Leesvoer


Fysieke Opstellingscriteria voor een
High-End Geluidsinstallatie -- Deel 2

ThingMan -- 1997-2005

De wijze waarop een geluidsinstallatie fysiek staat opgesteld in uw huis en is aangesloten -- zowel onderling als op het electriciteitsnet -- zal van grote invloed zijn op de muzikale en geluidstechnische prestaties ervan. Er zijn vele grote, kleine en hele kleine overwegingen t.a.v. de opstelling van de diverse componenten te maken, waarvan de individuele hoorbare invloeden eveneens groter, kleiner of heel klein kunnen zijn, maar die de prestaties van een systeem duidelijk kunnen beïnvloeden wanneer ze worden gecombineerd. Vaak is het dan ook een soort alles-of-niets situatie: als men een cruciaal opstellingscriterium vergeet of negeert kan dit de positieve uitwerking van allerlei wel correct uitgevoerde maatregelen teniet doen of verminderen.
Deze gevolgen moeten evenwel niet overdreven of uit verhouding getrokken worden: het verschil is bij dergelijke zaken zelden of nooit zwartwit; goed of slecht, strak of onbeheerst, plat of diep. De verschillen zijn min of meer subtiel, maar voor sommige muziekliefhebbers van grote betekenis voor het uitdiepen van de muzikale presentatie.

dit is DEEL 2 -- klik HIER voor DEEL 1


De Fysieke Opstelling
van de Geluidsinstallatie

In de zoektocht naar werkelijkheidsweergave en muzikale bevrediging werd steeds in deze artikelen de nadruk gelegd op enerzijds de technische kanten van een geluidsinstallatie, zoals de apparatuur en enkele technische gegevens, op de randvoorwaarden als netspanning, aarding, bekabeling en accessoires, en anderzijds op de (semi)-wetenschappelijke, psychologische en theoretische aspecten van geluidsweergave, de beoordeling ervan en de objectieve termen voor het beschrijven van de subjectieve luisterervaring. Tevens hebben we uitgebreid kunnen bekijken waar we ons nu eigenlijk mee bezighouden (muziek of geluid), met name in de artikelen 'wat is high-end audio' en 'tussen de oren'. Men zou geneigd kunnen zijn te denken dat dit wel zo'n beetje alles is in verband met audio. Immers, de rest is eigenlijk het verder uitdiepen van de basisprincipes: het is wellicht interessant om te weten hoe uw eindversterker of CD-speler precies werkt en het audiosignaal manipuleert of vormt, maar die kennis is niet essentieel om zelf van muziek te kunnen genieten, noch om te kunnen beoordelen of uw eindversterker goed of minder goed presteert.

Er is echter nog één aspect in de zoektocht dat goed moet worden gekend en beheerst, teneinde alles uit de apparatuur te kunnen halen wat er aan potentieel in zit. Uw hifi-dealer kan dit aspect voor zijn rekening nemen als hij de nieuw aangeschafte apparatuur bij u thuis komt installeren, maar u zult ooit zelf uw audioset weer moeten afbreken, om hem later weer op te bouwen (na de verhuizing of de verbouwing bijvoorbeeld). Zodoende behoort de zichzelf respecterende audiofiel mijns inziens zelf op de hoogte te zijn van de manier waarop de geluidsinstallatie fysiek behoort te worden opgebouwd en opgesteld, maar vooral van het waarom daarvan.


Is die Opstelling echt wel zo Belangrijk ?

Het allerbelangrijkste accessoire voor ieder geluidssysteem zou weleens de opstelling [= meestal het audiorack] kunnen zijn. Een goede opstelling, met name een speciaal audiorack, presenteert de componenten op een aantrekkelijke wijze, geeft functionaliteit en gebruiksgemak aan het systeem en — bovenal — helpt eraan mee het beste resultaat uit het systeem te halen. Als u een draaitafel in uw systeem gebruikt is het veel gemakkelijker om het belang van een stabiele opstelling te onderkennen, en in dat geval is een goed rack of dito standaard onontbeerlijk voor het ontwikkelen van het muzikale potentieel van de draaitafel.

Naast het bieden van comfortabele huisvesting aan de geluidsapparatuur is bij een goede fysieke opstelling van de geluidsinstallatie voldoende aandacht geschonken aan elk van de onderstaande aspecten:

  1. Trilling Ontkoppeling/Demping
  2. Afstand
  3. Massa
  4. Kabelgeleiding/-symmetrie
  5. (Rand)Aarde
  6. Polariteitscontrole
  7. Opwarming & Inspelen
  8. Waterpas stelling
  9. Demagnetisatie

De fysieke opstelling van de apparatuur heeft bij veel luisteraars de vorm aangenomen van een speciaal, vaak hoogwaardig audiorack, al of niet in combinatie met standaards voor de luidsprekers of een draaitafel. De bedrading is vaak onzichtbaar weggewerkt met bindbandjes of middels kabeldoorvoer langs of door de buizen van het audiorack. De met het audiorack en de luidsprekers of luidsprekerstandaards meegeleverde spikes zitten in veel gevallen nog in hun ongeopende plastic zakjes. De netstekkers zijn allemaal aangesloten op een meerweg contactdoos, die op zijn beurt weer op het stopcontact aan de muur werd aangesloten, al of niet samen met bijvoorbeeld de t.v. of de sfeerverlichting die daar toevallig in de buurt hangt.

De moraal van deze voorstelling van zaken is eigenlijk om aan te geven dat dit één van die gebieden van high-end audio is, waarbij het allerbelangrijkste is dat u alle criteria tegelijk respecteert en dat het nalaten om één voorwaarde op te volgen resulteert in een relatieve nutteloosheid van de meeste andere maatregelen. Het is het totaalpakket van maatregelen dat effectief is bij de fysieke opstelling. Of u daarbij gebruik maakt van een audiorack of niet is van geen groot belang. Als uw opstelling zonder audiorack toch voldoet aan de bovenstaande criteria is dat uitstekend (een grafzerk kan een geweldige goede standaard zijn voor een draaitafel of een CD-loopwerk, om maar een voorbeeld te noemen).





















[klik voor vergroting]

Trilling / Vibratie

Waterpas Opstelling

Ontkoppeld of juist Gekoppeld

Wellicht het belangrijkste aspect van een correcte opstelling is het isoleren van de apparatuur van trillingen. Er bestaat geen twijfel over dat trillingen de sonische prestaties van voorversterkers, digitale processoren, CD-loopwerken en vooral draaitafels ernstig kunnen aantasten. Deze trillingen zijn afkomstig uit voedingstransformatoren, motoren in draaitafels en CD-loopwerken en van akoestische energie die van buitenaf op de elektronica inwerkt.

Geluidsapparatuur wordt door trillingen beïnvloed vanwege een verschijnsel dat microfonie wordt genoemd. Een microfonisch element stuurt een klein elektrisch signaal uit wanneer het in trilling wordt gebracht; het werkt dus als een microfoon, die mechanische energie omzet in elektrische energie. Deze elektrische energie tast de kwaliteit van de weergave aan, met als gevolg een gebrekkigere muzikale presentatie.

Naast draaitafels is vooral apparatuur met vacuümbuizen gevoelig voor trillingen. U kunt in feite zelfs hard tegen zo’n buis roepen en uw stem uit de luidsprekers horen komen. Als het buizenapparaat door uw stem of door de luidsprekers in trilling wordt gebracht wordt deze akoestische energie omgezet in een elektrisch signaal dat wordt toegevoegd aan het audiosignaal. Het door de luidsprekers uitgestraalde geluid is 'verrijkt' met elektromechanische energie en dit wordt weer door het apparaat 'opgevangen' in de vorm van er op inwerkende trillingen, die vervolgens weer in de vorm van stroompjes aan het audiosignaal worden toegevoegd. Dit is feitelijk een milde vorm van het zgn. 'rondzingen', waarbij het geluid op een gegeven moment uit zichzelf zal blijven aanzwellen, tenzij u het volume terugdraait (hetgeen ook beslist aan te raden is als de apparatuur heel moet blijven).

De geluidskwaliteit van digitale producten wordt eveneens aangetast door trillingen, zij het dan middels een ander mechanisme. De kristaloscillatoren in veel loopwerken en digitale processoren ondergaan een minimale frequentieverschuiving onder invloed van mechanische trilling. Alhoewel de verschuiving inderdaad minimaal is, zullen zelfs kleine afwijkingen in het looptijdsdomein tot grote afwijkingen in digitale geluidscomponenten leiden. Sommige fabrikanten gaan heel erg ver om accurate en stabiele kristalfrequenties te garanderen en bouwen de een of andere vorm van trillingsabsorptie op rondom de oscillatoren.

De draaitafel is uiteraard het allergevoeligst voor trillingen; trillingsenergie komt bij de arm en het element terecht, waardoor een berg geluidsafval wordt uitgestort over het minieme audiosignaal dat uit de groeven werd teruggewonnen. Trillingen kunnen komen van de motor van de draaitafel, resonanties in de toonarm en van akoestische energie die van buitenaf inwerkt op draaitafel, arm en element. Het moge duidelijk zijn dat u elk type geluidssysteem (digitaal, analoog en gecombineerd) dient te behoeden voor trillingen, zowel voor inherent opgewekte als van buitenaf inwerkende trillingen. Om dit te bereiken kunt u meerdere factoren met elkaar samen laten werken; het hoeft niet persé langs één enkele invalshoek tot stand te worden gebracht: als u een zwevende houten vloer in de woonkamer heeft kunt u de draaitafel waarschijnlijk nooit goed op de vloer plaatsen, maar bijvoorbeeld weer wel tegen de muur. De overige apparatuur kunt u, mits voldoende ontkoppeld (waarover verderop meer), best op de houten vloer plaatsen.

Een correcte opstelling rekent afdoende af met trillingen door middel van structurele starheid, massa en een doordachte layout of ontwerp van het audiorack. Bovendien is de opstelling of het rack in staat om trillingen die door transformatoren of motoren worden veroorzaakt te absorberen, te dempen of af te voeren. Veel audioracks hebben ingebouwde mechanismen in de planken voor het dempen of afvoeren van trilling. De ultieme beheersing van trilling wordt verkregen middels pneumatische ophanging van de planken in het audiorack of de opstelling op een kussen van lucht. Een luchtreservoir in het rack of de pneumatische plank wordt met een fietspompje opgepompt, waardoor de componenten in het rack van trillingen worden geïsoleerd. Eén pneumatisch platform dat bijzonder goed werkt voor audio-apparatuur werd eigenlijk ontworpen voor het isoleren van trillingen bij een elektronenmicroscoop. Als u zelf met pneumatische ophanging wilt experimenteren zonder veel geld uit te geven kunt u eens proberen om een binnenbandje van een kinderfiets of step onder het te isoleren component te leggen en deze half op te pompen. Het is verrassend om te zien hoeveel verbetering pneumatische ophanging van audiocomponenten met zich mee kan brengen.

Voor structurele starheid en massa kunt u het beste kiezen voor een audiorack met dikwandige stalen buizen die tot een stevig frame aaneen zijn gelast. De mogelijk behoort aanwezig te zijn om de buizen met (schelpen)zand of loodkorrels te vullen voor verhoging van de massa. Ontkoppelde of trillingsgedempte planken van MDF of wellicht een steen- of marmersoort zouden ook tot de standaardopstelling moeten behoren, alsmede vloerspikes. Spikes tussen het rack en de vloer of tussen de plank en het rack werken als een mechanische diode door trillingsenergie weg te leiden uit de plank en het rack en door een optimale massa-koppeling met de plank of de vloer. De vloer behoort stevig te zijn willen vloerspikes optimaal kunnen werken. Omdat de hoogte van de spikes individueel te stellen is kan het rack of de standaard volmaakt waterpas worden geplaatst — dit is belangrijk voor draaitafels, CD-spelers, CD-loopwerken en luidsprekers. Spikes brengen gemakkelijk schade toe aan houten vloeren (zacht) en plavuizen (hard, bros). Daarom verdient het aanbeveling om het lege rack of standaard op de definitieve plaats te zetten en daar de buizen pas te vullen met zand of lood. Waterpas stellen heeft ook dan pas zin. Het is ook mogelijk om onder de punten van de spikes munten of speciale schoteltjes te leggen, zodat de ondergrond niet beschadigd zolang de boel niet verschoven wordt.

Niet alle audioracks die te koop zijn zullen van alle mogelijkheden tot demping en isolatie van trillingen voorzien zijn, hoewel de meeste er wel een aantal van combineren. De mogelijkheid de buizen te vullen verhoogt niet alleen de massa, maar dempt eveneens trillingen en het is zeer effectief en goedkoop.

De voorgaande discussie over massa-gekoppelde racks en opstellingen, vloerspikes en krachtige koppeling met de vloer is slechts één invalshoek voor het probleem. Een andere invalshoek pleit voor het ontkoppelen van de ondersteunende vlakken en de vloer met lichtgewicht racks en meegevende voeten. Trillingen in het rack en de componenten worden zo gedempt en onderdrukt, in plaats van doorgegeven naar het rack en de vloer. Over het algemeen werkt massa-koppeling beter in combinatie met zware componenten en ontkoppeling in combinatie met lichtgewicht apparatuur. Uiteraard is de beste manier om vast te stellen wat goed werkt in uw systeem proberen alvorens te kopen en praten met uw dealer. Aan het einde van dit gedeelte over de fysieke opstelling zal ik u nog een alternatieve opbouwwijze illustreren die geen gebruik maakt van een rack, maar wel van massa-koppeling in combinatie met ontkoppeling en mèt de mogelijkheid tot waterpas opstelling. Deze opstelling is feitelijk alleen geschikt voor één broncomponent en één versterker (of voor- en eindversterker) en streeft naar de kortst mogelijke signaalweg.

Voordat u een zwaar audiorack of iets dergelijks installleert is het verstandig u ervan te vergewissen of de vloer dit gewicht kan dragen. Hetzelfde geldt soms voor grote luidsprekers. Zwevende houten vloeren kunnen plaatselijk extra ondersteuning nodig hebben. Dit zal de vloer ook steviger maken en minder onderhevig aan vibratie. Een zware, grote plavuis, marmeren plaat of zandgevulde constructie is altijd een ideaal fundament voor het audiorack. Als u een plaats voor het rack kiest en u heeft daarin grote vrijheden (wegens lange bekabeling bijvoorbeeld), kunt u bij een zwevende houten vloer het rack precies bovenop een vloerpeiler te plaatsen — een vierkante staande peiler, waarop de vloerbalken om de paar meter rusten. Ook uw luidsprekers kunnen het beste op of heel dichtbij een dergelijke peiler worden opgesteld, op voorwaarde dat deze plaats ook akoestische verantwoord is natuurlijk.

Audioracks die over deze mogelijkheden beschikken — zandvulling, spikes, trillingsdempende of pneumatisch opgehangen planken en dikke buisconstructies zijn erg kostbaar. Audioracks die niet over deze mogelijkheden beschikken en fragieler zijn opgebouwd kunnen soms echter even duur of duurder zijn, vanwege het design. Audioracks die zowel compromisloos robuust als mooi zijn zullen niet alleen zeer kostbaar zijn, maar ook zeer zeldzaam. Tracht racks te vermijden met grote planken die slecht ondersteund worden (alleen op de hoeken bijvoorbeeld), een gebrekkige constructie hebben en erg licht zijn (tenzij ze kunnen worden gevuld). Sommige racks zijn uitgevoerd met zware, absorberende blokken op iedere plank en bovendien bovenop ieder component op die plank. Zij vormen een massieve structuur die trillingen maximaal isoleert.


Accessoires voor het Isoleren
en Beheersen van Trillingen:

Spikes, Kegels en Dempers

Accessoires voor het isoleren van trillingen dienen hetzelfde doel als het speciale audiorack: het terugbrengen van trillingen in het audiocomponent. Deze accessoires kunnen op zichzelf of in combinatie met een audiorack of andere accessoires worden gebruikt, zolang het maar goed werkt.

De interesse voor accessoires voor het beheersen van vibraties in audiosystemen werd pas echt gewekt door de introductie van een product dat 'Tiptoes' heette. Dit accessoire werd uitgevonden door Steve McCormack van 'The Mod Squad' en is vervaardigd uit machinaal kegelvormig gedraaid aluminium met een scherpe punt. Als de kegel met de punt naar beneden wordt gebruikt teneinde apparatuur te ondersteunen werkt deze als mechanische diode, die energie wegleidt uit het component. Toen Tiptoes voor het eerst werden geïntroduceerd werden ze met enige verachting en hoon onthaald, totdat de hoorbare effecten duidelijk werden. Vandaag de dag worden Tiptoes en soortgelijke mechanische koppelaars overal ter wereld beschouwd als een belangrijke bijdrage aan de uiteindelijke kwaliteit van de muziekweergave.

De eerder aangehaalde andere benadering voor beheersing van trillingen, middels het ondersteunen van componenten met verende (meegaande) voeten of het plaatsen van componenten op een verend platform, heeft eveneens geleid tot de ontwikkeling van een alternatieve reeks accessoires en hulpmiddelen voor correcte fysieke opstelling van de geluidsinstallatie. Absorberende voetjes zijn gemaakt van een rubberachtige substantie (meestal Sorbothane), die wel bijna vloeibaar lijkt te zijn, zo zacht en meegaand voelt het spul aan. Dempers zoals deze isoleren het audiocomponent van externe trillingen door het absorberen van de energie voordat deze tot het component kan doordringen. Dempers van voldoende dikte en met de capaciteit om het gewicht te dragen, zijn ook uitermate geschikte om apparaten rechtstreekt op elkaar te stapelen. De dikte laat voldoende tussenruimte voor ventilatie vrij en is meestal (hoewel niet altijd bij eindversterkers, CD-spelers en digitale processoren) toereikend voor het terugdringen van magnetische interactie tussen de componenten.

De meest doeltreffende toepassing voor Tiptoes en andere hulpmiddelen voor het beheersen van trillingen is onder apparatuur met vacuümbuizen, en vooral als deze dichtbij de luidsprekers is opgesteld. De akoestische energie die door de luidsprekers wordt uitgestraald werkt in op de buizen, die deze energie omzetten in een elektrisch signaal indien de energie niet kan worden afgevoerd. Deze energie zoekt van nature (zoals alle energie overigens) naar "de weg van de minste weerstand" en als u succesvolle maatregelen op dit gebied heeft genomen leidt die weg van de minste weerstand de energie rechtstreeks uit het component weg — in feite precies zoals het met de lekstromen gaat die naar de aarde worden afgevoerd, omdat deze verbinding voor elektrische afvalproducten de weg van de minste weerstand is geworden.

In essentie komt een correcte opstelling dan ook volledig neer op het creëren van allerlei 'wegen van minste weerstand' voor ongewenste bijproducten van elektronische muziekweergave in akoestisch begrensde ruimtes van allerlei pluimage.

De besproken technieken voor beheersing van trillingen — beter is dus: voor totale afvoer van trillingsenergie — bieden u verschillende mogelijkheden om wegen van minste weerstand aan te leggen. Koppelen of ontkoppelen; massa of lichtgewicht; harde of zachte accessoires; kant en klaar of zelf aan de slag; compromisloos en duur of compromisloos en goedkoop; esthetisch mooi, maar mechanisch waardeloos en omgekeerd. Door goed nadenken, creativiteit bij het ontwerpen en het uitwerken van de hiervoor besproken technieken — met name die met het binnenbandje van een fiets of step — op een voor het oog aanvaardbare manier, kunt u op het gebied van fysieke opstelling het grootste financiële voordeel behalen binnen het totale audiobudget, namelijk door gebruik te maken van zelfgemaakte hulpmiddelen. Deze hoeven zowel qua effectieve werking als voor wat betreft esthetische kwaliteiten niet onder te doen voor kant en klare producten. De uitgespaarde bedragen kunt u elders binnen uw audiobudget gaan besteden, bijvoorbeeld aan de producten die u beter niet zelf kunt proberen te maken.



Dynamische Luidsprekers & Zachte Dempers of CD-Spelers & Harde Koppelaars: Hmmmm.......

In de experimenten voor het beheersen van trillingen is in principe alles geoorloofd en kan in principe alles ook succesvol zijn. Er zijn echter een tweetal twijfelachtige combinaties te maken — combinaties die in de meeste gevallen naast enige voordelen vooral ook nadelen met zich meebrengen en dat is niet de bedoeling. De bedoeling is natuurlijk om meer voordelen dan nadelen te verwezenlijken, en als het kan nadelen volledig uit te sluiten.

Dynamische luidsprekers — d.w.z. behuizingen met inhoud en met luidsprekerunits die elektromechanisch worden aangedreven (conus, dome, hoorn) — wekken geluid op als gevolg van bewegende membranen. In deze categorie weergevers wordt voor de laagweergave meestal gekozen voor een konusluidspreker. Als deze basluidspreker bijvoorbeeld bovenin de behuizing is geplaatst, of als de luidspreker op een standaard wordt opgesteld, dan zal het voortdurend heen en weer bewegende en tot stilstand komende membraan een afwisselend voorwaartse en achterwaartse kracht uitoefenen op het frontpaneel en bijgevolg de gehele behuizing. Simpel gesteld: de konus zal de kast vooruit en achteruit willen duwen, want de kracht (massa-traagheid) die wordt uitgeoefend door een heen en weer gaande konus is aanzienlijk. Montage van de basluidspreker bovenin de kast zal het moment van deze beweging bovendien nog versterken.

Voor het opbouwen van een scherp afgebeelde en stabiele instrumentenplaatsing en een dito geluidsbeeld is het eigenlijk de bedoeling dat er slechts één 'voorwerp' daadwerkelijk fysiek beweegt: het luidsprekermembraan. Bekend is het verschijnsel van een groot, slap frontpaneel in een grote behuizing: het paneel maakt, onder invloed van de krachten van de uitslaande konus, daadwerkelijk zelf ook een slingerbeweging. Dergelijke luidsprekers blinken nooit uit met een scherp gestoken stereobeeld of plaatsing (en waarschijnlijk ook niet in een aantal andere aspecten) omdat de hele constructie op en neer slingert in een natuurlijke poging om achter de bewegingen van de konus aan te gaan.

Als koper of bezitter van een star en stabiel geconstrueerd luidsprekersysteem zult u waarschijnlijk erg ingenomen zijn met deze mechanische eigenschappen. Deze luidspreker kan wel degelijk een stabiel beeld neerzetten, ook als het volume omhoog gaat, omdat de behuizing uitermate star is en de nodige massa heeft. Maar vanwege uw zwevende houten vloer kan de dealer u misschien weleens adviseren om de kasten op zachte (Sorbothane) dempers te plaatsen — een advies te goeder trouw overigens, maar wellicht aanleiding tot meer nadelen dan voordelen. Immers, de stabiele luidspreker, die eerst als een rots met de vloer is verbonden, wordt nu op drie of vier wiebelige voetjes gezet. Ditzelfde zal ook gebeuren als de luidspreker op zachte vloerbedekking wordt geplaatst, op een ongelijke ondergrond, of — de hemel beware u — op dempers, die weer op het tapijt liggen, dat helaas op een ongelijke zwevende houten plankenvloer is gelegd. (Het is haast niet te geloven, maar het advies om dempers te gebruiken werd in precies zo'n situatie met volledige overtuiging door een hifi-speciaalzaak gegeven, zonder enige vatbaarheid voor de mogelijk enorme nadelen. Bovendien blijkt het helaas geen op zichzelf staand geval te zijn).

Of de basluidspreker van het bovenstaande wankele systeem nu onderin of bovenin is gemonteerd, dit zaakje gaat als geheel steeds sterker bewegen naarmate het volume toeneemt en dus ook de konusuitslag. De beweging is niet noodzakelijkerwijs goed zichtbaar met het blote oog (als dat wel het geval is zit het ècht fout). Als u echter de beschikking heeft over een micrometer met de mogelijkheid tot een vaste opstelling achter de luidspreker, zult u echter tot de conclusie kunnen komen dat de (bedoelde) beweging van de konus zich verhoudt tot de (onbedoelde) beweging van het gehele luidsprekersysteem als ergens variërend tussen 1:0.1 en 1:0.25 — een nachtmerrie die doorwerkt van de hoogste tot de laagste regionen van het frequentiespectrum. Niettemin kunnen er, tegelijk met deze voor plaatsing en beeld fatale bewegingen, ook hoorbare voordelen aan deze dempers kleven, zeker als u inderdaad een zwevende houten vloer heeft. Probeer echter in deze situatie beslist ook eens om de luidsprekers middels massa-koppeling op te stellen: een zware, niet te kleine tegel of plavuis op de vloer, en daar bovenop de luidspreker of de standaard met de luidspreker. U kunt de tegel met Tiptoes met de vloer koppelen en de standaard of luidspreker daar zonder verdere koppeling bovenop. U kunt ook de tegel op de vloer leggen — dit heeft de voorkeur als de vloer vlak is — en daarop wordt dan de luidspreker of standaard middels Tiptoes of spikes geplaatst. In beide gevallen kan de boel waterpas worden gesteld (ook voor luidsprekers belangrijk) en vindt een optimale massa-koppeling met de vloer plaats.

Een andere, meestal meer nadeel dan voordeel opleverende methode voor het beheersen van trillingen is het gebruik van Tiptoes of planken met spikes voor het opstellen van (met name lichte) CD-spelers, CD-loopwerken en (in mindere mate) digitale processoren en voorversterkers. Hoewel er veel argumenten pleiten voor een dergelijke koppeling kan het geluid van de aldus opgestelde componenten enigszins puntig worden — piekerig, gejaagd, pinnig. Als iets dergelijks te horen is en u gebruikt inderdaad harde koppelaars met de ondergrond, probeer dan beslist een om het apparaat in kwestie op zachte ontkoppelaars (dempers) te zetten. In 'De Low-Budget Opstelling' wordt de CD-speler op een bijzonder effectieve manier geïsoleerd en ontdaan van trillingen middels een combi-methode van hard en zacht.


Afstand Houden

Enige fysieke afstand tussen componenten is altijd te prefereren boven het rechtstreeks op elkaar stapelen van componenten om meer dan één reden. Door motoren en transformatoren opgewekte trillingen worden soms succesvol weggeleidt of geneutraliseerd door het component dat deze trillingen zelf opwerkt; het kan een aandachtspunt zijn in het ontwerp van dat apparaat en zal dat ook vaak zijn. Andere apparaten zijn op het punt van mechanische opbouw wat minder degelijk ontworpen en kunnen daarom sterk te lijden hebben van de trillingsenergie, die door het apparaat waarop of waaronder zij gestapeld zijn wordt opgewekt en afgegeven.

(Elektro)Magnetische interactie tussen componenten is een eerder besproken reële bron van storing in een geluidsinstallatie, waarvan de componenten te weinig afstand tot elkaar respecteren. De grote voedingstransformator in de (eind)versterker vormt, zoals gezegd, een potentieel risico voor een storende invloed op de directe omgeving, alsmede alle digitale geluidsapparatuur. Voor een verdere uitwerking van deze wisselwerking, zie 'Kabelgeleiding' in de volgende paragraaf.

De fysieke afstand die in goede audioracks wordt gehanteerd tussen componenten is minimaal 20cm. (de afstand waar het om gaat is die tussen de bodem van het bovenste en de bovenplaat van het onderste apparaat) en niet de 'hart-op-hart afstand'. Bij plaatsing van componenten naast elkaar verdient het aanbeveling om zodanig op te stellen, dat voedingstransformatoren — als zij tenminste asymmetrisch zijn geplaatst in het component — zover mogelijk van elkaar verwijderd zijn. Ook hier dient de minimale afstand van 20cm. tussenruimte te worden gerespecteerd voor het elimineren van de mogelijkheid van magnetische interferentie en instraling van digitale hoogfrequent signalen. Bij het opstellen van apparatuur boven elkaar is het ook mogelijk om elk apparaat in de diepte ten opzichte van het eronder opgestelde apparaat te verschuiven. Een zijaanzicht van zo'n opstelling wekt de indruk van traptreden. Verschuiving in de diepte maakt het soms gemakkelijker om, ondanks een kleinere tussenruimte tussen de planken, de apparatuur toch magnetisch goed van elkaar te isoleren. De afstand tussen apparatuur wordt bij verschuiving in de diepte uiteraard 'diagonaal' gemeten.


Kabelgeleiding, -lengte & -symmetrie:
"Cable Dressing"

In aansluiting op het voorgaande over magnetische interactie tussen componenten onderling, moet bij de fysieke opstelling ook met eenzelfde interactie tussen componenten en kabels, alsmede tussen kabels en kabels rekening worden gehouden. Eerder werd al opgemerkt dat elke interlink, luidsprekerkabel en elk netsnoer of aardleiding een eigen 'territorium' ter beschikking dient te hebben. Dat territorium strekt zich tot minimaal 2,5cm. en maximaal 20cm. uit aan weerszijden van de geleider, afhankelijk van de functie ervan. Ook werd bij de bespreking van het audiorack al beschreven hoe het niet moet: geen kabels bundelen, niet zomaar samen door buizen voeren en kabels of snoeren niet zomaar oprollen of inkorten.

Als de ene geleider dan toch de andere moet kruisen, laat het dan haaks gebeuren; verschillende kabels zouden in elk geval nooit zonder dringende reden parallel aan elkaar moeten lopen, maar interlinks parallel met netsnoeren of met digitaal-elektrische interlinks geleiden is moeilijkheden uitnodigen. Met behulp van plastic spanbandjes ('tie-raps') ligt rondom en in het audiorack geen enkele kabel meer dwars. Kleine blokjes piepschuim kunnen ook dienen om kabels, die uit het zicht blijven, van elkaar gescheiden te houden. Als het audiorack is uitgerust met attributen voor kabeldoorvoer kunnen die uiteraard wel gebruikt worden, maar door slechts een kabel, interlink of netsnoer per keer.

Het zal erg moeilijk (hoewel niet onmogelijk) worden om alle kabels of snoeren uit het zicht te houden. Maar een aantal ordelijk lopende netsnoeren of twee luidsprekerkabels hoeven geen esthetische ramp te zijn. Het kan gelukkig maar op één manier goed worden gedaan: geef elke kabel een territoriumpje en laat kruising haaks en 'ongelijkvloers' zijn (middels piepschuim of iets decoratiefs).

Als uw apparatuur niet symmetrisch is opgesteld — niet midden tussen de luidsprekers — is er strikt genomen minder kabel nodig voor de dichtstbijzijnde luidspreker. Niettemin moet links en rechts dezelfde kabellengte aan de versterker hangen. Als u muziekweergave echt serieus neemt zal een centimeter verschil tussen links en rechts nog wel gaan, maar meer ook niet. Er zal in deze situatie één lang stuk kabel moeten worden weggewerkt. Oprollen en achter de verwarming hangen is op zichzelf hier wel 'de weg van de minste weerstand', maar bereikt geen optimaal resultaat. De inductiewaarde van de opgerolde kabel kan aanzienlijk zijn en ook voor een aanzienlijke verschuiving van het klankbeeld verantwoordelijk zijn. De overblijvende lengte kan het best in lange lussen worden gelegd, waarbij de lussen niet tegen elkaar aan moeten liggen en ook nergens in de buurt van andere geleiders komen. Een symmetrische opstelling van uw apparatuur maakt in elk geval de kortst mogelijke kabellengte mogelijk die voor de luidsprekers nodig is.

De meterprijzen voor veel luidsprekerkabels liggen hoog; als u wilt besparen en een voor oog en oor aanvaardbare symmetrisch opstelling kunt realiseren, ligt hier een andere kans: voor hetzelfde geld koopt u nu die wel heel goede topkabel die eerder werd beluisterd, maar die wegens de meterprijs buiten bereik kwam te liggen bij de asymmetrische opstelling. Normaal gesproken gaat er ook niet echt een motiverende werking uit van vijf meter dure kabel kopen om deze vervolgens in lussen op de grond uit te leggen.

Als u gebruik maakt van lange interlinks tussen voor- en eindversterker dienen deze links en rechts ook van gelijke lengte te zijn, ongeacht de fysieke opstelling.



 

Polariteit en Fase

De correcte plaatsing van individuele netstekkers, middels een markering aangebracht toen de correcte polariteit van de componenten werd bepaald, dient bij het aansluiten op het lichtnet te worden geverifieerd met een spanningszoeker. Let op dat netsnoeren, als zij met elkaar verwisseld worden, intern verschillend kunnen zijn aangesloten en zodoende de correcte polariteit omkeren. Netsnoeren kunnen daarom alleen uitgewisseld worden als is vastgesteld dat de fase bij alle stekkers en chassisdelen identiek is aangesloten. Anders is het beter om netsnoeren zodanig te merken dat u weet bij welk component ze horen.

Bij het aansluiten van de luidsprekers is het ook belangrijk om de correcte polariteit te respecteren. Hierbij wordt meestal kleurcodering gebruikt (rood en zwart). In tegenstelling tot wat weleens beweert wordt, is het wel degelijk belangrijk om rood op rood (of plus op plus) en zwart op zwart (min op min) aan te sluiten, zowel aan versterkerzijde als aan luidsprekerzijde. Dit wordt namelijk een correct aangesloten absolute fase of polariteit genoemd. Gelijkspanning over rood (plus) met behulp van een 1,5V batterij doet de konus van de beide basluidsprekers tegelijk voorwaarts bewegen; gelijkspanning over zwart (min) ontlokt simultane achterwaartse (binnenwaartse) bewegingen aan de linkse en rechtse konus. Dit is de bedoeling, en men zegt dan dat het geluid in fase wordt afgestraald.

De luidsprekers zijn automatisch correct in fase aangesloten wanneer de absolute fase wordt gerespecteerd. Maar als de absolute fase wordt omgekeerd op beide luidsprekers zijn zij (ten opzichte van elkaar) nog altijd correct in fase aangesloten — in absolute tegenfase om precies te zijn. Hieruit volgt dus dat een luidspreker alleen dan uit fase is aangesloten, wanneer de absolute fase links anders is aangesloten als de absolute fase rechts. Beide konussen bewegen dan immers tegengesteld aan elkaar, hetgeen ongewenste uitdovingsverschijnselen van het uitgestraalde geluid met zich meebrengt, vooral bij de weergave van de lage tonen.


(Rand)Aarde

Ook hier is de theoretische achtergrond reeds uitgebreid eerder in deze verhandeling besproken, zodat hier kan worden volstaan met de herinnering een goede verbinding met de aarde tot stand te brengen op één punt van één component — meestal het broncomponent.


Opwarmen en Inspelen

Opwarmen en/of inspelen van geluidsapparatuur alvorens de kwaliteiten volledig tot ontwikkeling kunnen komen is opnieuw een onderwerp waarvoor geen standaard benadering kan worden uitgestippeld. Het meest extreme voorbeeld dat ik persoonlijk ken is dat van een niet zo populaire geïntegreerde versterker met echte high-end ambities, die zowat twee weken opwarmtijd nodig heeft om geheel stabiel te worden en die ambities ook daadwerkelijk waar te maken. De eigenaars van dergelijke apparaten vrezen een stroomstoring meer dan wie ook…. Niettemin is er niets aan deze eigenschap (of nare karaktertrek, 't is maar hoe u 't bekijkt) van het apparaat te doen. Het apparaat moet altijd ingeschakeld blijven. In het geval van deze specifieke versterker is dat geen enkel probleem: het verbruik in rust (25Watt) kost op jaarbasis niet meer dan €20,- en stroomuitval is in Nederland niet iets waar je bij elke onweersbui weer voor vreest, zodat ook een nukkige versterker met een lange opwarmtijd niet bij voorbaat afgewezen hoeft te worden.

De meeste audiocomponenten zullen al binnen een half uur na het inschakelen een aanvaardbaar geluid voortbrengen, dat meestal nog niet de ruimtelijke kwaliteiten en detailweergave laat horen die bij totale opwarming en stabiliteit wordt bereikt. Andere componenten klinken misschien wel mooi open en ruimtelijk na het aanzetten, maar de klankmatige eigenschappen kunnen de luisteraar doen besluiten om nog maar een uurtje te wachten met luisteren. Eindversterkers vertonen grote verschillen in opwarmtijd, net zoals voorversterkers. Als de apparatuur aan het einde van elke dag wordt uitgeschakeld is het mogelijk dat het volledige potentieel van het systeem nooit naar buiten kan komen.

Om een goed beeld te krijgen van dit aspect van elektronische stabilisatie en opwarming van apparatuur zou het gehele systeem (of tenminste de componenten die voor serieus luisteren bedoeld zijn) tenminste een maand continu aan moeten staan. Als u het geluid van uw systeem goed kent, zullen de gevolgen van een langere opwarmtijd duidelijk hoorbaar moeten zijn. Als dat niet het geval is mag u redelijkerwijs aannemen dat uw apparatuur elke avond kort na het inschakelen stabiliseert; een uitzonderlijke situatie.

Als u wèl verbetering hoort hoeft dat nog niet te betekenen dat elk component in uw systeem nu die lange opwarmtijd nodig heeft, of voortaan altijd ingeschakeld moet zijn. Voorversterkers hebben vaak de onhebbelijkheid om lange tijd instabiel zijn — d.w.z. dat hun geluids- en muzikale kwaliteiten nog geruime tijd na het inschakelen sterk veranderen. Het is dus zaak om uit te vinden welk component of welke componenten lange tijd nodig hebben om stabiel te klinken na inschakeling. U kunt overwegen om dergelijke apparaten altijd aan te laten staan, behoudens wanneer u bijvoorbeeld langere tijd van huis gaat. Voorversterkers, CD-spelers, loopwerken, draaitafels, digitale processoren; kortom alles behalve eindversterkers of zwaardere geïntegreerde versterkers, zal weinig stroom verbruiken, noch in rust, noch bij gebruik. Dit verbruik in rust varieert van 10-30W bij dergelijke componenten en behoort door een serieus muziekliefhebber niet om budgettaire redenen te worden nagelaten. U koopt toch ook geen auto als u geen zin hebt om geld uit te geven aan benzine?

De enige echte stroomverbruikers in audiosystemen zijn zware eindversterkers in het algemeen en eindversterkers die met een Klasse-A instelling werken. Als gevolg van een Klasse-A instelling verbruikt de versterker altijd dezelfde hoeveelheid stroom — in rust of in vol bedrijf maakt dan niets uit —meestal het Klasse-A uitgangsvermogen x5 tot wel x10. Een 50W Klasse-A versterker kan in rust dus wel 300W gebruiken. Dat kost €200,- per jaar en het overwegen dus wel waard.

Naast opwarmen en stabiliseren kan het zijn dat apparatuur of luidsprekers moeten worden ingespeeld. Apparatuur, luidsprekers en bekabeling nieuw uit de doos zal zelden onmiddellijk al muzikaal en evenwichtig klinken. Alle nachtmerries van de slechte aspecten van het geluid kunnen de revue passeren in de dagen of weken die met het inspelen van nieuwe apparatuur gemoeid zijn. Ook hier valt over de tijdsduur weinig te zeggen.

Veel luidsprekers zijn na ongeveer 24 uur muziek aardig ingespeeld. Maar dat wil dan ook zeggen dat ze 24 uur onafgebroken op een realistisch geluidsniveau moeten hebben gespeeld. Als u per dag 1½ uur luistert duurt het toch nog ruim twee weken vooraleer die 24 uur gehaald wordt. Ook kabels en interlinks zijn soms berucht vanwege hun lange inspeeltijd. Weer andere producten vertonen weinig schommelingen tijdens de inloopperiode en klinken vanuit de doos meteen al goed. In een klein aantal gevallen heeft de fabrikant zelf al ervoor gezorgd dat de apparatuur werd ingespeeld. In nog weer andere gevallen is de apparatuur gewoon wat minder gevoelig voor het inspelen — dat schijnt met auto's ook het geval te zijn.

Het is natuurlijk weleens voorgekomen dat de trotse bezitter van een diezelfde dag afgeleverde, kostbare geluidsinstallatie in de avond, al luisterend, de moed in de schoenen zonk omdat het afschuwelijk klonk. De winkelier was ook niet bereikbaar op zaterdagavond, terwijl dit toch in niets lijkt op de klank die hetzelfde spul eerder ten gehore wist te brengen. De klant kan zich zelfs bekocht voelen, enkel en alleen omdat de winkelier waarschijnlijk vergeten is te zeggen dat de boel wel twee weken nodig zal hebben om in te spelen. De klant heeft een slecht weekend, want meer is er waarschijnlijk niet aan de hand.

De keuze om de belangrijkste apparatuur voortdurend aan te laten staan is een serieuze overweging waard. De kosten op jaarbasis zijn doorgaans redelijk te noemen en een aantal vaste en regelmatig terugkerende kostenposten behoren tot de consequenties van deze hobby of liefhebberij.


Eindelijk Luisteren?

Feitelijk zijn nu alle aspecten wel aan de orde geweest in verband met de opstelling van geluidsapparatuur. Het enige dat nu nog gedaan zou kunnen worden is de Demag-CD van Densen afdraaien alvorens daadwerkelijk te gaan luisteren: kijk op www.densen.dk onder "products" naar "DeMagic".

Als u auto gaat rijden is het gebruikelijk om prestaties pas te gaan beoordelen en het rijgedrag volledig uit te buiten, wanneer de motor op bedrijfstemperatuur is gekomen. Ook een geluidsinstallatie die 'koud' is — een die enkele uren stil is geweest — heeft even tijd nodig om op bedrijfstemperatuur te komen. Met name de spreekspoelen in de individuele luidsprekerunits bereiken daadwerkelijk een bedrijfstemperatuur, en daarmee hun maximale prestatievermogen. Het ene systeem is hiervoor gevoeliger dan een ander systeem. Als het systeem gevoelig is, blijkt dit uit een veranderend geluids- en ruimtebeeld gedurende de opwarmperiode, gevolgd door een duidelijke stabilisering als de bedrijfstemperatuur benaderd wordt. Het geluidsbeeld kan bij een gevoelig systeem in een tijd van één minuut plotseling behoorlijk loskomen van de kasten, maar van tevoren, gedurende een opwarmtijd van een minuut of acht, zo 'vast' als een huis hebben gezeten. Of de ietwat 'hoekige' laagweergave wordt plotseling vloeibaar en laat beter de toonvariaties horen als teken van het bereiken van bedrijfstemperatuur. Maar in een ander systeem kan het voorkomen dat de opwarmfase niet of nauwelijks tot enige hoorbare verschillen in de presentatie leidt. Het is, evenals de 'grotere' opwarmfase na het inschakelen van de netspanning, een niet te vermijden aspect of karaktertrek van een specifieke geluidsinstallatie. De 'kleine' (dagelijkse) opwarmfase zal, als u eenmaal gewend bent geraakt aan het karakter ervan, vaak ongemerkt overgaan in het echte luisteren.

Twee andere verhandelingen in deze serie artikelen over high-end audio zijn respectievelijk gewijd aan de opstelling van luidsprekers en luisterstoel in de luisterruimte en de diverse aspecten van akoestiek in verband met de muzikale presentatie. Op een bepaalde manier kun je wel stellen dat de materie in deze verhandelingen (speciale) verlengstukken zijn van de fysieke opstelling van de geluidsinstallatie. Want ook de ruimte zelf moet als integraal onderdeel van het audiosysteem worden beschouwd. Alleen bij zo'n benadering bestaat de mogelijkheid dat echte akoestische problemen kunnen worden vermeden of opgelost.


Toch Akoestiek op Maat?

SoundScapeS is in staat om in uw luisterruimte metingen te verrichten en de akoestische problematiek in kaart te brengen. Daarnaast kan speciale simulatiesoftware behulpzaam zijn bij het berekenen van de optimale luisterpositie en de optimale opstelling voor de luidsprekers, maar ook bij het van tevoren inschatten wat de toepassing van bepaalde materialen in een ruimte met de akoestiek zal doen.

Wilt u hierover meer weten, klik dan HIER

Hoe de fysieke high-end opstelling er ook uitziet, door voldoende aandacht aan enkele criteria en principes te schenken kunt u ervoor zorgen dat het onderste uit de kan wordt gehaald. We begonnen de uiteenzetting over de opstelling van de apparatuur met het ontzenuwen van de gedachte dat louter het kopen van dure audiocomponenten voldoende garantie op maximaal luistergenot zou bieden. Met de kennis die u nu vergaard heeft weet u dat dit inderdaad een misleidende, maar vaak voorkomende lekengedachte is ten aanzien van high-end audio en dat het bezit van kostbare geluidsapparatuur op zich nog geen uitzicht biedt op het hifi-'nirvana'.



naar boven



Voor DEEL 1 van dit artikel:

Klik HIER