Leesvoer


Fysieke Opstellingscriteria voor een
High-End Geluidsinstallatie -- Deel 1

ThingMan -- 1997-2005

De wijze waarop een geluidsinstallatie fysiek staat opgesteld in uw huis en is aangesloten -- zowel onderling als op het electriciteitsnet -- zal van grote invloed zijn op de muzikale en geluidstechnische prestaties ervan. Er zijn vele grote, kleine en hele kleine overwegingen t.a.v. de opstelling van de diverse componenten te maken, waarvan de individuele hoorbare invloeden eveneens groter, kleiner of heel klein kunnen zijn, maar die de prestaties van een systeem duidelijk kunnen beïnvloeden wanneer ze worden gecombineerd. Vaak is het dan ook een soort alles-of-niets situatie: als men een cruciaal opstellingscriterium vergeet of negeert kan dit de positieve uitwerking van allerlei wel correct uitgevoerde maatregelen teniet doen of verminderen.
Deze gevolgen moeten evenwel niet overdreven of uit verhouding getrokken worden: het verschil is bij dergelijke zaken zelden of nooit zwartwit; goed of slecht, strak of onbeheerst, plat of diep. De verschillen zijn min of meer subtiel, maar voor sommige muziekliefhebbers van grote betekenis voor het uitdiepen van de muzikale presentatie.

dit is DEEL 1 -- klik HIER voor DEEL 2

H
et opstellen van het audiosysteem vraagt, behalve om het consequent toepassen van een pakketje droge regels, in de eerste plaats om inzet van uw eigen luisterkwaliteiten. De vrij lange verhandeling over een beter luisteraar gaat Verder is ook geduld van groot belang, alsmede een groot verlangen om ook het laatste restje aan prestatievermogen uit het systeem te halen. Weinig audiofiele zaken geven meer voldoening dan het realiseren van een belangrijke hoorbare verbetering, zonder een cent te spenderen?

Elke opstelling van een geluidssysteem moet worden uitgebouwd op het fundament van goede luidsprekerplaatsing in de luisterruimte. Dit onderwerp is van dermate groot belang dat een heel artikel is gewijd aan deze kwestie (klik hier). De opstelling is onlosmakelijk met de invloed van de ruimte zelf verbonden — de akoestische eigenschappen van de luisterruimte. En zal hier van uit worden gegaan dat aan deze fundamentele voorwaarde reeds kon worden voldaan. Zelfs als akoestische problemen of dilemma's m.b.t. de opstelling van de luidsprekers vooralsnog een optimaal compromis verhinderen, is het nog steeds nuttig om de opstellingscriteria op deze pagina op waarde te schatten. Wanneer deze grotere problemen zijn aangepakt en geweken, zullen de kleinere randvoorwaarden reeds zijn aangepakt.

Naarmate de prestaties van het systeem verbeteren onder invloed van deze verfijningen wordt het steeds gemakkelijker om dergelijke subtiele invloeden te identificeren en te duiden (niet elke verandering is immers ook een verbetering). U kunt het vergelijken met de Grand Prix rijder die het verschil tussen een halve atmosfeer bandenspanning meer of minder aanvoelt: op een bepaald niveau worden steeds kleinere zaken steeds belangrijker. U bepaalt hoever u hiermee wilt gaan; financiële overwegingen hoeven hier nog niet eens zozeer de oorzaak van te zijn. Veeleer is het zo dat de meeste muziekliefhebbers gewoon tevreden zijn wanneer de boel goed klinkt en geen zin hebben in dergelijke diepgaande processen. Daarvoor zijn heel goede argumenten te bedenken, maar het komt er feitelijk op neer dat men door deze diepgaande betrokkenheid tot audio en apparatuur een nieuwe hobby op de schouders neemt, en dat behoort een bewuste keuze te zijn.

Allereerst volgt een korte omschrijving van de diverse criteria (16 in getal) die allemaal (behalve de eerste twee) verdere aandacht zullen krijgen in de rest van deze verhandeling.



 
Overzicht van de Criteria
  1. Stel uw luidsprekers en luisterstoel zodanig in de ruimte op, dat het best mogelijke geluid in die ruimte wordt weergegeven. Zonder correcte plaatsing van luidsprekers en luisteraar zal geen van de volgende maatregelen er toe doen (de effecten ervan worden weliswaar hoorbaar, maar zijn totaal ondergeschikt aan de slechte opstellingsproblematiek.
    Zie voor dit onderwerp de pagina:
    "Opstelling van Luidsprekers en Luisterstoel".
  2. Voer, waar nodig, relevante akoestische maatregelen uit in de luisterruimte. Deze kunnen diepgaande gevolgen hebben voor de prestaties van het systeem en het verschil uitmaken tussen gemiddeld goed en geweldig goed geluid.
    Zie ook de pagina's:
    "Relevante Aspecten van Akoestiek in de Luisterruimte", alsmede de pagina's over akoestische bondgenoten en Budget Tubes.
  3. Vermijd zorgvuldig dat netsnoeren dicht in de buurt van interlinks en luidsprekerkabels lopen. Samenbundelen van de complete bedrading is uiteraard ook not-done. Doe aan "cable-dressing"!
  4. Zorg ervoor dat digitale interlinks (tussen een apart CD-loopwerk en de digitale processor) en analoge interlinks tussen broncomponenten en de (voor)versterker ruim van elkaar gescheiden blijven, zowel de twee soorten als elke interlink onderling. De zeer hoge frequenties die door digitale kabels reizen kunnen ruis genereren en analoge signalen vervuilen, met name bij kabel en interlinks die niet zijn afgeschermd. Cable-dressing komt er eigenlijk op neer dat elke kabel die in het systeem wordt gebruikt voor om het even welk doel een eigen 'territorium' krijgt toebedeeld in de setup.
  5. Schakel digitale audiocomponenten uit en verwijder de netstekkers uit het stopcontact wanneer u grammofoonplaten draait.
    Als u de gevolgen van het elimineren van alle
    potentiële bronnen van netvervuiling (elders) in huis wilt elimineren, dient u in alle gevallen de netstekkers uit het stopcontact te verwijderen van alle digitale apparatuur (te weten: personal computers, DVD en Laser-Disc spelers), alsmede van (combi-)magnetrons en hoogspannings-halogeendimmers. Let wel: dit zijn geen voorzorgsmaatregelen op grond van eenduidige ervaringen, noch wetenschappelijk verantwoorde aanbevelingen......
  6. Interlinks en luidsprekerkabels zouden altijd zo kort mogelijk moeten zijn als de situatie toelaat, maar bovenal links en rechts van gelijke lengte.
  7. Stel componenten zodanig op dat zij voldoende ventilatie krijgen. Oververhitting zal de levensduur van het component beslist bekorten. Vermijd het veelvuldig aan- en uitschakelen van elektrische apparaten. Laat de apparatuur gerust continu aanstaan (uitgezonderd wellicht de eindversterking).
  8. Zorg voor een adequaat contact tussen luidsprekerkabels en terminals. Het alom beproefde en goedkope aangesoldeerde vorkcontact ('spade') moet volledig om de terminal passen en strak worden aangedraaid.
  9. Reinig connectoren van interlinks, alsmede contactvlakken voor signaaloverdracht naar de luidsprekers periodiek met een speciale contactreiniger of een ander geschikt middel.
  10. Respecteer een adequate afstand tussen de eindversterker enerzijds en de andere elektrische componenten anderzijds, waarbij dit met name belangrijk is voor de voorversterker en al helemaal als deze is uitgerust met een phono-ingang die ook daadwerkelijk wordt gebruikt.
  11. Installeer uw systeem in een robuust rack of op een anderszins trillingsvrije en ontkoppelde of gekoppelde ondergrond. Trillingen zijn van nadelige invloed op het geluid, vooral voor draaitafels en componenten met buizen.
  12. Experimenteer met zogenaamde 'netconditioners'. De markt biedt veel keuzes die in ieders budget passen. Ze brengen een geweldige verbetering bij sommige systemen teweeg (in sommige huizen of woonomgevingen is misschien beter?), geen enkele in andere systemen en kunnen in sommige gevallen zelfs de prestaties van het systeem verminderen. Luisteren alvorens te kopen moet daarom een voorwaarde zijn; laat niemand u zeggen dat u ook een netconditioner moet hebben maar beoordeel het zeker zelf en zo objectief mogelijk! Tracht wel om meerdere apparaten te proberen binnen uw budget, i.v.m. de soms grote verschillen in werkwijze en variaties in positief resultaat bij toepassing in verschillende weergavesystemen.
  13. Experimenteer ook uitgebreid met accessoires zoals ontkoppelaars, isolatie-voetjes en dempers. Interlinks, luidsprekerkabels en wellicht ook high-end netsnoeren nemen in de accessoirehoek een aparte plaats in. Ze moeten als meer dan louter 'accessoire' worden beschouwd — d.w.z. dat u niet met het luisteren ernaar moet wachten totdat u uw set geheel heeft opgebouwd en geoptimaliseerd, zoals dat wel de bedoeling is met de overige accessoires.
    Het luisteren naar de invloed van kabels en accessoires is een goede training voor het aanleren van het vakjargon rond kritisch luisteren en voor herkenning van de aspecten van geluidsweergave, omdat het u dwingt tot het evalueren van de (vaak erg subtiele) verschillen. Ook hier geldt voortdurend: eerst luisteren, dan pas kopen. Lukt dat niet, ga dan naar een ander. Het is helemaal niets bijzonders als u audiocomponenten en accessoires uitgebreid thuis mag beluisteren; een echte speciaalzaak zal deze vorm van service uit zichzelf aanbieden, omdat men graag wil dat u nog eens terugkomt na een eerste aankoop.
  14. Beluister zorgvuldig de effecten van het gebruik van randaarde voor audiocomponenten. In West-Europa is het gebruik van apparatuur zonder randaardestekker heel gewoon, zelfs voor betrekkelijk grote verbruikers zoals eindversterkers. Dit in tegenstelling tot de V.S., waar geaarde stekkers een vaste regel zijn.
    Het weergavesysteem kan in principe op twee manieren met randaarde worden verbonden. Probeer deze twee manieren uit en vergelijk de verschillen met het geheel weglaten van randaarde. Als u besluit om uw apparatuur te gaan aarden, dan kunt u overwegen om een speciale aardleiding in de grond te slaan. De twee methodes voor verbinding met de aarde worden verderop uiteengezet, net als het installeren van een aardleiding.
  15. Overweeg om een aparte stroomgroep te laten installeren in uw meterkast, enkel voor de voeding van de componenten in uw geluidsinstallatie. Overweeg ook om misschien nog een stap verder te gaan: laat meteen twee of drie groepen installeren: één voor analoog, één voor digitaal en één voor de eventuele losse eindversterker(s). Deze maatregel is bijna altijd zeer lonend, zelfs als er maar één groep wordt geïnstalleerd. Soms kan deze maatregel zelfs de aankoop van een netconditioner overbodig of minder lonend maken!
  16. Blijf in uw psychologisch middelpunt staan/zitten. Voodoo-accessoires en andere magische 'verbeteraars' — dat zijn alle accessoires, waarvan de objectieve werking niet meettechnisch kan worden vastgesteld noch verbaal kan worden verklaard op wetenschappelijk verantwoorde wijze, bijvoorbeeld omdat de fabrikant zich hult in nevelen van zwijgen of juist in lyrische holle woorden — behoren het voordeel van de twijfel te krijgen, totdat vast is komen te staan of er enige objectieve uitwerking kan worden vastgesteld of niet. Een onbevooroordeelde houding is dus nodig om dergelijke producten tegemoet te treden, maar overigens zijn ze onderworpen aan dezelfde beoordelingscriteria: wat doen ze en wat betekent het voor de muzikale presentatie terwijl ze dat doen? Is dat eigenlijk wel heilzaam voor de weergavekwaliteit? Het kan niet vaak genoeg benadrukt worden: niet elke verandering is ook een verbetering. In uw psychologische middelpunt heerst dus ook vooral geduld; u moet het gevoel hebben de tijd te willen nemen voor dit eindstadium in de samenstelling van een geluidsinstallatie.



 
naar boven



Kabels en Interlinks

Luidsprekerkabels en verbindingskabels voor lijnbronnen (interlinks of interconnects) zijn een belangrijke, maar niettemin veelvuldig genegeerde schakel in de weergeefketen. De juiste keuze van luidsprekerkabels en interlinks kan het beste in een weergavesysteem naar boven halen. Omgekeerd is het ook zo dat slechte bekabeling — of bekabeling die niet goed in het systeem past — ervoor zorgt dat men nooit het volledige muzikale potentieel hoort van uw systeem. Weten hoe kabel aan te schaffen is een voorwaarde voor de best mogelijke prestaties tegen de laagst mogelijke kostprijs.

In deze sectie passeren de meeste aspecten van luidsprekerbekabeling en interlinks de revue. We gaan (kort en oppervlakkig) in op gebalanceerde en ongebalanceerde verbindingen, op bi-wiring en op het aanpassen van kabels aan het systeem. Bovendien wordt duidelijk dat de duurste kabels niet noodzakelijkerwijs ook de beste zijn. Allereerst een klein overzicht van gebruikte kabelterminologie:

  • Kabel: Hoewel de term veelal gebruikt wordt om iedere (externe) draad te beschrijven in een audiosysteem, verwijst "kabel" in het algemeen naar externe verbindingen tussen losse componenten van een geluidsinstallatie, zoals een eindversterker en een luidspreker. In dit verband duiden kabels evenwel op luidsprekerkabels in het bijzonder en deze transporteren een hoog stroomsignaal van de eindversterker naar de luidsprekers.
  • Interlink: Vaak interconnect genoemd. Dit zijn de geleiders waarmee lijnsignalen in een audiosysteem worden getransporteerd tussen de losse componenten. De verbinding tussen broncomponenten (draaitafel, CD-speler, tuner, cassettedeck) en de voorversterker, alsmede die tussen de voorversterker en de eindversterker, wordt interlink of interconnect genoemd.
  • Ongebalanceerde Interlink: Deze heeft in principe twee (interne) geleiders en is doorgaans afgemonteerd met RCA connectors, ook wel tulppluggen genoemd.
  • Gebalanceerde Interlink: Deze heeft drie geleiders in plaats van twee, en is afgemonteerd met 3-pins XLR connectors. Gebalanceerde interlinks worden alleen gebruikt om componenten te verbinden die gebalanceerde in- en uitgangen hebben en worden met name in de professionele wereld standaard gebruikt.
  • Digitale Interlink: Enkelvoudige interlink (één enkele kabel, niet twee zoals bij gewone interlinks) die een digitaal stereo audiosignaal vervoert, meestal van een CD-loopwerk of een andere digitale bron naar een digitale processor.
  • Bi-Wiring: Dit is een speciale methode voor het aansluiten van een luidspreker op de eindversterker middels twee sets luidsprekerkabel i.p.v. één.
  • RCA Connectoren en Chassisdelen: RCA connectoren (ook wel 'tulppluggen genoemd) en dito chassisdelen zijn meestal te vinden aan de uiteinden van ongebalanceerde verbindingen. Praktisch alle audio-apparatuur is voorzien van RCA chassisdelen voor het aansluiten van de RCA connectoren op ongebalanceerde verbindingen. Chassisdelen zitten, uiteraard, achterop de audiocomponenten (de rij in- en uitgangen die achterop het apparaat zit). De RCA connectoren zitten aan het einde van de ongebalanceerde interlink.
  • Terminal: Terminals of luidsprekerterminals zijn de aansluitpunten achter op de eindversterker, bedoeld voor het correct aansluiten van luidsprekerkabels.
  • Meerwegterminal: Een speciaal type luidsprekerterminal waarop blote draad, een vork of een banaanplug -- naar keuze, of in een of andere combinatie -- kan worden aangesloten. Deze terminals zien we tegenwoordig gelukkig steeds vaker achterop (eind)versterkers en luidsprekers.
  • Vork / Aansluitvork (spade): Een platte, gevorkte eindverbinding voor luidsprekerkabels. Vorkjes worden onder luidsprekerterminals geklemd op eindversterker en luidspreker. Dit is de meest populaire, meest goedkope (op blote draad na) en tevens hoogwaardige eindverbinding. Een aansluitvork is in principe een aansluit-'oog', waarvan een deel is weggenomen om een open einde te krijgen, dat onder de terminal kan worden geschoven en geklemd.
  • Banaanstekkers en -chassisdelen: Banaanstekkers treffen we (met name in Europa) vaak als eindverbinding aan op luidsprekerkabels, in plaats van aansluitvorken. Banaanpluggen passen in de meerwegterminals of in speciale banaan-chassisdelen. Er bestaan heel veel verschillende banaanstekkers, vooral verschillend in kwaliteit (contact-oppervlak, contactdruk, materiaalkeuze). De beste banaanstekkers kunnen stevig aan het apparaat worden 'verankerd' en zorgen voor een voldoende grote contactdruk en contactoppervlak; een flinke versterker kan worden opgetild aan luidsprekerkabels, die met hoogwaardige banaanstekkers met het apparaat waren verbonden en verankerd.
  • AWG: American Wire Gauge: een eenheid voor de dikte van geleiders. Hoe lager het AWG-getal, hoe dikker de draad. Lampensnoer heeft een AWG van 18, waarnaar men meestal verwijst als "18 gauge" [spreek uit als "geetsj"].


Hoe kabels en interlinks kiezen ?

De ideale situatie is er een waarbij elk component van het weergavesysteem — dus ook de externe bekabeling — absoluut neutraal is en derhalve geen sonische signatuur meegeeft aan de muziek. Aangezien deze ideale situatie (nu) niet kan bestaan worden we gedwongen juist die kabels en interlinks te kiezen, die de weergave zodanig "kleuren" dat dit de kleuring die door de rest van het systeem wordt ingebracht zoveel mogelijk of geheel neutraliseert.

Als een systeem bijvoorbeeld ietwat aan de heldere en analytische kant is kunnen enigszins vol en warm kleurende kabels en interlinks het scherpe randje van de treble wegnemen en de luisteraar meer van de muziek laten genieten. Als de basweergave wat overdadig of 'rond' is, dan kunnen slank en strak kleurende interlinks en luidsprekerkabels het fundament weer gladstrijken. Een systeem met wat gebrek aan 'tastbaarheid' of presentie in het middengebied kan baat hebben bij een ietwat voorwaarts klinkende kabel.

Het selecteren van kabels en interlinks op basis van hun muzikale compatibiliteit met de rest van het systeem kan ook worden beschouwd als de finishing touch voor het systeem. Een meubelmaker heeft achtereenvolgens een zaag, een schaafmachine en een rasp gebruikt en zal als finishing touch fijn schuurpapier en tenslotte staalwol gebruik voor de eindafwerking. Kabels en interlinks zouden het best op deze manier kunnen worden beschouwd — als het laatste fijne kneepje dat wordt toegepast om het systeem verder in de juiste richting te manipuleren, maar niet als een lapmiddel of oplossing voor slecht gekozen componenten. Vaak ook komen de subtiele kabelverschillen helemaal niet goed tot uitdrukking in een akoestisch "vijandige" omgeving, zoals overmatig reflectieve wanden of ontoereikende laagabsorptie dat kunnen zijn. De finishing touch is hier dus ook echt een finishing touch: zelfs pas na het akoestisch optimaliseren van de ruimte zou het hier besproken aspect van kabel- en interlinkkeuze aan de orde moeten komen, wil men kabelverschillen voldoende op waarde kunnen schatten.

Kabels en interlinks kunnen muzikale of elektrische compatibiliteitsproblemen en misaanpassingen niet corrigeren. Als u bijvoorbeeld een eindversterker heeft met een hoge uitgangsimpedantie, die gebruikt wordt om 'hongerige' luidsprekers (luidsprekers die een hoge stroomreserve van de versterker vereisen voor het weergeven van hun potentieel) aan te sturen, zult u naar alle waarschijnlijkheid een zachte en dynamisch beperkte basweergave te horen krijgen. Geen enkele luidsprekerkabel of interlink kan deze eigenschap corrigeren of neutraliseren; u kunt beslist wel enige verbetering in de basweergave verkrijgen door de juiste kabel te kiezen, maar veel beter zou zijn om het probleem aan de bron te neutraliseren — een betere onderlinge elektrische aanpassing van eindversterker en luidspreker.

Goede luidsprekerkabel- en interlinkkeuze zorgt er eigenlijk voor dat de componenten in het systeem op hun hoogst mogelijke niveau kunnen presteren; ze zullen er niet toe leiden dat een gebrekkig geïntegreerd systeem (waarbij muzikale en/of elektronische misaanpassingen aan te wijzen zijn) of een moeilijk met de rest van het systeem te combineren component plotseling goed gaan presteren. Ze zullen ook niet de akoestische tekortkomingen van een ruimte kunnen neutraliseren: een "traag laag" als gevolg van de kamerakoestiek kan enkel met fysieke hulpmiddelen ter plaatse worden opgelost, maar zeker niet door een andere kabel of interlink aan te schaffen. Dat is vragen om frustratie... Met een goed op elkaar afgestemd systeem van geluidscomponenten is een zorgvuldige selectie van kabels en interlinks een lonend en bijzonder interessant karwei, dat natuurlijk ook voor het aanscherpen van uw kritische luistercapaciteiten bevorderlijk is. Zelfs de beste kabels (dat zijn altijd de kabels die simpelweg doorgeven wat er aan muzikaliteit in het systeem zit) kunnen geen absolute verbetering teweegbrengen in het geluid; ze zijn gewoon minder schadelijk in dat specifieke systeem dan andere...

Een typisch hifi-systeem zal uitgerust zijn met één paar luidsprekerkabels (twee paar indien bi-wiring wordt toegepast), één lange set interlinks tussen voor- en eindversterker bij gescheiden versies, alsmede diverse kortere interlinks voor het verbinden van broncomponenten aan de voorversterker.

Indien de eindversterker(s) in de buurt van de luidsprekers opgesteld wordt(en) zullen de luidsprekerkabels kort en de interlink tussen voor- en eindversterker lang. Omgekeerd zullen de luidsprekerkabels langer worden en de interlink tussen voor- en eindversterker korter, wanneer de eindversterker dicht bij de broncomponenten en de voorversterker staat. Er bestaat geen consensus tussen experts onderling over de beste methode, maar beide methodes zijn in elk geval bruikbaar. In het ideale geval zijn zowel de luidsprekerkabels als de interlinks kort. Op die manier valt het kabelbudget in belangrijke mate lager uit, of kan het systeem toch nog met die duurdere bekabeling worden uitgerust, omdat de diverse kabellengtes nu zoveel korter en goedkoper zijn geworden. Aan de andere kant kan overmatige zuinigheid bij het bepalen van de kabellengtes ook de opstellingsmogelijkheden van de apparatuur beperken: als het ooit nodig mocht zijn om apparaten anders op te stellen of onderling uit te wisselen, kan die toch al korte interlink nu echt te kort zijn geworden, zodat de voorgenomen opstellingswijziging niet zonder meer door kan gaan.

Interlinks en luidsprekerkabels worden normaliter compleet afgemonteerd (ofwel geconfectioneerd) geleverd door de fabrikanten, d.w.z. op standaard lengte (0,6 — 1 — 1,5m) en met de RCA connectoren aangesoldeerd. Hoewel het meestal mogelijk is om elke gewenste lengte te bestellen, is het aan te raden om het confectioneren door de fabrikant of diens vertegenwoordiger te laten doen — m.a.w. het is niet aan te raden om zelf te gaan solderen omdat u dan zowel goed op de hoogte dient te zijn van de kabelgeometrie (de fysieke interne opbouw van m.n. de interlinks), van de montagewijze van de connectoren (solderen in combinatie met krimpen), beheersing van de technieken hiervoor en eventuele andere details die van belang zijn voor het verkrijgen van juist die resultaten, die maakten dat voor die kabel werd gekozen.

Als het budget beperkt is, kan gekozen worden voor een "prioriteitenaanpak". Concentreer het kabelbudget daarbij vooral rond de verbindingen die voor u het belangrijkst zijn: dat zijn die waar u het vaakst naar luistert of die waarvan u meent dat kwaliteit daar het belangrijkst is. Omdat alle geluidsbronnen met de (eventuele losse) voorversterker zijn verbonden zal de kwaliteit van de verbinding tussen voor- en eindversterker eveneens van doorslaggevend belang zijn voor de weergave van alle geluidsbronnen die met de voorversterker zijn verbonden. Uiteraard zal elke geluidsbron, en dus ook een cassettedeck, baat hebben bij een goede interlink.

Zouden dan alle interlinks en luidsprekerkabels van één en dezelfde fabrikant moeten zijn, of kunnen merken ongestrafd met elkaar worden gecombineerd? Opnieuw blijken er twee denkrichtingen met betrekking tot deze kwestie te strijden om de eer. De eerste stelt dat een compleet systeem met daarin één merk kabels en interlinks de beste weg is. Als een of andere interlink goed in uw systeem werkt, gebruik deze dan gelijk overal. Dit argument zou de indruk kunnen wekken dat fabrikanten hun luidsprekerkabels en interlinks ontwerpen om gezamenlijk te worden toegepast voor het bereiken van de best mogelijke weergavekwaliteit.

De tweede denkrichting stelt juist dat verschillende kabel- en interlinkmerken moeten worden gecombineerd. Het gebruik van een en dezelfde kabel en interlink in heel het systeem zou kunnen leiden tot een bepaalde typische karakteristiek die te wijten is aan de sonische signatuur van die fabrikant of verbinding. Deze theorie is analoog aan een soortgelijke benadering die in de opnamewereld gebruikelijk is. Technici zullen de opname maken met het ene merk mengtafel en vervolgens de productie afmixen via een tafel van een ander merk. Zij willen daarmee bewust vermijden dat het apparatuurmerk 'doorklinkt' in het eindproduct (de muziekopname) en laten het signaal zodoende niet tweemaal door dezelfde sonische signatuur 'aantasten'.

Zoals altijd zal de beste methode proefondervindelijk moeten worden vastgesteld en waarschijnlijk ergens in het midden liggen. Want in bepaalde gevallen zal de eerste theorie bevestiging krijgen, in andere gevallen de tweede, maar in de meeste gevallen zal het tot een of andere mengvorm komen. Het is in elk geval onmogelijk om te voorspellen welke invalshoek de beste is in uw specifieke systeem, zodat luisteren de enige oplossing is. De meeste dealers stellen u in de gelegenheid om een aantal verschillende kabels thuis rustig uit te proberen.

U zou met dit gegeven uw voordeel moeten doen en vooral ook de goedkopere kabels eens kunnen vergelijken met de (veel) duurdere. Er is niet altijd een duidelijk verband tussen prijs en kwaliteit. Het selecteren van kabels en interlinks kan op die manier een langdurige bezigheid zijn, die weliswaar de geïnvesteerde tijd en energie ruimschoots kan goedmaken, maar waar u wel zin in moet hebben. In alle gevallen is ervaring van een deskundige dealer van grote betekenis bij het verrichten van de voorselectie, waarbij een deel van de aangeboden producten op basis van zijn ervaring en uw voorkeur en budget op voorhand al zal afvallen. Op die manier kunt u in één weekend al een eind komen, hoewel meer tijd voor een keuze beslist geen luxe is.


Hoeveel moet ik uitgeven aan de bekabeling ?

Aan de bovenkant van dit marktsegment is de redelijke verhouding tussen de verkoopprijs van de kabel of interlink enerzijds en de kosten van ontwerp en fabricage anderzijds ver te zoeken. In tegenstelling tot andere audioproducten, waarvan de verkoopprijzen grotendeels vastgesteld worden aan de hand van de kosten van de onderdelen — deze prijs is vier tot zesmaal zo hoog als de kostprijs van de ruwe onderdelen — worden de prijzen van kabels en interlinks in dit segment eerder bepaald door de draagkracht van de markt (populair gezegd dus eigenlijk: "wat de gek ervoor geeft"). Deze trend is begonnen toen een fabrikant zijn kabelprijzen fors hoger stelde dan die welke door alle andere concurrenten werd gehanteerd en zijn verkoopcijfers vervolgens als een raket zag worden gelanceerd. Andere fabrikanten gingen toen ook hun prijzen opdrijven, opdat ze niet zouden worden aangezien als fabrikanten van producten van lagere kwaliteit ("zò goedkoop, dat kan nooit veel bijzonders zijn — zò duur, dat moet dan wel erg goed zijn"). Hoewel enkele zeer dure kabels en interlinks wel degelijk hun prijsstelling kunnen rechtvaardigen (gebruik van bijvoorbeeld exotische materialen als zilver of goud, die op de wereldmarkt voor vastgestelde en wisselende prijzen worden verhandeld), zijn de prijzen van veel kabels niettemin op een feitelijk lachwekkende manier opgedreven. Het is moeilijk om het kaf van het koren te scheiden en tegelijkertijd is er niks op aan te merken om flink te investeren in bekabeling, waarmee een systeem hoorbaar mooier kan presteren.

De budget-bewuste audiofiel kan met dit verschijnsel zijn voordeel doen. Want heel vaak zijn de lager geprijsde producten van deze kabelfabrikanten bijna net zo goed als hun topproducten. De fabrikant drijft de prijs van zijn topkabel op om de indruk van het 'high-end' karakter van dat product verder te benadrukken, maar is voor zijn voortbestaan toch vooral afhankelijk van de massaverkoop van de vriendelijker geprijsde producten uit zijn pakket. Als u op pad gaat om kabels en interlinks te selecteren, luister dan eens naar de gunstiger geprijsde producten van een goede kabelfabrikant, zelfs als u een stevig budget heeft. U zou weleens aangenaam verrast kunnen worden.

Aangezien elk systeem weer anders is, is generaliseren omtrent het percentage van het totaalbudget dat voor de bekabeling moet worden gereserveerd niet verstandig. Een absoluut minimum kabelbudget is 5% van het totaalbudget, terwijl een reservering van 15% voor bekabeling zo'n beetje het redelijke maximum zou zijn. Een goede keuze van kabels en interlinks is zeer zeker lonend. Maar slechte bekabeling voor overigens goede componenten zal leiden tot gebrekkige prestaties en zodoende tot misplaatste zuinigheid.

Er moet opnieuw benadrukt worden dat een hoge prijs geen garantie is dat de kabel ook werkelijk goed is of goed werkt in uw systeem. Ga er evenmin automatisch van uit dat een duurdere kabel beter is dan een goedkopere; ook niet als het kabels of interlinks van hetzelfde merk betreft. Luister als het kan — en als u alles uit het systeem wenst te halen — naar een veelheid van kabels en interlinks, desnoods uitgesmeerd over een periode van enkele maanden, en uw pogingen worden beloond met precies de juiste bekabeling voor uw systeem voor een redelijke prijs.



naar boven



Waar Luisteren we eigenlijk naar ?

Kabels moeten beoordeeld worden in het systeem waarin ze worden gebruikt. Niet alleen is het geluid van de een of andere kabel deels systeemafhankelijk, maar de geluidskenmerken van een specifieke kabel werken muzikaal beter uit in het ene systeem dan in het andere. Bovendien is zelf luisteren de enige manier om kabels en interlinks te evalueren. Het is niet verstandig om uw oordeel omtrent deze producten af te laten hangen van het technisch jargon waardoor de kabel wordt gekenmerkt en dat aanleiding zou zijn voor de geweldige kwaliteit ervan. Veel van deze kennis berust op niets meer dan op pure reclamekretologie en houdt geen werkelijk verband met de muzikaliteit van het product in uw specifieke systeem. Vertrouw op uw oren.......

Gelukkig is het beoordelen van kabels en interlinks relatief eenvoudig; de geluidssterkte tussen verschillende kabels is in elk geval gelijk (dat is althans wel te hopen, anders is voorzichtigheid nogal op z'n plaats), zodat calibratie niet nodig is. Er zijn echter twee valkuilen die tijdens de selectieprocedure moeten worden vermeden, omdat anders de beoordeling van sommige of van alle producten totaal waardeloos zal zijn. In de eerste plaats zijn sommige luidsprekerkabels en interlinks 'richtinggevoelig', d.w.z. dat de fabrikant voorschrijft — middels pijltjes op de kabel of een merktekentje aan één kant — dat bij het aansluiten van de kabel of interlink acht moet worden geslagen op de signaalrichting, die middels het merkteken of de pijlen wordt aangegeven. De signaalrichting van een kabel wordt volgens sommige bronnen bepaald door diens geometrische kenmerken — aspecten van de opbouw van die kabel. Het spreekt vanzelf dat u zich dient te houden aan het voorschrift van de fabrikant: deze zal ongetwijfeld uitgebreid hebben beluisterd op welke wijze de kabel optimaal presteert.

Overigens is er nog een tweede reden om een eenmaal gebruikte kabel voortaan altijd op dezelfde manier aan te sluiten; dus steeds zodanig aan te sluiten dat de signaalrichting hetzelfde blijft. Dat is tevens de tweede valkuil. Kabels en interlinks hebben enige tijd nodig om goed 'ingespeeld' te raken alvorens optimaal te klinken. Voordat het zover is kan een kabel erg vermoeiend, helder of juist dik, hard en/of verstopt klinken. Dergelijke kenmerken verdwijnen (bij goede kabels) na enkele uren gebruik, terwijl enkele dagen tot weken nodig zijn om de kabel volledig in te spelen. Aanvankelijk weet u dus niet zeker of de kabel minder overtuigend klinkt als gevolg van het feit dat deze nog niet is ingespeeld (en dus beter zal gaan klinken), of als gevolg van inherente eigenschappen (en dus niet beter zal gaan klinken naarmate enige tijd verstrijkt). Het is bekend dat ook kabels, die door de fabrikant als niet-richtinggevoelig worden verkocht, wel degelijk beter klinken als zij steeds worden aangesloten in dezelfde signaalrichting. Als u uw systeem moet verplaatsen om het elders weer op te bouwen, zult u dus moeten opletten dat alle kabels op precies dezelfde wijze terug worden gezet: als het merkteken de vorige keer aan de kant van de CD-speler werd aangesloten moet u dat nu weer doen, of u loopt het risico dat deze kabel weer opnieuw moet worden ingespeeld, maar nu in de andere richting. Om dergelijke valkuilen te vermijden dient u dus de voorschriften van de fabrikant op te volgen en de kabels steeds in één en dezelfde richting aan te sluiten (pijltjes, merktekens, leesrichting van tekst op de kabel) als u de installatie opnieuw moet aansluiten. Kabels waarvoor dergelijke voorschriften niet gelden zijn daarom toch beter af wanneer ze aan één uiteinde van een merkteken voorzien worden om te voorkomen dat u na het opnieuw aansluiten van uw systeem de bekabeling opnieuw moet inspelen.

Uit de pagina over de voorwaarden voor correcte en betrouwbare A/B vergelijkingen van audiocomponenten ("Procedures rond Kritische Luistersessies") bleek al dat de fundamentele vereiste is dat slechts één parameter tegelijkertijd verandert bij kritische luistersessies. U kunt gewoon eens proberen of het omkeren van uw ingespeeld kabel inderdaad tot een hoorbaar verlies van kwaliteit leidt. Maar als u meerdere kabels beluistert om tot een verantwoorde selectie voor uw systeem te komen dient u er dus op te letten of u op de volgende twee vragen "ja" kunt antwoorden:

a. Is elke te vergelijken kabel volledig ingespeeld?

b. Is de signaalrichting waarin de kabel werd ingespeeld dezelfde als de signaalrichting waarin u de kabel nu aansluit ter beoordeling?

Daarnaast is het ook bekend dat de positieve eigenschappen van inspelen mettertijd afnemen, wanneer de kabel of interlink gedurende langere tijd niet wordt gebruikt. Zelfs als een kabel jarenlang intensief gebruikt is kunnen deze inspeeleigenschappen "vervagen" na een lange periode van elektrische werkloosheid. De lengte van deze 'lange periode' is slechts bij benadering vast te stellen, maar zal naar alle waarschijnlijkheid langer dan drie maanden zijn.

Gewapend met deze voorzorgsmaatregelen bent u nu verder klaar voor het beoordelen van kabels en interlinks. Luister een kwartier tot een half uur naar de eerste interlink en vervang deze dan door de volgende kandidaat. Eén manier om tot een goede keuze te komen is uzelf af te vragen welke interlink u het meest van de muziek laat genieten. Het is niet nodig te analyseren wat u hoort; kies gewoon de interlink waarmee u zich het best thuisvoelt. Het is toch wel wel zinvol om dezelfde muziek af te spelen tijdens twee vergelijkende luistersessies.

De andere methode is die van het zorgvuldig onderzoeken wat u precies met iedere interlink hoort en om die bevindingen dan tegen elkaar af te gaan zetten. U zult dan vaak het ene aspect in de voorgrond zien komen ten koste van een ander (min of meer tegengesteld) aspect: de ene heeft een gladdere hoogweergave en een fijner oplossend vermogen, maar een minder scherpe instrumentenplaatsing en doorzichtigheid in het geluidsbeeld dan de andere kabel. Een andere vaak voorkomende 'ruilhandel' is die tussen gladheid en detailweergave: de glad klinkende kabel mag dan enige muzikale informatie achterhouden, maar de gedetailleerd klinkende kabel kan analytisch en helder klinken. Wat wilt u zelf horen? Dat is de vraag die alleen maar beantwoord kan worden doordat u er zelf naar luistert bij u thuis. Tenslotte is het nog mogelijk dat een goede bekabeling tevens beter laat horen op welke punten de rest van het systeem nog tekortschiet.

Kabels en interlinks kunnen ook weleens vervelende vervormingsproducten introduceren in de muziek. Hieronder volgt een opsomming van de meest voorkomende geluidsproblemen die met luidsprekerkabels en interlinks kunnen optreden. Een volledige beschrijving van de termen kunt u vinden in de verhandeling, 'Een Beter Luisteraar Worden'.

Korrelige en ruwe treble: Veel kabels spreiden een korrelig weefsel als een netwerk over de treble uit. Het geluid is ruw in plaats van glad (gepolijst) en vloeibaar.

Heldere en metalige treble: Bekkens klinken als uitbarstingen van witte ruis en niet als kopergekletter. Deze hebben de neiging om, over het geluidsbeeld heen, eruit te spetteren en klinken niet als compacte afbeeldingen. Sisklanken (s en sh in vocalen) worden benadrukt en laten de treble spichtig klinken. Het is geen goed teken als er plotseling meer sisklanken hoorbaar worden.

De tegengestelde situatie resulteert in een donkere en opgesloten trebleweergave. De kabel behoort open, luchtig en met uitgebreide bovenruimte in de treble te klinken, zonder door te slaan naar een al te helder, geëtst of analytisch hoog.

Harde texturen en gebrek aan vloeibaarheid: Luister speciaal naar een glasachtige bijklank bij solo piano in de hogere registers. Tevens kunnen grote aantallen stemmen (koor) glazig en hard klinken in plaats van vloeibaar en rijkelijk doortekend.

Luistermoeheid: Een gebrekkige kabel zal snel tot luistermoeheid leiden, en soms zelfs tot hoofdpijn, maar altijd wel tot het gevoel van opluchting als de muziek wordt afgezet. Soms kan ook een tijdelijke vorm van overgevoeligheid van het gehoor optreden; deze conditie is absoluut het slechtste wat u kan overkomen bij een audiocomponent. Goede bekabeling (in een goed systeem) laat u naar hogere geluidssterktes luisteren gedurende een langere tijd. Als een kabel luistermoeheid met zich meebrengt zou u deze geheel dienen te vermijden, ongeacht over welke andere positieve kwaliteiten de kabel verder ook beschikt.

Gebrek aan ruimtelijkheid en diepte: Door een bekende opname te beluisteren met veel natuurlijke diepte en ruimte-informatie (ambiance) kunt u beoordelen hoe bepaalde kabels en interconnects met deze informatie omgaan. Daarbij is ook het aspect van instrumentenplaatsing in een driedimensionale ruimte van belang en alles wat daarmee onder invloed van kabels verder gebeurt. Slechte kabels kunnen er ook voor zorgen dat het geluidsbeeld minder doorzichtig wordt.

Laag oplossend vermogen: Sommige kabels en interlinks klinken weliswaar gepolijst, maar zij verduisteren de fijne details van de muziek. Luister naar dergelijke 'low-level' informatie en naar de innerlijke detaillering van afzonderlijke instrumenten. Het tegenovergestelde van gepolijste weergave is een weergave die door de kabel meedogenloos onthullend wordt t.a.v. ieder detail in de muziek, echter op een onnatuurlijke wijze. Muzikaal detail moet beslist hoorbaar zijn, maar moet niet worden opgeblazen of overdreven. Integratie met de body van de muziek is erg belangrijk en t.a.v. dit hele aspect zal de ideale kabel er een zijn die een goed evenwicht heeft tussen resolutie van detail en een gevoel van gemak en gladheid.

Rommelige bas of slechte definitie van toonhoogte: Een slechte kabel of interlink kan de basweergave traag, papperig en eentonig maken. Met een dergelijke kabel worden de onderste regionen enigszins drassig en vet in plaats van strak en gearticuleerd. Individuele noten gaan op in een onbestemd gerommel van lage frequenties en komen los te staan van de muzikale boodschap en inhoud.

Beperkte dynamiek: Met een daartoe geëigende opname let u op de capaciteit van kabel of interlink om een portret neer te zetten van de dynamische structuur van de muziek, zowel op grote als op kleine schaal. De transiënt van een gitaarsnaar moet bijvoorbeeld snel en met een stevig dynamisch 'randje' worden afgebeeld. Op grotere schaal moeten orkestrale climaxen krachtig zijn en een gevoel van lichamelijke impact teweegbrengen — uiteraard op voorwaarde dat het systeem ook in staat is om dit aspect goed over te brengen.

Het moet nog maar eens herhaald: Een ernstig kleurende kabel of interlink gebruiken om problemen in andere componenten te compenseren (een al te 'donkerbruine' kabel voor een al te analytische luidspreker) is bepaald niet de beste oplossing. Als het daarvoor niet te laat is, kunt u beter het geld dat bestemd is voor bekabeling -- samen met de inruilprijs van uw luidsprekers -- gebruiken om nieuwe luidsprekers aan te schaffen, om pas daarna weer met bekabeling bezig te gaan. U kunt ook tot de conclusie komen dat de akoestiek een domper op de feestvreugde zet, waardoor het geld wellicht beter besteed kan worden aan akoestische hulpmiddelen en ondersteuning.



 
Terminals en Kabeluiteinden

Terminals achterop (eind)versterkers en luidsprekers vertonen enorme verschillen in kwaliteit en uitvoering, vanaf het iele, met drukveertje geladen indrukbaar klemmetje op goedkope of oudere luidsprekers en versterkers, tot massieve, speciaal ontworpen en machinaal vervaardigde bronzen draaiklemmen die zijn bedekt met exotische metalen. Slechte terminals tasten niet alleen de geluidskwaliteit aan, maar breken ook gauw af of raken defect. Als u luidsprekers of een (eind)versterker gaat kopen moet u beslist goed letten op de kwaliteit van de terminals.

Het meest gebruikte type is de meerwegterminal, waarop vorkjes, banaanstekkers of blote draad kan worden aangesloten. De met edelmetaal afgewerkte exemplaren zullen niet snel corroderen. Corrosie tast het geleidend vermogen sterk aan. Hoogwaardige terminals behoren behoorlijk strak te worden aangedraaid, maar weer niet zo strak dat de terminals in de behuizing dreigen te gaan draaien. Als een losse ring wordt gebruikt in de opbouw van de terminal is het moment waarop deze begint mee te draaien het teken om de boel niet vaster meer aan te draaien.

Als u de keuze heeft uit blote draad, een aansluitvorkje of een banaanplug aan het kabeluiteinde, kies dan voor het vorkje. Het vormt in feite het beste contactoppervlak met de terminal (als de vork tenminste van het juiste formaat is!), kan het stevigst worden verankerd van alle mogelijkheden en is duurzaam. Blote draad is in principe beter, maar kan maar éénmaal stevig worden aangedraaid. Om dit later opnieuw aan te sluiten is het beter om de blote draad af te knippen (deze is immers gekwetst en soms zijn ook aders geknakt), om vervolgens opnieuw het uiteinde bloot maken voor hernieuwde aansluiting. Banaanstekkers zijn in beginsel inferieur omdat er nauwelijks contactdruk aanwezig is. Als er al enige contactdruk is, wordt deze verdeeld over een te klein contactoppervlak, waardoor al met al toch nog de gebrekkigste contactovergang van de drie mogelijkheden ontstaat. Uitzondering is de banaanstekker van fabrikant WBT uit Duitsland, die exemplaren op de markt brengt die een grote contactdruk uitoefenen over een voldoende groot contactoppervlak. De stekker accepteert alle gangbare kabeldiktes. Ook de RCA connectoren, RCA chassisdelen, meerwegterminals en banaanstekker-chassisdelen van deze fabrikant worden tot de beste ter wereld gerekend. De goedkoper geprijsde lijn van deze fabrikant is een serieuze overweging waard. Op punten van verankering, contactoppervlak en duurzaamheid doen zij niet onder voor de duurdere lijn, die echter hoogwaardiger materialen gebruikt, nauwere toleranties hanteert, alsmede hogere contactdrukken weet te realiseren.

U zult zich wellicht al realiseren dat elke contactovergang (dat is ieder punt waar de signaaldoorvoer aan een andere geleider wordt doorgegeven, bijvoorbeeld een soldeerpunt "kabel - connector", maar ook "connector — chassisdeel" of "vork — terminal" en "vork — kabel" het signaal enigszins aantast. Bijgevolg zijn sommige audiofielen dan ook zover gegaan dat zij alle connectoren, chassisdelen, vorkjes en terminals hebben verwijderd uit hun systemen, teneinde alle verbindingen rechtstreeks aan elkaar te solderen (deze techniek, die bijvoorbeeld veelvuldig in luidsprekers wordt toegepast bij verbinding van filtercomponenten en met luidsprekerunits of terminals, heet 'hard-wiring'). Het is beslist een optie, maar niet een waartoe men lichtvaardig over moet en zal gaan. Gedeeltelijke hard-wiring kan een goed alternatief zijn: daarbij wordt alles wat na de eindversterker komt direct aan elkaar gesoldeerd zonder koppel/ontkoppelmogelijkheid d.m.v. connector of terminal. Achtereenvolgens vinden we dan: luidsprekerkabels, niet meer op printplaat gemonteerde, afzonderlijke scheidingsfiltercomponenten en individuele luidsprekerunits aan het einde van de bekabeling. In de praktijk vormen luidsprekers en -kabels dan een onlosmakelijk geheel, dat echter nog steeds betrekkelijk handelbaar kan zijn; dit in tegenstelling tot volledige hard-wiring: bij verplaatsing is het namelijk onvermijdelijk dat bepaalde verbindingen moeten worden verbroken, om vervolgens na de verhuizing weer te worden aaneengesmeed.


Onderhoud: Reiniging
van Contactovergangen

Als u niet voor bovenstaande optie kiest, zult u naar alle waarschijnlijkheid wel gebruik maken van interlinks met connectoren en luidsprekerkabels met aangesoldeerde eindverbindingen. De aantasting van de signaalkwaliteit door hoogwaardige contactovergangen is gelukkig minimaal, maar vereist wel enige periodieke inspanning uwerzijds om dit zo te houden.

Contactreinigers verwijderen aanslag en oxidatie die zich afzet op RCA connectoren en chassisdelen, terminals en vorkjes of kabeleinden. Het product wordt geleverd in een flesje (soms twee), en de vloeistof kan met pijpreinigers en een wattestaafje op de contactvlakken worden aangebracht.

Bij het reinigen van RCA chassisdelen op (voor)versterker, eindversterker en broncomponenten moet u er aan denken om niet alleen de buitenste ring, maar ook het onzichtbare binnenste contactpunt te poetsen. Erg vuile chassisdelen, connectoren, terminals of kabeleinden kunnen eventueel eerst gereinigd worden met (goedkopere) contactspray uit een spuitbus. Daarna goed ontvetten met alcohol en tenslotte reinigen met de speciale contactvloeistof — altijd goed poetsen om residu te verwijderen. Terminals op luidsprekers en achterop de (eind)versterker, alsmede kabeluiteinden (banaan, vork of blote draad) moeten eveneens grondig gereinigd worden, waarbij speciale aandacht uit kan gaan naar de feitelijke contactvlakken. Het spreekt vanzelf dat eenmaal gereinigde contactoppervlakken niet meer met de vingers aangeraakt mogen worden. Lichaamsvetten trekken gemakkelijker vuil aan en vormen een moeilijkere elektrische overgang.

Periodieke reiniging van alle contacten houdt het geluid van het systeem op peil voor wat betreft de elektrische contactoppervlakken. Eenmaal per vier maanden lijkt doorgaans voldoende te zijn, maar veel zal ook afhangen van wat er verder in de luisterruimte wordt gedaan als het tevens woonkamer is (roken, koken).

Ik heb persoonlijk ook prima ervaringen met het gebruik van alcohol als reinigingsmiddel, eventueel in combinatie met contactreiniger als het om echt vuile contacten gaat. Dit is prijstechnisch natuurlijk ook het gunstigste. Goede contactreinigers brengen absoluut hoorbare verbeteringen teweeg.


Bi-wiring

Bi-wiring is het leggen van twee kabellengtes tussen de (eind)versterker en de luidspreker, waardoor de laagunits en de hoogunits via aparte kabels aangestuurd worden. Deze techniek voert vaak tot een aanmerkelijke verbetering van de weergavekwaliteit t.o.v. de enkeldraads verbinding. De meeste luidsprekers zijn tegenwoordig uitgevoerd met twee stel terminals achterop. Eén paar is aangesloten op de filtersectie voor de lagetonen luidspreker (woofer) en het andere paar gaat naar het filter dat voor de hogetonen luidspreker (tweeter) is geschakeld. De brugverbindingen (twee draadjes of metalen plaatjes) die de twee paar terminals van fabriekswege meestal met elkaar verbinden moeten verwijderd worden voor bi-wiring.

In een bi-wired systeem "ziet" de eindversterker een hogere impedantie in de tweeterkabel bij lage frequenties en een lagere impedantie bij hogere frequenties. Het omgekeerde gaat op voor de wooferhelft van het bi-wire paar. Dit zorgt ervoor dat het signaal zich splitst, waardoor hogere frequenties overwegend getransporteerd worden door het kabelpaar dat op de tweetersectie van het scheidingsfilter is aangesloten, terwijl lagere frequenties het kabelpaar verkiezen dat aan de woofersectie is gekoppeld. Deze frequentiesplitsing reduceert blijkbaar de magnetische interactie in de kabel, hetgeen vaak resulteert in een beter geluid. De relatief grote magnetische velden die rondom geleiders van lage frequenties opgewekt worden kunnen het transport van hoge frequenties beïnvloeden. Niemand weet blijkbaar precies hoe en waarom bi-wiring werkt, maar soms ook niet werkt. Doorgaans beschouwt men het echter als een belangrijke verbetering voor het geluid.

Er bestaan kant en klare bi-wire kabels die eigenlijk niets anders zijn dan twee samengebundelde kabelparen. Er kunnen echter voordelen te behalen zijn door verschillende kabels door elkaar te gebruiken. Door een kabel met goede baskenmerken toe te passen als aansturing voor de woofersectie en een andere, prettig klinkende kabel voor de tweetersectie, kunt u betere prestaties verwachten voor minder geld. Als u verschillende kabels wilt gebruiken is het waarschijnlijk het beste om producten van dezelfde fabrikant te gebruiken, of om kabels te gebruiken met dezelfde fysieke en geometrische eigenschappen. Dit pleit bijvoorbeeld tegen het samen gebruiken van massieve of solid-core kabel en gevlochten of veeladerige kabel. Als de kabels in een bi-wired systeem een verschillende capaciteit of inductie hebben zullen die grootheden de scheidingskarakteristieken van het scheidingsfilter beïnvloeden. Niettemin zou ik het oor de doorslag laten geven. Als het goed klinkt kan het gebruikt worden.



naar boven



Opbouw van Kabels en Interlinks

Kabels en interlinks zijn samengesteld uit drie hoofdelementen: de signaalgeleiders, het diëlektricum en de kabeluiteinden. De geleiders transporteren het audiosignaal; het diëlektricum is een isolerend materiaal tussen en rond de geleiders; en de kabeluiteinden voorzien in een verbinding met de apparatuur. Deze elementen wordt tot een fysieke structuur gevormd die de geometrie van de kabel wordt genoemd. Ieder van die elementen kan de geluidskwaliteit beïnvloeden.


Geleiders

Deze worden gewoonlijk gemaakt uit koper- of zilverdraad. In high-end kabels is de zuiverheid van het koper of zilver ook belangrijk. De zuiverheid van deze metalen wordt soms aangeduid met het percentage zuiver koper of zilver dat zij bevatten; de rest zijn 'verontreinigingen' zoals ijzer, zwavel, antimonium, aluminium en arseen. Koper van hoge zuiverheid wordt aangeduid als 99,99997% De mening van velen is: hoe zuiverder het koper, hoe beter de klankeigenschappen. Soms wordt er ook gesproken van OFC, of "Oxygen-Free Copper" (zuurstofvrij koper) — koper waaruit de zuurstofmoleculen zijn verwijderd. Beter is om dit zuurstofarm koper te noemen, aangezien verwijdering van alle zuurstofmoleculen niet mogelijk is. Dit weghalen van zuurstofmoleculen vertraagt de vorming van koperoxides, die de fysieke structuur van het koper kunnen onderbreken en de geluidskwaliteit zodoende aantasten, aanmerkelijk. Koperoxiden zijn zeer slechte geleiders en worden door goede contactreinigers afgebroken of verwijderd.

LC of 'Linear Crystal' is een andere term die met koper verbonden is en de structuur van het koper beschrijft. Getrokken koper heeft een korrel- of kristalstructuur die kan worden gezien als een verzameling kleine onderbrekingen in het koper. Het signaal kan nadelig benvloed worden als het deze onderbrekingen passeert: de kristalranden kunnen als een mini-circuit werken, compleet met capaciteit, inductie en een diode-effect.

Standaard koper — lampsnoer en ander gewoon elektriciteitssnoer — bevat ongeveer 500 kristallen per decimeter; LC-koper ongeveer 25.

Koper ziet er onder de microscoop, vergroot tot kristalniveau — enigszins homogeen of uniform uit; het ziet er de ene kant op echter ook heel anders uit dan de andere kant. Al het koper dat tot dunne draden getrokken wordt vertoond een kristalstructuur als naast elkaar liggende sergeantstrepen of 'chevrons'. Deze typische gerichte kristalstructuur kan wellicht verklaren waarom kabels verschillend klinken als de signaalrichting zich wijzigt.

Geleiders worden gemaakt door dikke staven te gieten en deze vervolgens door een dunnere gecalibreerde opening te trekken. Een andere techniek — duur en uiterst zeldzaam — heet pseudo-gieten. Het koper wordt in de uiteindelijke dikte gegoten, zonder de noodzaak het materiaal te 'trekken'.

De techniek die tot de hoogste kwaliteit getrokken koper leidt is "Ohno Continuous Casting" of OCC. OCC-koper bestaat uit één kristal per 200 meter — veel minder nog dan LC-koper. Het audiosignaal reist nu door één enkele geleider, in plaats van dat het telkens kristalgrenzen moet overschrijden. Omdat het OCC-proces kan worden toegepast op alle zuiverheden van koper, is niet alle OCC-koper gelijk.

Het andere belangrijke, hoewel minder gangbare materiaal voor de geleider is zilver. Zilverkabels en dito interlinks zijn logischerwijs duurder dan koperen exemplaren, maar zilver heeft enkele voordelen. Hoewel het geleidend vermogen van zilver slechts weinig groter is dan dat van koper, zijn de zilveroxides minder problematisch voor het audiosignaal. Zilveren signaalgeleiders worden volgens dezelfde methodes vervaardigd als koperen geleiders.


Het Diëlektricum

Het Diëlektricum is het materiaal dat de geleiders omgeeft en bij kabels en interlinks medebepalend is voor hun omvang. Het diëlektricum heeft een grote invloed op het geluidskarakter van de kabel; vergelijkingen van identieke geleiders en geometrie, maar met verschillende materialen voor het diëlektricum tonen het grote belang van dit element aan.

Diëlektrische materialen absorberen energie, een verschijnsel dat diëlektrische absorptie wordt genoemd. Een condensator werkt exact op deze wijze: een diëlektrisch materiaal tussen twee geladen platen slaat energie op — de capaciteit of waarde van de condensator. Maar in een kabel of interlink kan diëlektrische absorptie het signaal aantasten. De energie die door het diëlektricum wordt opgenomen zal weer vrijgemaakt worden nadat een minimaal tijdsverloop heeft plaatsgevonden — een ongewenste toestand.

Diëlektrische materialen worden hier dus gekozen op basis van hun minimale diëlektrische absorptiewaarde. Goedkopere kabels en interlinks gebruiken plastic of PVC als diëlektricum. Betere kabels passen polyethyleen toe en de beste kabels maken gebruik van een diëlektricum van polypropyleen of zelfs Teflon. Eén fabrikant heeft een vezelachtig materiaal ontwikkeld, dat voornamelijk lucht omhult — het beste diëlektricum dat er is op een vacuüm na — om de geleiders in een kabel te isoleren. Andere fabrikanten injecteren lucht in het diëlektricum, zodat een schuimachtige substantie ontstaat waarin relatief veel lucht is opgesloten. Precies zoals bij (audio)-condensatoren het gebruikte materiaal van het diëlektricum grote invloed heeft op de klankmatige kenmerken van de condensator, zo beïnvloedt het diëlektricum in kabels en interlinks eveneens sterk de klankeigenschappen.


Kabeluiteinden

De kabeluiteinden van luidsprekerkabels en interlinks zijn integrale onderdelen die in de signaalweg zijn opgenomen. Kwaliteitsoplossingen voor kabeluiteinden zijn dan ook een must bij goed klinkende kabels. Zoals we eerder zagen zoeken we een zo groot mogelijk duurzaam contactoppervlak dat middels de hoogst mogelijke contactdruk kan worden aangesloten. Voor specifieke informatie over diverse kabeluiteinden kunt u de paragraaf 'Terminals en Kabeluiteinden' raadplegen die eerder in deze verhandeling is opgenomen. Eén pagina op deze site is gewijd aan het upgraden van het scheidingsfilter, waarin nader ingegaan wordt op de techniek van het hardwiren (componenten met elkaar verbinden zonder tussenkomst van een printplaat).


Geometrie

De wijze waarop al deze elementen zijn gerangschikt ten opzichte van elkaar is wat wordt verstaan onder de geometrie van een kabel of interlink. Sommige ontwerpers houden vol dat de geometrie het allerbelangrijkste is in een kabelontwerp — belangrijker nog dan het materiaal en type van de geleider.

Een eenvoudig voorbeeld om te illustreren hoe de fysieke opbouw van een kabel de prestaties kan beïnvloeden: laat een paar signaalgeleiders in spiraalvorm rond elkaar gedraaid lopen in plaats van parallel aan elkaar. Het twisten van de geleiders zal de capaciteit en inductie van de kabel enorm verminderen. Denk maar aan hoe twee parallel lopende geleiders er fysiek uit zien, en vergelijk dit met het schematische symbool van een condensator, namelijk twee parallelle lijnen.

Dit is natuurlijk een grof voorbeeld; er zijn vele fijnere onderscheidingen m.b.t. kabelontwerp. Enkele ervan worden hieronder omschreven, met dien verstande dat het gaat om het naar voren brengen van bepaalde meningen over kabelontwerp of -opbouw, maar niet om de een of andere specifieke methode boven de andere aan te prijzen.

De meeste ontwerpers zijn het er over eens dat het 'skin effect' en de interactie tussen individuele aders van de geleider de grootste bronnen van aantasting van het geluid vormen in een kabel. In een kabel met een sterk skin effect vloeit er meer van het treble-signaal langs de buitenrand van de geleiders en minder door de kern. Dit verschijnsel treedt zowel op in massieve (solid-core) kabels als in vezelgeleiders (een kabel die bestaat uit vele dunne adertjes). Het skin effect verandert de karakteristiek van de kabel op een frequentie-afhankelijke wijze. De muzikale consequenties van het skin effect omvatten verlies van detaillering, verminderde lucht in het top-octaaf en gebrekkige diepte van het geluidsbeeld.

Een techniek voor het tegengaan van het skin effect is de litze-constructie, waarbij elke vezel in een bundel afzonderlijk gecoat wordt met een isolerend materiaal, zodat er geen elektrisch contact wordt gemaakt met de omliggende vezel. Elke vezel in een litze-configuratie heeft praktisch identieke elektrische eigenschappen en dit gegeven maakt dat de gevolgen van het skin effect naar onhoorbare gebieden worden verplaatst. Omdat de vezeltjes zo dun zijn zullen er veel nodig zijn om tot een voldoende lage weerstand van de totale geleider te komen.

Een probleem met getwiste geleiders (behalve litze-constructie) is de neiging van het signaal om van ader naar ader over te springen. Een adertje kan zich aan de buitenzijde bevinden ergens in de kabel, maar kan zich even verderop weer diep binnenin de constructie bevinden. Onder invloed van het skin effect heeft het signaal de neiging om aan de buitenkant van de geleider te blijven, waardoor het voortdurend gedwongen wordt om van ader naar ader over te springen. Elke ader fungeert als een klein elektrisch circuit, compleet met capaciteit en een diode-effect (éénrichtingsverkeer), precies zoals bij de eerder besproken kristal- of korrelstructuur van het koper zelf.

Als er stroom vloeit door een willekeurige geleider zal er een magnetisch veld worden opgebouwd rond die geleider. Als het wisselstroom betreft (in geval van het audiosignaal) dan zal het veld overeenkomstig fluctueren. Dit wisselend magnetisch veld kan in de aangrenzende geleider(s) een miniem signaal opwekken en aldus het geluid aantasten. Soms reduceert de kabelgeometrie de magnetische wisselwerking tussen de aders door deze rondom een centraal geplaatst diëlektricum te laten lopen, waardoor ze verder uit elkaar komen te liggen.

Dit was slechts een greep uit de technieken en overwegingen waartoe kabelontwerpers zich wenden.


Onderbroken (Terminated)
Kabels en Interlinks

Sommige kabels en interlinks zijn niet alleen maar stukken draad, maar bevatten tevens elektrische componenten. Deze kabels kunt u herkennen aan de "doosjes" bij één of beide kabeluiteinden, waarin weerstanden, spoeltjes en condensatoren zitten die samen een elektrisch netwerkje vormen. Deze techniek is uitgebreid ontwikkeld door Music Interface Technologies (MIT) en dergelijke producten worden soms onderbroken kabels genoemd [terminated cables].

Volgens MIT wordt een gedeelte van het voltage van het audiosignaal opgeslagen in de capaciteit van de kabel en een deel van de stroomsterkte in de inductie van die kabel. De hoeveelheid opgeslagen energie varieert met de frequentie, hetgeen tot uiting komt als tonale en dynamische benadrukking van die frequenties. Bovendien zal de in de kabel opgeslagen energie vertraagd in de tijd worden afgestaan, in plaats van tegelijk met de rest van het signaal worden vrijgemaakt. Deze frequentie-afhankelijke en niet-lineaire energie opslag verstoort, volgens MIT, de afmeting en vorm van het geluidsbeeld.

Onderbroken kabels zijn ontworpen om deze energie opslag te voorkomen en om het complete signaal in correcte fase (timing) door te geven aan de luidspreker. MIT stelt dat onderbroken kabels essentieel zijn voor het realiseren van een correct gewicht van het basfundament, een gladde tonale balans en een natuurgetrouw geluidsbeeld met precieze instrumentenplaatsing.

Aangezien onderbroken kabels feitelijk een laagdoorlaat filter zijn (d.w.z. ze beginnen pas te filteren boven 1mHz, dus ruim boven het hoorbare gebied) kunnen ze nuttig zijn voor het aansluiten van zeer breedbandige audio-elektronica. Sommige merken brengen apparatuur op de markt met een bandbreedte die wel tot 3mHz doorloopt — niet met het doel deze frequenties weer te geven, maar om de elektronica beter te kunnen laten presteren in de audioband. Onderbroken kabels filteren deze extreem hoge frequenties eruit, zodat de luidsprekers ook nooit energie toegevoerd krijgen in het megahertz gebied en het systeem stabieler wordt.


Specificaties van Kabels en Interlinks

Er is sprake van nogal wat opwinding en foutieve informatie rond technische aspecten van kabels en interlinks. Fabrikanten vinden het soms noodzakelijk om technische redenen te verzinnen voor de verklaring van de goede klankeigenschappen van hun eigen kabels in vergelijking met die van de concurrentie. In werkelijkheid is kabelontwerp grotendeels 'zwarte kunst', waarbij de echt goede ontwerpen tot stand zijn gekomen langs proefondervindelijke weg en als resultaat van uitgebreid luisteren. Alhoewel bepaalde geleiders, materialen voor het diëlektricum en geometrische opbouwmethodes specifieke geluidskenmerken bezitten, kan succesvol kabelontwerp echter niet gedefinieerd worden in technische termen. Om deze reden behoort men kabels niet aan te schaffen op basis van technische beschrijvingen en specificaties. Niettemin moeten bepaalde kabelspecificaties onder specifieke omstandigheden in aanmerking worden genomen.

De drie hiervoor relevante grootheden zijn weerstand, inductie en capaciteit.

De weerstand van een kabel of interlink, officieel omschreven met de term gelijkstroomweerstand, is een aanduiding voor de hoeveelheid tegenwerking die de stroom van elektronen ondervind tijdens het transport door deze kabel of interlink. De eenheid voor elektrische weerstand is de Ohm. Hoe lager het aantal ohms, des te lager de weerstand tegen elektronenstromen in de kabel zal zijn. In de praktijk wordt kabelweerstand gemeten in tienden van ohms. Over het algemeen vormt weerstand geen factor van betekenis bij de prestaties van interlinks, uitgezonderd bij sommige van de nieuwe non-metaal types, maar kan van invloed zijn bij sommige luidsprekerkabels — in het bijzonder de dunne exemplaren — omdat er andere eisen worden gesteld aan de hier erg belangrijke eigenschap van een hoog stroomvoerend vermogen zonder noemenswaadige weerstandswaarde.

De klank van interlinks en luidsprekerkabels kan eveneens worden beïnvloed door inductie — de wisselwerking tussen bewegende elektronen en magnetisme. Algemeen wordt aangenomen dat een zo laag mogelijke inductie wenselijk is, met name in luidsprekerkabels. Hoewel sommige eindversterkers enige inductie moeten 'zien' teneinde stabiel te blijven, hebben zij daarvoor meestal een interne inductor, die (in het apparaat) verbonden is met de luidsprekerterminal. Bij het vaststellen van de inductiewaarde die de eindversterker daadwerkelijk ziet, moet uiteraard ook de inductie van de luidsprekerkabel worden meegenomen.

Capaciteit is een belangrijk kenmerk van interlinks, vooral als er lange lengtes in gebruik zijn, of indien de geluidsbron een hoge uitgangsimpedantie heeft. De capaciteit van interlinks wordt uitgedrukt in picofarads (pF) per meter. Van werkelijk belang is niet zozeer de intrinsieke capaciteitswaarde per meter, maar de totale capaciteit die met het broncomponent wordt verbonden. Bijvoorbeeld: 1,5m interlink van 1500pF/m heeft dezelfde capaciteit als 15m interlink van 150pF/m. Met name bij gebruik van lange interlinks is het van belang om goed met deze specificatie om te gaan. Een te hoge capaciteitswaarde van de interlink kan een hoorbare afval in de treble teweegbrengen, alsmede een beperking van de dynamiekomvang.


Eisen t.a.v. Luidsprekerkabels

De wisselwerking tussen een eindversterker (vermogensversterker) en een luidspreker is een kritische schakel in het weergeefsysteem. In tegenstelling tot interlinks, die zwakstroomsignalen transporteren, vervoeren luidsprekerkabels veel hogere stromen onder hogere spanning. Luidsprekerkabels zullen hierdoor gemakkelijk reageren met de componenten die zich aan hun beider uiteinden bevinden.

De dempingsfactor is een aanduiding voor de mate waarin de eindversterker de fysieke bewegingen van de woofer beheerst (kan dempen), nadat het elektrisch signaal is verdwenen. Als een woofer bijvoorbeeld uitslaat als gevolg van een aanslag van de basdrum, dan zullen de traagheid van de totale bewegende massa en de resonantie van de luidspreker ervoor zorgen dat de beweging nog een tijdje doorgaat nadat het signaal is weggestorven. Deze soort van vervorming verandert de dynamische inhoud van het muzieksignaal drastisch. De eindversterker kan deze beweging doorgaans in de hand houden; de mate waarin hij dat kan — de dempingsfactor — wordt middels een simpel cijfer uitgedrukt.

De dempingsfactor houdt verband met de uitgangsimpedantie van de eindversterker. Hoe lager deze uitgangsimpedantie, hoe hoger de dempingsfactor. Wanneer een eindversterker middels luidsprekerkabels wordt verbonden met de luidsprekers vermindert deze toegevoegde kabelweerstand de dempingsfactor. Een typische dempingsfactor van 100 kan bijvoorbeeld wel gereduceerd worden tot 40 bij gebruik van 7 meter kabel met middelmatige weerstandswaarde. Het resultaat is minder strakheid en controle in de basweergave. Luidsprekerkabels (maar ook interlinks) behoren, om alle hiervoor beschreven redenen en argumenten, in ieder geval zowel links als rechts:

  • van gelijk merk en type;
  • van gelijke lengte;
  • en zo kort mogelijk te zijn.



 
naar boven



De Netspanning — 50Hz / 240VRMS

De wisselspanning die via het lichtnet aangeboden wordt is een 50Hz, 240VRMS sinusgolf die uw audiosysteem aandrijft. Alle componenten zijn met elkaar verbonden via het lichtnet. In feite zijn uw audiocomponenten dus verbonden met elk ander elektrisch apparaat in uw huis, alsmede met ieder huis en elke fabriek die eveneens gebruik maakt van het elektriciteitsnet.

Apparatuur die op het lichtnet is aangesloten genereert ruis (elektrisch afval) dat terug het lichtnet op wordt gestuurd, waardoor het vervolgens in een audiocomponent terecht zou kunnen komen. De hoeveelheid ruis of storing die door een apparaat terug het net op wordt gestuurd is aan regelgeving onderworpen. Deze vorm van storing wordt elektromagnetische interferentie genoemd of EMI. Lichtdimmers, koelkasten en andere huishoudelijke apparaten dumpen hoogfrequent afval op het net. Stofzuigers en elektrisch gereedschap zijn een andere bron van netstoring, omdat de koolborstels voortdurend contact maken en verbreken. Het net wordt verder vervuild door AM radiostations; netbekabeling fungeert als antenne en versterkt het AM antennesignaal.

Een andere bron van EMI is uw eigen audiosysteem. CD-spelers, digitale processors en elk component dat gebruik maakt van een microprocessor (sommige voorversterkers bijvoorbeeld) vervuilen het net door middel van hun netsnoer. Deze vervuiling bereikt voorversterkers en broncomponenten en tast de muzikale kwaliteiten aan. Bovendien zullen (audio)componenten met digitale circuits andere componenten 'vervuilen' door het uitstralen van hoogfrequente storing door de lucht. Digitale circuits werken met klokpulsen en elektronische schakelingen die opereren in het AM frequentiebereik; hun werking genereert deze RF-storing, die wordt opgepikt door andere componenten.

Storingen en vervuiling worden, behalve door het netsnoer en door uitstraling via de lucht, ook nog op andere componenten overgebracht door middel van de verbinding van het audiosysteem met (rand)aarde. De aarde verbindt al de behuizingen van een audiosysteem. Als er sprake zou zijn van een storende aardverbinding via het ene component, dan is er sprake van storing op de aarde bij alle componenten (ze zijn immers onderling verbonden dmv interlinks). Digitale ruis, afkomstig uit bijvoorbeeld een CD-speler en die terechtkomt in de aarding van de speler, kan uiteindelijk in de voorversterker terechtkomen via diens netsnoer. Ook kan er storing op de aarding ontstaan als gevolg van enige lekkage van de elektrolytische condensatoren uit de voedingen van componenten.

U ziet dat de kwaliteit van de netspanning niet automatisch onberispelijk zal zijn en dat het in het geval van high-end audio noodzakelijk kan zijn om maatregelen te nemen ten einde zoveel mogelijk af te rekenen met netvervuiling, bronnen van storing en alles wat er verder nog samenhangt met schone stroom en een zo laag mogelijk elektronisch stoorniveau. Veel van deze problemen kunnen worden verholpen door gebruikmaking van een goede netconditioner, in combinatie met doordacht 'cable-dressing' en enkele andere voorzorgsmaatregelen.


Netconditioners

Een netconditioner is een apparaat dat op het lichtnet moet worden aangesloten en waarop een uitgaande contactdoos of dozen zijn aangebracht voor het aansluiten van uw audio-apparatuur. Het is als zodanig dus feitelijk een "veredeld verlengsnoer met/zonder contactdoos".

Praktisch alle netconditioners filteren de inkomende stroom, teneinde de hoogfrequente afvalproducten van fabrieken, buren en uw eigen apparaten te elimineren. Deze filters laten de 50Hz wisselstroomfrequentie ongehinderd passeren, maar houden de overige storingsproducten tegen.
In de tweede plaats isoleren sommige conditioners de componenten van elkaar middels kleine scheidingstransformatoren. Dergelijke transformatoren verbreken de fysieke verbinding tussen componenten, waardoor elektronische afvalproducten niet van het ene component naar het andere kunnen reizen. Zulke 'galvanisch gescheiden' netaansluitingen worden met een "digitaal" aanduiding uitgevoerd, zodat de aangesloten digitale componenten het net niet kunnen vervuilen door afval terug te sturen via het netsnoer.
Ten derde zal een goede netconditioner de hoeveelheid storing reduceren die via de aardleiding (= ground) afvloeit.
Tenslotte kunnen netconditioners de aangesloten apparatuur beschermen tegen overspanning als gevolg van op het net gegenereerde piekspanningen, blikseminslag en onregelmatigheden in de versterkervoeding. Niet alle conditioners vervullen alle hier genoemde functies; aangezien zij variëren in ontwerp en bouw kunnen alleen bepaalde problemen worden aangepakt, maar andere weer niet. Deze verschillen in bouw worden onder meer veroorzaakt door de toepassing waarvoor zij ontworpen werden.

Het opschonen van de voedingsspanning voor broncomponenten en voorversterkers is een totaal ander verhaal dan het opschonen van het vermogen dat eindversterkers aandrijft. Eindversterkers stellen heel andere eisen t.a.v. de aangeboden stroom en zij moeten dan ook op een andere wijze worden benaderd. De beschrijving van de verschillende functies waarover een netconditioner kan beschikken zijn van toepassing op broncomponenten en voorversterkers, die slechts weinig stroom trekken — dergelijke apparaten hebben doorgaans een opgenomen vermogen dat ligt tussen de 10 en 50 Watt, waarbij een verbruik van 50W eerder een uitzondering is.

Eindversterkers en 'robuuste' geïntegreerde versterkers trekken soms enorme hoeveelheden stroom uit de muur, als is het dan maar gedurende fracties van secondes. Als de eindversterker een aanmerkelijke hoeveelheid stroom levert aan de luidsprekers — bijvoorbeeld voor de aanslag van een zware pauk — dan worden de grote afvlakcondensatoren van de voeding aangesproken voor het leveren van de benodigde stroomsterkte. Vervolgens zal de eindversterker een flinke hoeveelheid stroom uit de muur trekken voor het opnieuw aanvullen van de condensatoren. De hoeveelheid stroom die uit de muur wordt getrokken kan zo groot zijn dat de sinusvormige golf vervormt als gevolg van de enorme 'trek' van de eindversterker; de golftoppen van piek en dal worden afgeplat, omdat de gevraagde hoeveelheid stroom niet kan worden geleverd. Iedere scheidingstransformator of netconditioner die in de stroomleiding is opgenomen kan in principe de versterker hinderen bij het trekken van zijn benodigde vermogen uit de muur en — onnodig dit te zeggen — bij de uitoefening van zijn muzikale taken.

Conditioners, geschakeld voor de eindversterker en bedoeld om hoogfrequente storing uit te filteren, kunnen een positieve invloed uitoefenen op de geluidskwaliteit, maar transformatoren die in serie met de netspanningsvoorziening moeten worden geschakeld dienen te worden vermeden. Netconditioners die met een eindversterker moeten samenwerken worden parallel geschakeld aan de versterker. Dat wil zeggen dat zij storing en afval naar aarde verwijzen, zonder enig component direct tussen het stopcontact en de versterker te plaatsen.

Aangezien het voltage van het lichtnet varieert met het tijdstip op de dag en de belasting van het net, is het redelijk om te verwachten dat een netconditioner het voltage zodanig reguleert dat er een constante spanning van 240VAC voor het systeem voorhanden is. Regulering van voltage leidt voor een audiosysteem echter niet tot een betere weergavekwaliteit en kan feitelijk de weergave aantasten als het voltage zich beweegt rond de drempelwaarde waarop een afzonderlijke aftakking van de voedingstransformator geactiveerd wordt. Bovendien is de meeste high-end en massafabrikage elektronica bestand tegen de gebruikelijke toleranties van het lichtnet. Om deze reden behoren vermogensregelaars voor computersystemen en andere op het onderhavige punt gevoelige apparatuur niet in een audiosysteem te worden toegepast. Het is immers niets echt een issue voor audio.

Bij de keuze van een netconditioner dient u er zeker van te zijn dat de vermogensspecificaties van het apparaat het totale opgenomen piekvermogen van de aangesloten apparatuur comfortabel overschrijdt (met tenminste 33%). Het kan verstandig zijn om ook te letten op aanwezige officiële keurmerken — het belang hiervan kan ook om verzekeringstechnische redenen in aanmerking moeten worden genomen. Hoewel bepaalde buitenlandse keurmerken — zelfs indien de normen die daarbij worden gehanteerd overeenkomen met de onze — geen officiële rechtspositie innemen in de wetgeving, kunnen zij niettemin aan strengere (veiligheids)voorschriften moeten voldoen.

Kies in elk geval een conditioner die voorzien is van voldoende uitgangsdozen voor het aansluiten van uw apparatuur. Respecteer, indien aanwezig, de aanwijzingen van de fabrikant omtrent het aansluiten van digitale bronnen op speciale uitgangen. En bovenal, test de netconditioner in uw eigen systeem alvorens er een aan te schaffen — het is in geen geval zeker dat het tot een verbetering zal leiden en aangezien zelfs de mogelijkheid van vermindering van geluidskwaliteit aanwezig is loont het de moeite om meerdere exemplaren te testen. Ga ervan uit dat u minimaal € 200,- uit moet geven aan een conditioner met een enkele uitgang, hetgeen kan oplopen tot wel duizend euro voor een compromisloze oplossing met voldoende uitgangscapaciteit. Veel uitstekend werkende apparaten kosten in elk geval minder dan €450,-

Een alternatief type conditioner, bedoeld om in samenhang met de eindversterker te worden ingezet, is ontworpen om naast een reeds aanwezige standaard conditioner te worden gebruikt. In plaats van uw apparatuur op dit nieuwe apparaat aan te sluiten gaat het ding zelf in het stopcontact waarop ook de audioset is aangesloten. Er wordt dus niets op aangesloten, maar het kastje fungeert als een parallel geschakeld storingsfilter op de vermogensleiding van uw systeem. In theorie wordt zo elke vorm van storing en afval door het filter ondervangen.

Een netconditioner kan slecht presterende audiocomponenten niet optimaal laten klinken. In plaats daarvan presenteert het apparaat optimale wisselstroomcondities aan deze componenten, zodat ze hun volle potentieel kunnen laten horen. De voordelen m.b.t. de muzikale presentatie bestaan uit een "zwartere" achtergrond met meer bruikbare low-level informatie en minder onbruikbaar low-level gerommel. De muziek lijkt vanuit een volmaakt stille en "zwarte" ruimte te ontstaan, in plaats van uit een enigszins grijzige en dit komt subjectief tot uiting in een krachtiger dynamisch bereik. De treble wordt vaak zoeter, minder korrelig en loopt verder door. Het geluidsbeeld kan vaak openbloeien met grotere doorzichtigheid, scherpere instrumentenplaatsing en een nieuwe dimensie van diepte. Texturen in het middengebied worden vloeibaarder en de presentatie is verrijkt met een gemak en muzikaliteit die zonder de conditioner net buiten bereik leek te liggen. Als u geen netconditioner heeft uitgeprobeerd is het heel goed mogelijk dat u uw systeem nooit op zijn best heeft gehoord.


Netsnoeren

Op het eerste gezicht is men geneigd te denken dat de diverse korte stukken draad waarmee de stroom naar de componenten in het audiosysteem wordt geleid het geluid van het systeem niet kunnen beïnvloeden. Toch zijn speciale netsnoeren erg in trek geraakt, omdat steeds meer luisteraars de voordelen ervan zelf konden ontdekken.

Het netsnoer is beslist een integraal onderdeel van het netspanningsgedeelte van de geluidsinstallatie — het is op een bepaalde manier zelfs te beschouwen als een onderdeel van het signaalpad. Problemen i.v.m. de hierboven besproken vormen van storing kunnen middels zorgvuldig ontworpen netsnoeren teruggedrongen worden. Magnetische wisselwerking en koppeling tussen de geleiders wordt teruggedrongen met behulp van goede netsnoeren, waardoor een betere overdracht van de netspanning op de componenten kan plaatsvinden. Een en ander gaat natuurlijk vooral op wanneer gebruik wordt gemaakt van een efficiënt werkende netconditioner. Deze moet namelijk de uit de muur komende problemen zien op te lossen — daarin zit immers meestal geen hoogwaardige bekabeling — waarna de opbouw van het speciale netsnoer voorkomt dat in de korte verbinding met het component niet opnieuw storing wordt opgewekt nadat de conditioner werd gepasseerd.

Speciale netsnoeren hebben meestal een doordachte en robuuste opbouw, soms met een Teflon diëlektricum, verzilverde of zilveren geleiders en hoogwaardige stekkers. Sommige zijn ook uitgevoerd met een RF-stopper of ferrietring (RF = radio frequency) die integraal aan de kabel is bevestigd. Dergelijke netsnoeren kosten tussen de 100 en 200 euro (!).

U kunt ook zelf een heel behoorlijk netsnoer maken met flexibele, afgeschermde kabel (Lapp-Oelflex, te bestellen bij www.conrad.nl). Op het internet zijn diverse audioforums, waain liefhebbers elkaar op de hoogte houden van dit soort experimenten.

Het is mogelijk dat het netsnoer van sommige of zelfs alle componenten vast aan het apparaat zit. Veel high-end componenten zijn uitgerust met een netstekkeringang achterop, met een los bijgeleverd netsnoer. In het eerste geval kan een nieuw netsnoer op twee manieren gebruiksklaar worden gemaakt: ofwel het wordt direct in het apparaat aangesloten op de plaats waar het oude netsnoer zat, òf u monteert (of laat monteren) een netspanningsuitgang achterop het apparaat. Dit laatste is alleen mogelijk als er voldoende fysieke ruimte achterop en in het apparaat aanwezig is.

Een los netsnoer heeft uiteraard als voordeel dat het gemakkelijk is om te experimenteren met verschillende speciale exemplaren. Veel standaard bijgeleverde netsnoeren vertonen grote overeenkomst met een scheerapparaatsnoertje. In het geval dat zij worden gebruikt als netsnoer voor broncomponenten of een voorversterker zal de dikte van de geleider (0,75 - 1,5mm2) niet ondermaats zijn, aangezien deze apparaten geen grote hoeveelheid stroom uit de muur trekken. Voor een geïntegreerde versterker of een eindversterker is het aan te raden om een minimale dikte van 2,5mm2 te hanteren — 4mm2 is ook goed als u daar aan kunt komen. Het kan op zichzelf weinig kwaad om met netsnoeren te experimenteren, maar de eerder genoemde 'verbouwingen' aan een apparaat — het monteren van een 220V chassisdeel of de interne aansluiting van een nieuwe netkabel — moeten deskundig en verantwoord worden gedaan. Het loont de moeite om een RF-stopper aan het netsnoer te monteren als het nut daarvan is gebleken. Met een stukje krimpkous kan de ferrietring dan worden gefixeerd, bij voorkeur zo dicht mogelijk bij het apparaat dat gevoed wordt.


AC-Polariteitstest of
"hoe de stekker in de muur moet"

De wijze waarop de netstekker in het stopcontact zit kan de geluidskwaliteit van een component subtiel beïnvloeden. De netstekker kan op twee manieren in het stopcontact: 'ZO, of andersom.......'

Als er sprake is van een drie-aderige stekker die in een stopcontact met randaardelip is aangesloten — uiteraard op voorwaarde dat er ook daadwerkelijk in de stekker(doos) drie verbindingen werden aangesloten – zal het apparaat met aarde verbonden zijn. De verbinding met de aarde is herkenbaar aan de kleur (normaliter groen of groen-wit) en aan de verbinding met de aan de buitenkant van de stekker aangebrachte lippen die in het randaarde-stopcontact aansluiten. Deze aansluiting op de aarde komt uiteindelijk uit bij een koperen staaf, die in de buurt van de meterkast in de grond is geslagen — bijvoorbeeld in uw waterput of de toegang naar de kruipruimte bij de voordeur. Als de lichtnetspanning om de een of andere reden contact maakt met het chassis (de metalen behuizing of delen ervan) van het component zal deze spanning afgevoerd worden naar aarde, terwijl de smeltzekering het begeeft en eventueel mens en dier beschermd tegen de levensgevaarlijke aanraking van zo'n onder spanning staand apparaat. De andere twee geleiders in de drie-aderige stekker (in een twee-aderige verbinding ontbreekt de verbinding met de aarde en zullen alleen deze twee andere geleiders van toepassing zijn) zijn verbonden met de voedingstransformator van het component. Deze trafo zal altijd enigszins stroom 'lekken'; in geval van geaarde systemen vloeit de stroom weg naar aarde en bij ongeaarde systemen zal de stroom binnen de weergeefketen blijven. Verderop meer over de nadelige gevolgen van onder meer deze situatie.

De hoeveelheid lekstroom uit de voedingstransformator is enigszins afhankelijk van de stand van de stekker in het stopcontact. De ene stand levert namelijk een lager voltage op dan de andere. Het systeem zal beter presteren wanneer alle componenten zodanig op het lichtnet zijn aangesloten, dat de lekstroomvoltages minimaal zijn.

Om te bepalen welke stekkerstand de juiste is kunt u gebruik maken van een speciaal daarvoor bestemd apparaatje: de polariteitstester of pole-checker. Sluit het apparaatje volgens voorschrift aan op een audiocomponent dat alleen met het lichtnet is verbonden en dat is ingeschakeld, en doe de eerste meting. Trek vervolgens de stekker uit de muur, draai deze 180° om, sluit het apparaat met omgedraaide stekker weer aan, inschakelen en de tweede meting doen. De polariteitstester zal u laten weten welke meting de minste lekstroom produceerde. De daarbij behorende stekkerstand dient u te markeren, opdat u later het apparaat direct weer goed kunt aansluiten zonder polariteitstester.

U weet ongetwijfeld dat normaal gesproken slechts één van de twee contacten van het lichtnet het lampje van een spanningszoeker laat branden. Dat contact wordt de fase van het lichtnet genoemd en deze fase kunt u gebruiken als referentie voor het correct aansluiten van de netstekker. De gemarkeerde zijde van de netstekker dient bijvoorbeeld samen te vallen met de wandcontactdooszijde waarop de fase wordt gemeten met de spanningszoeker. Alle apparaten in de weergeefketen dienen met behulp van een polariteitstest correct op het net te worden aangesloten. Veel speciaalzaken kunnen u een polariteitstester leveren; vaak ook kunt u er een lenen voor een dagje, zodat u zelf thuis eenmalig aan de slag gaat met het markeren van de stekkerposities.

De polariteitscontrole is ook uit te voeren met behulp van een losse voltmeter of met een universeelmeter. Wat u feitelijk gaat meten met de voltmeter is het spanningsverschil tussen het chassis van een elektrisch apparaat en de aarde. Sluit de meter dus met één meetsnoer aan op het chassis van het te meten apparaat (een RCA chassisdeel is een uitstekend meetpunt) en het andere meetsnoer op de (rand)aarde en meet het wisselstroomvoltage met het apparaat ingeschakeld. Draai vervolgens de stekker 180° en meet opnieuw. Het laagst gemeten voltage komt overeen met de juiste positie van de netstekker en kan worden gemarkeerd.

Belangrijk: Bij bovenstaande metingen met de polariteitstester en de universeel- of voltmeter moet het te meten apparaat losgekoppeld zijn van de rest van het audiosysteem (alle interlinks los), alsmede gescheiden van randaarde. Alle lekstroom zou onmiddellijk wegvloeien naar aarde en beide stekkerstanden zouden 0V of een onzinnig meetresultaat tonen, als het te meten component niet volledig elektrisch is geïsoleerd van andere apparatuur en aarde.


Aarde of Randaarde?

In de Verenigde Staten (en wellicht ook in veel andere landen?) lijkt het eerder regel als uitzondering te zijn dat alle huishoudelijke apparatuur wordt verbonden met randaarde. In Nederland wordt dit alleen maar gedaan in zgn. "natte ruimtes"; ruimtes waarin stromend water en elektriciteit tegelijk worden gebruikt, zoals de badkamer, de keuken en soms de schuur of de bijkeuken. In woon- en slaapkamers worden meestal contactdozen zonder randaarde gebruikt. Bijgevolg zal de daarop aangesloten audio-apparatuur niet geaard zijn, uiteraard ook niet indien de netsnoeren en stekkerverbindingen zelf wèl een drie-aderige opbouw hebben. Omgekeerd kan het ook voorkomen dat u netjes voorzien bent van stekkerdozen met randaarde, maar dat de apparaten zelf met een tweepolig plat stekkertje zijn uitgevoerd. Opnieuw geen geaarde apparatuur.

Omdat fabrikanten zelf ook apparatuur leveren die niet geaard kan worden aangesloten (tweepolige netstekkers) dringt de vraag zich op of er überhaupt wel noodzaak is tot het aarden van uw geluidsinstallatie, vooral ook omdat het in normale ruimtes in huis gebruikelijk is om ongeaarde contactdozen aan de muur te monteren. De eerder genoemde veiligheidsreden (spanning op het chassis van apparaten) voorkomt dat mens of dier letsel oplopen als gevolg van een elektrische storing in het apparaat. Dergelijke storingen zijn uiteraard zeer zeldzaam.

De lekstroom uit elk in de keten opgenomen component met voedingstransformator, zal op de behuizing komen te staan indien het systeem of component niet is verbonden met randaarde. Aangezien alle audiocomponenten elektrisch met elkaar verbonden zijn via interlinks en aangezien elk apparaat zijn eigen lekstroom afstaat, zal er door de spanningsverschillen tussen de componenten een nivellerende stroom vloeien, waardoor het potentiaalverschil tussen de componenten wordt opgeheven. Niettemin is de totale lekstroom gedwongen om 'binnen te blijven' — er is immers geen verbinding naar aarde. Als deze lekstroom kan wegvloeien kan dat de geluidskwaliteit ten goede komen, alsmede het geluidsbeeld en de diepte-informatie. Een goede high-end audioset wordt eigenlijk zelden om redenen van klankverbetering met aarde verbonden, maar vooral vanwege het veiligheidsaspect. In sommige gevallen kan het ook voorkomen dat de verbinding met randaarde een nadelige invloed heeft op de muzikale prestaties van het systeem. Daarbij kan aangetekend worden dat de oorzaak daarvoor wellicht teruggevoerd kan worden op een zgn. 'aardlus', maar ook op een 'vuile aarde' of een slecht functionerende aarde van de huisinstallatie. De oplossing voor dit probleem is simpel, zoals we aanstonds zullen zien.

De titel van deze paragraaf — 'Aarde of Randaarde?' — verwijst naar twee mogelijkheden voor het aarden van de geluidsinstallatie: via de reeds in huis aanwezige leiding voor randaarde (aangesloten op ieder stopcontact met randaarde), of middels een speciaal voor de geluidsinstallatie aangelegde verbinding met de aarde.

De specifieke problemen i.v.m. bijvoorbeeld een aardlus en potentiaalverschillen houden geen verband met deze twee mogelijkheden; ze kunnen optreden bij zowel randaarde als een eigen aarde voor audio.
Het aarden van de installatie zal altijd volgens 1 van onderstaande 2 methoden geschieden:

Methode 1:
Twee of meer componenten in de geluidsinstallatie zijn voorzien van een drie-aderige verbinding met het lichtnet en de aarde; aansluiting op een stopcontact met randaarde zal de gehele geluidsinstallatie aarden, of er nu twee of tien apparaten in de keten afzonderlijk zijn geaard. Componenten die niet van een eigen verbinding met randaarde uitgerust zijn worden, middels de signaalverbinding (interlink), hierdoor zelf ook geaard.

Methode 2:
Slechts één component in de gehele geluidsinstallatie is direct met (rand)aarde verbonden. Alle overige apparatuur kan en zal de lekstroom naar dat ene geaarde apparaat afvoeren via de interlinks, waarna het op zijn beurt kan afvloeien naar aarde.
Een variant is
"steraarde", waarbij er vanuit elk component een aardkabel naar een sterpunt geleid wordt. Op dit sterpunt komen alle losse aardkabels van alle componenten samen. Het sterpunt is tevens verbonden met (rand)aarde.

Toepassing van de eerste variant van methode 2 maakt feitelijk het ontstaan van een aardlus onmogelijk, omdat een aardlus alleen dan op kan treden, wanneer twee of meer apparaten zowel met de aarde van de huisinstallatie, alsook met een tweede, onafhankelijk aardpunt (kabelaansluiting voor tv/radio) zijn verbonden. Door potentiaalverschillen ontstaat een bromprobleem of een meer hoogfrequent stoorgeluid dat duidelijk hoorbaar is door de luidsprekers indien er geen muziek wordt gespeeld. De hoorbare gevolgen lopen uiteen van brom (50Hz), ruis en ander hoorbaar afval, een gebrekkig ruimtelijk beeld, een gevoel van algehele muzikale onrust, zelfs in de zachte passages of tijdens stiltes. De positieve gevolgen van een goed met aarde verbonden geluidsinstallatie kunnen in allerlei nuances voorkomen, afhankelijk van de mate waarin de verbinding met aarde problemen opwierp, maar vallen allen onder de noemer 'het opschonen van het geluidsbeeld'. Soms wordt ook de weergave van het basgebied schoner, strakker en gedefinieerder als succesvol wordt afgerekend met het aardingsaspect.



 
Steraarde in de Praktijk

Methode 2, de eerste variant: dit is de methode die in elk geval geen problemen op zal leveren. Er wordt slechts één verbinding aangelegd tussen de gehele geluidsinstallatie en de (rand)aarde. Aarding kan plaatsvinden vanaf het broncomponent, dus vanaf de platenspeler, de CD-speler of een andere geluidsbron, maar evengoed via de eindversterker. Het verdient aanbeveling om zorgvuldig te beluisteren of er mogelijk voordeel te halen is uit het aarden van een ander dan het broncomponent: in veel geluidsinstallaties wordt juist vanaf het andere einde geaard — de eindversterker is met aarde verbonden. In andere situaties kan het aarden van de voorversterker misschien de beste optie zijn. Probeer het éénmaal goed uit en u weet in uw eigen specifieke geval ook wat de beste oplossing is.
Het meest waarschijnlijke is dat er
geen enkel verschil hoorbaar is, om het even welk component u ook kiest als aardpunt....

Een situatie waarmee u beslist rekening moet houden in een geluidsinstallatie met echte high-end ambities, is uw eventuele tuner of andere ontvanger die met uw kabelaansluiting in de muur is verbonden. Het kabelnet — dat uw radio- en tv-signalen verzorgt — is voorzien van een eigen verbinding met de aarde. Als u de antenne van uw tuner aansluit op het kabelnet maakt u een verbinding met de aarde van het kabelnet. Als u daarnaast reeds een aardpunt heeft aangebracht in de veronderstelling nu de geluidsinstallatie te hebben geaard, zullen er twee onafhankelijke aardpunten zijn ontstaan, met de hierboven beschreven aardlus tot gevolg. Een zogenaamd mantelstroomfilter kan dit probleem voor heel weinig geld oplossen. Als u een dergelijk filter niet heeft of kunt krijgen, blijft er eigenlijk niets anders over dan de antenne los te koppelen wanneer u naar een van de andere geluidsbronnen luistert. Als u naar uw tuner wilt luisteren kunt u eventueel de normale aarde loskoppelen, maar dat wordt allemaal wel erg omslachtig terwijl het met een mantelstroomfilter dus ook makkelijk kan.

naar boven





dhz-sterpunt voor aarde
[klik voor vergroting]
Aarde, speciaal voor de Audioset

De kwaliteit van het netspanningsgebeuren kan verder verbeterd worden door het aanleggen van een speciale aarde voor de geluidsinstallatie. De randaarde, waarmee in huis de overige apparaten in de natte ruimtes (wasmachine, koelkast, krachtgereedschap) zijn verbonden, kan een bron van netstoring en afval worden dat in de geluidsinstallatie kan terechtkomen — en dit ondanks de verbinding met de aarde. Het slaan van een aparte aardpen is het werk van een installateur die weet wat hij installeert en kan nameten of de aarde naar behoren functioneert.

In zijn eenvoudigste vorm ziet het er zo uit:
Bij een elektrotechnisch installatiebureau koopt u voor ± €20,- een aardpen — een gegalvaniseerd stalen of koperen staf van 5-10m lengte (de lengte kan afhankelijk zijn van plaatselijke bodemgesteldheden en behoort bekend te zijn bij het installatiebureau ter plaatse). Middels een speciale klemverbinding wordt een één-aderige 2,5mm
2 geleider aan de pen vastgemaakt. De pen wordt vervolgens ergens in of rondom uw huis of tuin geheel in de grond gedreven -- iets dat makkelijker gezegd dan gedaan is. De 2,5mm2 geleider wordt naar uw geluidsinstallatie geleid, waar deze op het gekozen sterpunt wordt aangesloten. De geluidsinstallatie is nu voortaan geaard via een eigen, zuivere verbinding met aarde, waarop geen andere verbruikers aangesloten zijn.

Hoe lager de weerstand, hoe beter de kwaliteit van de aardpen. Een nauwkeurige weerstandsmeter kan helpen om erachter te komen of uw aardpen voldoende contact maakt met de grond. Er moet zeker minder dan 0,5 ohm worden gemeten.
Als dat niet haalbaar is dient u meerdere pennen in te slaan, allemaal dicht bijeen (bijvoorbeeld in een cirkel met een midellijn van 3m) en deze met elkaar te verbinden op de wijze zoals bovenomschreven. Hun gezamenlijke weerstand zal hopelijk laag genoeg zijn.


Netspanning, speciaal voor de Audioset

Het (laten) installeren van een extra groep of groepen in de meterkast, uitsluitend bedoeld voor het aansluiten van audio-apparatuur, wordt op dezelfde gronden gedaan als installatie van de speciale aardpen. De elektrische afvalproducten van andere apparaten in huis kunnen moeilijker tot uw audioset doordringen (ze kunnen het beslist nog wel; maak u niet de illusie te denken dat alles nu goed is met zo’n eigen groep!) als deze vanuit de meterkast gevoed wordt met eigen stroomleidingen. Opnieuw zijn er twee methodes om een nieuwe groep aan te leggen: de ene is niet audiofiel verantwoord, heeft minder tot geen voordelen, maar kost toch evenveel en vergt toch evenveel materiaal als de audiofiel verantwoorden installatiewijze.

Een installateur die extra groepen aanlegt in uw meterkast zal deze nieuwe groepen soms parallel aan een reeds geïnstalleerde groep schakelen, zeker als u er van tevoren niet met hem over spreekt. De installateur kiest soms gewoon voor de meest praktische oplossing en kan uiteraard niet weten voor welk specifiek doel de nieuwe groep zal worden gebruikt. De nieuwe groep is op deze manier dus niets meer dan de vroegste aftakking van een reeds aanwezige groep — alle apparatuur die verder nog op deze bestaande groep is aangesloten, is tevens aangesloten op uw 'speciale' audio stroomgroep — een weinig verantwoorde oplossing dus.

De installateur zou de nieuwe groep ook rechtstreeks kunnen aftappen vanaf het punt waarop de spanning bij u thuis binnenkomt: dus aftappen vanaf de hoofdzekering. Dit is de meer verantwoorde methode en deze zou u bij u thuis ook moeten hanteren. Zowel de materiaalkosten als het arbeidsloon zijn voor beide methodes gelijk. De nieuwe stroomgroep(en) voor audio zal (zullen) slechts één stopcontact hebben: in uw luisterruimte, vlakbij de geluidsinstallatie.


Eén Groep, Twee Groepen, Drie Groepen ?

Als de installateur eenmaal in uw meterkast bezig is maakt het aan arbeidstijd weinig uit of er één, twee of drie groepen moeten worden geïnstalleerd. Wat wel uitmaakt is de benodigde hoeveelheid elektrische bekabeling naar de luisterruimte toe (elke groep een eigen leiding) en de hoeveelheid werk die dit met zich meebrengt. Als u geld wilt besparen kunt zich het beste tevoren goed op de hoogte stellen van de wettelijke vereisten voor de aanleg van aanvullende groepen en de bekabeling die daaraan hangt, waarna u zelf de bekabeling geheel installeert volgens voorschrift en doortrekt tot in de meterkast. De elektricien hoeft nu alleen nog maar te controleren of de installatie volgens wettelijke normen is verricht. Als dat het geval is zal hij de daadwerkelijke aansluiting in de meterkast verzorgen (± 5min. per groep) en u een officiële (geschreven) bevestiging geven omtrent de deugdelijkheid van de aangelegde groepen, alsmede omtrent de wettelijke voorschriften die werden gerespecteerd. U begrijpt dat het aanleggen van de bekabeling zelf het grote karwei is. Door dit in eigen beheer te doen bespaart u zich het arbeidsloon voor de elektricien. Hij komt feitelijk alleen in de hoedanigheid van inspecteur bij u langs om de aanleg te keuren en de daadwerkelijke aansluiting te maken, indien de installatie goed werd bevonden. Een officieel document omtrent de deugdelijkheid van de geïnstalleerde voorzieningen kan noodzakelijk zijn voor het afsluiten van een (kostbaarheden)verzekering. Als in geval van schade zou blijken dat de door uzelf uitgebreide elektrische installatie niet officieel is goedgekeurd (zelfs al is deze deugdelijk geïnstalleerd), dan bestaat er grote kans op dat de verzekeringsmaatschappij zal weigeren uit te keren. In geval van brandschade bestaat er zelfs de kans dat een ongekeurde elektrische installatie als uiteindelijke oorzaak voor de brand wordt aangewezen, zeker als er geen andere, duidelijk aanwijsbare oorzaak wordt gevonden. En in dat geval zal de maatschappij ook niets uitkeren, waardoor de schade als gevolg van een onnodige onachtzaamheid (het niet officieel laten keuren van de uitbreidingen aan de elektrische installatie) wel erg groot kan worden.

Het installeren van twee groepen geeft u de mogelijkheid om een fundamentele scheiding aan te brengen in het netspanningsaanbod van uw geluidsinstallatie. Als u analoge geluidsbronnen gebruikt en een aparte eindversterker, dan kunt u de eindversterker op één van de twee groepen aansluiten, en de overige (niet digitale) componenten, zoals platenspeler, cassettedeck en voorversterker, kunnen allemaal op de andere groep worden aangesloten. Deze scheiding legt de nadruk op het isoleren van de grote hoeveelheid stroom die de eindversterker soms uit het net trekt. Deze piekstromen worden gescheiden van de veel lagere piekstromen die de overige componenten aandrijven.

Als u digitale componenten gebruikt kunt u de twee groepen tevens gebruiken om een scheiding tussen digitaal en analoog aan te brengen. Wegens de eerder genoemde digitale afvalproducten en het zeer onmuzikale karakter ervan, verdient het aanbeveling om digitale en analoge componenten vanuit gescheiden stroomgroepen van netspanning te voorzien.

Als u zowel een eindversterker als digitale broncomponenten bezit, zou het ideaal zijn om over drie afzonderlijke groepen te kunnen beschikken: één voor de eindversterker, één voor alle componenten met digitale processors en één voor alle overige analoge apparatuur.

Als u nog geen netconditioner heeft aangeschaft, maar wel plannen heeft om ernaar te gaan luisteren dan wel om er een aan te gaan schaffen, dan dient u zich te realiseren dat dit nu in twee- of drievoud behoort te geschieden: strikt genomen heeft elke groep een aparte conditioner nodig, waarbij nog aangetekend moet worden dat de conditioner voor de eindversterker aan andere criteria moet voldoen dan die voor andere digitale of analoge componenten (zie verder de voorgaande uiteenzetting over netconditioners).

U kunt ook kiezen voor een benadering in meerdere stappen. Het gaat er dan om inzicht te krijgen in het nut en de waarde van het aanschaffen van de afzonderlijke conditioners. In veel gevallen zal bijvoorbeeld een goede conditioner voor de digitale componenten alleen al afdoende zijn. In andere gevallen kan blijken dat een netconditioner voor de eindversterker, of juist voor de overige analoge componenten een afdoende oplossing biedt. Alleen als u een compromisloze oplossing voor het netspanningsprobleem wilt (of nodig heeft als gevolg van plaatselijke omstandigheden) zult u waarschijnlijk kiezen voor drie afzonderlijke stroomgroepen, elk voorzien van een netconditioner die optimaal werkt of ontworpen is voor de soort van apparatuur die op die groep is aangesloten — digitaal, analoog of eindversterker.


Verwijdering van "Risicovolle Netstekkers"

Sommige audiofielen en audiorecensenten zijn van mening dat bepaald klein huishoudelijk gebruiksgerei, zoals digitale wekkerradio's, personal computers, koelkasten, magnetrons, wasmachines of zelfs een aangesloten telefoontoestel in de luisterruimte, in belangrijke mate verantwoordelijk kunnen zijn voor het ontstaan van netvervuiling en storing door instraling van hoogfrequent signalen. Dit probleem zou nog verergerd worden als het elektrische apparaat in kwestie op dezelfde stroomgroep is aangesloten als (componenten uit) de muziekinstallatie. Bovendien wordt het niet altijd van belang geacht of het onderhavige apparaat wel of niet is ingeschakeld: de verbinding met het lichtnet zou op zichzelf reeds voldoende zijn om netvervuiling te veroorzaken, hoewel een ingeschakeld apparaat vaak wel in ernstiger mate vervuilt.

Zonder volmondig te beamen of te ontkennen wat deze (geschoolde) luisteraars beweren, kan ik u slechts één raad geven: neem beslist zelf de proef op de som; als u de telefoonstekker uit de muur trekt behoort dit tot een hoorbare verbetering in de muzikale presentatie te leiden. (Meestal is dat ook zo: u wordt niet meer door het rinkelen gestoord). Als u de stekker van uw PC in de muur laat zitten terwijl u muziek luistert zult u zich dus tekort kunnen doen, of die PC nu aan of uit staat. Probeer het met de instelling die nodig is, als betrof het een wetenschappelijk onderzoek: objectief, sceptisch, maar niet bij voorbaat verwerpend.

Het is goed mogelijk om dit alles eenmalig eens goed uit te zoeken, zodat u voor uzelf kunt vaststellen of de stekkers van PC, magnetron, wasmachine, telefoon en digitale wekkerradio helemaal uit het stopcontact moeten zodra er serieus geluisterd gaat worden, of dat u aan dergelijke dingen voortaan niet hoeft te denken. Als u dit op een onbevooroordeelde wijze kunt doen, dan zal — in volgorde van belangrijkheid — verwijdering van de navolgende stekkers de meeste kans op hoorbare verbetering geven:

  • halogeen lichtdimmers in huis (absoluut doen; dit is alom bekend);
  • niet in gebruik zijnde digitale geluidsapparatuur in heel het huis;
  • personal computer in huis;
  • aangesloten telefoontoestellen in de luisterruimte;
  • magnetron;
  • digitale wekkerradio's.

Verwacht nooit teveel van dergelijke experimenten, maar sluit een hoorbaar effect ook niet bij voorbaat uit. Als u goede netconditioners gebruikt behoren dergelijke problemen reeds tot onhoorbare niveau's te worden teruggedrongen. Als er echter geen netconditioners gebruikt worden, neemt de mogelijkheid op positieve gevolgen van het verwijderen van de netstekkers van 'risicovolle' apparatuur wel degelijk toe. En als u echt wilt horen wat de telefoonaansluiting kan doen, moet u maar eens een aangesloten telefoontoestel op of direct naast één der luidsprekers plaatsen en luisteren....

Al met al valt er toch nog heel wat te zeggen over die vanzelfsprekende, maar cruciale schakel in de weergeefketen: de netspanning. Er zijn enkele maatregelen, die beslist een positieve invloed op de weergavekwaliteit kunnen hebben, en die tegelijkertijd betrekkelijk goedkoop zijn uit te voeren — nieuwe netsnoeren, de aanleg van twee, liefst drie aparte stroomgroepen, een verbinding naar de aarde middels randaarde of een aardpen die speciaal voor de geluidsapparatuur in de grond wordt gedreven en de polariteitstest voor het minimaliseren van de lekstromen. Met speciale netconditioners kunnen meer soorten van netvervuiling worden ondervangen, alsmede vervuiling in grotere hoeveelheden. De kosten hiervan zijn hoger dan die van de daarvoor genoemde maatregelen, maar dit soort oplossingen kan — net als bij de selectie van kabels en interlinks — de kroon op het audiofiele werk zijn, omdat een 'schonere' voedingsspanning het volledige potentieel van de audioset mobiliseert. De in dit aspect van netspanning geïnvesteerde moeite, vooral als u zelf netspanningsleidingen gaat aanleggen, wordt nog jaren nadat de spierpijn verdwenen is gecompenseerd door een verhoogd luistergenot voor weinig geld. En netconditioners kunnen hun aanschafprijs dubbel en dwars waard zijn, mits u er thuis naar gaat luisteren alvorens te kopen. Aandacht voor de aspecten van netspanning is altijd lonend; het correct aansluiten van aarde is cruciaal.





dhz-sterpunt voor aarde
[klik voor vergroting]
De Fysieke Opstelling
van de Geluidsinstallatie

In de zoektocht naar werkelijkheidsweergave en muzikale bevrediging werd steeds in deze artikelen de nadruk gelegd op enerzijds de technische kanten van een geluidsinstallatie, zoals de apparatuur en enkele technische gegevens, op de randvoorwaarden als netspanning, aarding, bekabeling en accessoires, en anderzijds op de (semi)-wetenschappelijke, psychologische en theoretische aspecten van geluidsweergave, de beoordeling ervan en de objectieve termen voor het beschrijven van de subjectieve luisterervaring. Tevens hebben we uitgebreid kunnen bekijken waar we ons nu eigenlijk mee bezighouden (muziek of geluid), met name in de artikelen 'wat is high-end audio' en 'tussen de oren'. Men zou geneigd kunnen zijn te denken dat dit wel zo'n beetje alles is in verband met audio. Immers, de rest is eigenlijk het verder uitdiepen van de basisprincipes: het is wellicht interessant om te weten hoe uw eindversterker of CD-speler precies werkt en het audiosignaal manipuleert of vormt, maar die kennis is niet essentieel om zelf van muziek te kunnen genieten, noch om te kunnen beoordelen of uw eindversterker goed of minder goed presteert.

Er is echter nog één aspect in de zoektocht dat goed moet worden gekend en beheerst, teneinde alles uit de apparatuur te kunnen halen wat er aan potentieel in zit. Uw hifi-dealer kan dit aspect voor zijn rekening nemen als hij de nieuw aangeschafte apparatuur bij u thuis komt installeren, maar u zult ooit zelf uw audioset weer moeten afbreken, om hem later weer op te bouwen (na de verhuizing of de verbouwing bijvoorbeeld). Zodoende behoort de zichzelf respecterende audiofiel mijns inziens zelf op de hoogte te zijn van de manier waarop de geluidsinstallatie fysiek behoort te worden opgebouwd en opgesteld, maar vooral van het waarom daarvan.


Is die Opstelling echt wel zo Belangrijk ?

Het allerbelangrijkste accessoire voor ieder geluidssysteem zou weleens de opstelling [= meestal het audiorack] kunnen zijn. Een goede opstelling, met name een speciaal audiorack, presenteert de componenten op een aantrekkelijke wijze, geeft functionaliteit en gebruiksgemak aan het systeem en — bovenal — helpt eraan mee het beste resultaat uit het systeem te halen. Als u een draaitafel in uw systeem gebruikt is het veel gemakkelijker om het belang van een stabiele opstelling te onderkennen, en in dat geval is een goed rack of dito standaard onontbeerlijk voor het ontwikkelen van het muzikale potentieel van de draaitafel.

Naast het bieden van comfortabele huisvesting aan de geluidsapparatuur is bij een goede fysieke opstelling van de geluidsinstallatie voldoende aandacht geschonken aan elk van de onderstaande aspecten:

  1. Trilling Ontkoppeling/Demping
  2. Afstand
  3. Massa
  4. Kabelgeleiding/-symmetrie
  5. (Rand)Aarde
  6. Polariteitscontrole
  7. Opwarming & Inspelen
  8. Waterpas stelling
  9. Demagnetisatie

De fysieke opstelling van de apparatuur heeft bij veel luisteraars de vorm aangenomen van een speciaal, vaak hoogwaardig audiorack, al of niet in combinatie met standaards voor de luidsprekers of een draaitafel. De bedrading is vaak onzichtbaar weggewerkt met bindbandjes of middels kabeldoorvoer langs of door de buizen van het audiorack. De met het audiorack en de luidsprekers of luidsprekerstandaards meegeleverde spikes zitten in veel gevallen nog in hun ongeopende plastic zakjes. De netstekkers zijn allemaal aangesloten op een meerweg contactdoos, die op zijn beurt weer op het stopcontact aan de muur werd aangesloten, al of niet samen met bijvoorbeeld de t.v. of de sfeerverlichting die daar toevallig in de buurt hangt.

De moraal van deze voorstelling van zaken is eigenlijk om aan te geven dat dit één van die gebieden van high-end audio is, waarbij het allerbelangrijkste is dat u alle criteria tegelijk respecteert en dat het nalaten om één voorwaarde op te volgen resulteert in een relatieve nutteloosheid van de meeste andere maatregelen. Het is het totaalpakket van maatregelen dat effectief is bij de fysieke opstelling. Of u daarbij gebruik maakt van een audiorack of niet is van geen groot belang. Als uw opstelling zonder audiorack toch voldoet aan de bovenstaande criteria is dat uitstekend (een grafzerk kan een geweldige goede standaard zijn voor een draaitafel of een CD-loopwerk, om maar een voorbeeld te noemen).



Voor DEEL 2 van dit artikel:

Klik HIER


naar boven