Leesvoer


Een Luisterruimte Optimaliseren met Tube Traps

door J. Peter Moncrieff.
[©1996-1999 Acoustic Sciences Corporation]
Vertaling en bewerking: ThingMan -- 2005

Doeltreffende reflectiebeheersing kan in een akoestisch evenwichtige ruimte de kroon op het werk van akoestisch optimaliseren zijn. Ook in een ruimte waarin over de gehele bandbreedte een correcte nagalmtijd (T-60dB) heerst, zullen zich bij weergave middels een puntbron ongewenste reflecties voordoen en zich door de gehele ruimte voortplanten.
Deze onbeheerste, maar energie-coherente reflecties vormen virtuele geluidsbronnen, die het ruimtelijk beeld verhinderen om correct in drie dimensies te verschijnen. Zowel reflecties in de buurt van de luidsprekers, als die ter hoogte van de luisteraar of achter de luisteraar zijn van grote invloed op de beleving van de ruimtelijkheidsindruk in een geluidsopname.
Reflectiebeheersing komt er kortweg op neer dat coherente reflecties moeten worden omgezet in incoherente of willekeurig verstrooide reflecties. In die laatste hoedanigheid voegen zij adem, lucht en ruimte toe aan de muzikale belevenis op een manier die correspondeert met de in de geluidsopname meegenomen ruimte-informatie.
Het artikel gaat allereerst in op laagabsorptie en beheersing van staande golven in de ruimte. In het tweede gedeelte komt dan uitgebreid het aspect van reflectiebeheersing aan de orde middels tube traps.




De meeste mensen die serieus met audio te maken hebben zullen het begrip
"Tube Traps" kennen, al is het vaag of enkel van naam. De beschikbare kennis om het volledige potentieel van deze cylindrische drukkamerabsorbers te benutten is teleurstellend klein, althans in Nederland. Bijna altijd als er gebruik wordt gemaakt van tube traps worden ze automatisch opgesteld in de kamerhoeken. Het lijkt er daarom op dat men niet bekend is met alle mogelijkheden tot sonische vooruitgang met behulp van tube traps. Het doel van dit artikel is om hierin inzicht te verlenen, en wel op een praktisch hanteerbare manier.

De figuur hiernaast toont de typische tube trap opstelling die veel mensen hanteren. De zwarte rechthoeken stellen de luidsprekers voor en de X vertegenwoordigt de luisteraar. De cirkels stellen kolommen van tube traps voor en er wordt 1 kolom in elke hoek ingezet.
Wat is er eigenlijk mis met deze opstelling? Allereerst wordt alleen beheersing van het lagere basgebied verkregen, doordat op de resonantiemodi van de kamer wordt ingewerkt. Deze opstelling heeft in het geheel geen betrekking op de mogelijkheden voor het beheersen van wandreflecties, noch met betrekking tot een aantal andere aspecten, zoals het elimineren van de oervervelende
"modderfactor" (lager middengebied), het terugdringen van kleuring (midden en hoger middengebied) en het verbeteren van articulatie, ruimtelijke afbeelding, stereobeeld, ambiance en nagalm in de ruimte.
Toch is deze basisopstelling soms in staat om in een ruimte met niet al te grote laagproblemen voor een goed basfundament te zorgen.


naar boven






Figuur 1
fig. 1



Basbeheersing
De opstelling zoals in fig.1 is niet compleet, zelfs niet voor het beheersen van de lagere basweergave. De laagfrequente resonanties in een ruimte treden op tussen tegenover elkaar liggende parallelle wanden. Tube traps in de hoeken hebben weinig invloed op de resonanties die zich ontwikkelen in het middengedeelte van de tegenover elkaar liggende wanden. Om deze te beheersen zouden enkele tube traps in het midden van de muur achter de luisteraar moeten worden geplaatst (dus onderin de plattegrond van de figuur rechts). Op deze wijze worden de voor-achter resonanties van de lengte van de kamer beter beheerst.

De twee tube traps die
achter de luidsprekers in de hoeken staan zijn voor ons doel van basbeheersing eigenlijk niet eens zo heel belangrijk. Waarom niet? Wel, omdat een basresonantie een stel tegenover elkaar liggende muren nodig heeft om tot ontwikkeling te komen. Zodoende is het correct dempen van slechts één van twee tegenoverliggende wanden toereikend om de meeste basresonanties of staande golven te beheersen.

Wat is dan wel de optimale opstelling voor het beheersen van basresonanties in een ruimte? Figuur 2 hiernaast toont de suggestie daartoe.




fig. 2



Fundamentele Resonantie
De belangrijkste tube traps uit fig.2 zijn de drie kolommen achter in de ruimte (achter de luisteraar dus). Ze werken samen om de meest laagfrequente basresonanties van de ruimte te beheersen. Er wordt uitgegaan van een opstelling in de lengte van de kamer.
Deze drie tube traps voor het basgebied moeten een voldoende grote diameter hebben om de laagste frequentie -- de fundamentele of grondresonantie van de ruimte – te kunnen absorberen.

Welke is dan deze grondresonantie voor uw ruimte? Het is de frequentie van de halve golflengte die met de snelheid van het geluid de grootste afstand overbrugt. Om deze te berekenen deelt u simpelweg 172 (de helft van de geluidssnelheid in m/s) door de grootste afstand in meters.

Bijvoorbeeld, een ruimte met een lengte van 4,6 meter zou de grondresonantie op 172/4,6 = 37Hz hebben. Voor doeltreffende absorptie van een frequentie van 37Hz moet u 52cm tube traps inzetten. Hoe groter de diameter, hoe lager de frequentie tot waar de effectieve absorptie doorloopt.

Onderstaand schema toont de onderste grensfrequenties van de gangbare modellen tube traps:

52cm/20" absorbeert tot 35Hz

42cm/16" absorbeert tot 55Hz

30cm/12" absorbeert tot 80Hz

22cm/9" absorbeert tot 110Hz

Wat rekenwerk kan gemakkelijk uitwijzen welke tube traps er nodig zijn voor het beheersen van de basresonanties van de luisterruimte. Als de grootste afmeting in de ruimte groter is dan 3,4m wordt de fundamentele resonantie van de ruimte 50Hz of lager. In dat geval is afdoende absorptie enkel nog mogelijk met enkele van de dikste 52cm tube traps. Aanschaf van 41cm of 30cm tube traps voor het absorberen van de grondresonantie zou in die situatie verkeerde zuinigheid zijn in ruimtes van 3,4m en langer, alhoewel die kleinere tube traps in een later stadium op andere gebieden hun nut kunnen bewijzen.
Tot nog toe zijn drie kolommen met tube traps beschreven, staande langs de achterste muur van de ruimte achter de luisteraar. Indien dit toereikend is voor het beheersen van de laagste basresonantiemodi van de ruimte dan is dat mooi. Maar als de ruimte nog altijd wat rommelig en traag klinkt in de lagere bassen, dan kunt u experimenteren met meer tube traps tegen deze achtermuur, totdat het resultaat in dat frequentiegebied naar wens is. Mocht zelfs dat niet afdoende zijn, dan zal de traagheid waarschijnlijk eveneens te wijten zijn aan resonantiemodi die tussen de beide zijwanden, al of niet in combinatie met die tussen plafond en vloer, optreden.

Het toepassen van extra tube traps langs de achterwand, naast de drie reeds aanwezige kolommen, vraagt wat extra creativiteit. Ze kunnen met goed gevolg horizontaal tegen het plafond worden gehangen, in de hoek waar plafond en achtermuur samenkomen. In figuur 2 zijn deze horizontaal hangende tube traps te zien als rechthoeken met golvende lijnen.
Er zijn nog meer voordelen verbonden met het horizontaal ophangen van tube traps in de hoek van plafond en achtermuur, want deze wijze van plaatsing draagt tevens bij aan het beheersen van lage resonantiemodi tussen vloer en plafond. Ook helpt de opstelling mee om de zgn.
akoestische oppervlaktegolf te absorberen, die zich dicht onder het (harde) plafond voortplant.
Zelfs wanneer u meent niet meer laagfrequente basbeheersing nodig te hebben, na het installeren van de drie kolommen die eerder al werden besproken, dan nog zal het zeer lonend blijken om deze horizontaal hangende tube traps in te zetten. In dit geval hoeven het dan niet de grote 52 of 40 cm varianten te zijn, maar zal blijken dat die van 23 of 30 cm uitstekend voldoen. U kunt middels de eerder genoemde rekensom (172 / afstand in meters) zelf uitrekenen welke diameter uiteindelijk nodig is voor het aanpakken van de fundamentele resonantie tussen vloer en plafond, maar u kunt ook besluiten die resonantie niet aan te pakken als deze niet storend is. Experiment en stapsgewijze aanpak is daarom nuttig. SoundScapeS verzorgt op afspraak een demonstratie met budget tube traps bij u thuis.

Tot nog toe hebben we afgerekend met de fundamentele resonantiemodus van de grootste ruimtelijke afmeting. De drie dubbel gestapelde kolommen en de horizontaal hangende rij tegen de achtermuur zullen daarbij ook de verticale resonantiemodus ietwat temmen.
En hoe zit het dan met de fundamentele resonantiemodus die tussen de twee zijwanden van de ruimte optreedt? Ook deze modus is al voor een deel getemd, als gevolg van het gebruik van de twee lange kolommen in de hoeken van de achtermuur. Maar aangezien een derde kolom halverwege de achtermuur noodzakelijk blijkt, zal ook blijken dat kolommen halverwege elke zijwand behoren te worden opgesteld. Dit zijn de twee cirkels langs de zijwanden in figuur 2. Met de eerder bespoken simpele berekening is weer gemakkelijk te achterhalen welke diameter tube trap nodig is om de fundamentele resonantie die tussen de twee zijwanden opgebouwd wordt te dempen.

De vraag dient zich aan: wanneer stop je eigenlijk met het toevoegen van tube traps voor de laagste frequenties? Ofwel: hoe weet je dat je voldoende laagfrequente beheersing in de ruimte hebt aangebracht om de fundamentele resonanties te beheersen?
De ideale lage basweergave van een audiosysteem (waaronder inbegrepen de luisterruimte) zou krachtig en met impact moeten zijn op de initiërende transiënt, maar daarna vast en droog en zonder een
"staart van nagalm" die er onmiddellijk achteraan zweeft. Om dit te testen is een opname met een krachtige bassdrum of geplukte bas nuttig. Als er overmatige laagfrequente resonanties aanwezig zijn zal die staart rommelig klinken (niet persé boemerig, want dit komt doorgaans uit de hogere basresonanties).
Naarmate meer laagfrequente tube traps ingezet worden (uiteraard op de plaatsen waar ze hun werk kunnen doen), zou de lage basweergave die rommeligheid langzaamaan moeten kwijtraken en vaster en droger worden. Op een gegeven moment is de absorptie toereikend en evenwichtig en – niet te vergeten – naar uw eigen voorkeur. Als u verder zou gaan en steeds meer tube traps toevoegt, zult u de initiële impuls gaan aantasten en terugdringen. U vermindert zo de hoeveelheid lage bas, en dit zal waarschijnlijk niet de bedoeling zijn.
Bij het luisteren naar het punt waarop verdere absorptie niet zinvol meer is moet u beslist alleen aandacht besteden aan de kwaliteit van de lagere bas – het rommelige versus het droge geluid van bastransiënten. Negeer vooralsnog de boemerigheid, die gekoppeld is aan het hogere basgebied, want daar kan nog altijd het nodige van over zijn na het succesvol aanpakken van de lagere resonanties. Deze rommeligheid in het hogere basgebied houdt verband met de harmonische boventonen van de fundamentele resonantiemodi van de ruimte, alsmede met de luidsprekeropstelling en de luisterplaats, alhoewel die laatste twee storende factoren op dit punt van akoestische optimalisatie met tube traps feitelijk al in orde dienen te zijn.
Als toevallig het voorstel van drie kolommen met 50cm tube traps langs de achtermuur voor u reeds voorbij het optimale punt van lage basabsorptie is, kunt u uiteraard met minder omvangrijke tube traps voor dit doel toe. Een kolom met tube traps beslaat in elk geval altijd zoveel mogelijk de volledige hoogte tussen vloer en plafond.


naar boven











klik voor vergroting



Harmonische Resonantiemodi

De tweede harmonische van de fundamentele basresonantie van de ruimte kan soms nog verder teruggedrongen moeten worden, zelfs als de fundamentele resonantie naar bevrediging wordt beheerst (in de mate die u zelf goeddunkt). Hiervoor zijn meerdere redenen. Deze harmonischen bevinden zich in de hogere basregionen, die beduidend beter hoorbaar zijn voor het menselijk gehoor dan de lagere bassen, waardoor ook een lichte resonantie veel sneller hoorbaar wordt. De meeste muzieksoorten en luidsprekers geven daarbij beduidend meer energie aan het hogere basgebied af dan aan het lagere deel, en zullen dus de harmonischen van de lage resonantiemodi vaker en zwaarder aanspreken.
Bestaat er dan misschien een manier om de hogere basresonanties onafhankelijk te dempen van de lagere, zodat elk gebied naar eigen inzicht kan worden afgeregeld? Zo’n manier is er inderdaad; feitelijk zijn er zelfs twee strategieën om te combineren.
Allereerst kan wazigheid in het hogere basgebied beheerst worden door alleen dunnere tube traps te kiezen, waarbij de laagabsorptie vroeger afvalt dan bij de grotere diameters. Met deze variant worden de laagste basresonanties ongemoeid gelaten. Om de juiste diameter te kiezen waarmee enkel de tweede harmonischen en hoger worden beheerst dient u het model te kiezen waarvan de absorptie doorloopt tot onder de frequentie van de tweede harmonische, maar niet zover reikt als de fundamentele resonantie. De tweede harmonische is simpelweg de verdubbeling van de fundamentele resonantie en is het gemakkelijkst te berekenen door in de eerder genoemde formule 172 (½ geluidssnelheid) te vervangen door 344.

Deze strategie van dunnere tube traps voor het enkel beïnvloeden van de hogere basregionene is slechts ten dele effectief. De afvalkarakteristiek in het laag van de absorberende eigenschappen van een tube trap verloopt geleidelijk en niet plotseling. Zodoende zal een tube trap, geselecteerd en opgesteld om het hogere basgebied aan te pakken altijd enige lagere resonanties absorberen. Deze eigenschap is uiteraard met enige creativiteit ook aan te wenden voor budgettaire doeleinden. Voor het absorberen van bijvoorbeeld 50Hz kan men gerust 42cm tube traps inzetten. De absorptie hiervan loopt immers door tot 55Hz en dat is toereikend om ook 50Hz nog doeltreffend aan te pakken. Daar komt bij dat in veel gevallen de tweede harmonische van de lengtemaat behoorlijk dicht bij de fundamentele resonantie van de breedte of hoogte kan liggen, zodat de 41cm tube trap ook die resonantie kan gaan aanpakken.
De tweede strategie gaat verder en maakt het mogelijk om uitsluitend de tweede harmonischen te behandelen tussen elke gewenst paar tegenoverliggende wanden.

Als u tube traps langs een bepaalde wand opstelt, zullen ze de fundamentele resonantie absorberen, alsmede alle harmonischen die optreden als gevolg van de afstand met de tegenoverliggende wand. De eerder besproken opstelling zal dus de fundamentele en de harmonische resonanties absorberen die optreden tussen de wand achter de luidsprekers en die achter de luisteraar. Als diezelfde tube traps halverwege diezelfde lengte geplaatst worden (dus halverwege de lengte van voor tot achterwand), dan zullen ze enkel de tweede en hogere even orde harmonischen absorberen, terwijl ze de fundamentele resonantie volkomen ongemoeid laten.
Vanwaar deze magische eigenschap van
selectieve absorptie? Welnu, de fundamentele resonantie en alle harmonischen hebben hun drukmaxima tegen de twee tegenover elkaar liggende wanden die de resonantiemodus opwekken en ondersteunen. Tube traps absorberen op die plaatsen waar een akoestisch drukmaximum heerst. De fundamentele resonantiemodus, zijnde een halve golflengte modus, heeft in het geheel geen akoestische druk op het punt halverwege de twee tegenoverliggende vlakken die de resonantie opwekken en dragen. De in de hogere basregionen werkende tweede harmonische heeft echter wel een drukmaximum op ditzelfde punt, waardoor deze dus maximale absorptie geniet.
Zodoende is het mogelijk om door correcte plaatsing van tube traps selectieve beheersing in het laag te scheppen door de boemerigheid uit de hogere regionen te absorberen en tegelijk het laagste laag (dat eventueel reeds geoptimaliseerd is) ongemoeid te laten.
De algemene strategie is simpelweg om enkel die basstraps te plaatsen die bedoeld zijn om de tweede harmonische van een basresonantiemodus te beheersen, maar die niet de fundamentele resonantie aantasten, en wel halverwege de ruimtelijke afmeting die de oorzaak is van die resonantiemodus. In figuur 2 zijn deze te zien als de twee kolommen met tube traps die in het midden van elke zijwand geplaatst zijn. Ze werken enkel in op de tweede harmonische van de lengtemodus en laten de grondresonantie ongemoeid.

Mocht u nog meer controle over de tweede harmonische van deze lengtemodus willen uitoefenen, dan kan een in het midden van de ruimte horizontaal aan het plafond opgehangen rij tube traps uitkomst bieden. Ook deze wordt in figuur 2 weergegeven als de rechthoek met de golvende lijntjes in het midden van de kamer.
Er zijn omstandigheden te bedenken waarin u deze horizontale rij eerst wilt installeren alvorens de verticale kolommen halverwege de zijmuren uit te proberen. Dat komt omdat de kolommen langs de zijmuur eveneens de resonantiemodi van de zijwand beïnvloeden, alsmede de fundamentele resonantie ervan. De horizontale rij heeft minder invloed op deze laatste resonantiemodi, maar weer wel op de resonantiemodi tussen vloer en plafond. Hieronder verdere overwegingen ten aanzien van deze keuze.
Tube traps die halverwege muuroppervlakken worden geplaatst voor het beheersen van de tweede harmonischen hoeven niet zo’n grote diameter te hebben als de tube traps aan het langste eind van de kamer, die daarnaast ook de fundamentele resonantie dienen aan te pakken. Eerder is al besproken dat de tube traps voor deze tweede harmonischen een afvalfrequentie dienen te hebben die lager is dan die van de tweede harmonische die voor een bepaalde afmeting geldt, maar niet lager
hoeft te zijn dan de grondresonantie voor die bepaalde afmeting. Als dat wel het geval is, dan is dat op zichzelf niet erg, aangezien de opstelling halverwege sowieso de grondresonantie ongemoeid laat. U heeft enkel te veel geld uitgegeven in zo’n situatie, tenzij u datzelfde punt halverwege ook wilt benutten voor het beheersen van de grondresonantie van de kamer in verticale richting.

Onder sommige omstandigheden wilt u als luisteraar enkel tube traps selecteren voor het aanpakken van de hogere harmonischen van het basgebied, terwijl u de grondresonanties ongemoeid laat. Een dergelijke situatie ontstaat als u relatief kleine luidsprekers gebruikt waarvan de resonantiefrequentie (het punt waarbij de laagweergave snel zal gaan afvallen) slechts een weinig hoger ligt dan de grondresonantie van de kamer zelf. In dit geval kan die grondresonantie namelijk doeltreffend benut worden om de basweergave en de schijnbare kracht van het laag uit de luidspreker te vergroten, alhoewel de kwaliteit van deze enigszins trage (resonerende) basweergave een compromis vormt. Uiteraard speelt in dit voorbeeld ook de opstelling van de luidsprekers zelf in de ruimte een rol in het naar beneden toe uitbreiden van de laagcapaciteiten en in het aanspreken van de fundamentele resonantiemodi van de kamer. Een complete verhandeling zou geschreven kunnen worden over de te sluiten compromissen bij het plaatsen van luidsprekers: voor weergave van de best mogelijke ruimtelijke informatie en zo min mogelijk klankkleuring zouden ze zo ver mogelijk weg van wanden en vloeren moeten worden geplaatst, maar toch dichtbij genoeg om een bruikbare toename van de basweergave te realiseren en tegelijk weer op voldoende afstand van de muren om te voorkomen dat de resonantiemodi in de ruimte al te veel worden aangesproken.
Een tweede voorbeeld zien we in het geval waarbij zeer kleine luidsprekers worden gebruikt, die niet eens in staat zijn om de grondresonanties van de ruimte aan te spreken. Ook dan heeft u uiteraard geen tube traps nodig die een voldoende grote diameter hebben om grondresonanties te absorberen, behoudens wellicht die welke tussen vloer en plafond optreden. In dit geval hoeft u zich enkel toe te leggen op het beheersen van de hogere basregionen – de tweede harmonischen.
Een derde voorbeeld kan van toepassing zijn op veel luisteraars van rockmuziek. Opnames van rockmuziek worden veelvuldig afgemixt met een nadruk op de hogere basregionen en een relatief tekort aan lagere bassen. Bovendien kan een weinig nadruk op de laagste regionen een lichamelijk voelbare sensatie toevoegen aan het ritme, zonder de muziek zelf toe te dekken (zoals boemende hogere bassen doen). In dit voorbeeld kan de gebruiker de fundamentele resonanties van de ruimte benutten om het aandeel lage bassen te vergroten en enkel de hogere basresonanties aanpakken.
Een vierde voorbeeld, eerder al aangehaald, is er een waarin u, de luisteraar, simpelweg alle lage bassen wilt behouden, zelfs indien de kwaliteit ervan enigszins rommelig wordt. Het zijn met name de boemende hogere bassen die zorgen baren en beheerst dienen te worden.
In deze vier voorbeelden (en waarschijnlijk ook nog in andere, ongenoemde gevallen) is het wenselijk om de beduidend meer hoorbare hogere basresonanties – voornamelijk tweede harmonischen – te beheersen en de grondresonanties zoveel mogelijk ongemoeid te laten. Hoe? Interessant genoeg is de beste strategie exact het omgekeerde van de typische setup om het lagere basgebied te controleren. Deze typische setup plaatst de tube traps enkel in de hoeken van de kamer, maar de beste tactiek voor het enkel beheersen van de tweede harmonischen van de basresonanties is om juist geen "dikke" tube traps te plaatsen in de hoeken. In plaats daarvan dienen de vier kolommen met tube traps naar het midden van elk van de vier muren te verhuizen. Op deze plaats worden de tweede harmonischen van de ruimteresonanties het best aangepakt en de grondresonanties het minst.


naar boven



Beheersing van meerdere resonantiemodi tegelijk
Een gewone rechthoekige ruimte heeft uiteraard niet slechts één afmetingsmodus, maar drie. Ruimtes met alkoven of met een open verbinding naar aangrenzende ruimtes hebben er uiteraard nog meer. De voorgaande overwegingen, berekeningen en opstellingsstratiegieën dienen driemaal te worden uitgevoerd – eenmaal voor elk der afmetingen. En de optimale aanpak voor de ene afmetingsmodus zou in conflict kunnen zijn met eenzelfde optimale aanpak van een andere afmetingsmodus. In sommige gevallen is die conflictsituatie gemakkelijk op te lossen. Bijvoorbeeld, de tweede harmonische van de lengte of breedte van uw kamer zou heel dicht bij de grondresonantie van de kamerhoogte kunnen liggen. Aangezien beide zullen bijdragen aan een traagheid in de hogere basregionen, kunt u gemakkelijk twee vliegen in één klap slaan, door tube traps met de juiste afvalfrequentie te kiezen en een horizontale rij langs het plafond te hangen, in het midden van de afstand waartussen u de tweede harmonische wilt aanpakken.

Figuur 2In figuur 2, hiernaast nogmaals afgebeeld, zorgt de horizontale rij over het midden van de kamer voor beheersing van de tweede harmonische van de lengtemaat van de kamer, terwijl deze zich ook aan het einde bevindt van de vloer-plafond afmeting, waarvan aldus ook de grondresonantie enigszins wordt geabsorbeerd.

Het plaatsen van diezelfde tube traps als verticale kolommen op het midden van de zijmuren (eveneens te zien in figuur 2) zorgt voor een minimaal gebied met tube traps aan de einde van de afmeting tussen vloer en plafond, en zal dus nauwelijks effect hebben op de verticale kamermodi. Er is echter wel bruikbare invloed op de grondresonantie die tussen de twee zijmuren optreedt, terwijl dit bij de horizontaal hangende rij tube traps weer niet het geval is.
Als u eenmaal de basisstrategieën in verband met de selectie tube traps voor het laag en hun optimale plaatsing begrepen heeft, zal het betrekkelijk gemakkelijk zijn om elke set tube traps zodanig op te stellen dat deze één der resonantiemodi in de richting die u wenst beheerst, en tegelijk de modi voor de resterende twee richtingen maximaal of minimaal beïnvloedt, zoals u zelf verkiest. Aangezien u in een driedimensionale ruimte werkt zal elke plaats voor laagfrequente tube traps automatisch de andere twee richtingen dan degene waar u zich op richt met de opstelling beïnvloeden.
Denkt u er ook aan dat de grondresonanties kunnen worden gedempt door laagfrequent absorberende tube traps, opgesteld tegen slechts één van de twee tegenover elkaar liggende muren. U hoeft op zichzelf beslist niet allebei de uiteinden te dempen, tenzij de omstandigheden dit expliciet zouden vereisen.

Tot nu toe is deze verhandeling gericht op het beheersen van de fundamentele en de tweede harmonische resonantiemodi van de ruimte. Maarr hoe zit het met de hogere frequenties? De grote tube traps aan het einde van een van de ruimtelijke afmetingen absorberen natuurlijk niet enkel de grondresonantie en de tweede harmonische, maar ook de derde en alle hogere harmonischen. Tube traps die in het midden van een der wanden zijn opgesteld absorberen eveneens de tweede, derde en alle hogere harmonischen, maar laten de grondresonantie ongemoeid. In de meeste ruimtes echter zal de derde harmonische, maar zeker de vierde, reeds hoger van frequentie zijn dan het hogere basgebied. Die frequentie bevindt zich in de zgn.
"warmteregionen". In dit frequentiegebied moeten we ook beginnen met ons bezig te houden met het beheersen van reflecties. Dat omvat meer dan enkel overwegingen t.a.v. resonantiemodi, maar ook bijvoorbeeld de typische afstand van luidsprekers en luisteraar tot zijmuren en dergelijke.
We kunnen nu een aantal overwegingen maken die van toepassing zijn op de tube traps in de voorste hoeken van de kamer – dus de kolommen die in figuur 2 achter de luidsprekers zijn opgesteld. Deze tube traps dient men feitelijk niet te selecteren op grond van de resonantiemodi van de ruimte, maar op basis van de laagweergave van uw luidsprekers. De maximale absorptie en het werkgebied van deze tube traps dient aangepast te zijn aan de frequentie waarop uw luidsprekers beginnen af te vallen in het laag, aan hun Q-factor, aan de eventuele noodzaak tot basversterking middels nabijgelegen wandoppervlakken of hoeken en de afstand van de luidspreker tot de hoek. Deze factoren kunnen er heel wel toe leiden dat u "dunnere" tube traps zult inzetten dan die voor de resonantiemodi voor de kamer zelf, hetgeen gunstig voor uw budget zal zijn. Dit is de reden dat in figuur 2 deze kolommen tevens in mogelijk kleinere diameters afgebeeld zijn.

Er zijn geen simpele regels voor het optimaliseren van deze tube traps in de voorste kamerhoeken achter de luidsprekers. Het feitelijke doel is om deze hoek vrij te maken van overdreven feedback, afkomstig van de achterwaartse laagfrequente geluidsgolf van de luidsprekers (luidsprekers stralen het laag immers rondom en in alle richtingen af). Excessieve feedback zorgt voor een stevige piek in de geluidsdruk, alsmede voor een duidelijke traagheid bij sommige frequenties (afhankelijk van de afstand van de luidspreker tot de hoek) en een even duidelijke uitdoving van andere frequenties, plus een laagfrequente faseverschuiving op tussenliggende frequentie. Uw luidspreker kan evenwel ontworpen zijn om enige laagondersteuning van nabije oppervlakken (90-125cm afstand) te krijgen, vooral als het gaat om kleine luidsprekers of luidsprekers met een lage Q-factor. In zo’n geval wilt u liever de feedback die afkomstig is uit de hoeken dempen, maar niet de frequenties die
onder de resonantiefrequentie van het luidsprekersysteem zitten. Selecteer tube traps met een afvalfrequentie die net wat hoger ligt dan de resonantiefrequentie van uw luidsprekers.
Als uw luidspreker basversterking van de hoek nodig heeft en nog altijd wat dunnetjes klinkt in de "warmte regionen", dan kan het incidenteel zelfs nodig zijn om een nog dunnere tube trap in de hoeken achter de luidsprekers te plaatsen – eentje met een afvalfrequentie die niet een weinig, maar heel wat hoger ligt dan de resonantiefrequentie van de luidspreker. Er zou tenminste een of andere tube trap in de hoek achter de luidsprekers moeten staan om de laag-midden feedback, die vanuit de hoek terug de kamer in komt, te dempen, aangezien bijzonder storende kleuring op die manier kan onstaan, die feitelik relatief gemakkelijk te neutraliseren is. De tube traps die later pal achter de luidspreker zullen worden geplaatst zijn wat dit betreft zelfs nog belangrijker, maar hierover meer in het laatste deel van dit artikel.
Indien uw luidsprekersysteem groot is en ontworpen werd voor volledige basweergave in het vrije veld, dan is er geen hulp van een nabijgelegen oppervlak of hoek nodig. Het systeem gaat dan al snel te zwaar en boemend klinken, tenzij u de nabijgelegen hoek volledig dempt tot ruim
onder de resonantiefrequentie van de luidspreker. Daarvoor zullen dus in geval van een groot systeem tube traps met een forse diameter nodig zijn. De mogelijkheid tot experimenteren met en luisteren naar diverse tube traps is nodig als u werkelijk de basweergave in de ruimte wilt optimaliseren.

Wetenschappelijk gezien is het niet mogelijk om erachter te komen of de basweergave van uw systeem (dat is inclusief de ruimte) volledig geoptimaliseerd is, tenzij u voorbij het optimum van uw voorkeur zou gaan en vervolgens weer terug. Dit feit houdt noodzakelijkerwijs in dat u moet experimenteren met meer tube traps dan u straks zult overhouden. Het nut van een proefsessie bij u thuis is hierin gelegen, dat er dan altijd voldoende absorbers voorhanden zijn om de situatie aan te pakken.


naar boven













REFLECTIEBEHEERSING
IN DE ONMIDDELLIJKE LUISTEROMGEVING

Het voorgaande beschreef hoe beheersing van de basweergave en resonantiemodi van de ruimte tot stand komt. Resonanties treden altijd op tussen tegenover elkaar liggende oppervlakken. Beheersing hiervan is echter slechts één aspect van de sonische magie die met tube traps tot stand kan komen.
De andere aspecten hebben te maken met reflecties. Reflecties treden op bij op zichzelf staande oppervlakken en zijn niet werkelijk afhankelijk van een tegenoverliggende wand. Reflecties treden dus op bij één enkele wand op oppervlak in uw luisterruimte. Daaruit volgt dat tube traps overal moeten worden ingezet waar zich oppervlakken bevinden, m.a.w. langs alle wanden en het plafond.
Als u de reflecties in uw luisterruimte afdoende kunt beheersen, zal een hele nieuwe wereld van geluidsmagie opengaan. Immers, de typische toepassing van tube traps ten behoeve van beheersing van de basweergave is enkel een klein partje van de taart van de meervoudige capaciteiten van tube traps.
Een korte omschrijving van deze capaciteiten begint met de meest uitgesproken eigenschap: die van
het beheersen van de "modderfactor". Dit is een echo-achtige en rommelige feedback die uw ruimte zelf oplegt aan het geluidsbeeld, met name in de warmteregionen en het lage middengebied. De frequentie is te hoog om als hogere bas te worden aangemerkt, maar te laag om als glazige of tetterende kleuring van het middengebied te worden bestempeld. Het is zelfs moeilijk om de modderfactor als zodanig afzonderlijk te horen, maar iedereen merkt het gelijk op als deze eenmaal verdwenen is.
Als u de gevreesde modderfactor heeft verwijderd uit het geluidsbeeld zal de muziek op dramatische wijze duidelijker, dynamischer en levendiger worden. Weg is het gevoel de muziek harder te moeten zetten om de weergave helderder en dynamischer te krijgen. De muziek klinkt letterlijk alsof deze werd opgeheven boven een ondergrond van verdoezelende modder, waarna bovendien de aanhangende modder nog verder werd afgespoeld. Deze toepassing is enkel voorbehouden aan tube traps, aangezien deze zeer goed in staat zijn om geluiden beneden 400Hz te absorberen, hetgeen het kritische gebied waarin de modderfactor regeert omvat. Wandpanelen met akoestisch schuim of glaswol zijn niet werkzaam in het gebied onder 400 Hz.

Tube traps zijn eveneens superieur in het elimineren van
"hot spot" muurreflecties, die zorgen voor een versmering van het geluid en voor tonale kleuring in het middengebied. Deze kleuring is vooral hoorbaar als schreeuwerige of bonkige middenweergave, al of niet in combinatie met schelheid in het hogere middengebied. Het klinkt alsof het allemaal afkomstig is uit uw luidsprekers, maar vaak zijn het enkel de wandoppervlakken die er debet aan zijn. Het gebruik van tube traps voor het in bedwang houden van deze hot spots maakt dat de muziek neutraler klinkt, maar eveneens en opnieuw helderder en dynamischer, aangezien deze nu ontlast is van de vertroebelende zee van echo’s uit het middengebied.
Deze toepassing van tube traps voor beheersing van hot spot reflecties in het middengebied zal ook alle aspecten van stereobeeld en plaatsing dramatisch verbeteren. Dat komt omdat deze zelfde hot spot reflecties tegelijkertijd voor een
samenhangend energiepakket zorgen (ook wel een virtuele geluidsbron genoemd), dat het oor/brein vanuit een andere richting bereikt dan het directe geluid uit de luidspreker, alsmede op een ander tijdstip (al gaat het slechts om milliseconden van verschil). Dit verslechtert de stereoweergave, vooral wanneer dit energiepakket binnen 15ms na het directe geluid bij uw oren arriveert, hetgeen doorgaans het geval zal zijn, tenzij uw ruimte zo groot is dat zowel de luidspreker als de luisteraar meer als 3m verwijderd zijn van het dichtstbijzijnde oppervlak van muur of plafond.
Een bekend onderzoek door Haas en Damaske toonde aan dat stereobeeld en plaatsing (en muzikale transparantie) verbeterd kunnen worden als de door het oor waargenomen gereflecteerde energie incoherent is (dat is: komend vanuit vele richtingen tegelijkertijd en dus niet geconcentreerd uit één richting in het bijzonder), en als zij meer dan 15ms na het directe geluid bij de luisteraar aankomen. Gereflecteerd geluid dat niet aan deze voorwaarden voldoet is funest voor het stereobeeld en kan zelfs de originele muziek (het directe geluid) versmeren en toedekken.
Zodoende wilt u dus niet het gereflecteerde geluid geheel en al uitbannen. Een akoestisch dode ruimte zal nooit een rijk stereobeeld uit een stereosysteem met twee luidsprekers kunnen ondersteunen. Enige reflectie vanuit zoveel mogelijk richtingen in de ruimte is van vitaal belang bij het verwezenlijken van een uniforme, maar toch willekeurig en incoherente nagalmtijd in uw ruimte, hetgeen zowel het stereobeeld als de rijkdom aan dynamiek ten goede komt. U zult dus de reflecties in heel de ruimte willen beheersen, maar deze niet overal willen elimineren.

Het geheim van het succes van tube traps in het bereiken van deze wenselijke situatie is tweevoudig. Allereerst zijn het effectieve absorbers op de plaats waar ze opgesteld zijn, waardoor het overige muuroppervlak onbehandeld (kaal) kan blijven en het volledige spectrum aan reflecties van alle kanten kan ontstaan. Absorbers in de vorm van panelen met schuim (sonex) of glaswol zijn minder doeltreffend, aangezien u er veel meer wandoppervlak mee moet bedekken om eenzelfde mate van absorptie te verkrijgen en dus minder "kaal" oppervlak overhoudt om reflecties de ruimte te geven. In de tweede plaats maken tube traps het mogelijk om invloed uit te oefenen op de richting die de relecties uitgaan, nadat ze op de tube trap vielen. Wandpanelen kunnen niet over deze toegevoegde waarde beschikken die, zo zal blijken, een enorme hulp kan zijn bij het richten van reflecties.













Fundamentele Opstelling

Om van deze extra voordelen te kunnen profiteren is toepassing van een eenvoudige, fundamentele strategie voldoende. Het is in elk geval beduidend eenvoudiger dan de complexe overwegingen die u moest maken in verband met het beheersen van de basweergave en die van het lage middengebied. Deze tactiek komt erop neer dat u eenvoudigweg om de ruime meter een 30 tube trap kolom plaatst en dit doet langs de omtrek van de gehele ruimte, behalve natuurlijk op de plaatsen waar reeds eerder een kolom werd opgesteld ten behoeve van de beheersing van de basweergave en resonantiemodi.
Figuur 3 toont deze fundamentele opstelling, met inbegrip van de voor het basgebied ingezette tube traps uit figuur 2.

Het is hier nuttig om aan te geven dat de luisterruimte die in dit artikel als voorbeeld gebruikt wordt, zeer groot en hoog is (l x b x h = 9 x 7,5 x 4,2m). De meeste luisterruimtes zullen kleiner zijn, waardoor het aantal kolommen eveneens lager is.




fig.3



Het gaat er in feite om dat u de tube trap kolommen voor reflectiebeheersing om de 100 tot 120 cm rondom langs de muren van de ruimte opstelt. U zou ernaar moeten streven om een onderlinge afstand te kiezen die binnen deze toleranties ligt, zodat het mogelijk is de tube traps op gelijke afstanden van elkaar op te stellen binnen de maten van uw ruimte.
Tegen de voorste muur (die achter de luidsprekers) kunt u het beste deze kolommen om de 60 tot 100 cm plaatsen. U kunt ook precies achter elke luidspreker een extra kolom plaatsen, dan wel de afstand tussen de kolommen enigszins bekorten voor een evenredige verdeling. De reden voor deze uitgebreide opstelling is simpel: de energie die achterwaarts door de luidspreker afgestraald wordt en daarna weer gereflecteerd wordt naar de luisterplaats (de eerste reflectie van de muur achter de luidsprekers) is bijzonder hinderlijk voor wat betreft versmering van het geluid in de tijd en voor de ruimtelijke afbeelding.
In het voorbeeld worden slechts twee horizontale kolommen langs het plafond aangebracht, aangezien het hier om een zeer hoog (en aflopend) plafond gaat dat niet voor ernstige reflectieproblemen zorgt. Daarentegen zal een laag en vlak plafond ernstige reflectieproblemen teweeg brengen en vereist zodoende meer dan twee horizontale rijen. Om de 100 tot 120 cm een rij, in het verlengde van de staande kolommen langs de zijwanden, zou in deze situatie zinvol zijn.

De ervaring heeft uitgewezen dat de onderlinge coherentie tussen de twee luidsprekers en de kwaliteit van het stereobeeld verbeterd door een paar tube traps kolommen precies in het midden
tussen de twee luidsprekers te plaatsen. Dit kunt u ook in figuur 3 zien. Deze vondst komt feitelijk voor rekening van Monster Cable, die een akoestisch absorberend verdeelscherm op de markt brengt voor precies hetzelfde doel.

Het plaatsen van kolommen rondom de ruimte (met tussenruimte van ca. 1m) is nodig voor het beheersen van de eerder besproken en gedeeltelijk gedempte modderfactor. Hoe? De modderfactor treedt op tussen 100Hz en ongeveer 400Hz, hetgeen tevens verklaart waarom panelen aan de muur in dit gebied volkomen werkloos zullen zijn. De golflengte van 450Hz is 76cm (344/500). Het plaatsen van kolommen met een tussenruimte van 110cm laat precies 76cm kale muur vrij tussen de kolommen en zal elke halve golflengte tot aan ongeveer 450Hz opbreken. Een halve golflengte is het kortste deel van een akoestische golf dat kan reflecteren op de relevante frequentie. Het is onwenselijk als zich meerdere halve golflengten langs een reflecterende wand kunnen opbouwen; dit zou een coherent gereflecteerd pakketje geluid vanaf dat deel van de muur (of het plafond) naar de luisterplaats werpen.
Een voorbeeld hiervan is te zien in de vorm van de pijl in figuur 3, komend uit de linker luidspreker en via de muur reflecterend naar de luisteraar (in deze situatie wordt het eerste reflectiepunt op de zijmuur beschreven). Dergelijke coherente pakketjes gereflecteerde geluidsenergie zullen optreden langs alle oppervlakken rondom de ruimte, tenzij ze beheerst worden. Zo’n coherent pakketje geluidsenergie zal hoorbaar zijn als een duidelijk te onderscheiden (virtuele) geluidsbron, die het muzieksignaal zowel in de tijd als in de ruimte(lijkheid) versmeert, hetgeen een rommelige, modderachtige structuur verleent aan het geluid en het stereobeeld aantast. U herinnert zich nog wel dat willekeurige reflecties waardevolle toevoegingen in het geluidsbeeld introduceren, maar dat coherente pakketjes van gereflecteerd geluid funest zijn.

Is een tussenruimte van ca. 1,1m dan voldoende, zult u vragen? Welnu, het lijkt erop dat dit voldoende is. Het opbreken van elke halve golflengte lijkt namelijk afdoende om ervoor te zorgen dat er geen groot coherent energiepakket van geluid gereflecteerd kan worden vanuit om het even welk deel langs de omtrek van de ruimte. Deze tussenruimte is in elk geval afdoende om de modderfactor tussen 100 en 400Hz te beheersen.
Bij frequenties hoger dan 450Hz zijn de golflengtes inmiddels zo kort geworden, dat het kale muuroppervlak tussen de kolommen slechts een enkel coherente energiepakketje zal reflecteren.

Tevens komen nu twee andere, hulpvaardige factoren in het spel met betrekking tot potentiële problemen boven 400Hz. Ten eerste, deze kortere golflengtes hebben de neiging om op natuurlijke wijze
willekeurig door heel te kamer te kaatsen en zijn daardoor van zichzelf al incoherent. Ten tweede zal de cylindrische vorm en de diameter van 30cm van de tube traps een helpende hand bieden bij het verstrooien van deze kortere golflengtes, aangezien 400Hz ongeveer het begin van het werkgebied markeert van de reflecterende zijde waarmee elke tube trap is uitgerust.
De tube trap begint hier dan ook uit zichzelf te werken als cylindrische diffusor. Deze diffusie is maximaal op alle frequenties hoger dan die, waarvan de diameter van 30cm het equivalent is van de halve golflengte ervan, ofwel 172/0,23 = 748Hz. Zodoende worden frequenties boven 400Hz, maar toch zeker die boven 550Hz willekeurig verstrooid tot incoherente reflecterende energie, die behulpzaam is bij de muziek en het stereobeeld in plaats van schadelijk.

Samenvattend: het is zowel noodzakelijk als voldoende, om tube trap kolommen met tussenruimte van maximaal 120cm op te stellen langs de omtrek van de ruimte en – in de meeste gevallen – ook hangend langs het plafond over de breedte van de ruimte. Het is aan te raden om de muren reflecterend te laten wanneer u gaat experimenteren met tube traps, aangezien deze oppervlakken het geluid dienen te reflecteren dat niet door de tube traps wordt geabsorbeerd. Als de resulterende ambiance naar uw smaak nog te helder en reflecterend is terwijl alle benodigde tube traps geïnstalleerd zijn, dan kunt u zich wenden tot aanvullende absorptie tegen de muren, bijvoorbeeld in de vorm van absorptiepanelen of textiel.


naar boven



Het Uitlijnen van Tube Traps
Tube traps zijn ontworpen om enerzijds het volledige frequentiespectrum te absorberen (tot aan hun laagfrequente afvalfrequentie) en om anderzijds het grootste deel van het frequentiespectrum boven 400Hz te reflecteren en te verstrooien. Voor alle duidelijkheid toont de figuur hieronder schematisch wat absorptie, reflectie en verstrooiing feitelijk inhouden.

Dit laatste aspect van reflectie en diffusie zal blijken een zeer krachtig en flexibel gereedschap te zijn voor de fijnafstemming van reflectiebeheersing. U herinnert zich dat de tube trap kolommen maximaal een meter uit elkaar werden geplaatst voor het beheersen van de modderfactor tussen 100 en 400Hz. Het verdere spectrum boven 400Hz, dus het middengebied en het hoog, is een totaal andere aangelegenheid. Dit gebied bestaat uitsluitend uit korte golflengtes die richtingsgevoelig zijn en die welbewust in bepaalde richtingen gestuurd kunnen worden om een positieve bijdrage aan het geluidsbeeld te leveren, in plaats van te proberen om ze overal te absorberen. Een levendige ambiance is voorzeker een strevenswaardig doel in een normale luisterruimte!

Door simpelweg de cylindervormige tube traps te
draaien kunt u bepalen op welke wijze reflecties met frequenties boven 400Hz uw ruimte worden ingestuurd. Budget Tubes van SoundScapeS zijn uiteraard ook uitgerust met deze reflecterende zijde. Zelfs een subtiele verandering in de draaiing van een tube trap in uw ruimte kan een belangrijk verschil uitmaken bij het optimaliseren van het geluidsbeeld van uw systeem.
Het roteren van tube traps ten einde energie (> 400Hz) te absorberen binnen de primaire reflectiepaden, kan wonderen teweegbrengen bij het verbeteren van de
afbeeldingskwaliteit en de coherentie, alsmede bij het elimineren van glazige kleuringseffecten door hot spots. En het roteren van tube traps ten einde de latere nagalmenergie en de latere reflectiepaden te reflecteren of verstrooien, kan wonderen verrichten bij het verbeteren van de weergegeven ambiance van de opnameruimte en de diepte van het geluidsbeeld.













De basisstrategie wordt getoond middels figuur 5. De lijn die vanuit het centrum van elke cirkel komt vertegenwoordigt het centrum van de zijde met maximale absorptie van alle frequenties, en dus met minimale reflectie en verstrooiing van frequenties boven 400Hz. Op de tube trap zelf is dit centrale punt met maximale absorptie van een merkteken voorzien.

De opstelling van figuur 5 zal zeker een aanvaardbare ambiance tot stand brengen, maar is feitelijk bedoeld als uitgangspunt voor verdere fijnafstemming middels het gehoor. Wanneer u horizontale rijen lang het plafond heeft gehangen zouden ze gericht moeten worden op hetzelfde punt als de ermee ter plaatse corresponderende tube trap kolommen langs de zijwand, en vanuit dat uitgangspunt verder verfijnd worden.

De overwegingen die aan de verschillende draaiingen van figuur 5 ten grondslag liggen zijn als volgt: De tube traps die
rondom iedere luidspreker zijn opgesteld zijn ingesteld op maximale absorptie voor alle frequenties. Hier is het primaire reflectiepad zeer kort en bevindt zich binnen het tijdsraam, waarbinnen reflecties een nadelige invloed op het geluidsbeeld zullen uitoefenen in de vorm van aangetaste coherentie, versmering van de muziek, tonale kleuringen en een verstoord stereobeeld. Hetzelfde geldt voor de tube traps onmiddellijk achter de luisteraar.
De overige tube traps
langs de achtermuur en die aan weerszijden van de luisteraar zijn flexibeler inzetbaar. Ze worden met hun absorberende zijde gericht op de luisteraar, maar u kunt verkiezen om een meer ruimtelijke ambiance te creëren door ze ietwat van de luisteraar weg te draaien, of zelfs 180° te draaien, waardoor hun reflecterende zijde op de luisteraar gericht is. Op dezelfde manier zijn ook de tube traps in het midden achter de luidsprekers flexibel in te draaien. Het uitgangspunt is om ze recht naar de muur erachter te richten. De reflectie en diffusie die zo tot stand komt helpt bij het vullen van het centrale geluidsbeeld en de levendigheid van het stereobeeld.
Het paar tube traps precies
tussen de luidsprekers in is eveneens flexibel inzetbaar. Het uitgangspunt is om ze direct naar elkaar toe te richten voor minimale absorptie van hogere frequenties en maximale diffusie en reflectie ervan.

De gepaarde tube trap kolommen langs de zijmuren in het gedeelte bezijden de luisteraar vormen een interessante studie. Het Damaske effect stelt dat u het beste de ambiance van de opname kunt horen, wanneer willekeurig verstrooide incoherente geluidsinformatie aan de zijkant van het hoofd van de luisteraar aanwezig is. Daarom zijn alle tube trap kolommen langs de zijmuren, alsmede de eventuele rijen aan het plafond zodanig gedraaid dat zij de volgende twee factoren optimaliseren: het absorberen van die ongewilde coherente geluidsenergiepakketjes, die langs het kortste reflectiepad vanaf de luidsprekers, via de zijmuren en/of het plafond, de luisteraar bereiken, in het bijzonder die welke van voren komen. Daarnaast moeten ze eveneens de nagalmenergie reflecteren en verder verstrooien die werd opgewekt door de langere, meervoudige reflectiepaden. Deze zijn reeds incoherent en vertraagd in de tijd geworden, met name die welke de luisteraar vanaf de zijkant bereiken.
Het voldoen aan deze twee voorwaarden tegelijkertijd zal leiden tot de rotaties die in figuur 5 worden getoond. Als u goed kijkt zult u zien dat de tube traps langs de zijmuur in de nabijheid van de luidsprekers nagenoeg recht de ruimte in gericht zijn met hun absorberende zijde. Gaande in de richting van de luisteraar neemt de draaiing van elke volgende kolom iets af, totdat de reflecterende zijde uiteindelijk haaks op de zijwand komt te staan.
Deze toenemende draaiing is deels een natuurlijk gevolg van de wens om elke kolom direct op de dichtstbijzijnde luidspreker te richten voor het bereiken van maximale absorptie van de energie uit de korte reflectiepaden. De progressieve draaiing dient tegelijkertijd om in het achterste deel van de ruimte (waar de luisteraar zit) en aan de zijkanten van de luisteraar een progressief toenemende hoeveelheid reflectie en diffusie van nagalmenergie, afkomstig uit meervoudige, lange reflectiepaden te realiseren. Bij de kolom direct bezijden de luisteraar zal de reflecterende zijde inmiddels rechtstreeks op de luisteraar gericht zijn.

Een subtiliteit uit figuur 5 verdient nadere aandacht, aangezien u vast gezien heeft dat enkele van de kolommen langs de zijmuur met twee lijnen getoond worden. Dit duidt er op dat de onderste tube trap zodanig gedraaid is dat het midden van de absorberende zijde meer loodrecht de ruimte in wijst, terwijl de bovenste deze zelfde zijde juist parallel aan de zijmuur heeft lopen. In geval u een plafond heeft dat hoog genoeg is voor drie tube traps per kolom kunt u het best de middelste en onderste gelijk opstellen.
Wat is het nut van deze variabele rotatie? Het heeft te maken met het feit dat de luidsprekers en het oor van de luisteraar zich dichter bij de vloer dan bij het plafond bevinden. Met het ongewenste korte reflectiepad dat we willen absorberen wordt afgerekend door de onderste tube trap, terwijl de bovenste tube trap voornamelijk de energie van de langere reflectiepaden ziet, en die willen we juist zien te behouden.


naar boven



Fijnafstemming
Fijnafstemming van tube traps moet geschieden met het oor en niet middels een formule. Er is enerzijds een getraind en gevoelig oor nodig dat ervaring heeft met analytisch luisteren, maar anderzijds is er ook de ervaring nodig van het interpreteren van hetgeen men hoort, opdat correcties toegepast worden die ook zinvol en opbouwend zijn. Enkele hints kunnen u wat dat betreft een eind op weg helpen bij het opdoen van eerstehands ervaring.

Beschouw de fijnafstemming niet als een al te serieuze zaak, maar vooral als een leerzaam en experimenteel spel. Breng telkens slechts
één verandering tegelijkertijd aan en tracht dan te achterhalen hoe die verandering op zichzelf gehoormatig overkomt. Experimenteer met symmetrische draaiingen van 45°, dan met rotaties van 15°, om uiteindelijk te trachten het gevolg van nog kleinere draaiingen te kunnen identificeren. Probeer ook eens om de tussenruimtes tussen kolommen te vergroten of te verkleinen, eerst met 5cm per keer.
Fijnafstemming in de helft waarin de luisteraar zich bevindt beïnvloedt voornamelijk de weergave van de ruimtelijke ambiance die in de opname verborgen is, terwijl tuning in de andere helft meer de afbeeldingskenmerken van het podium waarop de artiesten optreden beïnvloedt.

In het algemeen gesteld kan men zeggen dat het roteren van de tube traps, zodanig dat de absorberende zijde naar de muur gericht is, de ambiance doet toenemen en de afbeeldingskwaliteit verbetert. Maar als u hiermee te ver gaat kan het zijn dat reflecterende hot spots en een glazig middengebied ontstaan, alsmede verlies van muzikale coherentie en
"ongelijkheid" in wat een doorlopend gordijn van geluid zou moeten zijn langs de hele breedte en diepte van het geluidsbeeld.
Anderzijds zal het streven naar het gladste geluid in de ruimte ook het gevaar van doorslaan met zich meebrengen, waardoor de ambiance al te dood slaat. De rijkdom van de ambiance die door de langere incoherente reflectiepaden tot stand komt kan gemakkelijk om zeep worden geholpen. In alle gevallen is fijnafstemming zinvol, mits de correcte balans tussen reflectie/verstrooiing enerzijds en absorptie anderzijds behouden blijft.
Het ideale evenwicht is er een waarbij een ruimte akoestisch noch te levendig, noch te dood klinkt. Toch zou het een versimpeling van zaken zijn om te denken dat alles wat u doet het in evenwicht brengen is van akoestische levendigheid versus doodheid. U wilt in werkelijkheid de ruimte akoestisch dood maken voor korte, coherente reflectiepaden en hun storende energiepakketjes die als op zichzelf staande virtuele geluidsbronnen hoorbaar worden, en akoestisch levend waar het aankomt op willekeurige, incoherente reflecties die een lang traject af moeten leggen. En ook dat is nog maar het begin. Andere factoren waarop gelet moet worden hangen samen met de vele haken en ogen die met optimale stereoweergave te maken hebben.




fig.5









Terwijl u met de tube traps experimenteert die langs de muur achter de luisterplaats zijn opgesteld, dient u in het bijzonder te letten op veranderingen in de weergave van de ambiance die in de geluidsopname is verweven, in het bijzonder die welke ook afkomstig is uit het achterste deel van die opnameruimte. In figuur 6 is deze sectie aangegeven als "rear ambiance". Experimenteer bij deze muur in het bijzonder met de tube traps die zich niet direct achter de luisteraar bevinden, met de opstelling van figuur 6 als uitgangspunt.

De tube traps langs het achterste gedeelte van de zijmuren – en dus bezijden de luisteraar – hebben eveneens invloed op de waargenomen ruimte-informatie uit de opname. Deze sectie is in figuur 6 aangegeven met
"side ambiance".
De tube traps langs de zijmuren in de voorste helft van de ruimte beïnvloeden de waargenomen breedte van het geluidsbeeld en tevens hoe naadloos het gordijn van muziek loopt over de gehele breedte van het geluidsbeeld. Luidsprekers die goede plaatsingseigenschappen bezitten hebben minder moeite om een geluidsbeeld neer te zetten dat zich tot buiten de luidsprekers uitstrekt en zelfs tot buiten de zijmuren van uw ruimte. Deze sectie van tube traps kan ervoor zorgen dat het is alsof de zijmuren feitelijk verdwenen zijn.

U zult zorgvuldig moeten luisteren naar al deze factoren tijdens de fijnafstemming en hiervoor ook voldoende tijd moeten uittrekken. Het is niet iets dat men op een vrije zaterdagmiddag eventjes kan doen, tenzij u al heel veel ervaring heeft met tube trap opstellingen. Te weinig absorptie zal zorgen voor duidelijk aanwezige secundaire geluidsbronnen tegen de zijmuren, die
schijnbaar het geluidsbeeld verbreden, maar dit niet op een naadloze wijze kunnen vanwege de hot spots tegen de muur en het overschot aan muzikale energie dat binnen de luidsprekers wordt neergezet. U wilt een doorlopend en naadloos gordijn van muziek over het hele podium, waarbij in een goede opname de instrumenten correct geplaatst zijn op dat brede podium.

Het naadloze gordijn wordt tevens beïnvloedt door de fijnafstemming van de tube traps langs de muur achter de luidsprekers. Ze werken vooral in op de centrale invulling van het geluidsbeeld, zoals figuur 6 laat zien
("center fill"). Met de reflecterende zijde naar de ruimte gericht zullen ze ervoor zorgen dat de muzikanten in het midden van het beeld stabiel blijven, zowel voorop als achter op het podium. U kunt met deze sectie tube traps ook ervoor zorgen dat de luidsprekers verder uit elkaar geplaatst kunnen worden voor een ruimer geluidsbeeld zonder een gat in het midden. U dient er wel op te letten dat de tube traps onmiddellijk achter de luidsprekers niet met hun reflecterende zijde de ruimte in gericht staan, aangezien dit kan leiden tot een glazige middenweergave en andere kleuringen van het middengebied, alsmede tot een verlies van diepte in het geluidsbeeld.
De tube traps in de hoeken van de muur achter de luidsprekers kunnen zodanig gedraaid worden, dat ze de waargenomen diepte van het geluidsbeeld in de uithoeken van het podium beïnvloeden. Ook hier is het oppassen voor te veel reflectie die tot kleuring in het middengebied kan leiden, afkomstig uit de hoeken – de in het eerste gedeelte van dit artikel besproken
feedback uit de hoeken.

Bij al de experimenten is het doel er uiteindelijk op gericht om minder te horen van de muren en oppervlakken in uw luisterruimte, terwijl u des te meer oppikt van de opnameruimte en diens muren en omvang.

Tenslotte nog het paar tube traps midden tussen de luidsprekers. Draaiing hiervan heeft een directe en bepaald niet geringe invloed op het driedimensionale karakter van de solisten voor u op het podium. Deze tube traps zijn zeer gevoelig voor de geringste verandering in hun relatieve rotatie en locatie t.o.v. de luidsprekers. Als ze correct geplaatst en geroteerd zijn, kunnen ze zorgen voor een bijzonder realistische projectie van de solisten in het midden van het geluidsbeeld.
info@soundscapes.nu


naar boven




fig.6