsequente of onjuiste toepassing van een van de onderstaande basisprocedures. Als u die procedures opvolgt en toepast en vervolgens verschillen hoort bij vergelijkingen van componenten, mag u het volste vertrouwen hebben in die luisterindrukken — ze worden dan werkelijk teweeggebracht door de wisseling van de te vergelijken componenten en niet door bijvoorbeeld te vergeten het eerste apparaat te aarden, terwijl het tweede wel geaard wordt beluisterd. Dit soort 'kleine' onachtzaamheden zijn echt niet toelaatbaar bij een betrouwbaar vergelijkend warenonderzoek. Zo kunt u uiteraard ook niet de positie van de luidsprekers veranderen tussen twee sessie in, wanneer u eigenlijk twee CD-spelers aan het vergelijken bent, om maar een heel duidelijk voorbeeld te geven van wat we feitelijk verstaan onder de term 'procedures' in verband met kritisch luisteren.













Blanko

Het is goed om de luisterruimte te betreden met een onbevooroordeelde geest. Vergeet de merknamen van de producten die u wilt gaan beluisteren, alsmede hun eventuele reputatie op het gebied van geluidskwaliteit, hun prijzen en wie u eventueel voor het hoofd zou stoten als u een product zou verkiezen of verwerpen boven een ander product. Vergeet ook even dat het ene component beter gebouwd was en degelijker aanvoelde dan het andere; dit is uiteraard allemaal wel van belang, maar niet bij wat we nu willen gaan doen. Wees simpelweg geheel ontvankelijk voor wat uw oren u mededelen. Als deze indrukken overeenkomen met uw verwachtingen omtrent het product, wees dan gezond wantrouwig: besef dat er weleens uw eigen vooroordeel in het spel kan zijn.

Het is in dit verband niet eenvoudig om een volledig onafhankelijk luisteraar te zijn. Dit is een der belangrijkste redenen dat er regelmatig professionele luistersessie werden georganiseerd, waarbij het luisterpanel geen enkel idee had wat ze gingen beoordeelden, alleen maar dat het bijvoorbeeld om luidsprekers of versterkers zou gaan die door derden tijdens de onderbrekingen worden verwisseld. Het panel ontvangt slechts luisterindrukken over de 'andere' luidsprekers of versterker die inmiddels werd aangesloten, maar waarvan merk, prijs (niet prijsklasse), bouwwijze, werkwijze, en alle andere wetenswaardigheden ontbreken in de kennis van de recensent.

Het zal u niet verbazen dat dergelijke tests regelmatig leidden tot resultaten die in vergelijking met
normale tests (waarbij men wel prijs, merk e.d. van de testgroep kent) tot nadenken stemden — van het uitroepen van zowat de goedkoopste voorversterker van de geteste groep tot absolute winnaar, tot het uitroepen van een B-merk versterker tot "beste koop". Testsituaties die 'blind' gevoerd worden lopen dus niet het risico 'verontreinigd' te worden door voornoemde vooroordelen; daarnaast kleven er ook wel nadelen aan deze werkwijze, die zodoende niet tot standaard verheven hoeft te worden, maar soms zijn nut bewijst, als tenminste de randvoorwaarden voor een zuiver resultaat zorgvuldig worden bewaakt.

Voor diegenen die niet op deze manier blind kunnen testen: het is des te meer in uw eigen belang om te trachten niet gehinderd te worden door uw eigen vooroordelen en vooropgezette meningen, want u kunt weleens lang geplaagd worden door het resultaat van een dergelijke niet-objectieve selectieprocedure, wanneer u besluit tot aankoop over te gaan van een component dat gekozen werd op basis van vooroordeel of al te snel oordeel.












Eén Variabele Tegelijkertijd

De eerste grondregel voor kritisch luisteren is dat er slechts één variabele per keer veranderd mag worden. Met andere woorden: als alle randvoorwaarden, apparatuur en opstellingscriteria ongewijzigd blijven, en er wordt slechts één variabele veranderd (een andere CD-speler bijvoorbeeld), dan zijn alle hoorbare veranderingen vanzelfsprekend ook het gevolg van het veranderen van die ene variabele. Deze werkwijze is een absolute vereiste voor het verkrijgen van een accuraat waardeoordeel, of dit nu bij u thuis is of tijdens een demo bij uw hifi speciaalzaak. Met het veranderen van de in het voorbeeld genoemde CD-speler moet dus niet tegelijk ook de interconnect (= interlink of verbindingskabel tussen CD-speler en versterker) worden veranderd. Dat zijn immers twee variabelen, hoewel de totale invloed op de muziekweergave van de interconnect waarschijnlijk veel kleiner is dan die van de andere CD-speler. Maar wat precies en hoeveel is nu te wijten aan de CD-speler? Dat kunt u alleen maar te weten komen als alleen die variabele wordt gewijzigd.

De ultieme uitdrukking van de misleidingen die als gevolg van het veranderen van meerdere variabelen ontstaan, is de persoon die een systeem voor de eerste keer hoort en opmerkt hoe goed of goed slecht de luidsprekerkabels presteren in de keten. Iets dergelijks beweren is ronduit belachelijk: het is al behoorlijk moeilijk om het muzikale aandeel van luidsprekerkabels te isoleren binnen de context van een compleet systeem dat voor de luisteraar geen geheimen meer heeft (bijvoorbeeld zijn of haar eigen beproefde systeem), laat staan binnen een geluidssysteem dat iemand voor de allereerste keer hoort. U mag een dergelijke opmerking, ook wanneer deze door een "expert" wordt geventileerd, gerust naast u neer leggen en eens goed gaan opletten welke gevolgtrekkingen deze "expert" verder nog maakt — ook hiervan kunt u een heleboel leren, met name omtrent het vermijden van de valkuilen die voor de kritische luisteraar in grote hoeveelheden worden gegraven.

Het spreekt uiteraard vanzelf dat er binnen die ene variabele die het onderwerp van de kritische luistersessie is, evenmin 'oneerlijke concurrentie mag bestaan. De CD-speler die in het eerdere voorbeeld als tweede werd aangesloten, moet beslist ingespeeld en geruime tijd ingeschakeld zijn geweest (waardoor elektronisch stabiel), alsook correct fysiek geplaatst worden (de uitgangspunten voor correcte fysieke opstelling zijn het onderwerp van een andere pagina, met als titel "Fysieke Opstellingscriteria voor de High-End Geluidsinstallatie" )
Een CD-speler —in feite
alle elektronische geluidsapparatuur — die meteen na inschakeling al kritisch wordt beluisterd in een goed weergavesysteem, komt er zelden goed vanaf, tenzij de als eerste beluisterde CD-speler — ook in warme, stabiele toestand — slechter presteert dan de tweede speler en dat zelfs onmiddellijk na het inschakelen. Gedurende het eerste uur na het inschakelen van de meeste apparaten zullen alle muzikale aspecten in zekere mate verbeteren, hetgeen soms als een ronduit dramatische verbetering kan worden waargenomen ten opzichte van de prestaties gedurende de opwarm- en stabilisatieperiode.



 

Calibratie van Geluidssterkte

De tweede fundamentele regel voor het kritisch vergelijken van audiocomponenten is de calibratie van de geluidssterkte. Vooral bij directe A/B vergelijkingen is het van cruciaal belang dat de geluidssterkte van de twee componenten tijdens de weergave identiek is. Er is niet veel kennis en alleen een eenvoudige voltmeter en een paar minuten voorbereiding nodig om deze A/B methode uit te voeren binnen toleranties van 0.2dB (0.1dB is ook haalbaar). Verderop zal deze methode voor calibratie van volume worden uiteengezet.

Deze calibratie is zo belangrijk, omdat zelfs kleine verschillen in geluidssterkte al kunnen leiden tot foutieve conclusies bij directe A/B vergelijkingen. De gevoeligheid van het menselijk gehoor is niet bij alle frequenties even groot. Gevoeligheid voor bas en treble neemt non-lineair toe met de geluidssterkte. Dat betekent dat u meer bas en treble hoort naarmate de muziek harder staat. Als product A op een luider niveau speelt dan product B, dan kan A helderder, meer direct en voorwaarts gericht, gedetailleerder en dynamischer klinken. Maar als product A daarnaast een zachte trebleweergave en een slanke balans heeft in het laag, dan komt u dit verschil misschien niet eens te weten als het volume niet precies gecalibreerd is. Als het al mogelijk is om het karakter van product A vast te stellen op basis van vergelijkingen met ongecalibreerd volume, dan is het niet of nauwelijks mogelijk om goed te weten te komen in welke mate de treble dan zacht is, het detail ontbreekt, de dynamiek matig is of de bas dun, in vergelijking met het zachter spelende product B. Door calibratie weet u precies in welke mate deze kenmerken vertegenwoordigd zijn in het te evalueren product; het is niet meer nodig om mentale compensatie toe te passen voor de verschillende geluidsniveau's — u kunt zich weer richten op het luisteren zelf.

De voornoemde A/B vergelijkingsmethode — waarbij u onmiddellijk na het luisteren naar product A overschakelt naar product B voor de beoordeling — geeft soms aanleiding tot de zgn. "A/A paradox". Deze stelt dat, als men twee identieke presentaties hoort (A/A), men ook verschillen ertussen hoort. De A/A paradox treedt op omdat muziek betekenis en bedoeling heeft; deze neemt men eveneens waar, maar is geneigd er steeds weer anders op te reageren bij elke keer dat men het hoort. Ook in het geval van nog onbekende muziek zal een tweede, derde en vierde keer luisteren steeds nieuwe detail laten horen, hetgeen dan natuurlijk volledig te wijten is aan de onbekendheid met de muzikale inhoud zelf. Deze factoren, al of niet gecombineerd, houden ons voor de gek met verschillen die er helemaal niet zijn.

Gelukkig is het niet erg moeilijk om de A/A paradox te vermijden. Luister, bij het vergelijken van componenten, naar A, dan naar B en vervolgens weer naar A. De verschillen die u heeft gehoord bij de A/B vergelijking worden al of niet bevestigd en geconsolideerd wanneer u voor de tweede keer naar A luistert. Na het kiezen van een nieuw muziekstuk voor verdere vergelijking wordt de volgorde automatisch weer B/A/B. Deze techniek van het luisteren naar drie (of vijf: A/B/A/B/A) achtereenvolgende presentaties van twee producten bevestigt of weerlegt de eerste indrukken. Vaak is een kenmerk dat gedurende de eerste presentatie werd opgedaan prominenter aanwezig bij de tweede vergelijking.













Bronmateriaal

Een selectie van bronmateriaal (de muziekopnames) voor kritisch luisteren is belangrijk om het karakter van een audiocomponent volledig te kunnen doorgronden — d.w.z. kunnen beoordelen op alle voor muziekweergave relevante aspecten. Als het bronmateriaal deze aspecten niet allemaal bevat, zult u ook nooit weten hoe goed deze aspecten door het component worden gereproduceerd. Als u bijvoorbeeld bij het beoordelen van twee eindversterkers alleen maar gortdroge studio opnames gebruikt, dan zult u nooit weten hoe de beide concurrenten zich tot elkaar verhouden op het gebied van afbeeldingsmaatstaf, geluidbeeld, plaatsing en lucht. En als u alleen maar kamermuziek gebruikt in uw beoordeling van luidsprekers is het niet mogelijk om te weten hoe zij aspecten als basdynamiek, impact, kracht en ritmische intensiteit neerzetten.

Het is daarom wel aan te raden om op een repertoire van bekende muziek te kunnen terugvallen voor het beoordelen van componenten of systemen. In dat repertoire behoort elk aspect van muziekweergave vertegenwoordigd te zijn; bijgevolg zal de collectie ook verschillende muzieksoorten moeten omvatten van buiten uw favoriete genre. Onthoud dat het gaat om kritisch luisteren; niet direct om luisteren voor het plezier. In de meeste collecties voor kritisch luisteren vindt u altijd wel een opname van een volledig symfonie-orkest op volle sterkte, maar ook kamermuziek, orkest met koor, solo piano, populaire vocalen, rock, blues of andere muziek met elektrische bas en bassdrum, jazz met akoestische (contra)bas en muziek met percussie en cymbalen. Sommige van deze jazz en orkestrale opnames dienen op een 'natuurlijke' wijze te zijn geregistreerd; d.w.z. dat ze werden opgenomen met minimale microfoonbezetting en geheel ten doel hebben zowel de muzikale als de ruimtelijke boodschap zonder kunstmatig ingrijpen en corrigeren vast te leggen. ('Natuurlijke opnametechniek' wordt hier als tegenstelling van 'studiotechniek' gebruikt, waarbij alle eventuele ruimtelijke informatie kunstmatig of ingrijpend ge-processed tot stand is gekomen en klankmatige correcties naar believen worden toegepast om aan de criteria van de producer te kunnen voldoen.

Audiofiele opnames maken meestal wel melding van de methode waarlangs de opname tot stand is gekomen. Ook wordt vaak een foto van deze ruimte op de hoes of inlay afgebeeld, alsmede de microfoonplaatsing. U weet aldus waar in de zaal u zit als u thuis naar de muziek luistert. Leer dergelijke opnames heel goed kennen zodat u, als u de muziek terughoort via andere componenten of systeem, snel een sonische handtekening ervan kunt maken.

Onderstaande opnames maken deel uit van mijn eigen repertoire voor kritisch luisteren. Het is vooral de motivatie om de opname in het repertoire op te nemen die zijn nut kan hebben als leidraad bij de samenstelling van uw eigen collectie. Ik hoop dat u op basis van diezelfde motivatie ook andere opnames weet te selecteren.

Louter voor de diepgang van de basweergave is het Requiem van Rutter een geweldige test. De pedaalnoten van het orgel reiken tot 16Hz en stellen iedere luidspreker op de proef. Verder is het stuk te gebruiken als indicator voor het ruimtelijk beeld en de instrumentenplaatsing.

Het nummer "Wishing Well" van de CD Speaking in Melodies door Michael Ruff (Sheffield Lab label) maakt onmiddellijk duidelijk hoe het zit met de dynamiek (bassdrum) en strakheid (basgitaar) zit in de onderste regionen, alsmede met tempo, ritme en timing. Een indicatie hiervoor is het gemak waarmee de bassdrum en de basgitaar samen aansluiten om het voortstuwende ritme van dit nummer voort te brengen. Sommige componenten vervagen deze samenwerking en verminderen op die manier sterk het gevoel van drive en energie. Let ook speciaal op de articulatie van de basgitaar: hoe goed is elke noot afzonderlijk te horen en te volgen, met name gedurende de solo van de piano. Ook de snaartrom draagt in dit nummer sterk bij aan de krachtige drive en dynamische impact van het lied. Zwakke dynamiek wordt duidelijk door een verminderd gevoel van attaque ("snap"; de snaar knettert niet zo dynamisch bij bepaalde componenten. Verder luister ik naar de "gladheid" van de achtergrondvocalen, de ruimte rond de blazers en de algehele tonale balans in de verhouding tussen de bekkens en de basgitaar. Dit is eigenlijk een zeer complete opname van één nummer, waarmee het goed mogelijk is om relatief snel te beoordelen wat een component goed, behoorlijk of minder goed doet op de meest belangrijke punten. Voor een subtiel oordeel moet er echter langer en gevarieerder worden geluisterd.

Akoestische gitaar is een goede graadmeter voor de transiëntprestaties en het gebrek aan hardheid van een component. Het instrument moet niet overtrokken worden met een metalige hardheid die de transiëntkarakteristiek van de snaren benadrukt ten koste van de body van het instrument. Sommige luidsprekers voegen een onnatuurlijk randje toe dat de indruk wekt dat er meer detail hoorbaar is of dat er sprake is van een 'schoner' geluid, hoewel een dergelijke presentatie al snel vermoeiend wordt. Er behoort wel degelijk de levendigheid aan het karakter van de transiënten te zitten waaraan het instrument zijn levendigheid dankt, tezamen met een snel verval van de aanvankelijke aanzet. De energie-opslag in een luidspreker (de luidspreker slaat mechanische energie op in de units of de behuizing) wordt na een minimaal tijdsverloop weer vrijgemaakt als akoestische energie en wordt onmiddellijk hoorbaar bij goed opgenomen akoestische gitaar — deze moet levendig zijn zonder enige randscherpte.

De drie beste akoestische gitaaropnames die ik ken zijn de direct gesneden LP van Michael Newman, Guitarist (Sheffield Lab), Ralph Towner op de Oregond cd Beyond Words (Chesky) en A meeting by the river met Ry Cooder en V.M.Bhatt (Water Lily Acoustics).

Voor wat betreft macrodynamiek gaat er niets boven het dynamisch contrast of de impact op de onderbuik van Lauds door 20e-eeuws componist Ron Nelson op de HDCD gecodeerde disc Holidays & Epiphanies (Reference Recordings). Het 'Dallas Wind Symphony' orkest o.l.v. Jerry Junkin trekt alle registers open in de climaxen van dit prachtige stuk. Deze opname is de ultieme test voor het dynamisch bereik. Deze CD laat eveneens horen in welke mate het weergeefsysteem dichtslaat als de druk wordt opgevoerd. Luister of het prachtig gelaagde geluidsbeeld degenereert tot een onverschillige geluidsmuur, of let op de instrumentale timbres bij muzikale uithalen: hardheid in de weergave ontstaat daar gemakkelijk.

Een andere opname die tot een rommelig geheel wordt teruggebracht als de weergave niet correct is, is Frank Zappa's The Yellow Shark (Rykodisc). Dit stuk geeft vorm aan Zappa's bijdrage aan de 20e eeuwse "serieuze" muziek en bevat zulke complexe arrangementen, dat elke versmering door het weergavesysteem onmiddellijk de hoorbaarheid van al die fascinerende ingewikkeldheden terugbrengt. Dit arrangement voor een kamerorkest wordt bijzonder goed opgevoerd door het Ensemble Moderne.

Om te beoordelen of de plaatsing van een luidsprekersysteem goed integreert met de luisterruimte, of voor de beoordeling van de coherentie tussen subwoofer en hoofdspeakers is het nummer 'Why don't you go back to the woods' van Jerry Douglas, Russ Barenberg en Edgar Meyer op het album Skip, Hop & Wobble (Sugar Hill) bijzonder geschikt. Meyer's virtuoze basspel voert hem langs het hele tonale bereik van het instrument, waardoor onregelmatigheden in de basweergave, of door de kamer opgewekte boemerigheid in het laag meteen hoorbaar wordt. Slechte luidsprekerplaatsing wordt duidelijk doordat bepaalde bastonen eruit springen en a.h.w. langer blijven hangen in de ruimte. Dit berooft het basspel van definitie van toonhoogte (ééntoonbas) en van lenigheid en rapheid.

De prestaties van een systeem of component ten aanzien van het oplossend vermogen (fijne details) worden beproefd in The Oxnard Sessions, Vol.II (Reference Recordings) van pianist Mike Garson. Luister bijvoorbeeld naar de kwastjes op de snaartrom bij het nummer 'All Blues'; goede systemen laten de individuele 'kwastharen' duidelijk afzonderlijk bewegen op het vel. Systemen van mindere kwaliteit leggen een waas over het geluid zodat het moeilijker wordt om echt te horen langs welke weg dergelijke subtiele geluiden precies tot stand komen. (U weet dat het kwastjes zijn, maar niet omdat u dat precies hoort als gevolg van het oplossend vermogen; u weet het omdat het geluid gewoon het meest lijkt op drumkwastjes, en omdat men nu eenmaal die dingen gebruikt voor dergelijke ritmische effecten). Luister ook eens naar het prachtige aureool van ruimte dat rond de sax hangt op 'A Song for You' en naar het algehele gevoel van spontaan muziek maken, dat aan deze opname haar muzikale en sonische magie verleent. De opname is verkrijgbaar op vinyl of HDCD gecodeerde CD.

Een favoriete audiofiele opname van vrouwelijke vocalen is Jennifer Warnes' Famous Blue Raincoat. Dit is inderdaad een erg mooie opname. Luister echter ook eens naar Diana Krall op haar CD Love Scenes (Impulse!). Haar stem heeft een mate van zuiverheid en presentie die onmiddellijk het algehele perspectief van een systeem laat horen, alsmede de zuiverheid van de middenweergave en de mate waarin korrel en harde texturen geïntroduceerd worden.

Een referentie op het gebied van transiëntweergave, impulsweergave, dynamiek (macro zowel als micro) en detaillering is ook de CD 4'33" van de Amadinda Percussion Group (Hungaroton). Daarop worden stukken van Edgar Varèse, Carlos Chávez en John Cage ten gehore gebracht. In de meeste van die stukken wordt een veelheid aan bespannen, houten, metalen en andere percussie-instrumenten gebruikt, waaronder grote trommen en enorme gongen. Transiënten, impulsen, dynamische informatie en detaillering worden geacht van onberispelijke kwaliteit te zijn en dat in alle gebieden van het freqentiespectrum. Als deze kwaliteiten gehandhaafd blijven en het geluidsbeeld de openheid blijft behouden, dan worden ook de fenomenale ruimtelijke kwaliteiten van deze opname hoorbaar. Een nadere verkenning van het (m.i.) ondergewaardeerde audiofiele 'Hungaroton' label kan ook voor andere soorten muziek eureka-ervaringen meebrengen.

Verder is het (in Nederland en België) soms mogelijk om bij uw hifi speciaalzaak enkele audiofiele muziekopnames te kopen; deze vorm van verkoop wordt helaas door speciaalzaken (nog) niet erg serieus genomen, zodat de keuze van winkels en aanbod erg beperkt is. De echt goede platenspeciaalzaak, waarvan de meeste grote steden er tenminste wel één zullen hebben, zijn meestal ook voorzien van een kleine collectie audiofiele opnames (hoewel zij die meestal niet als zodanig rubriceren, maar onderbrengen bij het muziekgenre.









Solo-Presentatie....
Waar is dat nu weer goed voor?

Het soort van analytisch luisteren waarover we nu geruime tijd gesproken hebben (en waarvan we inmiddels zowat alles wel weten), zal specifieke geluidskenmerken onthullen van componenten in relatie tot elkaar.
CD-loopwerk A bereikt een diepere basweergave, een gladdere treble en een dieper geluidsbeeld dan B, dat echter meer 'innerlijke' details heeft, alsmede een snellere transiëntweergave en een scherper geplaatst geluidsbeeld. Deze vorm van kritisch luisteren vertelt u een hoop over de sterke en zwakkere punten van het component, maar het vormt niet het complete verhaal.

Wat ontbreekt in deze ontleding is hoe elk product uw gevoel ten aanzien van de muziek beïnvloedt. Dwaalt uw geest af en denkt u aan wat u hierna zult gaan doen? Of wordt u in de muziek getrokken en speelt u plaat na plaat tot diep in de nacht?

Dit vermogen om uitdrukking te geven aan muziek op een manier die u aanzet om steeds maar door te gaan met luisteren heet dan de muzikaliteit en betrokkenheid van een product. Muzikaliteit en betrokkenheid worden zelden in voldoende mate ervaren tijdens A/B vergelijkingen en kunnen niet worden omschreven in termen van specifieke geluidskenmerken of -attributen. Deze fundamentele karakteristiek van een product om op lange termijn muzikale bevrediging te schenken wordt alleen ontrafeld als u voor uw plezier naar muziek luistert die u heeft uitgekozen voor de inhoudelijke aspecten, niet voor de specifieke geluidskwaliteit of opnamekenmerken ervan. Het ontleden van de muziek teneinde specifieke geluidskenmerken te beoordelen — zoals in A/B vergelijkingen — vernietigd tijdelijk onze gevoeligheid voor de muzikale boodschap. Betrokkenheid kan alleen tot stand komen als u muziek als een totaal beschouwt, niet als een collectie van sonische onderdelen. Als u dat niet heeft gedaan is het raadzaam om het artikel 'Tussen de Oren' te lezen, dat ook te vinden is op pagina met akoestisch leesvoer waar u dit artikel heeft gevonden.

Dit is natuurlijk ook de reden dat alle kritische luistersessies niet alleen maar uit A/B/A vergelijkingen moeten bestaan, maar ook uit zogenoemde solo-presentaties en luistersessies voor het genoegen. Solo-presentatie luisteren is het gedurende een langere tijdsperiode beluisteren van het product dat moet worden geëvalueerd — dagen of weken in plaats van uren — met een oor dat zich (bewust) onbewust is van de invloed van het product op de muzikale aspecten. Luisteren voor het genoegen omvat geen overpeinzingen omtrent het geluid, alleen omtrent de muziek. Als u zich na een lange luistersessie opgevrolijkt, opgeladen en/of voldaan voelt, dan kunt u aannemen dat het product in staat is om de muzikale expressie en betekenis over te brengen. Dit is ongetwijfeld de allerbelangrijkste graadmeter voor kwaliteit in een audiocomponent.

Er is een ietwat los verband tussen de geluidstechnische prestaties van een component, zoals deze gebleken zijn aan de hand van kritische luistersessies, en de muzikaliteit van het apparaat, zoals bleek tijdens het luisteren voor genoegen. Specifieke tekortkomingen, zoals een korrelige treble, harde texturen of een plat geluidsbeeld, zullen u vaak zover van de muziek weghouden, dat een diepe betrokkenheid niet mogelijk is. (Ook hierover werd bij 'muzikaliteit' geschreven in de verhandeling over de 'betere luisteraar'. Zodoende blijkt, aan het eind van dit overzicht over luisteren en geluidskwaliteit, dat het inderdaad gaat om het doen verdwijnen van de apparatuur zodat alleen de muziek overblijft — de Heilige Graal van high-end audio.



 

Procedure voor de Calibratie
van Volume

Deze procedure is identiek voor alle elektronische componenten, van CD-speler en digitale processor tot voor- en eindversterker.

Speel allereerst een stuk muziek af en stel het volume in op een realistische geluidssterkte.

Speel vervolgens een test-CD of testtoon (toongenerator) af van een 1kHz sinusgolf die op laag volume werd opgenomen of wordt ingesteld, evenwel zonder het hiervoor ingestelde volume te wijzigen. Meet het voltage dat over de luidsprekerterminals staat terwijl de toon wordt afgespeeld en noteer de waarde. Plak een stukje tape op het frontpaneel van de voor(versterker) en markeer de stand van de volumeregelaar zorgvuldig.

Speel, nadat het component is beluisterd en is omgewisseld voor het andere component waarmee moet worden vergeleken, opnieuw de 1kHz toon en breng de over de terminals gemeten waarde in overeenstemming met de eerste meetwaarde, zoals die voor het eerste component werd vastgesteld. Dit doet u door aan de volumeregelaar te draaien en deze vervolgens te markeren in de voor het tweede apparaat correcte volumestand. De twee markeringen geven, bij gebruik van het corresponderende apparaat A of B, gelijke geluidssterktes.

Calibratie van het geluidsniveau is niet nodig als u producten vergelijkt die geen invloed uitoefenen op de geluidssterkte. Hieronder vallen analoge en digitale interlinks, luidsprekerkabels, CD-loopwerken, CD-'tweaks', netstroom conditioners, netsnoeren, spikes, kegels, dempers, racks en stands.

In het ideale geval wordt de geluidssterkte tussen producten onderling binnen 0,2dB gelijk gemaakt, maar bij voorkeur binnen grenzen van ±0.1dB. Om het verschil in dB te berekenen tussen twee gemeten voltages is alleen een rekenmachine met "log-functie" vereist.

Het gaat zo:

Stel eerst de verhouding tussen de twee gemeten voltages vast, door het ene voltage door het andere te delen. Vind vervolgens de logaritme van die verhouding door het indrukken van de 'log' knop van de rekenmachine terwijl het resultaat van de deling op het scherm staat. Vermenigvuldig dit getal tenslotte met 20 en u heeft het verschil in dB's tussen de twee voltages.

Voorbeeld: Als u 2,82V over de luidsprekerterminals mat met digitale processor A en 2,88V met processor B na het calibreren van het volume, dan deelt u eerst 2.88 door 2.82 wat de verhouding 1.0213:1 oplevert. Druk vervolgens op de 'log' knop van de rekenmachine met 1.0213 op het display en vermenigvuldig het resultaat (0.00914) met 20 voor het antwoord: de geluidsniveau's liggen binnen 0.18dB van elkaar; dicht genoeg voor betrouwbare vergelijkingen.


naar boven